www.liberaalarchief.be
CONGRES VAN DE LIBERALE PARTIJ
BRUSSEL, 6-8 november 1959
RESOLUTIES


PROBLEMEN BETREFFENDE BELGISCH-CONGO EN RUANDA-URUNDI


I. Politieke problemen

De Liberale Partij bevestigt
- dat het lot van Congo moet blijken uit de vrije wilsbetuiging van de Congolezen door middel van het algemeen stemrecht en niet mag afhangen van de wil van sommige leiders, die de onafhankelijkheid beschouwen als een gelegenheid om het bewind in handen te nemen en zich aan de macht te houden dank zij bedreiging en intimidatie;
- dat het nodig is: het vertrouwen bij de inboorlingen te herstellen, dank zij de bescherming van hun persoon en van hun goederen;
de Europeanen gerust te stellen nopens hun toekomst, met name door het verlenen van de waarborg van BelgiŽ inzake pensioenen, zowel van het personeel der particuliere ondernemingen als van dat van het Bestuur;
het vertrouwen der beleggers te herstellen door Congo in de mogelijkheid te stellen, onder waarborg van BelgiŽ, leningen aan te gaan tegen aanvaardbare rentetarieven, zulks mits wijziging door een wet van het eerste artikel van het Koloniaal Handvest.

Zij bevestigt de dwingende noodzakelijkheid van zeer nauwe banden tussen BelgiŽ en Congo, in het belang zelf van de Afrikaanse bevolkingen.
Zij spreekt de wens uit dat de Belgische Regering, op het internationale vlak, het initiatief neemt tot instelling van blijvende contracten voor de oplossing van de Afrikaanse problemen, gelet op het gevaar voor een economische en daarna politieke onderwerping van Congo door sommige landen waar een totalitaire ideologie haar overwegende invloed doet gelden.

Zij is van oordeel dat de politieke toekomst van Congo dient ondergeschikt aan:
1. de invoering in Congo van een wetgevende en uitvoerende macht;
2. een werkelijke decentralisatie van de uitvoerende en wetgevende machten op het provinciale vlak;
3. de rationale en loyale toepassing van een politiek gericht op de afrikanisering der kaders;
4. het toekennen van werkelijke verantwoordelijkheden aan de inwoners van Congo;
5. de eerbiediging van de gewoonterechtelijke instellingen en van de traditionele elites.
Op rechterlijk gebied, preconiseert de Liberale Partij
- de invoering van een onafhankelijke rechterlijke macht;
- de afschaffing van ieder rassenonderscheid bij de rechtsbedeling voor diegenen die geen beroep wensen te doen op de gewoonterechtelijke rechtbanken.

Zij acht het mogelijk en bevestigt de noodzakelijkheid de rechterlijke hervorming, die het werk is van de heer Buisseret, uiterlijk op 1 januari 1960 van kracht te doen worden.
Zij spreekt zich uit voor de onverwijlde oprichting van een Commissie belast met het wederonderzoek van de ontwerpen van wet en van decreet betreffende het statuut van de beroepsmagistraten.
Zij vestigt de aandacht van de Minister van Belgisch-Congo en van Ruanda-Urundi op de noodzakelijkheid beroep in cassatie in strafzaken in te voeren.


II. Economische en financiŽle problemen

Ter bevordering van de ontwikkeling der Congolese economie en van de investeringen, doet de Liberale Partij volgende aanbevelingen:
1) vrijstelling van belasting op de winsten die onmiddellijk worden gereÔnvesteerd;
2) ruimere fiscale faciliteiten dan thans, wat betreft de nieuwe nijverheden en de ondernemingen die uitbreidingen van hun bedrijvigheid op het oog hebben;
3) het regime inzake belasting der inkomsten moet berusten op de progressieve aanslag der inkomsten, bij voorkeur aan de belasting op het zakencijfer;
4) uitzien naar het bereiken van akkoorden inzake dubbele aanslag met de landen die betrekkingen onderhouden met Belgisch-Congo en meer speciaal met de Gemeenschappelijke Markt;
5) invoering van belastingregelingen van lange duur, met name door het aannemen van een stabiel tarief betreffende de in- en uitvoerrechten en de versoepeling inzake het verlenen van vergunningen;
6) vereenvoudiging van de administratieve belemmeringen, om de vestiging van nieuwe ondernemingen te vergemakkelijken;
7) de modaliteiten vaststellen inzake schulden van steden en gemeenten.

De Liberale Partij stelt voor dat de Belgische Regering het initiatief neemt, in overleg met de leiders van de overzeese landen en gebiedsdelen, over te gaan tot de oprichting van een internationale verzekeringsmaatschappij, om de particuliere risico's te dekken.
Bovendien prijst de Liberale Partij aan dat de waarborg wordt verleend van de Nationale Delcrederedienst voor bepaalde door de Belgische nijverheid gedane leveringen.
Zij is van oordeel dat een bijzonder belangrijke inspanning moet worden gedaan om de inlandse economie te ontwikkelen, met name:
- door de uitbreiding van inlandse boerenstanden;
- door de toepassing van nieuwe formules, die de associatie voorzien van Europese maatschappijen, van Kolonisten en van de Afrikaanse boerenstand;
- door het verschaffen van een financiŽle hulp en door de opleiding van de zelfstandige handelaars in de stadsmilieus;
- door de bijeenroeping van een ronde-tafel-vergadering bestaande uit vertegenwoordigers van de particuliere sector, het Bestuur en het spaarwezen.

