Toespraak door MARK EYSKENS, Minister van Staat,
op de huldezitting ter ere van Minister van Staat Willy De Clercq
te Gent, op 30 november 2002


Geen ogenblik heb ik geaarzeld toen mij gevraagd werd het woord te voeren op de viering van Willy De Clercq. Mijn hoofdmotief was vanzelfsprekend onze langdurige vriendschap en onze gemeenschappelijk gedeelde politieke ervaringen en belevenissen, decennialang. Wij waren vaak solidair in de behartiging van wat romantici 'het algemeen welzijn' noemen. Misschien zijn wij beiden 'idealisten zonder veel illusies', wat alvast beter is dan een 'illusionist te zijn zonder idealen'.

Een bijkomende reden om hier vandaag het woord te voeren was evenwel ook mijn grote voorkeur voor de blauwe kleur, meer bepaald voor het ultramarijn. Ooit mocht ik Willy De Clercq verwelkomen op een tentoonstelling van mijn schilderijen, waar telkens, wat mij betreft, het aanschouwelijk onderscheid wordt gemaakt tussen 'schilderen' en 'verven,' een woordelijke distinctie die enkel in het Nederlands mogelijk is. Het ging bovendien om een tentoonstelling waarop ik andermaal verdiende opgehangen te worden in plaats van mijn schilderijen. Willy de Clercq maakte mij opmerkzaam op de dominerende blauwe toonaard van mijn probeersels. Zijn mening is correct. Ik hou van blauw. Ofschoon blauw geen basiskleur is. Het is een mengkleur van veel groen met wat geel. Ik hou vooral van de blauwe zee en dan liefst een blauwe zee overheerst door de schittering van een oranje zon. Graag beken ik dat oranje ook geen zuivere kleur is, want zij bestaat uit rood en geel. En ik besef daarenboven dat die oranje zon ook wel eens ondergaat in die blauwe zee. Maar ik weet ook, zoals u, dat die oranje zon bij de eerstvolgende dageraad weer oprijst, blozend en blakend.

Wat gebeurt er als je oranje mengt met blauwe verf of omgekeerd? Welke kleur krijg je dan? Welnu, je krijgt geen kleur. Wel een absolute meerderheid.

Dames en heren, in het beknopt verslag van deze vergadering, dat, zoals dat het geval is in alle goed functionerende politieke partijen, reeds eergisteren werd opgesteld, staat het volgende vermeld: "Bij het uitspreken van de woorden 'absolute meerderheid', trad in de zaal een oorverdovende maar ijzingwekkende stilte in. Men had een speld, zelfs een regering, kunnen horen vallen. Gehaaide politici gniffelden en slikten al smekkend." Tot daar het beknopt verslag, dat mij bij het betreden van deze zaal werd overhandigd onder de hoofding 'strikt vertrouwelijk', wat zijn snelle verspreiding zal ten goede komen. Maar u moet natuurlijk naar de rest van mijn verhaal luisteren dat voorkomt, niet in het beknopt, wel in het volledige verslag van deze vergadering, in de annalen of notulen van deze historische zitting, annalen die ook reeds beschikbaar zijn.

Want de organisatoren, die met mij blijkbaar geen risico wilden nemen, hebben mij gevraagd deze toespraak reeds een week geleden in te spreken op een dicteercassette. Wat ik graag gedaan heb. Ik heb het helemaal niet ervaren als een voorafgaandelijke censuur, ofschoon men mij gevraagd heeft een dozijn passussen te schrappen. Ik ken partijen waar je op een partijvergadering enkel toespraken mag aflezen die door een ideologisch comité zijn opgesteld en waarbij de talrijke taalfouten, in de tekst opgenomen, dienen om te verhinderen dat je wel eens je eigen woorden zou gebruiken. Bovendien was ik mij de beroemde woorden indachtig van Pol Vanden Boeynants, die, in de mening verkerend dat hij Grieks sprak, ooit uitriep: "Scripta volent, verba manent."

