W. Prevenier. Vijfentwintig jaar Vlaamse liberalen (1)
Een driedubbel aggiornamento in 25 jaar
Tussen 1972 en 1997 heeft de partij die zich in Vlaanderen tot de liberale ideologie bekent driemaal haar naam gewijzigd. Vóór 1972 heette ze, in de toemalige cohabitation met de Franstalige liberalen, 'PVV-PLP', dan werd het een specifiek Vlaamse 'Partij voor Vrijheid en Vooruitgang' (PVV). In 1992 koos men voor 'Vlaamse Liberalen en Democraten' (VLD). Deze gang van zaken impliceert al een eerste leuke puzzel voor latere historici, die het niet meemaakten: de term 'Vlaams' kwam niet in de partijnaam toen de partij radicaal vervlaamste (in 1972), maar pas in 1992, toen dat al lang geen punt van discussie meer was. Er is nog iets merkwaardigs. Naar mijn interpretatie grepen er tussen 1972 en 1997 drie aggiornamento's plaats: dat van de vervlaamsing (1972), dat van het radicaal liberalisme (1979/1981), dat van de verruiming en van de nieuwe politieke cultuur (1992). Welnu: tweemaal leidde dat tot een nieuwe naamgeving, één keer niet. Precies niet in de tweede mutatie (die van 1979), hoewel die inhoudelijk het verst reikte en ideologisch naar een van de cruciale kernen van het liberaal verleden teruggreep. Deze paradox suggereert, dunkt me, dat er in 1979-81 een fluwelen revolutie plaats greep, of dat het een schijnbreuk was, die de continuïteit met het verleden enigszins verhulde.
Cynische politologen zullen dit grillig gedragspatroon stellig herleiden tot opportunistisch inspelen op modetrends, tot een vluchtige en oppervlakkige travestie, waarbij telkens een nieuwe generatie jonge liberale Turken een aflossing van de wacht voltrok door zich achtereenvolgens te verkleden in flowerpower hippie in de vroege jaren 70, en in kortgeknipte Wall Street yuppies in de beginjaren tachtig. Jammer, maar het klopt niet. Aan de ideologische wieg van de aggiornamento's stonden overwegend bezadigde staatslieden (Vanderpoorten, Grootjans en De Clercq), toen al met beginnende grijze slapen, maar vooral met een staat van dienst lang genoeg om in 1971-72 een intelligente blauwdruk voor een Vlaamse PVV uit te tekenen, en deze met veel tactisch raffinement nog te realiseren ook, om in 1979 een volgende vernieuwing te inspireren, puttend uit lange vertrouwdheid met de doctrine van Friedman en von Mises en de praxis van Beveridge.
Zijn de meest radicale uitspraken op het Congres van Kortrijk uit 1979 dan niet geuit door de toenmalige liberale jongeren-woordvoerders Verhofstadt en Dewael? Inderdaad. Jongeren zijn vaak nuttige, want niet door puur respect geremde, megafonen voor frisse ideeën. Ze durven vaak zeggen, wat anderen al lang dachten. Ik ben, na 35 jaar doceren aan steeds even jonge studenten, goed geplaatst om me te realiseren hoe zinvol het is naar hen te luisteren om na te gaan of wat je vertelt en wat je onderzoekt nog wel door hen begrepen en, vooral, nog de moeite waard bevonden wordt. Het aggiornamento van 1979 is vertolkt en intellectueel voorbereid door die liberale jongeren. Ze lieten zich niet enkel inspireren door de neo-liberale lectuur van Lepage en von Hayek, maar evenzeer door de zogenaamde 'oudere garde' in de eigen partij. De kern van de centrum-idee van Frans Grootjans en die over het economisch liberalisme van Willy De Clercq, verschilde nauwelijks van het jeugdig geweld van de liberale jongeren. Hun inspiratiebronnen evenmin.
Het siert de liberalen dat ze, meer dan eens trouwens in de afgelopen 25 jaar en meer dan in andere politieke families, in staat geweest zijn zich intern te vernieuwen, in een relatief harmonische interactie tussen generaties, en zonder dat er een 'nacht van de lange messen' (of een nacht van Schmelzer, zou men in Nederland zeggen) bij te pas kwam. De VLD-mutatie van 1992 is nog nadrukkelijker dan die van 1979 het werk van 'jongeren' Verhofstadt en Dewael, maar dan wel jongeren waarvan de strategie inmiddels gerijpt was door verworven ervaring met de praxis van de politieke besluitvorming, en waarbij de ideologie de patine kreeg van een Toscaans landschap, kennelijk nog beter inspirerend tot ideologisch vuurwerk dan de shadowlands van een Oxfordse campus.