www.liberaalarchief.be
CONGRES VAN DE LIBERALE PARTIJ
BRUSSEL, 23-24 juni 1945
CONGRESVERKLARING, CONGRESMOTIES, RESOLUTIES, SOCIAAL HANDVEST DER LIBERALE PARTIJ, CONGRESWENSCHEN



CONGRESVERKLARING


Overwegende, dat de overwinning der groote democratiën in het teeken der vrijheid stond, en ten einde de natuurlijke rechten van den mensch opnieuw den oppersten rang te doen innemen, is de Liberale Partij van oordeel, dat de thans tot stand komende nieuwe maatschappij zich in hoofdzaak moet laten leiden door de principes van politieke en economische vrijheid, alsook van rechtvaardigheid en sociale solidariteit. De Liberale Partij bevestigt dat den mensch niet geschapen is om den Staat te dienen, doch dat, integendeel, deze laatste tot stand is gekomen ten einde de verdediging en de eerbiediging zijner rechten te verzekeren, alsook om de samenwerking onder vrije en gelijke menschen te regelen. De Liberale Partij heeft derhalve ten doel, een maatschappij tot stand te brengen waarin alle burgers een volkomen genot bekomen van de politieke vrijheiden, alsook van de economische zekerheid, en waarin geen enkele onder hen tot onderworpenheid zou worden gebracht wegens armoede, onwetendheid of werkloosheid.
De Liberale Partij voert insgelijks strijd voor de inrichting van een sociale orde, waarin noch armoede, noch voorrecht zou bestaan. Overtuigd zijnde, dat de grondslag zelf van elke politiek van moreelen aard moet zijn, verwerpt zij zoowel het egoïsme verbonden aan een ongebreideld individualisme, als de dwingelandij van het collectivisme. Onverzettelijk gekant tegen alle bureaucratische reglementeering, zal zij den Staat steunen bij een krachtdadige actie om op doeltreffende en werkelijke wijze de gelijkheid van vertrekpunt aan alle burgers te verzekeren, ten einde de misbruiken van de economische machten en, meer in het bijzonder, van de trusts en van de cartels te voorkomen met het oog op een rationeele en volledige benuttiging van de hulpbronnen der natie, alsook om een zoo groot mogelijke verspreiding van den eigendom te bewerken.
De Liberale Partij is gekant tegen den klassenstrijd door haar beschouwd als een politiek grondbeginsel dat zoowel onvruchtbaar is als vernieler van de grondslagen zelf van den democratischen Staat.
De Liberale Partij dringt er op aan, opdat elk burger over de grootst mogelijke vrijheid zou beschikken in het raam van den modernen Staat en onder de leiding van een democratische regeering, welke onmisbaar is om de verdediging te verzekeren van de belangen der gemeenschap in haar geheel. Zij wil, dat ieder burger vrijelijk zijn persoonlijkheid en zijn bekwaamheden zou kunnen ontwikkelen en een rechtmatige belooning zou bekomen, in overeenstemming met de aan de gemeenschap bewezen diensten.
De Liberale Partij bevestigt, dat het persoonlijk belang niet den moreelen grondslag der maatschappij mag uitmaken, doch wel eerder de natuurlijke wensch der vrije menschen tot onderlinge samenwerking volgens regelen gesteund op rechtvaardigheid en gelijkheid.
De Liberale Partij gelooft dat, hoe meer de menschen hun technische bekwaamheden, hun moreele hoedanigheden, alsook hun geest van initiatief en onderneming ontwikkelen, des te meer zij rechtstreeks of onrechtstreeks dienst bewijzen aan hun medeburgers.
De Liberale Partij is van oordeel, dat alle menschen een fatsoenlijken en voldoeningschenkenden levensstandaard moeten genieten, onophoudend vatbaar voor verbetering, naar gelang den aangroei van een steeds toenemende productie. Zij bevestigt, dat de politieke vrijheid niet voldoende is. Ook dient aan eenieder de economische zekerheid toegezegd, en om dit doel te bereiken, dient er overgegaan tot zekere hoofdzakelijke hervormingen. Doch alle samenordening van de economische en sociale werking der natie dient te geschieden in een geest van vrijheid en niet van beperking. België moet zich opnieuw kunnen opbouwen en zich herstellen met volledige onafhankelijkheid van zijn herwonnen rechten, en zonder dat het eenigerlei kunstmatige belemmering mag worden opgelegd, zoowel van uit het binnenland al van uit het buitenland.
De Liberale Partij is volstrekt gekant tegen een geleide economie, welke zij als onvereenigbaar beschouwt met de liberale en democratische beginselen, waarvan zij de vurige verdedigster blijft.
De Liberale Partij heeft tot doel, het behoud van den vrede in de wereld en in het land, de economische zekerheid voor allen, een sociale orde zonder standen noch voorrechten noch onderscheid tusschen de geslachten, alsook de gelijkheid van het vertrekpunt voor allen.
De Liberale Partij is van oordeel, dat in den modernen Staat de politieke, economische en sociale rechten der menschen de volgende moeten zijn: de vrijheid van meening en van het woord; de vrijheid van drukpers, van studiën en van onderwijs; de vrijheid van vereeniging; het recht vrijelijk zijn beroep te kiezen en het recht zijn inkomsten te verteeren; het recht op een billijke wedde, waardoor in alle behoeften des levens kan worden voorzien in ruil van den arbeid, het sparen of van elk anderen waardeerbaren socialen dienst; het recht op de sociale zekerheid, met vrijmaking van de armoede en werkloosheid; het recht op een bestaan in een regime van vrije onderneming, vrij van alle macht zonder verantwoordelijkheid, vrij van de willekeur der openbare autoriteiten, zoowel als van de misbruiken der economische machten. De menschen hebben insgelijks plichten. De eerste daarvan is de eerbiediging der wetten, zonder welke geen vrijheid mogelijk is, want deze is vijand van losbandigheid. De menschen moeten er zich ook van onthouden, hun gelijken uit te buiten en er voor waken dat zij een rechtmatige bezoldiging bekomen voor de bewezen diensten. Ieder mensch, welke ook de toestand weze van zijn fortuin, heeft den moreelen plicht zich aan een voor zijn gelijken nut opleverende bezigheid te wijden. En ten slotte, moet ieder burger er zorg voor dragen dat zijn vrijheid en ook die van anderen worde geëerbiedigd. De vrijheid is een belooning die dagelijks moet worden verdiend. Haar prijs is een onafgebroken waakzaamheid.
De Liberale Partij bevestigt haar gehechtheid aan het openbaar onderwijs en wenscht dat de nationale opvoeding zou worden hervormd, derwijze vrije burgers te vormen, fier om hun rechten en zich bewust zijnde van hun plichten. Ook is het noodig, dat de vorming der Belgische jeugd door arbeidslust worde beïnvloed en dat zij technisch zou worden voorbereid tot een nuttige rol bij een nieuwe economische samenwerking onder de naties. De Liberale Partij is de meening toegedaan, dat de mogelijkheid tot verwezenlijking van een breed opgevat en edelmoedig programma van sociale zekerheid in hoofdzaak afhangt van den omvang der nationale productie.
De Liberale Partij is van gevoelen, dat de vrijmaking van den mensch van de huidige belemmeringen en beproevingen niet kan worden bereikt door een politiek bestaande in de nationaliseering of de socialiseering der bedrijven. Zij is van oordeel, dat de dag waarop de meerderheid der Belgen Staatsbedienden zullen zijn geworden, de economische macht van den Staat zoo aanzienlijk en zoo dreigend zal zijn geworden, dat de uitoefening van de politieke vrijheden totaal denkbeeldig zal zijn geworden. Zij verzet zich krachtdadig tegen elke politiek van willekeurige of overbodige reglementeering en eischt het ruimste arbeidsveld voor den geest van initiatief en van onderneming, zonder denwelke 's lands herstel niet mogelijk is.
De Belgische Liberale Partij gaat ten opzichte van de Natie de verbintenis aan, met alle kracht strijd te voeren voor de verdediging harer principes en de verwezenlijking van haar programma.
Zij richt een oproep tot alle Belgen die de lessen hebben begrepen, voortvloeiend uit den zegevierenden strijd der democratische landen, en derhalve betrachten, dat een nieuwe geest de Regeering en het openbaar leven zou beïnvloeden, opdat zij hun krachtinspanningen bij de hare zou voegen om een beter België in te richten, waarin alle burgers een aandeel zouden hebben in de opbrengst der technische verwezenlijkingen en waarin eenieder gevrijwaard zou blijven van armoede, van intellectueele en moreele verdrukking, alsook van elke willekeurige Staatstusschenkomst.

