W. Prevenier. Vijfentwintig jaar Vlaamse liberalen (6)




De opties van morgen

Geen paniek. Ik zal niet aan futurologie doen. Historici kunnen de logica van het verloop van een proces goed uitleggen, nadat het is afgelopen. Toch zijn er twee kwesties die liberale politici vandaag stellig fascineren: 1. Moet de partij participeren of niet aan de eerstvolgende regering, en tegen welke prijs? 2. Haalt de ene, unitaire VLD het jaar 2000?

Een partij heeft de logische behoefte om aan de effectieve machtsuitoefening in een regering te participeren, omdat ze denkt zo haar ideeën maximaal te kunnen realiseren. In de 25 jaren van 1972 tot 1997 hebben de Vlaamse liberalen slechts 10 jaar en negen maanden in de nationale regering gezeten. Verkiezingssucces leidt overigens niet gegarandeerd tot regeringsdeelname. Na de behoorlijke uitslag van 1991 mocht de PVV wel een formateur leveren, maar tot een kabinet met liberalen kwam het niet.

Hoe lukt het dan wel? Overlopen van de voorbije decennia leert dat er strategische en tactische elementen in het spel zijn. Om aanspraak te kunnen maken moet er, op lange termijn, een duidelijke credibiliteit bij het publiek bestaan. De liberalen hebben tot nog toe twee maal een echt significante sprong voorwaarts gemaakt, waarbij kennelijk een belangrijk segment kiezers haar vroegere partij opgaf. Men bereikte tweemaal structureel een nieuwe hoogvlakte, waarop men dan langere tijd bleef zitten. Eerst in 1965, toen de PVV sprong van 11,6 naar 16,6 %: dat was de operatie verruiming naar gelovigen. De tweede maal in 1981, toen met 21,1 (komende van 17,2) de magische 20 %-grens werd doorbroken : dat was gevolg van het antitravaillistische, radicale programma van Kortrijk 1979. Dit bereiken van een hoger platform en de kracht van het signaal hebben in de twee gevallen (zij het in 1965 met lichte vertraging) tot regeringsdeelname geleid. Men mag dus aannemen dat de VLD-verruiming in 1992 hetzelfde effect van regeringsdeelname had kunnen sorteren, indien ze nadrukkelijker impact had gehad op de verkiezingen van mei 1995. De 20,8 % van 1995 lag echter niet boven, maar lichtjes onder het niveau van 1981, en in elk geval was niet het verwachte derde hogere platform gehaald.

Toch moet men zich niet blind staren op die platforms. Er zijn ook regeringsdeelnames geweest zonder voorafgaand spectaculair electoraal succes. Er moet dus een paringsdans bestaan op basis van een andere techniek van verleiding, waarbij de wet der getallen minder sterk is, en vervangen wordt door de overtuigingskracht van goede connecties met sleutelfiguren in andere partijen. Het lijkt me logisch dat die affiniteiten niet plots kunnen geboren worden na de verkiezingen. Ik heb de indruk dat vorige geslaagde casussen berustten op goed en lang bij voorbaat voorbereide contacten, met veel diplomatie en zelfs een dosis handigheid. Een veel moeilijker vraag is of ook de formulering van het partijprogramma zich moet aanpassen om de slaagkansen realistischer te maken? Hoe dogmatisch mag ze zijn, om toch de deur van negotiatie met de ideologische overzijde open te houden? Puristen willen uiteraard pure wijn schenken. Pragmatici denken beter te weten. Misschien is het redelijk te stellen dat het programma radicaal mag zijn, maar slechts zo radicaal dat er een pakket Realpolitik insteekt dat verzoenbaar is met een deel van het platform van ten minste een der andere grote politieke families. Moet een liberale maagd wel 100 % maagd zijn om in het huwelijk te stappen? Of, om een beeld te hanteren dat de actuele voorzitter nog meer zal behagen, kan een 'cavalier seul pur sang' wel een regering vormen?

Haalt de unitaire Vlaams liberale partij de eeuwwisseling, of valt ze uiteen in twee partijen? In de internationale context komen beide formules voor. In Nederland bestaan sinds drie decennia twee liberale partijen, gemakshalve met links en rechts-liberaal aangeduid, D66 en VVD. In Frankrijk eveneens met de MRG en de Giscardisten. In Duitsland zitten de twee stromingen broederlijk binnen de ene FDP. Het heeft die FDP geen windeieren gelegd: sinds Wereldoorlog II zijn ze bijna continu in de regering, beurtelings in coalitie met de christelijke en de socialistische partij, wat precies mogelijk is door haar interne pluralistische samenstelling. In Frankrijk hadden de links-liberalen enkel in 'linkse' regeringen ministers, de rechts-liberalen enkel in coalities met Gaullisten. In Nederland zijn alle combinaties al voorgekomen, en zitten de twee liberale zusters nu zelfs samen in een paarse coalitie. De eenheid van de liberale partij in Vlaanderen is niet in gevaar zolang een groot deel van de liberale parlementairen en kiezers zich terugvinden in het globaal partijprogramma, zolang dit programma de fundamentele facetten van de liberale traditie, die daarnet in mijn terugblik aan de orde waren, maar respecteert.


Inhoudstafel - Woord vooraf - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - Bijlage


Free counter and web stats