www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES
van 16, 17 en 18 october 1920



I. ALGEMEENE POLITIEK

      Elke deelname van de mandatarissen der liberale Partij aan een drieledige regeering moet afhankelijk gemaakt zijn van de volgende voorwaarden:

I. Allťťn moeten in aanmerking genomen worden:
1. De noodzakelijkheid, het bestuur van elk departement toe te vertrouwen aan een titularis die de noodige bekwaamheden bezit;
2. De noodzakelijkheid aan de partijen, die ten gelijken titel hunne verantwoordelijkheid verpanden, een overeenkomstig aandeel van wezenlijke autoriteit te verzekeren, inzonderheid in het binnenlandsch bestuur.

II. In zake onderwijs, moet de titel van minister van Openbaar Onderwijs worden heringesteld. De Minister moet een beslist verdediger van de openbare wereldlijke en onzijdige school zijn. Een kursus van burgerlijke en moreele opvoeding moet in de officieele scholen worden ingesteld. De bestuurlijke maatregelen die de vrijheid der ouders krenken, voor wat betreft het bijwonen van den kursus van godsdienst door hunne kinderen, moeten ingetrokken worden. Een nadrukkelijk voorbehoud moet, in liberaal opzicht, gemaakt en aanvaard worden voor wat de latere inrichting van het openbaar onderwijs betreft, den dag dat er een eind zal komen aan de samenwerking welke door de uitzonderlijke ernstige omstandigheden van het oogenblik aan de partijen wordt opgelegd. In afwachting moet de politiek van het ministerie georienteerd worden in de richting van de ontwikkeling en de verbetering in al de graden, van een algemeen technisch vakonderricht, in het bereik van allen en beantwoordend aan de vereischten van het nationaal herstel.

III. In zake nationale verdediging moet de regeering de samenstelling van een sterk, talrijk en uitstekend leger nastreven, tevens den diensttijd beperkend tot het strikte minimum, noodig om troep en kaders in den wapenhandel te bekwamen en de nationale onafhankelijk te vrijwaren.

IV. Geen enkele aanslag mag gepleegd worden op de nationale eenheid. Voor het overige heeft het Congres verwezen naar de besluiten van de taalcommissie.

V. De geldelijke toestand moet vůůr alles verbeterd worden door het nastreven eener strenge spaarzaamheid in de uitgaven en de krachtdadige en spoedige toepassing der belastingswetten, welke thans van kracht zijn. De nieuwe hulpbronnen moeten derwijze gemaakt worden, dat zij niet onrechtvaardig drukken op zekere maatschappelijke categoriŽn en dat zij eene billijke en stijgende verhouding daarstellen, tusschen de inkomsten van den belastingplichtige en de lasten die hij zal te dragen hebben.

VI. De economische tucht, noodig om te voorzien in de behoeften van het overgangstijdperk, moet beperkt worden tot het minimum van noodzakelijken dwang, en de politiek van overgang moet derwijze worden georienteerd, dat binnen den kortst mogelijken tijd, den heilzamen terugkeer naar het vrij spel van den persoonlijken ondernemingszin zal verzekerd zijn, zullende de rol van den Staat zijn, de initiatieven te leiden ze te coordineeren en aan te moedigen door het in 't leven roepen van voorwaarden die hun ontwikkeling het meest begunstigen.

VII. De maatschappelijke politiek moet omvatten: het schrappen van artikel 310 van het strafwetboek; de doelmatige bescherming van de syndikale vrijheid en van de persoonlijke vrijheid; de instelling van het rechterlijk regiem, toepasselijk op de collectieve arbeidsovereenkomsten; de organisatie, ten behoeve van de kleine burgerij, van de samenwerking en van het crediet; de ontwikkeling der wetten van sociale bescherming en voorzorg en hun uitbreiding op de geestesarbeiders.

VIII. Het stoffelijke herstel van het land, het herstel van oorlogsschade, de vergoeding aan de militaire en burgerlijke slachtoffers van den oorlog moet zoodra mogelijk worden bewerkstelligd; er zal moeten over gewaakt worden dat de opofferingen welke de Natie zich met dit doel getroost, geen aanleiding kunnen zijn tot begunstiging of partijdigheid.

IX. Alle benoemingen moeten gebeuren zonder dat er rekening worde gehouden van de politieke, wijsgeerige of godsdienstige overtuigen der kandidaten.

X. Behoudens eensgezindheid der contracteerende partijen moeten alle kwesties die niet nadrukkelijk voorzien zijn in de verklaring welke als grondslag zal dienen voor de samenstelling van het ministerie, formeel voorbehouden blijven; de oplossing zal verschoven worden tot na de raadpleging van het land, hetzij door vernieuwing der Kamers, hetzij door referendum.