Haar leuze is: VRIJHEID – ARBEID – ZEKERHEID



CONGRESMOTIES

ONDERWIJS


DE LIBERALE PARTIJ,
Getrouw aan haar traditioneele grondbeginselen;
Verwijzend naar haar voorgaande besluiten;
Besloten zijnde het officieel, tot alle kinderen toegankelijk onderwijs te verdedigen en te bevorderen;
Den vrede der geesten betrachtend en het hoofdzakelijk belang inziende van de nationale heropbeuring, zich houdend aan den op 10 Mei 1940 bestaanden feitelijken toestand;
Overwegende dat het vraagstuk der nationale opvoeding zich onverwijld aan de grondig ingelichte bezorgdheid der openbare machten opdringt;
Is van oordeel, dat de werking van het Ministerie van Openbaar Onderwijs zich dient uit te breiden tot gansch de Volksopvoeding, wat beteekent dat dus dit departement contrôle en toezicht moet uitoefenen op de intellectueele, lichamelijke, moreele, burgerlijke, technische en sociale vorming van alle burgers, niet alleen in alle onderwijsinrichtingen, doch ook in de buiten en naschoolsche werken voor volksopleiding, sportvorming of jeugdbewegingen;

Eischt:

1°) de noodige hervorming in het officieel onderwijs tot verzekering van:
a) een verbeterde beroepsvorming en aanwerving der leden van het onderwijzend personeel, en de onmiddellijke maatschappelijke herklasseering van den opvoeder;
b) het opmaken van een goed omschreven programma tot moderniseering en opbouw van schoollokalen en internaten;
c) de invoering van verplichte programma's en van hernieuwde stelsels, met de duidelijke bekommernis, ons volk vollediger op te voeden;

2°) een versterkt Staatstoezicht in alle vrije scholen, voornamelijk wat de waarde in wetenschappelijk en burgerlijk opzicht van hun personeel betreft;

3°) de inschrijving op het programma der officieele en vrije inrichtingen van een verplicht burgerlijk onderwijs en de rationeele inrichting van de lichamelijke opvoeding der jeugd;

4°) de toepassing van de democratische beginselen van de kosteloosheid der studiën, van de verlenging van den verplichten schooltijd, van de school- en beroepsschifting en -oriënteering;

5°) de inrichting van een officieel technisch onderwijs, in nauw verband met 's lands economische behoeften;

6°) een hernieuwing van de politiek van Schoone Kunsten en Letteren;

7°) de ontwikkeling van de volksopleiding en van de cultureele werken.