Wat lees ik dus in de voorafgaande annalen van deze vergadering? Namelijk het volgende. Ik citeer: "Na de woorden 'absolute meerderheid' ging Eyskens verder met de te verwachten nietszeggende verklaring 'En wat dan?'", een kennelijk gallicisme, want de letterlijke Nederlandse vertaling van de Franse uitroep 'Et alors?', vooral door wijlen president Mitterrand gepopulariseerd in een overigens totaal andere context.

"En wat dan?" dames en heren. Als je de absolute meerderheid verwerft, dan bezet je alle ambten, functies, posten en kantoren in het koninkrijk van Oostende tot Arlon, op één kantoor na. Dat gelegen achter aan het koninklijk paleis, waarover ik echter niets mag vertellen, zo niet schendt ik het colloque singulier met de koning, zolang onze vorst niet van het Scandinavische type is. Als U begrijpt wat ik bedoel. Ik lees ook uw partijresoluties en weet dat die nog sneller zonder gevolg worden geklasseerd dan die van de voormalige CVP. Een methode van papierverwerking, die, althans wat de CVP betreft, ons voor veel dwaasheden heeft behoed.

Met de absolute meerderheid zou alvast en eindelijk aanbreken 'het sedert lang niet meer verwachte uur van de nieuwe politieke cultuur'. Dan zou er een homogene regering in dit tweestromenland (het moderne Mesopotamië) regeren. Gaston Eyskens heeft dat één keer moeten doen, in 1958. Die regering was vanaf de eerste dag een heuse worsteltent op een ogenblik dat de woorden 'open debatcultuur' nog niet behoorden tot de rechten van de bevrijde burger. Het experiment liet mijn vader evenwel toe tussen zijn tanden te mompelen: "De meerderheid bestaat uit idioten, de minderheid ook. Maar daar zijn ze minder talrijk." Een uitspraak die door niemand in dank werd afgenomen.

Ik keer terug naar onze kleuren. Maar vergist U zich niet: het mengen van oranje en blauw kan maar volgens een heel nauwkeurig recept, dat ik u nu wil mededelen. Ten eerste: laat aub de oranje verfpot staan waar hij staat. Neem de blauwe verfpot in de rechterhand. Niet in de linker, want daar zijn problemen mee, vooral als de vingertoppen groen verkleuren. Daarover wil ik de Heilige Schrift citeren, nl. de H. Paulus in zijn brief aan de VLD'ers, sorry aan de Korinthiërs (of verkiest U soms de Galaten, die zeker geen onverlaten waren, want de voorlopers van de Turken als volwaardige leden van de EU). Ik citeer evenwel liever de heilige Marcus in zijn evangelie, als hij schrijft: "Als een lidmaat u hindert, hak het af. Beminde broeders en zusters, voorwaar ik zeg U: Als de vingertoppen van uw linkerhand groen uitslaan, is dit een teken van besmetting." (Marcus kende nog niet het woord infectie, zeker niet in het Aramees, een soort joods Gents). En Marcus vervolgt: "De vergroening van uw linkerhand heeft voor gevolg dat uw blauw bloed, het bloed van de edele strijders voor vrijheid en vooruitgang, rood kan worden. Welnu rood bloed is niet goed. Van rood bloed maakt men eenheidsworst en worsten zijn als wetten: het is beter niet te weten hoe ze worden aangemaakt en wat erin werd gestopt". Tot daar de H. Marcus over het afhakken van je linkerhand. Als ik naar onze premier kijk besef ik nu maar pas dat hij begonnen is met zich te ontdoen van een van zijn armen, maar ik vrees dat het de verkeerde arm is.

Keren we terug naar het recept van de oranje-blauwvermenging: u laat de oranje verfpot staan waar hij staat, u heft de blauwe pot op met de rechterhand en giet dan druppelsgewijs, heel traag en voorzichtig, de blauwe verf in de oranje pot tot je het blauw niet meer ziet, op misschien een klein spatje na. Dit feilloze recept draag ik op aan mijn stadsgenoot en desalniettemin goede vriend, Rik Daems, die gespecialiseerd is in het maken van reusachtige, prachtig gevlekte schilderijen die veel succes hebben op de tombola's van de VLD. Om middernacht worden de loten getrokken: eerste groot lot: één schilderij van Rik Daems; tweede prijs: twee schilderijen van Rik Daems; derde prijs: drie schilderijen van Rik Daems.