XI. Welke ook de ministerieele formule zij die aangenomen wordt, zal de regeering voor plicht hebben op krachtdadige wijze het werk van herziening voort te zetten en in de mate van het mogelijke het tijdstip te bespoedigen waarop Ė het werk der Constituante voltooid Ė het land zal geraadpleegd worden.

XII. De allianties moeten behouden blijven en ontwikkeld worden en de algeheele uitvoering van het Tractaat van Versailles moet worden nagestreefd.


II. DE ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE VRAAGSTUKKEN


Het liberaal Congres,
      De grondbeginselen bevestigend opgesomd in zijne dagorde van 27 Juli 1919;
      Nogmaals zijn ideaal van vrijheid en van maatschappelijken vooruitgang, door de individueele ontvoogding en de nauwe samenwerking van al de krachten der natie, verkondigd;
      Vast besloten eene politiek van democratische aktie na te streven, strekkende om, door de gemeenschappelijke krachtinspanning van allen, het maximum van stoffelijke en zedelijke onafhankelijkheid, van welzijn en van rechtvaardigheid, aan elk der leden van de collectiviteit te verzekeren.
      Overtuigd dat de heropbeuring en de economische uitbreiding van het Land slechts kunnen verzekerd worden, door de snelle ontwikkeling der initiatieven, bekwaamd en georganiseerd, ten einde 's Lands voortbrengst te doen aangroeien en ontdaan van elken statistischen kluister door een geleidelijken terugkeer naar den vrijhandel en de handelsnijverheid;
      Omlijnt als volgt de algemeene richting die aan deze politiek moet gegeven worden en de hervormingen die zullen moeten worden nagestreefd:

      I. Op maatschappelijk gebied:

      1. De vrijheid moet gewaarborgd worden, niet alleen op wijsgeerig, politiek of burgerlijk gebied, doch ook op het maatschappelijk. Om ze te verwezenlijken moet de wet trachten een einde te stellen aan den staat van inorganisatie welke thans de betrekkingen tusschen het Kapitaal en den Arbeid kenschetst en een staat van recht in de plaats te stellen
      Het is dus noodig een juridisch kader in te stellen, volgens hetwelk de vakgroepeeringen van werkgevers en werknemers zich zullen kunnen vormen, en de collectieve arbeidsovereenkomsten zullen kunnen afgesloten worden, een rechtskader dat de rechten en verplichtingen van elk der partijen zal bepalen.
      Dit wettelijk statuut moet aan het syndikaat gansch de onafhankelijkheid van optreden verleenen, noodig voor zijne ontwikkeling; doch anderzijds zal het strafbepalingen bevatten, ten einde de mogelijke misbruiken of de aanslagen op de rechten van derden of van de gemeenschap in te toomen.
      Het gemeenschappelijk contract zal de straffen bepalen welke zullen worden toegepast als een der beide partijen te kort zal gekomen zijn aan zijn verplichtingen. Een scheidsgerecht zal daarover uitspraak doen.
      De liberale Partij verklaart de afschaffing van artikel 310 nauw te verbinden aan de stemming van een wet die de syndikale vrijheid en de persoonlijke vrijheid van al de arbeiders volledig op gelijkwaardige wijze zal waarborgen. Zij roept de noodzakelijkheid uit van een wetgeving die, met het doel de conflicten langs vredelievenden weg op te lossen en elke onderbreking van eenigen duur van den arbeid te vermijden, de verzoening vergemakkelijken en, in voorkomend geval, het scheidsgerecht oplegt. Zij zal elken maatregel verdedigen die de betrekkingen tusschen Kapitaal en Arbeid verbetert of de solidariteit die tusschen beiden bestaat bevestigt, inzonderheid het facultief toepassen van de deelname in de winsten en het arbeidsaktionnariaat.
      Zij is van meening dat het behoort zoo spoedig mogelijk aan de ambtenaren en bedienden der openbare diensten een statuut te verleenen dat hunne rechten en de verdediging hunner gewettigde belangen voor een onpartijdige rechtspleging instelt Ė zullende dit beroep voor hen de rechtmatige waarborg zijn welke zij niet kunnen vinden in de uitoefening van hun stakingsrecht;

      2. De vrijheid op maatschappelijk gebied is onafscheidbaar van een minimum van veiligheid, waardigheid en welzijn. Bijgevolg is het Congres van meening dat het spoedeischend is, een volledig samenstel van wetten aan te nemen, welke de maatschappelijke verzekering tegen ziekte, invaliditeit, ouderdom, vroegtijdig overlijden, werkeloosheid en arbeidsongevallen instelt, op basis van een minimum van verplichting, van medewerking der belanghebbenden in het bestuur der organen van verzekering en mits de geldelijke medewerking der openbare besturen, der bedrijfshoofden en der verzekerden zelf.
      Een volstrekte veiligheid moet verwezenlijkt worden door de eerbiediging der actuarieele regelen en het recht van beroep der verzekerden moet volledig gewaarborgd worden.
      De organen van verzekering moeten de aanvaarding der verzekerden niet kunnen afhankelijk maken van voorwaarden die de gewetensvrijheid aan banden leggen;