DE KONINKLIJKE KWESTIE

Overwegende den ernstigen aard van de crisis welke het land doormaakt;
Overwegende dat alle pogingen dienen aangewend om de geesten tot kalmte te brengen;
Overwegende dat de parlementaire linkerzijden, zoomin als het Bestendig Comité aan dien plicht zijn tekort gekomen tijdens de jongste weken,
Keurt het Congres de op 18 Juni door het Bestendig Comité van de Partij aangenomen motie goed.



HET VROUWENSTEMRECHT

Gelet op het sedert enkele jaren en bijzonder sedert den oorlog, steeds toenemend belang van de door de vrouwen op elk gebied van het nationaal bestaan vervulde rol;
Inziende welke heilzame uitslagen werden bereikt door het toekennen, in 1920 en 1921, van het stemrecht en van het recht van verkiesbaarheid voor de gemeenteraden;
Van oordeel zijnde dat de samenwerking van mannen en vrouwen voor 's lands zedelijken en stoffelijken wederopbouw noodzakelijk is en van dringenden aard, keurt de stemming goed, uitgebracht door het Bestendig Comité van de Liberale Partij in vergadering van 4 Maart 1945;
Drukt derhalve den wensch uit, dat het Parlement aan de vrouwen de volledige uitoefening zou toestaan van de politieke rechten, onder dezelfde voorwaarden als de mannen.
Het Congres verzoekt de liberale ministers en mandatarissen, de noodige initiatieven te willen nemen opdat die hervorming binnen den kortst mogelijken tijd zou worden doorgevoerd.


DE REPRESSIE

Gezien de traagheid waarmede de repressie der collaborateurs geschiedt, eischt het Congres de verlenging van den geldigheidsduur der besluitwetten inzake economische samenwerking, gedurende ten minste zes maanden nadat het leger opnieuw op vredesvoet zal zijn gebracht.


DEMOCRATISCHE VERSTANDHOUDING

Het Bestendige Comité, in vergadering van 18 Juni 1945, stelt vertrouwen in het Bestuur om de contactnamen met de andere partijen in het Gewestelijk Comité voor democratische verstandhouding voort te zetten naar gelang de noodwendigheden en de omstandigheden.
Het Bestuur vraagt dat het Congres de beslissing van het Bestendig Comité zou bekrachtigen.



CONGRESBESLUITEN

ECONOMIE EN FINANCIEN


De economische en financieele politiek der Liberale Partij neemt aldus het uitzicht aan van een groot drieluik:
I. – De beginselen
II. – De structuurhervormingen
III. – Het programma van economische en financieele werking


I. DE BEGINSELEN

1. Vrijheid, Verantwoordelijkheid, Solidariteit;
2. Noch etatisme, noch anarchie, welke allen rijkdom vernietigt, doch geordende Economie
3. Politiek welke, door algemeene en onrechtstreekse – wetenschappelijk samengeordende – maatregelen, de economische zekerheid nastreeft van den arbeid en de hoogste technische rendeering, daarbij rekening houdend met het privaat initiatief;
4. Herstel van de mededinging in het raam van het algemeen belang;
5. Stabiliteit der nationale munt en aanmoediging tot het sparen;
6. Eerbied voor het Staatsgezag: verzet tegen de overdracht van de verantwoordelijkheden van de uitvoerende macht op onverantwoordelijke organismen;
7. Strijd tegen de misbruiken der financieele en economische concentraties;
8. Belasting van de burgers in verhouding tot hun inkomsten en hun lasten;

II. STRUCTUURHERVORMINGEN

1. Raad voor economische oriënteering;
2. Bestuurshervorming;
3. Onderwerping van de concessie- en monopolie-regimes aan de vereischten van het algemeen belang. Statuut vast te leggen volgens de uitslagen van nationale onderzoeken, toevertrouwd aan parlementaire commissies die opengesteld zijn aan specialisten;
4. Hervorming van het statuut der naamlooze vennootschap; 5. Samenordening van het vervoer;
6. Democratische beroepsorganisatie, beperkt tot de authentieke vertegenwoordiging der economische belangen ("Ingelichte Economie") – Verzet tegen alle corporatisme.

III. PROGRAMMA VAN ECONOMISCHE EN FINANCIEELE WERKING

1. Ruim plan van nationale heruitrusting;
2. Aanpassing – met de vereischte omzichtigheid – van den muntomloop en van den rentevoet aan de noodzakelijke belegging in productiegoederen;
3. Openbare "Cyclus-begrootingen". Weinig openbare uitgaven, doch zware belastingen ten tijde van welvaart; aanzienlijke uitgaven en weinig belastingen in crisistijd;
4. Massale openbare werken en openbare bestellingen tijdens de inzinkingsperioden;
5. Belastingenpolitiek en effectenuitgiftepolitiek strekkende tot het begunstigen van de belegging in productiegoederen bij daling der conjunctuur;
6. Politiek strekkende tot het bevorderen van het sparen ten tijde van welvaart;
7. Toepassing van het stelsel van het "verdaagd inkomen", wanneer dit noodig blijkt;
8. Economische accoorden met het inzicht der ruilverrichtingen in een zoo ruimen kring mogelijk te vermeerderen. Economische samenordeningspolitiek op internationaal terrein, met tot grondslag de wederkeerige vermindering der tolrechten.
9. Beroepsheraanpassing, bekendmaking der openstaande betrekkingen, beroepskeuze, op doeltreffende wijze ingericht;
10. Qualificatie-politiek der productie:
- Gespecialiseerd ambachtwezen )
- Kunstambachten ) coöperatieve techniek
- Gespecialiseerde landbouw )
- Qualificatie der zwaar-nijverheid (technische doeltreffendheid)
- Sterke aanwakkering van de economische betrekkingen met de Kolonie;
- Hervorming van het Onderwijs, vooral het technisch (vorming der kaders).

