|
Inhoud
1. De voorgeschiedenis (1780-1830).
2. Het politiek unionisme (1830-1847).
3. De oprichting van de Liberale Partij.
Haar samenstelling en programma.
Haar electorale achterban (1846).
4. Liberaal overwicht (1848-1884).
5. In de oppositie (1884-1914).
6. Het Interbellum (1919-1939).
7. Na de Tweede Wereldoorlog (1945-1988).
7.1. Een overgangsperiode: 1944-1961.
7.2. Een nieuwe partij: de PVV-PLP (1961-1971).
7.3. Twee autonome partijen: 1971-1988.
8. De weg naar de macht (1988-2006).
8.1. De liberalen in de oppositie (1988-1992).
8.2. De nieuwe weg, de VLD (1992-1999).
8.3. Het paars-groene avontuur van Verhofstadt I (1999-2003).
8.4. Voor- en tegenspoed voor paars (2003-2006).
9. Woelige electorale wateren en spanningsvelden binnen de liberale familie (juni 2007 - oktober 2012).
9.1. Metaalmoeheid na acht jaar regeringsleiding (juni - december 2007).
9.2. De liberalen in de federale regeringen-Verhofstadt III, Leterme I en Van Rompuy, en in de Vlaamse regering-Peeters (december 2007 - juni 2009).
9.3. Ups en downs in het electoraal succes (juni - december 2009).
9.4.Contrasterende tendensen binnen de liberale familie (2009-2010).
9.5. Het verrassend parcours van partijvoorzitter Alexander De Croo (december 2009 - oktober 2012).
|