      3. Het Congres vraagt dat er spoedig verholpen worde aan de scherpte van den woningnood, door het nemen van krachtdadige schikkingen, ten einde de weinig bemiddelde medeburgers in de gelegenheid te stellen, goedkoop een woning te bouwen of te koopen.
      In de huidige omstandigheden behoort het aan de openbare besturen rechtstreeks tusschen te komen in den aanbouw, ten einde in de ontoereikendheid van het bijzonder initiatief te voorzien;

      4. Het technisch wereldlijk onderricht moet ontwikkeld worden, verbeterd en kosteloos toegankelijk voor allen, zullende de wetgever de verplichting ervan kunnen bevelen. Het is dus noodig normaalscholen te stichten voor de vorming van het personeel met dit onderwijs gelast;

      5. De middenstand heeft recht op de bijzondere bezorgdheid van den wetgever; 's Lands belang is nauw verbonden aan hunnen voorspoed: het crediet aan den kleinhandel moet worden ingericht op zelfstandige wijze en met den steun van de gemeenschap. Machtige aanmoedigingen zullen verleend worden aan de samenwerkende vereenigingen van aankoop, fabricatie of verkoop;

      6. Al de schikkingen die den arbeid of de vrijheid der handenarbeiders beschermen, zullen uitgebreid worden op de geestesarbeiders, benevens het voordeel van de wet op het stuk der maatschappelijke verzekering en het toekennen der stoffelijke voordeelen die aan de arbeiders worden gegeven;

      7. De bescherming van de openbare gezondheid zal verzekerd worden door een samenhangende aktie, welke systematisch zal toegepast worden bij den strijd tegen de sociale ziekten en bij het verbeteren der algemeene levensvoorwaarden;

      8. Eene bijzondere wetgeving zal de misbruiken van den huisarbeid doen verdwijnen.

      II. Op economisch gebied:

      1. Het Congres is de meening toegedaan dat het hooger belang van de natie beveelt, elken maatregel en elke methode die strekt tot het aanmoedigen van den arbeid en het verhoogen van de productie tot het maximum, te begunstigen, terwijl terzelfder tijd het lot van den arbeider zal worden verbeterd;

      2. Die intensieve verhooging van de voortbrengst, het eenige doeltreffende middel om de levensduurte te bestrijden, moet hoofdzakelijk nagestreefd worden door de aangespoorde en gecoordineerde aktie van het individueel initiatief, dat men vrij zal moeten laten tot uiting komen, zonder kwellende reglementatie en zonder dwang, zullen de rol der openbare besturen zich bepalen bij het in het leven roepen van voorwaarden die deze ontwikkeling begunstigen.
      Het Congres vraagt dat van het etatisme worde afgezien, overal waar de omstandigheden het zullen toelaten; het vraagt de verdwijning van het willekeurig stelsel van vergunningen en het geleidelijk herstel van de vrijheid op handels- en nijverheidsgebied. Het vraagt dat tevens krachtdadige maatregelen genomen worden tegen de woekeraars en de hamsteraars;

      3. Het is noodig de autonomie van het bestuur der nijverheidsondernemingen onaangetast te laten, aangezien elke beperking, elke onder voogdij- of onder controolstelling, noodzakelijkerwijze het lot der ondernemingen, waarop zij zouden toegepast worden, in gevaar zouden brengen. Wordt deze autonomie geŽerbiedigd, dan zal elk systeem dat zal mogelijk maken het personeel te doen deelachtig zijn in de nijverheidswinsten, als een factor van productie-verhooging en toenadering tusschen allen die eraan medewerken, kunnen beschouwd worden;

      4. De partijgeest moet buiten de uitbating der openbare diensten gehouden worden; deze laatsten moeten beheerd worden met het eenigste doel het nationaal voortbrengstvermogen te verhoogen en ten volle aan hun doel van algemeen nut te beantwoorden.
      De politiek der vervoermiddelen moet zich de methoden in de nijverheid gevolgd ten nutte maken en zich laten leiden door een practisch inzicht; zij zal beheerscht worden door het beginsel van overeenstemming van belang tusschen al de bestaande vervoermiddelen; zij zal trachten tusschen hen de nauwste banden te leggen. De uitgaven voor het aanleggen en uitbaten van wegen, kanalen en spoorwegen, moeten niet noodzakelijk gedekt worden door rechtstreeksche tollen; maar deze moeten het tegenwicht vormen van den steun aan de nijverheid en den handel verleend, alsmede van het doen-in-waarde-stijgen der streken welke zij doorsnijden. Het Congres drukt erop, dat een nieuwe stoot zal moeten worden gegeven aan de ontwikkeling van ons net van kanalen, met het oog op het openen van een snelle en gemakkelijke verbinding tusschen het kolenbekken van de Kempen, de gekanaliseerde Maas en Samber, de Brabantsche kanalen, de Boven-Schelde en de haven van Antwerpen. De uitbreiding en de uitrusting der haveninstellingen van Antwerpen moet spoedig voltrokken worden, ten einde onze metropool in de gelegenheid te stellen de groote rol in de wereld te vervullen, welke hare ligging haar voorbehoud;