Aldus ziet de politiek er uit welke door de Liberale Partij met een kalm vertrouwen aan het kiezerskorps voorgelegd wordt.
De Liberale Partij is een Regeeringspartij.


KOLONIALE POLITIEK


De Liberale Partij eischt:

1. De inrichting van de effectieve deelneming, ten raadgevenden titel, van de Belgen der Kolonie, bij het opmaken van de op dezer beleid betrekking hebbende wetten en decreten, dank zij de herinrichting in Congo van den Gouvernementsraad en van de Provincieraden, in wier midden de Belgen uit de Kolonie in ruime mate zullen worden vertegenwoordigd;

2. De stipte naleving van art. 5 der Koloniale Keure, waarin onder meer wordt voorgeschreven: "De Gouverneur-generaal beschermt en bevordert, zonder onderscheid van nationaliteit of eerediensten, alle godsdienstige, wetenschappelijke of liefdadige instellingen en ondernemingen";

3. De inrichting in de Kolonie, op kosten dezer laatste, van een openbaar officieel leekenonderwijs voor Europeesche kinderen, van den eersten en tweeden graad, voor het programma van het Belgisch officieel onderwijs, en met de medewerking van het Belgische Ministerie van Openbaar Onderwijs;

4. Een terugkeer tot een regiem van breedopgevatte decentralisatie, zoowel van Brussel naar Leopoldstad, als van Leopoldstad naar de Provinciën met de organisatie van plaatselijke budgetten; de terugplaatsing van de Districtcommissarissen in hun vroegere rol;

5. Een werkelijke en effectieve aanmoediging van het Europeesch kolonaat in Congo, op alle gebied;

6. Een edelmoedige politiek, er toe strekkend de negers geleidelijk tot een hooger beschavingsstadium te verheffen; de inrichting door den Staat van een officieel onderwijs van den middelbaren graad voor de jonge zwarten; de ontwikkeling van den geneeskundigen dienst en van de werken voor maatschappelijken bijstand;

7. De herziening van alle concessies met terugkeer tot het openbaar domein van de niet productief gemaakte oppervlakten, alsook die welke het niet kunnen worden, volgens een op korten termijn te verwezenlijken programma en meer mogelijkheden te bieden voor de Belgische industrieele en handelsmaatschappijen om zich in onze Kolonie te vestigen ten einde tot een rationeele wijze van exploitatie van den rijkdom van onze Kolonie over te gaan.

8. De goedkeuring, voor de Europeanen der Kolonie, van een sociale wetgeving, volgens de aan de Kolonie eigen zijnde modaliteiten, doch zich aanpassend bij de sociale wetten van het moederland, en dat vooral de verwezenlijking zal omvatten van een verplichte pensioenregeling, de reglementeering der bediendencontracten en de invoering van de deelneming van de personeelsleden der ondernemingen aan de door deze opgeleverde winsten;

9. De herinrichting van de financiën der Kolonie, inzonderheid bestaande in benuttigen van het "Reservefonds", gespijsd door de begrootingsoverschotten der voorspoedige jaren, ten einde het hoofd te bieden aan de begrootingstekorten der crisisjaren;

10. Een koloniale fiscale politiek, aangepast aan de behoeften van een nieuw land, en van aard de ontwikkeling van de voortbrengst te bevorderen door het aanmoedigen van nieuwe beleggingen, het afschaffen van oorlogstaksen en voornamelijk van de tolsupertaks, de verlaging en de eenmaking van de uitgangsrechten.

11. De effectieve deelneming van de Kolonie aan de onderhandelingen van voor haar belang opleverende handelsverdragen;

12. De herinrichting van de aanwerving van den Kolonialen Raad.


NATIONALE WEDEROPBOUW


De bewoordingen "Nationale Wederopbouw" omsluiten in hun ruimsten zin de gezamenlijke oplossingen welke moeten bijdragen tot de wederinstelling van België en van zijn kolonie in maatschappelijk, nijverheids- en handelsopzicht, tot het peil en, zoo mogelijk boven het peil der andere landen.
De drukkende bedrijvigheidsonderbreking der jongste vijf jaar heeft een gevoelige handicap uitgemaakt voor onze uitrusting in talrijke industriëen. Deze blijkt thans uitgeput of verouderd.
Nochtans zal het slechts door een krachtdadige poging tot synthese en moderniseering van deze toerusting, waardoor de doeltreffendheid van den nijverheidsarbeid zal worden verhoogd, mogelijk zijn een politiek van hooge loonen en van sociale zekerheid te bevorderen.
Aan die inspanning dient het patronaat den steun bij te brengen van zijn bevoegdheid en van zijn initiatief en het kapitaal, door een krachtige en niet belemmerende tusschenkomst, de middelen om de voorgestelde oplossingen te verwezenlijken.
Ingevolge den oorlog en de aanwezigheid van den bezetter, heeft de economie een etatisatie ondergaan waardoor zij zeer werd verstard. Sommige opvattingen van den vijand hebben ingang gevonden en worden door velen aanvaard. Het is noodig zich daarvan zoodra mogelijk mogelijk te ontmaken.
Wij verzinken thans onder het gewicht eener plagerige reglementeering en door den Staat ingevoerde belemmeringen. Het oogenblik is gekomen om opnieuw te bevestigen dat alléén de economische vrijheid de gezondheid van het land terug kan schenken.
Het is insgelijks noodig, dat de Staatsdiensten hun wijze van werken moderniseeren, verbeteren en vereenvoudigen.
Door hun bevoegdheid, door hun geest van initiatief, door de snelheid bij de uitvoering, dienen zij een bijmiddel en niet een rem uit te maken voor de ontwikkeling der algemeene bedrijvigheid.
Het is in dien geest, onder het driedubbel criterium der economische vrijheid, der sociale zekerheid en der arbeidsdoeltreffendheid door een moderniseering der uitrusting, dat de Commissie heeft geoordeeld sommige punten van het programma van den nationalen wederopbouw te moeten uitwerken.