Na deze captatio malevolentiae - normaal zou de helft van de toehoorders reeds de zaal moeten verlaten hebben - keer ik terug tot het onderwerp van de dag: Willy De Clercq. De lofrede die ik vandaag met grote intensiteit en zelfs enige hartstocht afsteek ter ere van Willy de Clercq, is uiteraard een beproeving voor zijn bescheidenheid. En bescheidenheid, wil ze echt zijn, mag niet worden opgemerkt, zodat je nooit kunt bewijzen dat je bescheiden bent. Het is juist omdat wij, politici, onze grote bescheidenheid nooit kunnen en mogen tonen, vooral in deze huidige ultra-gemediatiseerde samenleving, bewoond door allerlei BV's die bekend maar daarom nog niet bekwaam zijn, dat alle politieke waarnemers denken dat we onbescheiden zijn. Maar ze verstaan er uiteraard geen fluit van. Valse bescheidenheid bestaat erin toe te geven dat men het ook niet kan helpen dat men soms gelijk heeft. Maar dat zeggen we nooit.

Ter voorbereiding van deze toespraak ben ik gaan surfen op de website van Willy De Clercq. Ik beken dat deze toespraak de enige is, die ik echt grondig heb voorbereid van de ongeveer 8.000 spreekbeurten, die ik tot op heden heb gehouden, uiteraard voor minder kritische publieken. Vandaag moet ik bovendien niet alleen spreken, maar ook iets zeggen, een voor mij bijkomende moeilijkheid. Wat ik ga zeggen moet bovendien klaar en duidelijk zijn, waarbij die duidelijkheid niet mag te danken zijn aan het feit dat gedurende een moment mijn aandacht is verzwakt of dat ik vermoeid zou zijn, zoals dit bij Allen Greenspan het geval is. Het onderwerp van vandaag, Willy De Clercq, tevens lijdend voorwerp, is zo bijzonder veelzijdig en complex, dat het al je capaciteiten mobiliseert. Ik heb dan maar mijn toevlucht genomen tot internet en ben naar Willy's website gesurft.

De website van Willy De Clercq, waarop hij meteen verschijnt zoals hij is, rijzig, wijs en voszilvergrijs, bovendien helmboswuivend, wordt beheerst door de vlinderdas die Willy De Clercq draagt en waarmee hij blijkbaar geboren is. Wellicht zit die vlinderdas in zijn genen, wat het klonen van Willy De Clercq, na deze zitting, kan bemoeilijken. Zo'n vlinderdas is trouwens niet zonder gevaar. Want de moderne fysica leert ons dat de geringste vlindervleugelslag een lawine kan verwekken in het Himalaya-gebergte. Zelfs een politieke lawine, en wij weten sedert kort dat Nepal een Himalaya-staat is. De website van Willy De Clercq is als een continent, dat je ontdekt na een lange zwervende surftocht. Zijn labyrintisch curriculum vitae beslaat talrijke pagina's, wat overigens beantwoordt aan de verwachtingen. Veel opmerkelijker zijn een paar uitspraken van Willy De Clercq. Zo lees ik op het sitescherm, in Willy's eigenste woorden: "Ik wens u veel surfgenot. Aarzel niet mij te contacteren, langs de weg die u verkiest." Zulk voorstel vanwege een elegante, aantrekkelijke homme du monde-man, als Willy de Clercq, die altijd zoveel belang heeft gehecht aan goede manieren en die een natuurlijke charme uitstraalt, is echter niet zonder gevaar in een tijd van stalking, ongewenste en vaak gewenste intimiteiten.

