W. Prevenier. Vijfentwintig jaar Vlaamse liberalen (3)




Ideologische waaier: rijkdom of ingebouwde zelfvernietiging?

Toen in 1995 Herman De Croo tot partijvoorzitter werd verkozen met 49,4 % der stemmen, met een programma dat, op zijn zachtst gezegd, kritische voetnoten had geplaatst bij diverse facetten van het radicale geweld van de voorafgaande jaren, leek het alsof de jonge VLD wel in twee blokken was uiteengevallen, want medestanders of geestverwanten van de zich toen nog terugtrekkende Verhofstadt hadden toch ook heel wat stemmen gehaald. Het leek zelfs in 1995 alsof de partijleden moesten kiezen, en gekozen hadden tussen twee opties, respectievelijk pro of contra radicalisme.

Indien men de meningsverschillen binnen de Vlaamse liberale familie vóór en na de stichting van de VLD overschouwt, lijkt het inderdaad wel op een wit-zwart verhaal, van of-of, van een aantal dichotomieën, om het eens met een duur woord te formuleren.

Waar zitten de opties? Ik maak gemakshalve, simplifiërend en dus onvoldoende nuancerend, een aantal in de wandelgangen circulerende tegenstellingen. Kan de breeddenkendheid tegenover verruimers die vanuit een niet-liberale achtergrond of andere partijen naar de VLD komen niet groot genoeg zijn, of komt door die inbreng de vrijzinnige component van het liberalisme al te zeer in het gedrang? Is de vrijemarkt nu al vrij genoeg, de staat reeds voldoende ontvet, of leidt het accentueren van het sociaal liberalisme fataal tot het vermaledijde dooreenhaspelen van politiek en corporatistisch ingestelde vakbonden en andere netwerken? Moet onderwijs de hoogste competitiviteit nastreven en een intellectuele elite maximaal ver over de streep trekken, naar Amerikaans en naar Cambridge recept, of moet het in de eerste plaats de half- en de minder-getalenteerden stimuleren, in de optimistische lijn van de Verlichting en van de liberalen der 19de eeuw met cultuur en onderwijs als speerpunt van liberale emancipatie van de massa? Primeert in de houding tegenover vreemdelingen in de samenleving de sociaal-economische logica van het beperken der immigratie, of het tolerante cosmopolitisme in de traditie van de door liberalen uitgedachte mensenrechten?

De aandachtige toehoorder zal de milde ironie niet zijn ontgaan waarmee ik telkens twee opties tegenover elkaar stelde, alsof u voor een van beide moet kiezen, terwijl er toch voor beide stellingen redelijke argumenten aan te voeren zijn. Ik ironiseer echter allerminst over de fundamentele betekenis en de intrinsieke waarde van elk der vermelde ideologische strijdpunten. Eigenlijk bedoel ik dat het misschien niet onverstandig is precies uit elk van de tegenstrijdige thesen de beste ideologische ingrediënten te puren. Bepaald niet om een onduidelijk allegaartje te brouwen. Eclecticisme laat toe twee cruciale karakteristieken te eerbiedigen die het liberalisme zo prachtig kleuren: genuanceerd denken en individuele eigenzinnigheid.


Inhoudstafel - Woord vooraf - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - Bijlage
Free counter and web stats