Belang van de openbare en private werken voor de nationale economie

Uit de documenten uitgegeven door den Centralen Dienst voor statistiek en uit de Rijksbegrootingen blijkt, dat de jaarlijksche uitgaven ten minste 3,5 milliard bereiken voor de openbare werken en 3 milliard voor de private werken (waarde 1939).
Daaruit blijkt dat, slechts rekening houdend met de primaire rechtstreeksche of onrechtstreeksche aanwending, 5 milliard jaarlijks worden omgezet in loonen.
Deze som vertegenwoordigt nagenoeg 10 t.h. van het nationaal inkomen en een voortdurende aanwending van 250.000 tot 300.000 werklieden op een totaal van 1.300.000.
De cijfers dezer raming worden bevestigd door de uitslagen van de economische en sociale telling van 1937.
Anderdeels wordt de bouwnijverheid gekenmerkt door een uiterst groote verscheidenheid wat de belangrijkheid betreft der daarin gespecialiseerde firma's. Tusschen de groote naamlooze vennootschap die slechts werken onderneemt welke ettelijke millioenen vertegenwoordigen en de bescheiden metselaarsbazen, vindt men een uiterst afwisselende reeks van bedrijven, waarvan de leiders en het personeel een zeer actief, doch gematigd en stabiel sociaal bestanddeel uitmaken.
De commissie is derhalve van oordeel, dat de Staat er belang bij heeft, er een actieve politiek van werken op na te houden. Zij is insgelijks van oordeel, dat door den omvang der openbare werken uitgegeven door den Staat en door de gemeenten een belangrijke mogelijkheid bestaat, gezien de uiterste afwisseling van hun belangrijkheid en de verspreiding over gansch het land, der plaatsen waar zij worden uitgevoerd, om een invloed uit te oefenen op de economie en op de conjunctuur.
De Commissie is van gevoelen dat deze actieve politiek van werken slecht kan slagen;
1. Indien de openbare machten ten alle tijden over een voldoende reserve werken zouden beschikken, welke een ware portefeuille der uit te voeren werken zou uitmaken;
2. Indien die werken klaar zouden zijn om in aanbesteding te worden gegeven op het door de Regeering geschikt geoordeeld oogenblik;
3. Indien het geheel derwijze wordt samengeordend, dat een snelle rendeering wordt verzekerd en dat onnoodige uitgaven worden voorkomen.

Die voorwaarden kunnen slechts worden vervuld dank zij voorafgaande studies vanwege het bestuur.

Uit te voeren werken tijdens de naoorlogsche periode

A. – Herstel der door den oorlog aangerichte beschadigingen.
Het hoeft geen betoog dat wat den openbare sector betreft, in de eerste plaats spoedig dient overgegaan tot den wederaanleg van den spoorweg en van de andere verkeerswegen, met inbegrip van kunstwerken, alsook van binnen- en zeehavens. Bij die gelegenheid, zal het noodig zijn over te gaan tot een rationeele samenordening van het vervoer, gesteund op den werkelijken kostprijs er van, rekening houdend met het feit, dat voor een normaal vooroorlogsch jaar, slechts 40 t.h. van de verkeerscapaciteit werd benuttigd. Een bijzondere aandacht dient besteed aan de uitbreiding der luchthavens, waarvan de afmetingen en de installaties moeten toelaten de moderne toestellen te ontvangen. De verbetering van het wegennet, de geleidelijke electrificatie der spoorwegen gelden als de zekerste middelen om de qualiteit onzer uitrusting te verhoogen.
In den privaten sector, zal vanzelfsprekend een prioriteit worden verleend voor het weder in goeden staat brengen der door oorlogsfeiten verwoeste plaatsten.
Opdat die wederopbouw met orde en harmonie zou geschieden, is de commissie van oordeel dat het wenschelijk zou zijn een algemeen codex van den stedenbouw te laten opmaken en goed te keuren. Zij is heftig gekant tegen maatregelen zooals die welke werden ingevoerd bij besluit van 17 November 1944, betreffende de stedenbouwkundige ordening van 's lands grondgebied.
Zij is van oordeel dat de in dit besluit voorkomende modaliteiten het prototype uitmaken van de plagerige en negatieve maatregelen waardoor de hervatting van het nationaal leven wordt belemmerd.

B. – Nuttige werken voor de wederuitrusting en voor de verbetering der economische toerusting

Het valt niet te betwisten, dat één der hoofdoorzaken van de vermindering der productie in België bestaat in de vermindering der vreemde afzetgebieden.
Die vermindering is grootendeels te wijten aan het gebrek aan nieuwe fabricages of fabricages van groote qualiteit.
Derhalve is de commissie van oordeel, dat de nadruk dient gelegd op den factor "hoedanigheid" bij de economische wederuitrusting en outilleering, en dat het nuttiger lijkt een reorganisatie-politiek te bevorderen dan een politiek van ongelegen ontwikkeling.