Op mijn website - www.eyskens.com (dank U dat ik hier ook wat publiciteit mag maken) - staan ook allerlei uitnodigende oproepen. Onlangs kreeg ik een brief van een studente die blijkbaar mijn webstek had bezocht en die mij in een brief het volgende schreef: "Geachte proffessor" (met tweemaal s maar ook tweemaal f - zij nam blijkbaar geen risico's met onze spelling in tijden van ontlezing en ongeletterdheid, waarbij de studenten nog nauwelijks het einddiploma kunnen lezen dat hen na 4 jaren studie wordt uitgereikt): "Geachte proffessor - zo schreef mijn studente -, sedert veertien dagen probeer ik met u telefonisch betrekking te hebben, maar tot op heden zonder bevrediging." Op de site van Willy De Clercq staat ook nog een andere bizarre rubriek, vreemd genoeg onder de hoofding 'links'. En daaronder - dus onder het woord 'links' - staat VLD, gevolgd door partijbureau, fractie, arrondissementeel bestuur. Allemaal links. En verder, steeds aangeduid met links: Dirk Sterckx en Ward Beysen. Als die heren linkse jongens zijn, moeten we de rechtsen gaan zoeken op een andere planeet.

Ook komen zeer interessante vragen voor op de site van Willy. Bijvoorbeeld de vraag van de maand, die momenteel als volgt luidt: "Wat vindt u van Brussel, hoofdstad van Europa? Wat kan er beter?" Ik had mij uiteraard verwacht aan Gent. Maar neen, het gaat over Brussel. Zeer vreemd. Ik verneem trouwens dat die vraag over "Wat u vond van Brussel?" onmiddellijk na deze plechtige zitting wordt gewijzigd in een nieuwe vraag: "Wat vindt u van Willy de Clercq, lid van het Europees Parlement. Kan hij nog beter?" Een retorische vraag waarbij het IQ van de doorsnee surfer schromelijk wordt onderschat.

Nog een andere vraag trok ten zeerste mijn belangstellende en - ik geef toe - belanghebbende aandacht. Die vraag luidt als volgt: "Wie was tot nu toe nog geen lid van de Europese Commissie ?: Karel van Miert ?, Leo Tindemans ?, Willy De Clercq ?, Philippe Busquin ?" Het antwoord ligt voor de hand. Philippe Busquin natuurlijk. Mag ik Willy echter vragen om na deze zitting onmiddellijk ook mijn naam te willen toevoegen aan deze lijst ? Ik ben nog steeds geen lid van de Commissie. Met mijn voorbarige dank, beste Willy. Ik ben namelijk jonger dan Frits Bolkestein, en de Commissie wordt vernieuwd eind 2004. Je moet er tijdig bij zijn. Ik heb immers ervaring met honderden commissies, waaronder de U bekende commissie voor de bevordering van het blauw in de postmoderne schilderkunst.

Andere sprekers zullen wellicht nader ingaan op de loopbaan van Willy De Clercq, die onvoorstelbaar gevuld, wat zeg ik, volgestouwd is met duizenderlei taken, verantwoordelijkheden, zendingen, ambten, functies, en activiteiten. De regering Verhofstadt poogt de activiteitsgraad van de Belgische bevolking op te krikken. Maar nu weet ik hoe het werkt en wat de betekenis is van de gepubliceerde gunstige statistieken: het is het 'Willy De Clercq-effect', dat alom werkzaam is en waardoor het rijksgemiddelde zich verheft. Hij alleen - en dit is van mijnentwege geen loze bewering maar een wetenschappelijke constatering, onomstootbaar bewezen - is verantwoordelijk voor de opmerkelijke verbetering van dit statistisch gemiddelde. Ik wil onmiddellijk de eerste minister geruststellen. Aangezien wat ik zeg proefondervindelijk bewezen is, zullen wij hiervan tijdens de kiescampagne zeker geen gebruik maken. Onze argumenten putten we uit onbewijsbare beweringen en stellingen, waar we decennialang voor kunnen ijveren, omdat ze onverwezenlijkbaar zijn.