      5. Eindelijk zal het noodig zijn dat breede banen geopend worden voor onze handelsuitbreiding; dat te dien einde de noodige aanmoedigingen aan onze koopvaardijvloot worden gegeven, en dat het crediet op lang termijn, onmisbaar voor den exporthandel, georganiseerd worde op gunstige grondslagen; dat onze economische vertegenwoordiging in het buitenland met zorg gekozen en volledigd worde; eindelijk dat onze tolpolitiek zich richte naar het princiep van den vrijhandel, hetwelk overigens steeds het levenswekkend element van onze economische vlucht was;

      6. Het Congres beveelt eindelijk een financieele politiek aan die het evenwicht in de begrooting verzekert door het stemmen van toereikende en gemakkelijk te innen lasten, alsmede door het nastreven van de grootst mogelijke spaarzaamheid in het bestuur der openbare diensten; een politiek die in de gelegenheid zal stellen af te zien van de uitgifte van papiergeld om de uitgaven te bestrijden; die het geleidelijk verminderen van den omloop van papiergeld zal mogelijk maken, en die krachtdadig de betaling eischen van onze verschillende schuldvorderingen op Duitschland.
      Het Congres, vast besloten elke andere bezorgdheid ondergeschikt te maken aan de plichten welke het werk van Nationaal Herstel oplegt, drukt den wensch uit dat een politiek zal gevolgd worden, geleid door de grondbeginselen hierboven omschreven, overtuigd dat zij voor het Land een nieuwen tijd van grootheid en voorspoed zal inluiden.


DE LIBERALE MAATSCHAPPELIJKE BEWEGING

      Het liberaal Congres,
      Overtuigd dat het spoedeischend is de liberale maatschappelijke werken te ontwikkelen en allen die er hun verkleefde medewerking aan verleenen gelukwenschend;
      Betuigt aan de liberale syndicalistische en mutualistische beweging zijn sympathie en beslist er zijn algeheelen steun aan te verleenen.


BESTENDIGE COMMISSIE DER ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE VRAAGSTUKKEN

      Het Congres,
      Overwegende dat het nuttig is, op onafgebroken wijze het onderzoek der maatschappelijke en economische vraagstukken voort te zetten;
      Beslist dat er bestendige studieafdeelingen zullen ingesteld worden, werkende onder de leiding van den Nationalen Raad.


III. DE VROUWENKWESTIE


      Het Congres,
      Stelt met groote voldoening vast, dat de liberale Partij, door de vrouwen te noodigen eene vrouwenafdeeling te vormen in den schoot van het Congres, van meening is, dat de samenwerking van de mannen en de vrouwen die haar ideaal aankleven, noodzakelijk is om het maximum van ontwikkeling harer politieke en maatschappelijke actie te verwezenlijken;
      Verklaart dat de opbeuring van den stand der vrouw slechts kan geschieden door de geleidelijke verwezenlijking der hervormingen welke van aard zijn om haar eene plaats in de samenleving te geven, die beter in verhouding is met de waardigheid van haar rol in het maatschappelijke en familieleven;
      Beveelt, als practisch en overgankelijk middel aan, dat liberale vrouwenorganisaties in gansch het land worden gevormd, hetzij als zelfstandige organismen, hetzij als afdeelingen der bestaande politieke vereenigingen, met het recht voor hare leden deel te nemen aan de polls ingericht met het doel de kandidaten aan te duiden voor de gemeenteverkiezingen, en zich te doen vertegenwoordigen in den schoot der comiteiten en der vereenigingen van de partij;
      Stelt voor dat deze vereenigingen of afdeelingen zich hoofdzakelijk zullen bezig houden met de kwesties die de vrouw rechtstreeks aanbelangen, zooals de hervorming van de weldadigheid, de bescherming van het moederschap, van het kind, van de openbare gezondheid, van de openbare zedelijkheid, van den vrouwenarbeid, van het onderwijs in al de graden;
      1. Drukt een wensch uit ten gunste van de herziening der burgerlijke wetten, die de vrouw in een staat van ondergeschiktheid houden welke niet te rechtvaardigen is.
      2. Verzoekt de liberale linkerzijde, gebeurlijk het noodige initiatief te betoonen;
      3. Stelt voor dat deze besprekingen niet zullen beschouwd worden als gesloten, doch dat zij zullen voortgezet worden, in overleg met de bestendige Commissie van den Nationalen Raad, ten einde weldra een plan van liberale vrouwenpropaganda te kunnen gereed maken, in den geest en overeenkomstig de inzichten van het liberalisme.