C. – Nuttige werken in sociaal opzicht

Op de tweede plaats, wat de dringendheid betreft, zal de Regeering de voltooiing bewerken van de vóór den oorlog aangevangen openbare werken.
Een reeks uiterst belangrijke werken zal eveneens zoodra mogelijk dienen hervat, te weten die betreffende de waterleidingen, de afvalwatergeleidingen en de zuivering der afvalwateren.

Studie en aanbesteding der voor rekening der officieele overheid uit te voeren werken

Zoo men de dringendheid en den aanzienlijken omvang der na de vijandelijkheden uit te voeren bouwwerken in acht neemt, ziet men dadelijk in, dat er niet kan worden aan gedacht al de ontwerpen van werken door de Openbare Diensten te laten instudeeren.
Het lijkt inderdaad niet wenschelijk, nieuwe administratieve diensten in leven te roepen, noch het aantal ambtenaars der bestaande officieele diensten te verhoogen, om de talrijke na de stopzetting der vijandelijkheden, uit te voeren blijvende werken in te studeeren.
De aanwerving van een groot aantal nieuwe ambtenaars zou slechts kunnen geschieden ten nadeele van dezer "hoedanigheid".
Het levert geen belang op voor de gemeenschap, dat de Staat een monopolie uitoefent inzake conceptie van alle werken rechtstreeks of onrechtstreeks van hem afhangen, daar een dergelijk monopolium zou kunnen leiden tot een eenvormige algemeene oriënteering, waarvan de gebeurlijke vergissingen moeilijk zouden kunnen worden hersteld.
Ook dient gevreesd, dat de uitsluitend aan de officieele diensten toevertrouwde ontwerpen te lijden zouden hebben door de administratieve vertragingen, dan wanneer de uitwerking van die ontwerpen dringend is.
Het is niet geraadzaam, voor de officieele bureelen, tijdelijke bedienden zonder ondervinding en met onvoldoende bevoegdheid aan te werven. Het is daarentegen wenschelijk, dat het ambtenarenkorps een goed bezoldigde elite uitmaakt, met een groot prestige, dat het derhalve weinig talrijk zou zijn en zich zou beperken bij een rol van opmaken en samenordenen van de programma's van leiding en van toezicht.
Door zich te wenden tot architecten wier talent wordt erkend, zullen de openbare machten er in slagen smaakvolle gebouwen op te trekken welke zullen bijdragen tot de verbetering van het uitzicht onzer steden en dorpen.
Zij zullen er eveneens belang bij hebben, zich voor alle burgerlijke bouwwerken te wenden tot bevoegde, ondervindingrijke ingenieurs-adviseurs, die zich op de hoogte houden van den technischen vooruitgang op alle gebied en die bij machte zijn waardevolle ontwerpen binnen zeer korte termijnen op te maken.
De ingenieurs-adviseurs en de architecten zullen aldus, in de officieele raadpleging, niet alléén de erkenning zien van hun verdiensten, doch insgelijks een steun voor de uitbreiding hunner bedrijvigheid in het buitenland, uitbreiding waarbij voorzeker de ontwikkeling der nationale industrie baat zal vinden.
Wat de werken van den Staat, van [de] Nationale Maatschappij van Spoorwegen en van de parastatale organismen in 't algemeen betreft, ware het wenschelijk, dat de regeering en de gemelde organismen zich in zeer ruime mate zouden wenden tot de private studiekantoren welke onder de leiding staan van bevoegde ingenieurs, architecten en techniekers.
Wat de gemeentewerken aangaat, is het wenschelijk dat, overeenkomstig het beginsel der gemeente-autonomie, het schepencollege, zoals vroeger, de maker van een ontwerp zou aanwijzen die aan de in voorgaande paragraaf vermelde hoedanigheden beantwoordt.
Het hoeft niet gezegd, dat de gemeentebesturen die over een bevoegden technischen dienst beschikken, dezen rechtstreeks met de beoogde studie mogen belasten. Doch de officieele technische diensten, belast met de samenordening van de gemeenteprogramma's en met de contrôle der ontwerpen mogen, in geen enkel geval, zelf overgaan tot het opmaken van ontwerpen.
Kortom, de Commissie is van meening, dat de Staat er geen belang bij heeft, zich de monopolie van de studie van ontwerpen inzake openbare werken en opbouw toe te kennen, en dat, daarentegen uit die wijze van handelen slechts eenvormigheid en mediocriteit op gebied van conceptie kan voortspruiten, alsook vertraging bij de uitvoering.
Zij is van oordeel, dat een ruime plaats dienst voorbehouden en een belangrijken oproep dient gedaan aan de bevoegdheden welke een vrij beroep uitoefenen: ingenieurs, architecten, planontwerpers en andere bekwame techniekers.
Ook het belang der gemeentelijke werken is zeer groot.
Deze werken bestaan vooral in ontwerpen tot verbeteringen van de buurtwegen, de groote verkeerswegen en de openbare hygiëne.
Zonder eenige vrees voor overdrijving mag het totaal der tijdens de vooroorlogsche jaren voor de verbetering der gemeentewegen uitgegeven sommen op 300 millioen geschat worden.
Anderdeels werden jaarlijks nog 400 millioen besteed, en dit in het tijdvak 1935-1939, voor de uitvoering van de werken voor openbare hygiëne. Deze werken bestonden vooral uit waterleidingen en rioolnetten.
Bij den economischen factor, die bij deze ondernemingen in aanmerking komt, hoeft dan ook nog den socialen factor toegevoegd.
Deze krachtinspanning dringt zich op, als men bedenkt dat het meerendeel der Belgische gemeenten van riolen verstoken zijn en dat er op 2.600 gemeenten, meer dan 1.800 geen drinkwaternet bezitten.
De commissie is de meening toegedaan, dat in tijden [van] groote onstabiliteit van de loonen en van de prijzen der grondstoffen, zooals dit thans het geval is, het praktisch uitgesloten is, het stelsel van werkaanbesteding "a forfait" te behouden.
Wanneer zulks noodig blijkt, mogen de openbare machten niet aarzelen hun toevlucht te nemen tot het stelsel der "regie"; zij kunnen de ongemakken van dit stelsel verhelpen door geïnteresseerde regie-contracten te aanvaarden, waardoor de aannemer, eenerzijds, voordeel haalt uit de besparingen welke hij door de besturen laat maken, en, anderzijds, uit de vermindering van den uitvoeringstermijn der bouwwerken.
In alle gevallen waar dit mogelijk zal blijken, zal aan de regie worden verzaakt en zullen contracten worden aangenomen met prijslijsten, aan herziening onderworpen naar gelang de schommelingen van de loonen en van de prijzen der bouwstoffen.
Slecht wanneer de economische conjunctuur opnieuw normaal zal geworden zijn, zal kunnen worden teruggekeerd tot het stelsel der forfaitaire aanbestedingen.