Minister van Staat Willy De Clercq is de kampioen van het politieke 'langlaufen' en dit op de hoogste nationale en internationale toppen. Hij trad voor het eerst toe tot de regering in 1960, een regering van Gaston Eyskens - en dit op 33-jarige leeftijd, de leeftijd waarop men gekruisigd wordt ter voorbereiding van de daaropvolgende verrijzenis, waartoe zeer begaafde politici verscheidende malen in staat zijn. Hij was twaalf jaren minister, waaronder een aantal keren vice-eerste minister in bijzonder moeilijke omstandigheden - die van de strijd tegen een gapend overheidstekort -, hij was zevenentwintig jaren lid van de Belgische kamer, vijftien jaren lid van het Europese parlement, waar hem de hoogste verantwoordelijkheden werden en worden toevertrouwd, hij was tweemaal voorzitter van het interim-comité van het IMF, vier jaren lid van de Europese Commissie, voorzitter van de federatie van Europese liberale partijen, voorzitter van de PVV, fractievoorzitter in de Kamer, hij bekleedde honderden andere mandaten en was, last but not least, een schitterend universiteitsprofessor. Niet velen zullen hem dit nadoen, althans bij de liberalen.

Ik zou veel herinneringen kunnen ophalen aan de loopbaan en het optreden van Willy, die steeds met een ijzeren dossierkennis, nadat hij de belangrijkste passages in zijn nota's met een dikke gele fluorstift had onderstreept, een vergadering binnentrad met de bedoeling te winnen, dank zij overreding, handigheid en volharding. Slechts één greep uit de honderden wil ik indachtig zijn: het staaldossier in de jaren tachtig, waar we jaren aan gesleept en gesleurd hebben. Mijn eigen vluchtige regering is erover gevallen, samen met het vallen van de herfstbladeren, toen mijn beminde partij, de CVP - inmiddels ben ik van partij veranderd - mij verboden had nog één centiem (Belgisch geld) aan het Waalse staal te besteden. Na de vorming van de regering Martens V waren we het onmiddellijk eens over een schuldovername ten gunste van Cockerill Sambre, niet van 1 centiem, maar van 125 miljard frank. Nadien vroegen onze Waalse collega's in de regering nog een aanzienlijke investeringsenveloppe, een eis waarvan Willy de Clercq het erg op de heupen kreeg. In de hitte van de discussie riep hij op een bepaald ogenblik uit: "Taxing power", er op doelend dat de Walen maar een belasting moesten heffen, indien ze hun staal nog verder wilden subsidiëren. Voor onze Waalse collega's was "taxing power" een ware oorlogsverklaring waarbij de recente stelling dat een ongezonde Waal niet meer mag kosten dan een half gezonde Vlaming - een u bekende stelling - de draagwijdte krijgt van een toepassing van de parabel van de barmhartige Samaritaan. Een Waals minister kwam toen bij mij, totaal onthutst en verslagen. Hij zei mij: "Willy De Clercq is toch een liberaal. Waarom wil hij nu een belasting invoeren om het Staal te financieren?" Waarop ik mij veroorloofde te antwoorden: "Willy De Clercq is niet alleen een liberaal. Hij is ook bijzonder verstandig. Derhalve heeft hij begrepen dat je eerst de belastingen moet verhogen om ze nadien met zekerheid te kunnen verlagen."

Dames en heren, de Belgen hebben de neiging veeleer de koe bij haar uier te grijpen dan de stier bij zijn horens. Het is een elementaire wijsheid, waarvan elke minister van financiën - en Willy De Clercq was talrijke malen minister van financiën - moet uitgaan bij zijn ambtsaanvaarding. Een andere wijsheid met dierlijke beeldspraak maakte Willy De Clercq tot de zijne: "De zwijnen worden alle knorrende vet." Ook kon Willy De Clercq van zichzelf zeggen, in de pijnlijke jaren van hoog torenende overheidstekorten: "Ik ben minister zonder financiën". Het programma van elke gewone minister, die niet minister van financiën is, luidt cartesiaans: "Je dépense, donc je suis." En tegen deze spending-drift - die existentieel is voor elk regeringslid - moet de minister van financiën optornen met ware doodsverachting en talent om gehaat te worden. Van mij werd gezegd: "Tel père; tel fisc." Willy De Clercq kreeg belangstelling onder andere vormen. Een beeldhouwer wilde van De Clercq een standbeeld maken, ten voeten uit, licht gebogen, een schijf als een boemerang weg werpend. De schijf stelde natuurlijk de hoogste belastingschijf voor. Het beeld zou als titel meekrijgen: Willy De Clercq, de fiscuswerper, aan te brengen op de binnenkoer van het ministerie van Financiën. Maar Willy De Clercq weigerde, niet omdat hij niet naakt wilde poseren maar wel omdat de meeste belastingbetalers de pointe van het beeld niet zouden begrepen hebben. De begrotingskrater was in Willy's tijd zo diep, dat best een vulkanoloog tot minister van financiën zou worden benoemd. Of iemand met een voorbestemde naam om begrotingsputten te vullen, zoals Robert Vandeputte. Maar het werd en het was Willy De Clercq.