De Liberale Partij steunt de oprichting:
a) van een Investeringsfonds met intekening, voor een gelijk deel, op het kapitaal door BelgiŽ en Congo, met uitsluiting van de afstand van de portefeuille van Congo;
b) van een Fonds voor technische hulp om Congo bij te staan op volgende gebieden: wetenschappelijk onderzoek, sociale en medische diensten, culturele bedrijvigheden, opleiding van de Congolese administratieve kaders;
c) van een waarborgfonds voor de particuliere investeringen ten einde de investeringen te bevorderen.


III. Sociale problemen

De Liberale Partij, na de vaststelling dat, bij een vergelijking met de andere Afrikaanse gebieden, Belgisch-Congo op het voorplan staat van de sociale ontwikkeling, is van oordeel:

- dat de sociale actie meer moet bijdragen tot de verbetering der levensvoorwaarden van de landelijke milieus, met name door de ontwikkeling van de medische formaties in die zones, en door de vermenigvuldiging van de landelijke sociale diensten, deze actie beschouwd zijnde als een deel van het ruimer plan dat wordt voorzien met het oog op de bevordering van die gewesten;

- dat zou dienen overgegaan tot de oprichting van een Economische en Sociale Raad, die tot opdracht zou hebben:
eensdeel de werkverschaffing te verhogen en het nationaal inkomen op te voeren;
anderdeels, de inventaris op te maken van de sociale behoeften mits aan deze een prioriteitsvolgorde aan te wijzen en een gezamenlijk plan klaar te maken dat zou worden uitgevoerd met inachtneming van de economische mogelijkheden;

- dat de wettelijke erkenning van de syndicaten in Congo en de ontwikkeling van hun organisaties, door aan de werknemers een vertegenwoordiging te verzekeren, die het mogelijk moet maken de loonsbedragen vast te stellen bij collectieve akkoorden, na vrij overleg tussen de erkende syndicaten en de werkgevers of de werkgeversorganisaties, waarbij de rechtstreekse tussenkomst van de overheid voor de vaststelling van de bezoldigingen in de toekomst van aanvullende aard moet zijn en in stand wordt gehouden in de gewesten en sectoren waar de toevlucht tot collectieve overeenkomsten onmogelijk mocht zijn;

- dat bij de vaststelling der bezoldigingen het rassenonderscheid moet verdwijnen en dat de verhoging der lonen dient ingestudeerd in overeenstemming met de conjunctuur-evolutie en de rendering der arbeiders om de leefbaarheid van talrijke ondernemingen niet in gevaar te brengen en de werkloosheid te doen aangroeien;

- dat de afschaffing van het rassenonderscheid in de sociale wetgeving zo snel mogelijk dient afgevoerd; dat een oplossing dient te bestaan, niet in het opmaken van een enige wetgeving, maar in de afschaffing van het rassencriterium waardoor het toepassingsgebied van de twee bestaande wetgevingen wordt bepaald en mits de vervanging ervan door een ander criterium, hetwelk zou zijn het bedrag van de bezoldiging;

- dat de te beogen hervormingen de betrachtingen dienen in aanmerking te nemen van de Congolese bevolkingen en zich niet meer stelselmatig dienen te schikken naar de normen en de regelingen uit de moederlandse sociale wetgeving;

- dat een einde dient gemaakt aan de bestaande onderscheidmaking op arbeidsgebied tussen de gehuwde en ongehuwde vrouw, zo blanke als zwarte;

- dat de oplossing van het werkloosheidsprobleem hoofdzakelijk dient gezocht in de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, waarbij het toekennen van vergoedingen, in het Afrikaans sociaal verband, slechts dient beoogd ten uitzonderlijke titel en in de vorm van hulpverlening.


IV. De Gewoonterechtelijke Hoofden

De Liberale Partij brengt in herinnering dat BelgiŽ steeds in Belgich-Congo een aangepaste en evolutieve politiek van onrechtstreeks bestuur heeft toegepast, waarbij de inlandse traditionele autoriteiten werden erkend en de bevolkingen werden bestuurd met hun hulp en met inachtneming van hun eigen gewoonten.