Betaling van ondernemingen van werken

De financiering en de regelmatige betaling der werken geldt als een factor van het grootste belang, zoowel voor den Staat als voor de onderneming zelf.
De gewoonlijke vertraging bij de betaling der voorschotten en de vereffening der werkafrekeningen heeft voor de schatkist aanzienlijke kosten ten gevolge, eenerzijds, omdat de inschrijver, wegens de onzekerheid der betalingstermijnen, op abnormale wijze den prijs van zijn aanbod verhoogt om zich te dekken, en anderzijds, omdat de onderneming met te weinig kapitalen wordt uitgeschakeld door den last der bankinteresten.
Die uitschakeling van de kleine en middelmatige onderneming ten voordeele van de vennootschappen welke door machtige financieele middelen worden gesteund is antidemocratisch.
Daarom is de Commissie van oordeel dat een vereenvoudigingspolitiek dient gevolgd inzake betaling, ten einde aan de ondernemingen schatkist- en kredietmoeilijkheden te besparen.
Zij acht het noodig, de principes der jaarbegrootingen te herzien, alsook de regelen inzake openbare comptabiliteit, waardoor de betalingen worden vertraagd, de aanwending der kredieten wordt bemoeilijkt en welke zich tegen de mobilisatie er van verzetten.
De Commissie oordeelt insgelijks, dat de aan de betaling der werken voorafgaande formaliteiten tot een minimum dienen herleid, inzonderheid den tijd noodig voor het nazien der rekeningen door de onderscheidene administratieve diensten en door het Rekenhof.
Met het oog op de gezondmaking op dit gebied, stelt zij voor het aanbesteden te verbieden van belangrijke werken door provinciën en gemeenten, indien de noodige financieele middelen voor de goede en volledige verwezenlijking er van niet verzekerd zouden zijn.

Goedkope woningen

De Commissie is van oordeel dat het vraagstuk der woongelegenheden tot op heden in België op te schroomvallige wijze werd behandeld.
Zij acht het wenschelijk, de vereeniging te bewerken van de verschillende organismen welke zich met de woonaangeledenheden bezig houden, alsook dat een programma zou worden opgemaakt, ingegeven door een gevorderden socialen geest.
Zij beschouwt als onmisbaar, het voeren eener flinke realisatie-politiek, welke de financieele tusschenkomst van den Staat zou behelzen.



SOCIAAL HANDVEST DER LIBERALE PARTIJ


1. – Wij meenen dat de diepgaande beteekenis van de overwinning der Vereenigde Naties de triomf is van een beschavingsopvatting gesteund op de vrijheid en de waardigheid van den mensch.
Zoo de 19e eeuw de eeuw is geweest van de politieke democratie, gelooven wij dat de 20e die moet zijn van de sociale democratie.

2. – Wij willen een nieuwen socialen geest.
Wij willen een sociaal regime waarbij de solidariteit de plaats inneemt van den onderstand. Wij meenen dat, indien sedert twee generaties, zulke groote sociale vorderingen werden gemaakt, de vrijmaking van den mensch van de afhankelijkheid ten opzichte van het geld en van de machine nog dient verwezenlijkt.

A) Wij willen de toenadering der sociale standen verder bewerken door:
1. De stelselmatige en veralgemeende organisatie der contactnamen tusschen werkgevers en arbeiders (paritaire commissies, verplicht scheidsgerecht, enz.);
2. Het opstellen van een juridisch statuut van de arbeiders, dat het grondbeginsel van de syndicale vrijheid bevestigt;
3. De deelname van de arbeiders in de winsten van de ondernemingen, de geleidelijke verwezenlijking van de vertegenwoordiging van het personeel in de organen van het beheer der handelsmaatschappijen en de hervorming van de wetgeving in dezen zin;
4. De vermenigvuldiging van de functies tot sociale verzoening, zooals die der sociale helpsters;
5. De verbetering van de sociale vorming van het elite, elite dat onmisbaar is op alle trappen der maatschappij: elite van den arbeid, van de cultuur en van den dienst en niet elite van het geld. Tot dit doel willen wij, in het bijzonder den socialen geest ontwikkelen in de opvoeding en in het onderwijs, en de contactnamen vermenigvuldigen tusschen de menschen van verschillend sociaal peil, ten einde de maatschappelijke barreelen neer te halen.