Willy De Clercq is steeds een moedig man geweest, die weet dat leiderschap erin bestaat aan de mensen te vertellen, niet wat ze graag horen, maar wat ze moeten horen, niet wat ze graag hebben, maar wat ze nodig hebben. Maar hij weet natuurlijk ook dat je in de politiek enige voor- en omzichtigheid aan de dag moet leggen en de grenzen van de haalbaarheid geregeld af moet tasten. De waarheid, die meestal niet populair is, moet aan de bevolking met kleine doses worden toegediend, anders krijgt ze een indigestie. Een minister is bovendien een gewoon man, die zich in ongewone omstandigheden bevindt en waarvan velen, althans aanvankelijk, buitengewone dingen verwachten. Maar dit blijft niet duren, omwille van het 'pompsteeneffect' - het dagelijks neerdruppelen van ongezouten kritiek op je politieke vel vanuit talrijke mediakranen of de traag verzwerende steken door de inktsecten van de schrijvende pers in je huid geprikt. De lectuur van de dagelijkse krant is evenwel voor een minister onmisbaar want daar verneemt hij wat hij denkt. Een beproeving voor de goed menende politicus is evenwel dat goede bedoelingen in het politieke bedrijf niet tellen. Het zijn enkel de resultaten die meetellen, ook al werden die soms verwezenlijkt met onoorbare intenties en methoden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel politici zich wapenen met het harnas van het cynisme en verklaren dat je spaarzaam om moet springen met je misprijzen omdat er zoveel noodlijdenden zijn, die behoefte hebben aan je misprijzen. Willy De Clercq is zich echter nooit aan cynisme te buiten gegaan.

Hij had begrip voor het onmogelijkheidsgehalte van veel noodzakelijke oplossingen en stond derhalve zeer positief tegenover een beleid dat langs wegen van geleidelijkheid vruchten afwerpt. Willy De Clercq weet echter ook dat in de politiek niets zozeer wordt gewaardeerd als een spectaculair gelukte mislukking, waarover men zich verkneukelt en waarbij men met esthetische verrukking binnensmonds uitroept: "Il n'a pas réussi. Comme s'est bien fait ". Goed nieuws moet je in de politiek nooit aankondigen. Want als het uitkomt is iedereen vergeten dat het jouw voorspelling was en als het goede nieuws niet uitkomt zal iedereen zich nog herinneren dat jij de onfortuinlijke geluksprofeet bent geweest. Politici voelen zich vaak schuldig aan onschuld. Dan begaan ze een onvergeeflijke vergissing. Soms verklaren ze zichzelf ook onschuldig aan schuld, een onvergeeflijke fout die bovendien een politiek misdrijf is.

Je moet in de politiek de risico's zorgvuldig inschatten, en dat deed en doet Willy De Clercq meesterlijk. Maar wij weten ook dat er geen politiek is zonder risico. Er bestaat wel een politiek zonder kans. De laatste kans wordt soms verkeken tijdens kiescampagnes waarbij kandidaten het niet eens nuttig vinden in de kiesbeloften te geloven die ze zelf hebben gedaan, als maar hun kiezers erin geloven, of, erger, waarbij kandidaten niet eens hun kiesbeloften weten te onthouden, als maar hun kiezers die beloften onthouden. Elke kiescampagne brengt een grondige politieke klimaatwijziging met zich: het aanbreken van een nieuwe ijstijd, maar dan een ijstijd geschreven met ei. Ooit had ik een student die zijn eindverhandeling wijdde aan het onderwerp: 'Een kritische analyse van de kiesbeloften van de politieke partijen.' Hij kwam tot de vaststelling dat die beloften, ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw, opliepen tot honderden miljarden franken per kiescampagne. En hij besloot: "Gelukkig voor ons land brengen enkel de betere partijen de verantwoordelijkheidszin op om na de verkiezingen hun kiesbeloften niet uit te voeren." Ik gaf hem 19 op 20.