Zij is van oordeel:
- dat de hoofdij, bij voorkeur aan het gewest, de natuurlijke basis moet blijven van de politieke en sociale structuur van Congo;
- dat de Belgische Regering de traditionele autoriteiten zeer volledig moet inlichten over de beslissende inzet van de aanstaande verkiezingen voor de toekomstige evolutie van Congo en ze moet aansporen om daaraan deel te nemen;
- dat zij de hoofden moet bijstaan om hun inspanningen te coŲrdineren, opdat een programma zou worden opgemaakt strekkende: tot een geleidelijke democratisatie, en dat de betrachtingen van de inlandse bevolking zou eerbiedigen;
- dat scholen onder het uitsluitend gezag van de openbare machten zouden worden opgericht in de landelijke milieus om de opleiding te verzekeren van diegenen die geroepen zijn om gewoonterechtelijke hoofden te worden, ten einde hun voorbereiding te verzekeren met inachtneming van de nieuwe omstandigheden.


V. De Landbouw

De traditionele Bantou-landbouw verschaft slechts een geringe opbrengst en veroorzaakt snel de onvruchtbaarheid van de grond:
Om die moeilijkheden te keer te gaan, stelt de Liberale Partij voor:
- dat de jaarlijkse groenten- en nijverheidsplantenteelt slechts geschiedt in landbouwplaatsen die zullen worden aangewezen ingevolge een pedologische prospectie, aangewend volgens hun bestemming en gevestigd in de nabijheid van de bestaande of zonder te grote kosten aan te leggen verkeerswegen;
- dat de fokkerij zou worden betrokken bij de teelt in de nabijheid van plaatsen met sterke volksconcentratie;
- dat de teelt der boomvormige nijverheidsplanten zich slechts zou ontwikkelen in de nabijheid der grote Europese plantages, opdat de Congolezen de technische hulp der Europeanen zouden genieten.

Zij beveelt aan:
- de ontwikkeling van coŲperatieve plantenverenigingen, met name om de landbouwarbeid te mechaniseren en meststoffen te gebruiken.


VI. Het Regime van het Grondbezit

De Liberale Partij spreekt de wens uit dat de Regering, op het ogenblik dat zij ertoe besluit hervormingen door te voeren, in de eerste plaats en zorg voor draagt de rechten en de behoeften van eenieder te waarborgen, en de evolutie in acht neemt die zich afschetst en die zal voortgaan.

Zij is van oordeel dat de hervormingen er niet alleen dienen op gericht, de Congolezen geleidelijk te betrekken bij het beheer van het vermogen, doch vooral een stelsel op te bouwen dat hun een gemakkelijkere en zekerdere toegang verleent tot individueel grondbezit, alsook de overdracht van dit bezit op de rechtstreekse afstammelingen, en dat aan ieder exploitant, zo neger als blanke, de nodige stabiliteits - en perenniteitswaarborgen zou bieden.


VII. Openbare werken in Congo

De door de Liberale Partij aangeprezen maatregelen zijn de volgende:
1. opmaken van een programma van openbare werken, die werkelijk nuttig en rendabel zijn, en die werken laten instuderen met inachtneming van de modernste en de goedkoopste technische methodes, derwijze in de hoogste mate het bedrag te verminderen van de voor ieder der ontworpen werken bestemde investeringen;
2. uitsluiting uit dit programma van alle constructies en alle constructiebestanddelen van weelderige of louter spectaculaire aard;
3. planning van de uitvoering dezer werken, door ze te onderwerpen aan een organigramma en aan een voorafgaande timing;
4. verdere uitrusting van Congo in energie, wegen en verkeersmiddelen, scholen, constructie van gebouwen voor sociale diensten, daarbij betrachtend, het meest tot stand te brengen met de minste uitgaven;
5. opslorping der werkloosheid in de steden, door uitvoering van wegwerken en saneringswerken, en door het bouwen van talrijke woningen voor Afrikanen;
6. niet uit het oog verliezen, dat het behoud en de ontwikkeling van de particuliere ondernemingen de voortduring onderstellen van de Belgische aanwezigheid in Afrika;
7. beperking van de werking van de administratie, die trouwens overlast is, tot de programmatie van en het toezicht op de studies en werken; de ingenieurs-adviseurs die in Congo zijn gevestigd, verder de studies te laten uitvoeren die zij hebben aangevat en hun het merendeel der toekomstige studies betreffende openbare werken toe te vertrouwen, studies welke dienen geregeld volgens vooraf bepaalde barema's, en niet ingevolge aanbestedingen die niet alleen geen zin hebben, maar tevens tegenstrijdig zijn met het nationaal belang;
8. zoveel mogelijk toevlucht tot de diensten der aannemers die, in Congo gevestigd, aldaar kapitalen hebben geÔnvesteerd, ingenieurs en gespecialiseerde technici hebben geÔnstalleerd, en talrijke Afrikaanse werkkrachten bezigen. De aannemers moeten aan de aanbestedingen deelnemen onder gelijkwaardige voorwaarden als de buitenlandse aannemers;
9. invoering in Congo van het stelsel van erkenning der ondernemingen, zo Belgische als buitenlandse, met inachtneming van criteria betreffende ervaring, bevoegdheid en solvabiliteit, derwijze de markt te saneren en aan de gemeenschap alle gewenste waarborgen te bieden, wat hoedanigheid en goede afloop betreft;
10. verzaking van de aankopen, door het Bestuur, van materieel voor openbare werken;
11. toevertrouwen, bij aanbesteding, aan particuliere ondernemingen, van de wegonderhoudswerken, en het uitbaggeren der waterwegen;
12. bevordering van de integratie der Afrikanen bij het kaderpersoneel der studiebureaus en der ondernemingen, en hun graduele bevordering in die kaders, zorg dragend dat de bezoldigingen evenredig zijn met de werkelijk verstrekte diensten;
13. de werking der parastatalen beperken en voorkomen dat zij de particuliere ondernemingen concurrentie aandoen.