IV. DE TAALKWESTIE


      Het Congres,
      1. Beaamt plechtig den wil der liberale Partij, de taalkwestie op te lossen, met behoud van des Lands eenheid;
      2. Het veroordeelt elken maatregel strekkend om de tweetaligheid in het waalsche gedeelte van het land in te voeren;
      3. Het erkent aan de Vlamingen, in het vlaamsche gedeelte des lands, het recht onderwezen, gevonnisd en bestuurd te worden in hunne taal;
      4. Het is van meening dat er aanleiding toe bestaat voldoening te geven Ė zonder te schaden aan het algemeen belang Ė aan de desiderata der taal-minderheden, bestaande in het vlaamsche gedeelte des lands;
      5. Het verklaart dat de Brusselsche omgeving, gezien haar tweetalig karakter, onderworpen moet zijn aan een bijzonder regiem;
      6. Het stelt de inrichting voor, in het vlaamsche gedeelte des lands en in de Brusselsche omgeving, met bekendmaking van den uitslag per gemeente, van een volksraadpleging of een voorafgaandelijk referendum, ten einde het volk, opperste rechter, in de gelegenheid te stellen zijn meening te doen kennen over de aan te nemen wetgeving in taalzaken.


V. HET VRAAGSTUK VAN HET ONDERWIJS


      1. Behoud en ontwikkeling van een openbaar onderwijs, gegeven op kosten van den Staat, toegankelijk voor al de kinderen en zich onthoudend van elken aanval op de godsdienstige of politieke overtuiging der familiŽn. Eerbiediging van de vrijheid van onderwijs, gewaarborgd door de Grondwet;
      2. Herinstelling van den titel van Minister van Openbaar Onderwijs (waarbij men kan voegen: van Wetenschappen en Kunsten);
      3. Samentrekking, onder het bestuur van den Minister van Openbaar Onderwijs, van al de diensten welke zich bezig houden met onderwijs en thans aan andere departementen zijn gehecht (inzonderheid, de nijverheids- en beroepsscholen);
      4. Algemeene hervorming van het studieprogramma ten einde het beter in overeenstemming te brengen met de huidige en latere noodwendigheden;
      5. Instelling van een Raad van het Openbaar Onderwijs, samengesteld uit afgevaardigden gekozen door het onderwijzend personeel;
      6. Uitbreiding en algemeen-making van de burgeropvoeding in al de graden van het onderricht; ontwikkeling der noodzakelijke lichamelijke geschiktheden en der zedelijke hoedanigheden, ten einde de militaire opleiding der jonge lieden te vergemakkelijken Ė opleiding die uitsluitend aan het leger moet voorbehouden blijven;
      7. Het nemen van maatregelen, van aard om den stoffelijken en zedelijken toestand van het onderwijzend personeel in al de graden te verbeteren;
      8. Gelijkheid der jaarwedden voor de leden van het onderwijzend personeel der beide geslachten;
      9. Instelling, in de openbare scholen, van een burger- en zedelijk onderwijs, onafhankelijk van den cursus van godsdienst en door den onderwijzer gegeven aan al de leerlingen, zonder onderscheid, zoo onder vorm van gelegenheidslessen als van methodische gesprekken, buiten elken geest van dogmatische of anti-dogmatische bekeringszucht;
      10.Volstrekte eerbiediging van de vrijheid der ouders, voor wat het bijwonen door hunne kinderen der cursussen van godsdienst betreft en intrekking van alle onwettelijke maatregelen die deze vrijheid willen fnuiken;
      11. Kosteloosheid der school, in de graden, ten einde het grondsbeginsel van de gelijkheid van het vertrekpunt te verwezenlijken. Ten minste genomen, uitbreiding der maatregelen van aard om den toegang der kinderen van den arbeids- of den middenstand tot de middelbare en hoogere studiŽn te vergemakkelijken (het verleenen van studiebeurzen, het ontslaan van het betalen van schoolgeld, het kosteloos ter beschikking stellen of ten geschenke geven van boeken en schoolbehoeften, enz);
      12. Benoeming van vrouwen in de besturende bureelen en de schoolcomiteiten der meisjesscholen.