Een belangrijk kenmerk van Willy De Clercq is dat hij poogt te denken als een man van de daad en te handelen als een man van de reflectie. Daaruit put hij zijn realiteitszin en zijn bedachtzaamheid, die nochtans niets afdoen aan zijn daadkracht en volharding. Willy De Clercq beseft dat we moeten strijden als we een overtuiging hebben, maar dat we moeten strijden zonder te slaan. Hij weet ook dat met niet kan zaaien met een gebalde vuist. Het is mij opgevallen dat vooral overtuigde mensen het zich kunnen veroorloven verdraagzaam te zijn. Onverdraagzaamheid, opgefokt nationalisme, radicalisme, extremisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme, anti-islamisme, anti-westersisme, racisme in al zijn vormen zijn vaak de krampachtige verdedigingsreflexen van al wie twijfelen aan zichzelf en laboreren aan een minderwaardigheidscomplex, waardoor ze uiteindelijk maatschappelijk minderwaardig worden. Enkel in de verdediging van de vrijheid is extremisme geen ondeugd. Enkel in de verdediging van de rechtvaardigheid is gematigdheid geen deugd. In alle andere gevallen zijn verdraagzaamheid en gematigdheid, luisterparaatheid en samenwerkingsbereidheid en het besef dat andersdenkenden niet noodzakelijkerwijze verkeerd denkenden zijn, de bouwstenen van onze beschaving. Willy De Clercq heeft die kwaliteiten steeds op uitzonderlijke wijze uitgedragen. Zo werd hij niet alleen een defensor civitatis, maar ook een defensor humanitatis.

Er zijn veel De Clercqen in ons land, maar er is maar één Willy De Clercq. Indien hij zo uniek is en overvangbaar, heeft hij dat ook in niet geringe mate te danken aan zijn dynamische en toegewijde echtgenote, Fernande, zijn wederhelft, zijn beste advocate en veelzijdige raadgeefster, die hem in tij en ontij heeft bijgestaan. Ik zeg vaak aan mijn eigen vrouw: "Ik hou zozeer van jou dat ik er graag twee zoals jij zou willen hebben." Ik wil mijn geval niet extrapoleren maar in mevrouw Willy De Clercq schuilen zoveel kwaliteiten dat het onbegrijpelijk is hoe ze in één persoon kunnen verenigd zijn. Mevrouw De Clercq zal inmidels hebben bemerkt dat Willy een leeftijd heeft bereikt waarop de kaarsen die zijn verjaardagstaart versieren, meer kosten dan de taart zelf. Maar we nemen dat er op de koop toe bij. Willy is meer dan één kaars waard.

Dames en heren, naarmate we voortschrijden in jaren, beseffen we intenser en meer dat we nooit zullen genezen van de avond die steeds valt en dat we zullen blijven razen, razen, razen tegen het sterven van het licht. En toch zullen wij, elke nacht herbegonnen, blijven geloven in de terugkeer van het licht.

Ooit vroeg men aan Jean Cocteau: "Meester, wat zou u redden uit uw huis als het in brand zou staan? Welk boek, welk voorwerp, welk souvenir zou u aan de vlammen ten allen prijze willen ontrukken?" En Cocteau antwoordde zonder enige aarzeling: "Wat ik zou redden en slepen uit de brand ? Het vuur natuurlijk." Het vuur redden, dat is ons aller opdracht. De vlam van de creativiteit, de steekvlam van het geloof in de verbeterbaarheid van mensen en dingen. Moge deze steekvlam Willy De Clercq blijven vergezellen in lengte van dagen en jaren.

Mark Eyskens - 23 november 2002


(top)