VIII. Het Onderwijsprobleem

De door Congo gedane inspanning om aan de intellectuele behoeften van zijn inwoners te voldoen is aanzienlijk. Zij vertegenwoordigt een merkelijk deel van de begrotingen.
Wij erkennen graag de zeer ruime medewerking van de missies behorende tot alle geloofsbelijdenissen, en van de particuliere maatschappijen bij het verrichte werk op onderwijsgebied, maar blijven overtuigd van de voorrang van het door de openbare overheid beheerd onderwijs, waarvan de volledige bijval sedert 1946 en na 1954 heeft aangetoond dat het beantwoordt aan de innige betrachtingen van de bevolking, en de vrije keuze van de huisvader mogelijk maakt.
Alle hoofdzakelijke schooltypes werden in Congo opgericht. Het betaamt er de harmonische ontwikkeling van te verzekeren door in de eerste plaats het Lager Onderwijs, zowel voor jongens als voor meisjes, en het normaalonderwijs, te begunstigen, met inachtneming van het leven der gemeenschap in wiens dienst het staat.
Het ideaal ware dat alle monitors door onderwijzers werden vervangen. In het vooruitzicht van die mogelijkheid moet de opleiding der monitors verder worden verbeterd.
De moderne methoden ter bestrijding van het analphabetisme moeten de mogelijkheid bieden, aan de bevolking die geen volledig Lager Onderwijs heeft kunnen genieten, de voor het democratisch leven vereiste opleiding te verwerven.
De nieuwe schoolconstructies, wat inzonderheid de internaten betreft, moeten in de eerste plaats beantwoorden aan strikte nuttigheidsdoeleinden.
Het Technisch en het Beroepsonderwijs moet in verband blijven met de activiteiten waarvoor het is bestemd.
Het Middelbaar en het Hoger Onderwijs zullen een gelijkaardig niveau als in BelgiŽ behouden om de gelijkwaardigheid der diploma's te verzekeren voor alle studenten.
Het statuut van de officiŽle Universiteit van Belgisch-Congo en van Ruanda-Urundi moet deze buiten het bereik van iedere politieke inmenging.
De hervorming van de Universiteit der Overzeese gebieden (Unitom) zou aan een groter aantal Congolezen de mogelijkheid moeten bieden om de administratieve opleiding te verwerven, die noodzakelijk is voor de Afrikanisering der kaders.


IX. Jeugdproblemen

De Liberale Partij stelt vast dat de bevolking der jongeren aangroeit in de grote centra, dan wanneer de werkloosheid steeds verscherpt en de ontoereikendheid van het Onderwijs alsook de vrije tijd aanleiding geven tot schadelijke ledigheid.
Daarom stelt zij voor:
- een ruim contact tussen de verantwoordelijken der Belgische en Congolese jeugdbewegingen;
- de opneming van de jonge zwarten in de plaatselijke jeugdraden;
- de opleiding en de officiŽle erkenning van monitors en animators voor jeugd en sport;
- de vermenigvuldiging van de opvoedings- en sociale centra voor de jeugd, onafgebroken beheerd door officiŽle verantwoordelijken;
- de hervorming van de sociale tehuizen, waarbij de verantwoordelijkheden duidelijker worden bepaald, en mits ze aan te passen aan een meer intensieve maar ook meer opleidende beziging van de vrije tijd van het jonge meisje;
- dadelijk aan de Congolezen die de Universiteit verlaten bedieningen te verschaffen die met hun diploma overeenstemmen.


X. Voorlichtingsproblemen

De Liberale Partij:
legt de nadruk op het belang van de psychologische actie in een jong land;
onderstreept de belangrijke ontwikkeling die de Afrikaanse informatiediensten in 1957 en 1958 hebben genomen, met name wat betreft de oprichting van nieuwe provinciale radiostations, bestemd voor de Congolezen;
betreurt dat het "Commissariaat voor de Informatie" niet beter de te zijner beschikking gestelde middelen gebruikt;
spreekt de wens uit dat een bijzondere inspanning wordt gedaan inzake de voorlichting der Congolezen; dat met name de ontwerpen zouden worden verwezenlijkt die in februari in de Gouvernementsraad werden uiteengezet, en die strekken tot de radiofonische verspreiding van cursussen bestemd voor Congolezen en tot de exploitatie van de mogelijkheden die de radio-omroep in al zijn vormen biedt:
dringt aan:
1) opdat het "Commisseriaat voor de informatie" een ruimere plaats zou gunnen aan de politieke opleiding en aan de burgerlijke opleiding;
2) opdat wij ons werk en onze samenwerking met Congo zouden verdedigen tegen de vijandige buitenlandse propaganda, en zulks met alle geschikte middelen.


