www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES VAN 26-27 JULI 1919
Beslissingen gestemd door de Vergadering


De ekonomische en sociale Kwestie

      Het Liberaal Kongres, de levensnoodzakelijkheid getuigende van het volgen, naar een eenheidsplan, van een positieve politiek van inrichting en nationale uitbreiding.
      Overtuigd dat het spoedig herstel van het land onafscheidbaar is van de grondbeginselen der handelsvrijheid en slechts kan bevoordeeligd worden door de opvattingen van een sociale produktiviteit,       Drukt den wensch uit methodisch en trapsgewijze de volgende grondbeginselen te zien toepassen:
      1. De inrichting en het vergrooten van de algemeene voortbrengst om een maximum voortbrengselen tegen een minimum inkomprijs te bekomen en alzoo aan ieder het grootste welzijn te verzekeren;
      2. De ontwikkeling, de volmaking en de kosteloosheid voor alle graden van het algemeen en technisch onderwijs, door benuttiging van den vrijen tijd der arbeiders om hun beroepswetenschap te vergrooten en hun voortbrengstbekwaamheid te vermeerderen;
      3. De beperking van den werktijd in betrekking gebracht met de algemeene verbruikingsbehoeften en het algemeen werkaanbod, ten einde de onwillekeurige werkeloosheid op het minimum te brengen;
      4. De erkenning van het recht op het bestaan met al wat het omvat aan waardigheid, veiligheid en welzijn.
      5. De instelling van een minimumloon en een maximumwerktijd, vereenigbaar met de behoeften van onzen uitvoer, derwijze dat aan ieder voeding, kleeding, woonst, bescherming en vrije tijd verzekerd worde in evenredigheid met zijn sociale voortbrengstwaarde;
      6. De vergoeding aan werk en aan kapitaal, beide de onvermijdelijke wet van vraag en aanbod ondergaande. Een durende en blijvende vooruitgang is slechts mogelijk indien de ondernemingen vermenigvuldigd en sociale voorwaarden geschapen worden welke nuttig zijn aan hun uitbreiding door de produktiviteit te vermeerderen;
      7. Het etatisme leidt onvermijdelijk tot een groot verlies van ekonomische krachten en voortbrengselen. Bij gevolg moet elk stelsel dat streeft om de gansche nijverheid te doen afhangen van den Staat, volstrekt afgeweerd worden. Een organisatie, die aan Staat, Provincie en Gemeenten toelaat financieel belang te stelling in ekonomische ondernemingen, kan overwogen worden, indien zij het industriŽele karakter en de bestuursautonomie eerbiedigt, daar de deelneming van den Staat in de verdeeling van de winsten, in dit geval ten bate moet komen van de algemeenheid.
      8. Het huidige fiskale stelsel moet hervormd worden en gegrondvest namelijk op de meer uitgebreide belasting op de nalatenschap en op de belasting op het inkomen;
      9. De vrijhandel, de maatregelen strekkende naar een begunstiging der internationale handelsbetrekkingen (eenmaking der stelsels van maten en gewichten, munten, handelswetgevingen, gebruik van een algemeen gemaakte hulptaal), de afschaffing van elke hinderpaal tegen het vrije verkeer der voortbrengselen en tegen de uitbreiding der ekonomische betrekkingen tusschen de volkeren;
      10. De zoo volmaakt mogelijke veralgemeening van het systeem der checkrekeningen en der kamers van afrekening en der andere praktische maatregelen voorgesteld door het comptabilisme, moet voor doel en uitwerksel hebben het muntverkeer tot het minimum te beperken, en op die wijze het handelsverkeer te vergemakkelijken en te regelen.
      11. De integrale toepassing van deze princiepen moet voor doel en uitwerksel hebben een maatschappelijke staat te benaderen, waarin de gelijkheid van het vertrekpunt verwezenlijkt zou zijn voor alle eenlingen.
      Het Kongres,
      Beschouwend in hun algemeene lijnen de middelen van praktische toepassing, drukt den wensch uit:
a) de vakvereeniging te zien uitbreiden, overeenkomstig de huidige noodwendigheden van het ekonomisch leven, zoowel voor die welke werken als voor die welke werk verschaffen; te verwezenlijken in orde en vrede de samenwerking van alle krachten en het maximum van sociaal recht; de zuivere vakvereeniging, die een ideaal vormt; de stichting van liberale syndikaten te bevoordeeligen, gezien de syndikale beweging een politiek houding aanneemt; door alle wettelijke middelen te beschermen de persoonlijke vrijheid ten zelfden titel als de vrijheid van vereeniging;
b) de sociale voorzorg van den loontrekkenden weder in te richten tegen alle bijzondere risico (werkongevallen, beroepsziekten, onwillekeurige werkloosheid en invaliditeit) door de medewerking van den staat, den werkgever en den loontrekker zelve met toepassing van het princiep der autonome mutualiteit beheerd door al de belanghebbenden; c) de handelende tusschenkomst van den staat zich te zien openbaren ten voordeele van den middenstand; d) een politiek van ekonomische en sociale hygiene te zien aanprijzen met het oog op de verhooging en de verbetering der algemeene levensvoorwaarden.