SCHIKKINGEN

A Ė Lager onderwijs

      1. Strikte toepassing van de bepalingen der wet van 19 Mei 1914, betrekkelijk:
      a) Den leerplicht;
      b) Het onderricht van den vierden graad: desgebeurlijk intercommunaal;
      c) Het onderwijs aan de achterlijke en anormale kinderen;
      d) Het oprichten, in voldoende aantal, van openbare scholen in al de gemeenten;

      2. Versterking van het personeel, gelast met het schoolopzicht en verbetering van het lot der opzieners;
      3. Het bereiden van een stichtende wet van het Frúbelonderwijs;
      4. Het instellen van een statuut voor bijzondere meesters

B Ė Middelbaar onderwijs

      1. vermeerdering van het aantal middelbare scholen voor jongens en meisjes;
      2. Vermeerdering van het aantal Koninklijke Atheneums en oprichting van Atheneums of Lyceums voor jongens en meisjes;

C Ė Hooger onderwijs

      1. Omvorming van de onderwijsmethoden en der examen, met het doel de ontwikkeling van de persoonlijkheid der studenten aan te wakkeren;
      2. Tusschenkomst der faculteiten in de keuze der professors;
      3. Aanmoedigingen toegekend door de openbare Besturen aan de "Hoogeschool-uitbreidingen".

D Ė Beroepsonderwijs

      1. Het bereiden eener stichtende wet op het stuk van het nijverheids- en beroepsonderwijs (kosteloosheid, verplichting van bijwoning, programmas, loonroosters, enz.);
      2. Grooter geldelijke tusschenkomst van den Staat in de stichting en het onderhoud der provinciale en gemeentelijke beroepsscholen.

E Ė Normaalscholen

      1. Inrichting van een normaal Frúbelonderwijs;
      2. Het oprichten van nieuwe lagere normaalscholen en officieele middelbare normaal-secties;
      3. Het herstel van een normaal-onderricht tot voorbereiding van leeraars van het middelbaar onderwijs van den hoogeren raad (Athenea en Collegies);
      4. Het instellen van een bijzonder onderricht tot voorbereiding der leeraren van het normaal onderwijs.

      Voorstel tot herziening der schoolwet
      Het Congres drukt den wensch uit dat de liberale linkerzijde de afschaffing van het artikel 46 der schoolwet en de herziening der artikels 17 en 12 zal voorstellen.

      De officieele scholen in de verwoeste gewesten
      Het Congres drukt een wensch uit ten gunste van het herstel der officieele scholen in de verwoeste gewesten, binnen den kortst mogelijken tijd.


VI. HET FINANCIEEL VRAAGSTUK


      Het Congres eischt het herstel van de gemeentelijke autonomie in financie-zaken.
      Het drukt den wensch uit:
      1. Dat de Regeering zonder verwijl de gemeenten dekke voor de buitengewone lasten welke deze tot 31 December 1919 op zich hebben genomen, en die het gevolg zijn van den oorlog;
      2. Dat, in afwachting van de herziening der wet op de inkomstenbelasting, een fonds worde gevormd bij middel der gezamenlijke aandeelen aan de gemeenten toekomend, ten einde onder hen een rechtmatige verdeeling te kunnen doen, rekening houdend:

      a) Met de middelen waarover zij in 1914 beschikten, geÔnd op de grondslagen der Staatsbelastingen;

      b) Met de nieuwe lasten welke zij hebben te dragen, als gevolg van den huidigen economischen toestand, inzonderheid uit hoofde van de openbare weldadigheid.