XI. Kolonaatproblemen

De Liberale Partij is van oordeel dat:
- de middelen tot uitbreiding van de verlenging van kredieten ter beschikking van de Maatschappij voor Krediet aan het Kolonaat dienen gesteld;
- de toekenning door de Regering en door de inlandse gebieden van leningen aan Congolezen dient vergemakkelijkt, dank zij de reorganisatie van het grondbezit, de bevordering van de individuele eigendom en de opvoeding van de ontlener;
- betuigd hare sympathie aan de Belgische en Europese kolonisten die hun werk en fortuin hebben besteed om Congo en zijn inwoners te verrijken. Zij zegt hun haar volledige en krachtdadige steun toe om, bij verdrag, van de toekomstige regeerders van Congo de verbintenis te bekomen dat hun persoon en hun goederen zullen worden geŽerbiedigd, daar de individuele vrijheden in de ware democratiŽn bestaan, en geruststellingen wat de normale exploitatie der particuliere ondernemingen betreft.

Bevestigt nogmaals dat het noodzakelijk is het aantal Europese zelfstandige arbeiders aanzienlijk en snel te verhogen, om aldus niet alleen te beantwoorden aan economische noodwendigheden maar ook aan de wensen van de aanzienlijke meerderheid der Congolezen; te dien einde dient de verplichting afgeschaft, voor een inwijkeling, het bewijs te leveren dat hij in het bezit is van een werkcontract, dient de borgstortingsformaliteit te worden versoepeld en moet men meer vrijgevig zijn bij het begeven van voor landbouwgebruik bestemde gronden.


ONDERWIJSPROBLEMEN


Het Congres van de Liberale Partij, vergaderd op 6, 7 en 8 november 1959 te Brussel, heeft de problemen van het Openbaar Onderwijs onderzocht en volgende verklaringen vastgelegd;

a) Op het doctrinaire vlak

1. De Liberalen zijn diep gehecht aan het grondwettelijk beginsel van de vrijheid van onderwijs en aan het recht van de ouders, vrij voor hun kinderen de school te kiezen, in overeenstemming met hun geweten;
2. De Liberalen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan het neutrale onderwijs waarvan de fundamentele verdienste ligt in zijn humanistisch ideaal, dat de vorming van vrije en verdraagzame mensen nastreeft, die bewust zijn van de intellectuele en morele mogelijkheden van het individu, dat gelooft in broederlijkheid en sociale vooruitgang en vertrouwen stelt in de toekomst van de mensheid;
3. Het doel waarnaar de Liberale leerstellingen van het onderwijs streven, is het opzoeken en de vorming van een elite en de uitbreiding van de kaders, dit door een doeltreffende selectie in alle graden en in alle sectoren;
4. Voor de Liberalen bestaat de sociale democratie hierin, iedereen de middelen te verschaffen om diť studiŽn te ondernemen en diť loopbaan te kiezen, die best overeenstemt met zijn betrachtingen en zijn aanleg, rekening houdende met de noodwendigheden van de maatschappij, om aldus het ontstaan in zekere sectoren van een intellectueel proletariaat te vermijden, terwijl in andere een tekort zou heersen.

b) Over de organisatie in de Liberale Partij

1. Het is dringend en hoogst wenselijk dat het bureau van de Liberale Partij de permanente Commissie voor het Openbaar Onderwijs reorganiseert, door beroep te doen op personen met politieke ervaring en op de hoogte van de huidige problemen van het onderwijs;
2. Naast deze permanente commissie en naast de bestaande syndicale organisatie dringt zich op dat de taak van een nationale vereniging van het liberaal onderwijzend personeel vervuld wordt, met het doel door herhaalde samenkomsten van de leden in een serene liberale atmosfeer het onderzoek van alle pedagogische en structurele problemen te bevorderen.

c) Over de werking van het Ministerie van Openbaar Onderwijs

Een aantal problemen hiermee verband houdend werden besproken.
Het Congres is van oordeel dat een spoedig onderzoek ervan zich opdringt.
1. Een hervorming van de structuur van het departement van Openbaar Onderwijs ware nuttig, ten einde de studie van de pedagogische hervormingen en dagelijkse problemen te vergemakkelijken en de genomen beslissingen een snellere uitvoering te geven. Zo dienen sommige verouderde werkwijzen aan de nieuwe eisen aangepast te worden;

2. Rationeel zal de schoolbouw slechts werken, wanneer hij uitsluitend onder toezicht staat van de Minister van Openbaar Onderwijs;