Middenstand
      Het Liberaal Kongres, zijn wil bevestigende al zijn krachten te wijden aan de heropbeuring en den voorspoed van den middenstand die door den oorlog zoo zwaar beproefd werd. Besluit op het partijprogramma de volgende punten te schrijven voor wat deze kwestie aangaat:

      1. Inrichting van het krediet aan de kleine handeldrijvende en nijverheiduitoefenende burgerij door het stichten van een Nationaal Kredietinstituut en de werking van groepeeringen (samenwerkende of onderlinge kredietvereenigenen, enz.) ten einde aan de belanghebbenden, mits waarborgen van stoffelijken en zedelijken aard, fondsvoorschotten aan zeer geringen intrest te verstrekken (voorstel Pťcher en medestanders). Het beheer van het Nationaal Instituut moet autonoom zijn en toevertrouwd aan afgevaardigden van den middenstand voor het meerendeel gekozen onder de beheerders der plaatselijke groepeeringen. Maatregelen die den middenstand in 't algemeen en de intellektueele loontrekkenden van nederigen stand in 't bijzonder, de kredietverwerving vergemakkelijken;
      2. Het stemmen van een wet die toelaat de in pand geving van het handelsfonds en de overdracht der fakturen, ten einde, in 't belang der kleinhandelaars en kleinnijveraars de waarborgen uit te breiden die als basis kunnen dienen van het krediet (wetsvoorstel Franck en medestanders);
      3. Vermindering van de gerechtskosten en vereenvoudiging van de rechtspleging in de processen voor inning der fakturen;
      4. Herziening van de wet op de patenten, ontlasting van kleinhandelaars en kleinnijveraars. Afschaffing van het patentrecht voor handelsbedienden en handelsreizigers;
      5. Herziening der huishuurwet in den zin van een billijke geldelijke tusschenkomst vanwege den Staat ten voordeele der kleineigenaars, die door het uitwerksel der wet, geheel of gedeeltelijk van hun huishuur beroofd zijn;
      6. Wettelijke tusschenkomst ten voordeele der kleinhandelaars en kleinnijveraars wier vermogen belast is met de opgestapelde moratorische intresten der oorlogsperiode;
      7. Aanmoedigingsmaatregelen tot stichting en ontwikkeling van samenwerkende vennootschappen voor aankoop van grondstoffen; leerlingschap van sekretariaten, van syndikaten, van benoodigdheden, van technische vervolmakingskursussen en van beroepsboekerijen te bevoordeeligen;
      8. Aanneming van een wet op het ambtskontrakt ten einde op billijke wijze de verhoudingen tusschen bazen en bedienden te regelen;
      9. Inrichting van het toezicht op de handelskantoren in het opzicht van de hygiene;
      10. Uitbreiding tot de handelsbedienden van de wettelijke en bestuurlijke voordeelen toegestaan aan de werklieden: verzekering tegen ziekte, invaliditeit, ouderdom, opneming in het voordeel der wet op de goedkoope woningen. Onvatbaarheid voor beslag der geringe wedden. Uitbreiding tot de bedienen van nederigen stand der voorrechten toegestaan aan de werklieden op fiskaal gebied, in zake spoorwegtarieven, enz.;
      11. Wijziging van de wet op de kleine erfenissen, noodzakelijk gemaakt door de levensduurte;
      12. Maatregelen strekkende aan de handelsbedienden de syndikale vrijheid te waarborgen;
      13. Deelneming van de bedienden in de winsten van vergunningsmaatschappijen of vergunningsondernemingen van den staat of onder dezes toezicht gesteld;
      14. Uitbreiding van het vakonderwijs, zoowel wat de vakbekwaamheid als de boekhouding betreft.

      Het Kongres drukt tevens den wensch uit in den schoot der partij een Bestendigen Raad van den middenstand tot stand zien te komen, belast met het bestudeeren en aanprijzen van alle oplossingen die den toestand van de kleine burgerij kunnen verbeteren.