VII. HET LANDBOUWVRAAGSTUK


      Het Congres verkondigt luide dat de liberale Partij zich niet solidair wil houden met diegenen welke, door hunne klaarblijkelijke overdrijvingen en misplaatste algemeen-makingen, niet opgehouden hebben de algemeenheid der landbouwers, zonder eenig onderscheid, aan te vallen in den loop dezer laatste jaren. Hij verklaart dat de voorspoed van den landbouw onontbeerlijk is voor het algemeen welzijn van het land en dat het, met het doel dien voorspoed te doen ontstaan, besloten is in BelgiŽ een landbouwpolitiek in het leven te roepen;
      Uitgaande van deze princiepen stelt het een programma vast dat het best geschikt is om deze groote gedachte in het belang van gansch de natie in de praktijk te stellen, tot welker verwezenlijking het Congres een beroep doet op de liberale mandatarissen, op de liberale pers en op al de landbouwers van het land;
      Overwegende dat de landbouw en de landbouwnijverheden een der voornaamste takken zijn van de nationale bedrijvigheid;
      Overwegende dat 's Lands welvaart vooral afhangt van hunnen bloei;
      Bevestigt het liberaal Congres de noodzakelijkheid voor het land, eene landbouwpolitiek te bezitten, welke in de orde en de kalmte alles verwezenlijkt wat van aard is om de voorwaarden van de voortbrengst te verbeteren;
      Overwegende dat de basis van een landbouwpolitiek is: de organisatie in een democratischen geest, van de bevoegde vertegenwoordiging van den landbouw in BelgiŽ;
      Drukt den wensch uit, binnen den kortst mogelijken tijd, naar het voorbeeld der Raden van de Nijverheid en den Arbeid, Landbouwkamers te stichten, waarin de vertegenwoordigers van al de landbouwbelangen des Lands zitting hebben, belangen die zij overal zullen verdedigen;
      Overwegende dat de liberale Partij bij uitstek de verdedigster van de vrijheid op alle gebied is;
      Overwegende dat de ontelbare hindernissen, de vrije beschikking door de landbouwers over de voortbrengselen hunner nijverheid in den weg gelegd, voor uitslag hebben een onzekerheid te doen ontstaan die stoornis brengt in de voortbrengst, van de markt de produkten doet verdwijnen waaraan het Land het meest behoefte heeft, - en er bijgevolg de prijzen van opdrijft;
      Drukt den wensch uit, de handelsvrijheid hersteld te zien binnen den kortst mogelijken tijd; is van meening dat, zoo het belang van het Land tijdelijk nog een zekere reglementeering vereischt, het noodig is dat deze nauwkeurig worden bepaald en dat zij worden uitgebreid op de werktuigen van de voortbrengst;
      Overwegende dat eene reeks hervormingen zich opdringt, ten einde den belgischen landbouw op de hoogte der huidige economische voorwaarden te houden, zoo is het Congres van meening dat het noodig is, volgende maatregelen te beschouwen:
      1. Hervorming van de huurpacht. Afschaffing van alle verouderde bepalingen. Wensch ten gunste van de verhooging van den duurtijd der huurpachten met wederzijdschen opzeg van drie jaar. Vaststelling van de beplantingswaarde van den grond bij het aangaan van de huurpacht en bij den afloop, met schadeloosstelling voor den landbouwer die uit de pacht treedt, in geval van meerderwaarde aan den grond gegeven, voor den eigenaar in geval van vermindering der beplantingswaarde van den grond;
      2. De verbetering van het ras onzer dierensoorten begunstigen, door de ontwikkeling der syndikaten van dierenteelt, ruimschoots gesteund door den Staat naarvolgens een gezamenlijk programma en strevend naar ťťnzelfde doel;
      3. Ontwikkeling der instelling, voor doel hebbende den strijd tegen de besmettelijke ziekten (bacteriologisch en phytopathologisch). Wetenschappelijke en ernstige organisatie van het toezicht op den handel in zaden en meststoffen;
      4. Ontwikkeling van het landbouwonderwijs in al de graden, voornamelijk in de lagere school, zullende onderwijzer en onderwijzeres in staat zijn gesteld dit onderwijs te geven. Instelling, minstens per kanton, van een landbouw-vakonderricht. Noodzakelijke maatregelen, opdat diegenen, welke zich met landbouwzaken bezig houden, zich zullen losmaken van den slenter welke altijd nadeelig is;
      5. Het nemen van maatregelen van aard om den handenarbeid op den buiten te houden, door den arbeider te interesseeren in de opbrengst. De landbouwarbeider doen genieten van al de voordeelen van de maatschappelijke voorzorg;
      6. Herinrichting van de policie op den buiten. Herinrichting door het centraal bestuur van de wegenis op den buiten en de waterloopen, volgens een algemeen plan;
      7. Het inwijden van den landbouwer in het aanleggen van een eenvoudige boekhouding, welke zich aanpast bij het huidig belastingsstelsel;
      8. De landbouwnijverheid op het stuk van belasting op voet van gelijkheid stellen met alle andere nijverheden, zijnde elk getaxeerd in verhouding met haar werkelijke belastbaarheid, en tussenkomst der landbouwinstellingen in de benoeming der leden van de collegiŽn gelast met het verdeelen der belastingen.

BESLUIT:

      Overwegende dat de voltrekking van dit landbouwprogramma van nationaal belang is, drukt het liberaal Congres den wensch uit dat het zal verwezenlijkt worden, ondersteund en verdedigd door de liberale mandatarissen, de landbouwers en al de landbouwmiddens van het Land.


VIII. HET MILITAIR VRAAGSTUK


      1. Ieder Belg, zonder onderscheid, moet zich de noodige opofferingen getroosten ten einde BelgiŽ te doen genieten van de weldaden van den vrede;
      2. Het leger is geen doel. Het is eene noodzakelijkheid van het oogenblik;
      3. De liberale Partij zal haar werking orienteeren in de richting van een versterking van den Bond der NatiŽn;
      4. De liberale Partij wil dat BelgiŽ kunne medewerken aan het behoud en het ten uitvoer leggen der bepalingen van het Tractaat van Versailles;
      5. De voorbereiding vůůr de dienstneming, met het onderricht van de lichamelijke kultuur vanaf de lagere school; moet door eene wet verplichtend worden gemaakt;
      6. De priesters, de onderwijzers en de geestelijken zullen aan den algemeenen regel onderworpen zijn; 't is te zeggen dat zij niet meer van ambtwege van den dienstplicht zullen ontheven zijn of vrijgesteld van dienst in vredestijd;
      7. De lichamelijke en geestelijke geschiktheden moeten aangewend worden naar bevoegdheid;
      8. De diensttijd is op het minimum terug gebracht, onmisbaar voor de vorming van een leger dat BelgiŽ zal in staat stellen zijn grondgebied afdoende te verdedigen en zijn internationale verplichtingen na te leven.
      Als een wet de militaire voorbereiding en het onderricht van de lichamelijke kultuur vanaf de lagere school zal geregeld hebben en als deze wet haar volle uitwerksel zal hebben gegeven, zal de vermindering van den diensttijd, waarvan hooger sprake is, moeten overwogen worden;
      Het is wenschelijk te trachten denzelfden diensttijd te verwezenlijken voor al de wapens, daar het tegenovergestelde in strijd is met de rechtvaardigheid.