3. Slechts na een milde herwaardering van het onderwijzend ambt zal het Openbaar Onderwijs in BelgiŽ zijn volledige ontplooiing kunnen bereiken. Enkele doeltreffende maatregelen zijn namelijk:
a) een volledig herstel van zijn moreel en sociaal prestige, te bereiken door het eerbiedigen van de persoonlijkheid van de leerkrachten en door regelmatig beroep te doen op hun medewerking bij het uitwerken van nieuwe projecten;
b) een gevoelige verhoging van de materiŽle standing van het personeel;

4. Het belang van de leerling moet primeren in de organisatie van het onderwijssysteem.In deze geest dient:
a) de onderwijsstructuur versoepeld en vereenvoudigd te worden door de mogelijkheden van de oriŽntering en de reoriŽntatie van de leerlingen te vermeerderen en de leeftijd, waarop een definitieve keuze van de loopbaan dient gedaan te worden, zoveel mogelijk te verdragen;
b) de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs vergemakkelijkt te worden, door een progressieve training tot zelfstandig werken te voorzien, die aan de gediplomeerden van het Secundair onderwijs een cultureel en maturiteit verzekert, aanvaardbaar bij de aanvang van het Hoger Onderwijs;
c) aan de leergang in de moraal, op het ogenblik in alle graden voorzien, het belang toe te kennen die hij verdient, door vooreerst en vooral de leerkrachten te vormen, belast met het onderricht in de moraal;
d) beroep gedaan te worden op de meest moderne didactische middelen. Die cursussen verkozen die de meeste toekomstmogelijkheden bieden in de moderne samenleving, bv. de praktijk der talen;
e) de waarde van het technisch en van het beroepsonderwijs verhoogd en aangepast aan de huidige en in de toekomt te voorziene economische toestanden, door het oprichten van scholen, die zullen beantwoorden aan de nieuwe gewestelijke oriŽntaties;
f) de sociale waarde van het leercontract bevestigd te worden door het op te nemen in het raam van het technisch onderwijs;
g) het avondonderwijs dat buitengewone diensten bewijst aan de samenleving, bevorderd, en het een finaliteit te worden verzekerd in verhouding tot zijn waarde;
h) de werking en de bestaande criteria van het Nationaal Studiefonds herzien in functie van de selectie van de elites;

5. Het is de plicht van elke beschaafde maatschappij tot bijzonder onderwijs voor de zedelijk, lichamelijk of geestelijk gehandicapte kinderen te bevorderen en uit te breiden.

6. De kunsten en letteren, het artistiek onderwijs, de volksopleiding en de jeugdproblemen zijn zeer voorname sectoren, die in nauw verband staan met het Openbaar Onderwijs. Zij verdienen een bijzondere belangstelling en hulp, die rekening moet houden met de nationale noodwendigheden en met de regionale verlangens.


ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN


De Liberale Partij, te Brussel in doctrinaal Congres vergaderd op 6, 7 en 8 november 1959:

- verwerpt ieder programma hetwelk behelst de autoritaire planificatie, de nationalisering der ondernemingen, de handlegging van de Staat, op bepaalde sectoren van het particulier bedrijfsleven, de collectivisatie van lonen en andere inkomsten door de verzwaring van de fiscaliteit en van de sociale lasten;
- bevestigt nogmaals haar gehechtheid aan de grondbeginselen van het economisch Liberalisme, waardoor meer welstand kan worden verworven, alsook hogere inkomsten dan van een collectivistisch plan kan worden verwacht.

Die principes zijn met name de volgende:
- de economische vrijheid vergt en vrijwaart de individuele politieke vrijheid en een democratisch regime;
- het mechanisme der prijzen, toegepast op een markt zonder politieke tussenkomsten, fiscale distorsies noch monopolistische coalities, verzekert het hoogt mogelijk welzijn;
- de taken van de Staat als wetgever en scheidrechter zijn van fundamenteel belang tot het behoud van de markteconomie: hij zal vrijheid van arbeid verzekeren, alsook de syndicale vrijheid, de marktvrijheid, de muntstabiliteit, een economische fiscaliteit, het internationaal vrije ruilverkeer, de werking van de niet economische openbare diensten. Bovendien zal de Staat, op economisch gebied, een taak vervullen die hoofdzakelijk die van de particuliere sector aanvult. De structurele tussenkomsten kunnen slechts gericht zijn op een terugkeer naar de markteconomie. De Staat zal als blijvende opdracht hebben, te zorgen voor een hoog peil van werkverschaffing met aanwending van liberale procťdťs en binnen de perken van de muntstabiliteit. Ten slotte is de Staat niet bevoegd om de functies op zich te nemen van producent of van verdeler;
- het Liberalisme, vertrouwend in het individueel initiatief en het particulier bezit, spreekt zich gunstig uit voor een juiste bezoldiging van arbeid en kapitaal;
- het Liberalisme is een doctrine van vrij ruilverkeer, uiteraard gekant tegen het economisch nationalisme en tegen de autarkie;
- Hecht haar goedkeuring aan het actieprogramma dat wordt voorgesteld in het aan de Partij voorgelegd economisch verslag, bestemd om een werkelijke en regelmatige verhoging te verwezenlijken van het welzijn en van de individuele inkomsten, geldend voor volgende punten:
- verhoging van de individuele inkomsten in hun geheel;
- verzachting van de conjuncturele schommelingen met behoud van een maximale werkverschaffing;
- menigvuldige aanmoedigingen tot sparen en intensieve uitbreiding van het roerend en onroerend bezit;
- ontwikkeling van onze economische infrastructuur;
- behoud van de muntstabiliteit en beperking van de fiscaliteit;
- versnelde afschaffing der tolmuren;
- verwerping van iedere vorm van nationalisatie, terugkeer naar de economische realiteit en herstel van de vrijheid van onderneming in de sectoren waar deze is verdwenen;
- belast de Partij en de Liberale mandatarissen met het nemen van de praktische maatregelen die voorkomen in het voorgesteld liberaal actieprogramma en die de verwezenlijking ervan mogelijk maken.