De Kwestie der Binnenlandsche Politiek
      Aangezien zekere personaliteiten van de parlementaire rechterzijde besloten schijnen in den loop van den huidigen zittijd een gemeentekieswet te doen stemmen die het kiesrecht aan de vrouwen toekent;
      Aangezien die onderneming klaarblijkelijk een ware partijaanslag zou daarstellen zonder mogelijke rechtvaardiging en aan denwelke een zeer krachtigen weerstand moet geboden worden; dat de huidige Kamers slechts een onzekere macht bezitten die zij enkel mogen gebruiken om de wetten te stemmen die onontbeerlijk zijn voor 's lands herstel; dat het ondenkbaar is dat aan den vooravond van hun uiteengaan en van de noodzakelijke verkiezing zij een wet zouden stemmen die slechts toepasselijk zijn zal na de vergadering der Constituante en die een zoo belangrijke hervorming wettigt als die van het vrouwenkiesrecht over dewelke, ten andere, het kiezerskorps nooit uitspraak heeft gedaan;

      Het Liberaal Kongres
      Rekent op de standvastigheid zijner leden van den Senaat en van de Kamer om met de grootste kracht te weerstaan aan het aan 't licht gebracht manoeuver waarvan het welgelukken de politieke wapenstilstand der partijen zou doen ophouden, die onontbeerlijk is voor 's lands herstel.
      Aangezien de liberale partij, zonder vijandig te zijn aan de toegankelijkheid der vrouw aan het politiek leven, nochtans van meening is dat men trapsgewijze zal moeten te werk gaan en vooreerst de vrouw voorbereiden tot de uitoefening van de functie van kiezer, voor dewelke zij tot nog toe in BelgiŽ geen geneigdheid heeft getoond; men moet beginnen met haar burgerlijke ontvoogding te verzekeren en haar nauwer te doen deelen in de bezorgdheden van het openbaar en bestuurlijk leven vooraleer haar, in feite, het bestuur af te staan van een land zooals BelgiŽ waar de vrouwelijke bevolking in de meerderheid is!

      Het Liberaal Kongres
      Neemt het besluit de burgerlijke en politieke ontvoogding der vrouw door alle middelen aan te moedigen.
      Drukt den wensch uit dat de vrouwen zoo spoedig mogelijk geroepen worden tot de uitoefening der bestuurlijke en burgerlijke functies die haar tot nog toe gesloten waren; besluit ze op te nemen in al de vereenigingen, kringen en bonden die zich beroepen op de liberale partij.

De geteisterde streken
      Gezien de geteisterden zich tegenwoordig in een volledige onbeslistheid bevinden wat betreft den heropbouw van hun woonsten en het gebruik hunner eigendommen.
      Drukt het Kongres den volgenden wensch uit:

      1. Dat de openbare machten zoo spoedig mogelijk geroepen worden deze dringende kwestie op te lossen:
a) door den wederopbouw der werkmanshuizen;
b) door het nemen van maatregelen om den trek van het handwerk en de verplaatsing van werkkrachten naar het buitenland te vermijden;
      2. Dat de bons, afgeleverd door de rechtbanken van oorlogsschade ter betaling door den Staat aangenomen worden;
      3. Dat er rekening gehouden worde, bij de toepassing van het patentrecht ten laste der landbouwers, met den bijzonderen toestand waarin zij verkeerden gedurende den oorlog in het etappengebied;
      4. Dat er door den Staat aan de cooperatieven der geteisterden een onpartijdig karakter en een driepartijdig bestuur gegeven worde gelijkaardig aan dit van het Nationaal Steun- en Voedingskomiteit.

De Schoolkwestie
      Het Kongres
      Het traditioneel programma van het liberalisme bekrachtigd, roept het princiep uit van het openbaar, onzijdig, leek en verplicht onderwijs;
      Ziet de noodzakelijkheid in de schoolwet van 1914 te hervormen, o.m. wat betreft het onderwijs in de openbare school van een zedenleer gevestigd op de rede en op het geweten;
      Drukt zijn wil uit geen afbreuk te doen noch aan de vrijheid van onderwijs noch aan de gewetensvrijheid door de Grondwet verklaard.

De militaire kwestie
      De afdeeling der militaire kwestie heeft de volgende punten aangenomen:
      1. Diensttijdvermindering voor zoover die vereenigbaar is met de militaire vereischten;
      2. Rationeele voorbereiding der jongelingen tot den militairen dienstplicht door het inrichten van vereenigingen voor lichamelijke voorbereiding of door het aanmoedigen van die vereenigingen;
      3. Nationale en algemeene indeeling;
      4. Vrijstelling beperkt tot de lichamelijke oorzaken;
      5. Verbetering van den toestand der officieren en onderofficieren;
      6. Volledige kosteloosheid der militaire studiŽn;
      7. Inrichting van reservekaders;
      8. Wederinrichting van het stelsel der pensioenen aan weduwen en weezen;
      9. Afschaffing van de bruidschatverplichting;
      10. Volledige hervorming van het krijgsgerecht;
      11. Regeling, op billijke en rechtvaardige wijze, van de heilige belangen der strijders.


top