B) Wij willen de opvoering van het maatschappelijk peil van de arbeidende standen door:
- de stelselmatige inrichting van den vrijen tijd en van de vacanties der arbeiders;
- de vermeerdering van de betaalde verlofdagen;
- de toepassing op de arbeiders van de beide geslachten van het grondbeginsel: "Voor gelijke arbeid, gelijk loon".

3. – Wij willen onverwijld zien overgaan tot de toepassing van de plannen van sociale zekerheid en wij willen de trapsgewijze uitbreiding er van tot alle medeburgers.
Die plannen moeten strekken tot de samenordening en de vereenvouding der sociale wetten. Zij dienen samen te gaan met een regime van minimum-loon, waardoor de huidige levensstandaard der arbeidende standen kan worden verbeterd.

4. – Wij bevestigen dat de werkloosheid de kwaal is van deze eeuw; dat ieder mensch het recht heeft in het sociale leven een arbeidsmogelijkheid te vinden; dat derhalve stoutmoedig dient overgegaan tot de economische hervormingen (inrichting der economie, strijd tegen de monopolies, wederaanpassing der Belgische nijverheid aan de nieuwe voorwaarden der wereldeconomie) welke noodzakelijk zijn om de werkloosheid te doen afnemen.

5. – Wij willen dat de Staat de familie bescherme:
- door de jonge gezinnen hulp te verleenen bij het stichten van een haardstede;
- door een hervorming van het regime der kindertoeslagen, inzonderheid door de omkeering der grondslagen, zoodat de sterkste toeslagen betaald zijnde voor de eerste kinderen en door het toepassen van een stelsel, dat een materieele hulp verzekert aan de weduwen met kinderen;
- door het uitbreiden tot de huishoudsters van sociale veiligheidsplannen;
- door stelselmatig het aangevatte werk voort te zetten, bestaande in het bouwen van goedkoope woningen en in den strijd tegen de krotwoningen.
Wij willen dat dit maatschappelijk programma zich in de wetgeving weerspiegeld ziet; wij gelooven dat ver van te schaden aan de vrijheid van den mensch, het machtig zal bijdragen tot de uitbreiding er van, en op het oogenblik dat de door den oorlog gekneusde menschheid uitziet naar evenwicht en naar een ideaal, bevestigen wij, met meer overtuiging dan ooit, naar het woord van den Amerikaanschen humanist Nicolas Murray Butler, dat "de vrije mensch, begaafd met een socialen en internationalen geest, de hoop is van de wereld".



CONGRESWENSCHEN


OORLOGSSCHADE

De Liberale Partij verklaart zich aanhanger en vastbesloten bewerker van de integrale schadeloosstelling, ten laste van de Natie, der door oorlogsfeiten aan den onroerenden en roerenden eigendom berokkende schade, alsook van de vergoeding wegens lichamelijke schade. Zij zal zich beijveren voor het tot stand brengen der wetgevende maatregelen welke zich aan de Natie opdringen krachtens de beginselen van sociale orde, rechtvaardigheid en billijkheid, die ten grondslag moeten liggen aan dit werk van nationale solidariteit.
Op internationaal gebied, zal de Liberale Partij krachtdadig alle uitzichten van het vraagstuk verdedigen welke van aard zouden zijn een gewettigde verlichting van de lasten van den Staat te bewerken, inzonderheid door het instellen van eischen ten opzichte van den aanvaller en door een billijke verdeelding der verliezen over de verschillende landen.
De Liberale Partij drukt den wensch uit, dat de regeering zonder uitstel een doelmatige coordinatie tusschen de verschillende ministerieele departementen zou tot stand brengen, waarvan de snelle medewerking hoofdzakelijk is voor de geteisterden, teneinde zoo spoedig mogelijk de puinen van hun gebouwen weder op te trekken.
Dringt aan opdat de regeering zoo spoedig mogelijk op het bureel der Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsontwerp zou neerleggen, strekkend tot het herstel der oorlogsschade, zoowel aan de goederen als aan de personen.
De Liberale Partij drukt de meening uit, dat de erkende leden van de Verzetsbewegingen, moeten gelijkgesteld worden met de strijders, wat betreft het herstel van de schade door hen of door hun rechthebbenden ondergaan, ten gevolge van hun strijd in de verzetsbeweging tegen den bezetter.

GEVANGENEN, INVALIDEN EN OORLOGSWEDUWEN

De Liberale Partij meent te beslissen, dat aan de gevangenen, invalieden, weduwen en rechthebbenden van den oorlog 1940-1945 dezelfde voordeelen zouden worden verleend als thans worden voorbehouden aan dezelfde categoriën oorlogsslachtoffers van 1914-1918, mits pensioenen en welkdanige vergoedingen aan de huidige levensduurte aangepast;
Zij meent daarenboven, dat de leden der erkende verzetsbeweging moeten gelijkgesteld worden met de strijders, wat betreft het herstel van de schade door hen of door hun rechthebbenden ondergaan, ten gevolge van hun strijd in het verzet tegen den vijand.

REPRESSIE

De Liberale Partij eischt het integraal herstel, ten laste van het Land, van de schade voortspruitend uit de willekeurige aanhouding van diegenen onzer medeburgers die zooveel hebben geleden opdat België zou leven.
Onze regeerders dienen de volle waarde te begrijpen van de aan de strijders van het binnenland opgelegde opofferingen.
Dit herstel dient eveneens uitgebreid tot hen die, verplicht op bevel van den bezetter, hunne haardstede hebben moeten ontruimen.


top