SOCIALE PROBLEMEN


HET CONGRES VAN DE LIBERALE PARTIJ,

- VASTSTELLENDE dat de aangroei van het welzijn en, als gevolg daarvan, van de maatschappelijke vooruitgang, in de eerste plaats afhankelijk is van de ontwikkeling der economische bedrijvigheid.

- OVERWEGENDE, in dit opzicht, dat de fundamentele doelstellingen van een beslist vooruitstrevende politiek moeten zijn de sociale vooruitgang en de zekerheid, met eerbiediging van het particulier initiatief.

- IS VAN OORDEEL dat de sociale vooruitgang, enerzijds, de verbetering onderstelt van de sociale atmosfeer en, anderzijds, de bevordering der werkverschaffing.

- VASTSTELLENDE dat de verwezenlijking van de zekerheid dient plaats te vinden in de drie gebieden van de werkloosheidsverzekering, de verzekering tegen ziekte en invaliditeit en de verzekering bij overlijden.

- STELT MET NAME VOOR, om ten volle de nijverheidsdemocratie te zien verwezenlijken:
- een toenemend beroep op de sociale verbindingsinstrumenten (paritaire comitťs, ondernemingsraden) en de verhoging van hun representatief karakter;
- de invoering van een veralgemeend paritair verzoeningsstelsel op iedere trap;
- de aangroei van de werkende bevolking door, met name, de vrijheid tot werken, onder te bepalen voorwaarden, voor de gepensioneerden te herstellen;
- een daadwerkelijke politiek tot bestrijding der geboortevermindering door aanmoediging van de gezinnen met twee of drie kinderen, alsook door het invoeren van premies en leningen, speciaal bestemd voor de jonge gezinnen;
- de invoering van een arbeidsstatuut, gevestigd op de beroepsscholing, om te komen tot een ware, thans niet te verwezenlijken gelijkheid in het strikte kader der juridische perken van het bediendencontract en van het arbeidscontract;
- bevordering van die beroepskwalificatie door middel van een aangepast en veralgemeend technisch onderwijs om aan de imperatieven van hoge tewerkstelling te beantwoorden die onze integratie in het nieuwe Europa vereist;
- de veralgemening van de formules waardoor het personeel wordt betrokken bij het leven der onderneming om te komen tot een steeds ruimere verspreiding van de eigendom;
- de inrichting van een unitair pensioenstelsel, onder zorgvuldig te bepalen voorwaarden en in acht te nemen modaliteiten;
- in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, het verzekeren van de zware risico's voor eenieder en de veralgemening van het verminderinggevend ticket voor alle kleine risico's, zowel wat betreft de particuliere geneeskunde als de poliklinieken;
- de intensieve ontwikkeling van de preventieve geneeskunde.

- WENST dat die voorstellen aan een grondig onderzoek worden onderworpen en stelt aan het Congres voor, de studie ervan, binnen de kortst mogelijke termijn, toe te vertrouwen aan haar gespecialiseerde commissies of centra.


POLITIEKE PROBLEMEN


De Belgische Liberale Partij, te Brussel in Congres vergaderd op 6, 7 en 8 november 1959, na behandeling van het verslag over de politieke problemen, uitgebracht door haar Voorzitter, de heer Roger Motz,

Verklaart dat het hoofddoel van de Partij erin bestaat, van de moderne mens een vrij burger in een vrijzinnige Staat te maken. Zij wil een stelsel waardoor de Staat ten dienste wordt gesteld van de burgers, en niet de burgers ten dienste van de Staat.