IX. DE BUITENLANDSCHE POLITIEK


      Het Congres spreekt zich uit ten gunste van:
      1. Eene krachtdadige buitenlandsche politiek die zal toestaan, op elk oogenblik, van Duitschland de stipte uitvoering der verplichtingen door het Tractaat van Versailles aan dit land opgelegd, te eischen;
      2. Het behoud eener nauwe politieke verstandhouding met Frankrijk, waarvan de belangen te dezen opzichte, dezelfde zijn als die van BelgiŽ, en met Groot-BrittanniŽ, wier veiligheid en onafhankelijkheid zijn bedreigd, als de veiligheid en de onafhankelijkheid van BelgiŽ en Frankrijk in gevaar zijn;
      3. Een waakzaam optreden, ten einde aan het militair verdedigend accoord tusschen BelgiŽ en Frankrijk gesloten, volle en bestendige doeltreffendheid te geven en de aansluiting van Groot-BrittanniŽ tot dit accoord te verkrijgen;
      4. Herziening van het Tractaat van 1839, overeenkomstig de besluiten genomen door den Oppersten intergeallieerden Raad, den 8n Maart 1919.


X. DE VERWOESTE GEWESTEN


      De liberale Partij bevestigt haar stelligen wil met al hare krachten mede te werken aan het Nationaal Herstel;
      Zij verkondigt de onaantastbaarheid van het recht der door den oorlog geteisterden, gevestigd op de schuld die op Duitschland rust en op de nationale solidariteit;
      Zij lascht bijgevolg in haar strijdprogramma de volgende punten in:
      1. Het intrekken, zonder meer, van het wetsontwerp door den h. minister Jaspar op 9 juli 1920 aan het Parlement voorgelegd;
      2. Weigering zich aan te sluiten bij elke vaststelling van coefficient, dat willekeurig zou zijn en in strijd met de hoofdprinciepen die ten grondslag liggen van de wet van 10 Mei 1919;
      3. Strikt en afdoend behoud en toepassing van de bepalingen der wet van 10 Mei 1919, de wijze van betaling der vergoedingen voor oorlogsschade regelend;
      4. Gelijkheid van behandeling voor wat betreft het wedergebruik, tusschen het herstel der schaden vastgesteld door de wet van 14 Augustus 1887, volledigd door het koninklijk besluit van 4 Augustus 1917 en het herstel der schade voorzien door de wet van 10 Mei 1914;
      5. Instelling van een Ministerie der Oorlogsschaden;
      De liberale Partij is daarenboven van meening dat de instelling der rechtbanken, voor oorlogsschade moet herzien worden, rekening houdend, in de mate van het mogelijke, met de wenschen desaangaande uitgedrukt door de groepeeringen van geteisterden;
      Zij juicht de stichting toe van eene nationale Federatie der geteisterden;
      Zij hoopt het Parlement het bedrag der pensioenen te zien verhoogen toegekend aan de burgerlijke slachtoffers van den oorlog en den ouderdomsgrens te zien verhoogen tot denwelken de weezen toegelaten zijn van het pensioen te genieten;
      Zij drukt den wensch uit, overeenkomstig hare traditioneele politiek, het persoonlijk initiatief der geteisterden te zien aanwakkeren, - de meening toegedaan zijnde dat, voor wat den heropbouw der vernielde gebouwen betreft, de tusschenkomst van den Staat, welke nooit de zuinigheid betracht, slechts moet uitgeoefend worden in de mate van de noodwendigheid;
      Zij drukt de stellige hoop uit Ė met het doel den heropbouw van de verwoeste gewesten te bespoedigen, - dat de Regeering en de Koninklijke Hooge Commissarissen de werken van opbouw der vernielde eigendommen zal toevertrouwen aan een voldoende aantal bekwame bouwkundigen en aannemers, ten einde geen monopolie in te stellen dat strijdig is met de algemeene belangen;
      Eindelijk bevestigt zij, in algemeenen zin, haar voornemen de verwezenlijking na te streven van elken maatregel, die van aard is om aan de oorlogs-geteisterden den waarborg eener spoedige en billijke schadeloosstelling te geven en aldus des Lands herstel te verzekeren.


top