De instellingen van de Liberale Staat moeten aan volgende vereisten beantwoorden:
1) de eerbiediging van de door de Belgische Grondwet gewaarborgde vrijheden;
2) de morele gelijkheid, wat in het bijzonder onderstelt de afschaffing van de voorrechten van klasse en kaste, de gelijkheid voor de wet, de gelijkheid van het vertrekpunt die verzekerd wordt door het veralgemeend onderwijs en het openstellen van alle loopbanen voor de verdienste alleen;
3) de vrijheid van denken, van geweten en van godsdienst, alsook de vrijheid zijn godsdienst of zijn overtuiging te belijden, alleen of samen met anderen, zowel in 't openbaar als in private kring. Elk individu heeft recht op de vrijheid van mening en van expressie, wat het recht onderstelt, niet verontrust te worden wegens zijn opinies en het recht, zonder inachtneming van grenzen, informaties en idŽen op te sporen, te bekomen en te verspreiden, ongeacht de aangewende middelen. Zij onderstelt ook, in een algemene zin, alle rechten en plichten die vervat zijn in de Verklaring van de Rechten van de Mens, door de U.N.O. goedgekeurd op 10 december 1948, en waarop iedereen zich mag beroepen, zonder onderscheid van geslacht, ras, kleur, noch taal;
4) de beperking van de bevoegdheden der regering, wat de scheiding van de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke machten onderstelt; beperking van de rechten der meerderheid en eerbiediging van die der minderheid op alle gebied;
5) de politiek moet worden gedeconfessionaliseerd opdat het gezag van de Staat, de provincies en de gemeenten onafhankelijk weze tegenover de godsdienstige overheden;
6) het economisch Liberalisme is doctrinaal verbonden aan het bestaan van het politiek Liberalisme, met een zo ruim mogelijke verspreiding van het particulier bezit en een vrije markt die, in economisch opzicht, dezelfde rol vervult als de democratie op politiek gebied. De staatstussenkomsten dienen zich, eensdeels, erbij te beperken het institutioneel kader vast te stellen binnen hetwelk de markteconomie haar invloed doet gelden en, anderdeels, de economische functies te vervullen die door de particuliere sector niet kunnen worden waargenomen. Bij wijze van voorbeeld, halen wij aan: de munt- en belastingpolitiek, de grote openbare werken, de wetgeving gericht tegen de monopolies, de internationale ruilverrichtingen, de afschaffing van de tolbarrelen, het wetenschappelijk onderzoek;
7) de jeugdopleiding door middel van een Openbaar Onderwijs dat voor ieder toegankelijk is, waar de geest van verdraagzaamheid en van vrijheid het meest geschikt is om van de jeugd burgers te maken die gehecht zijn aan onze democratische instellingen.

De Belgische Liberale Partij, die traditioneel innig voorstanders is van verdraagzaamheid, gematigdheid en vooruitgang, heeft tot reden van bestaan, de verdediging van het politiek en economische liberalisme. Zij heeft zich voorgenomen de toepassing ervan te verzekeren in alle sferen van 's mensen bedrijvigheid.


CONGRESMOTIE


BETREFFENDE DE POLITIEKE TOESTAND


De Belgische Liberale Partij, in Congres vergaderd, na onderzoek van de politieke toestand, stelt met voldoening vast dat, gevolg gevend aan de vastberaden oproep der liberalen, de Regering heeft beslist de aanvankelijk voorziene verhoging van sommige indirecte belastingen te verminderen, en spreekt de wens uit dat de inspanning tot vermindering ervan wordt voortgezet, samen met de inkrimping der uitgaven:

- is van oordeel dat iedere belastingverhoging, op het ogenblik dat een zekere economische heropleving aanvangt, de Belgische economie in ongunstige zin zal beÔnvloeden bij de door haar op de buitenlandse markten te voeren strijd, gelet op het feit dat die economie reeds rekening moet houden met verplichtingen zoals de koppeling van lonen en wedden aan het indexcijfer of andere verbeteringen van het sociale leven, die te verantwoorden zijn, doch die in bepaalde sectoren en op bepaalde ogenblikken onze nijveraars in een ongunstige positie stellen ten opzichte van hun buitenlandse mededingers;

- onderstreept, in dit opzicht, hoezeer de actie en de politieke rol van de Partij dienen gewijd aan de verdediging en aan de bevordering van de Middenstand, in de ruimste zin;

- vreest dat een wedloop zou ontstaan tussen de wedden, de lonen en de prijzen, waardoor de koopkracht van de munt aan 't wankelen wordt gebracht en die alle bezit, zonder nut voor wie ook, kan treffen;

- gelet op de aan de Regering opgelegde lasten ingevolge de toepassing van het door de drie partijen goedgekeurde schoolpact, de toepassing, der maatregelen die bestemd zijn tot het bevorderen van het wetenschappelijk onderzoek, de verplichtingen die voortvloeien uit de in Congo heersende toestand, de chronische tekorten van de R.M.Z. en van de N.M.B.S. alsook de door landsverdediging gestelde eisen, vraagt dat met volharding een strenge besparingspolitiek zou worden gevoerd in de sector der Rijksbesturen en der parastatale inrichtingen, om elke verspilling tekeer te gaan;

1. dat de tussenkomst van BelgiŽ bij de evolutie van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi meer zal bijdragen tot de wereldvrede dan de op het gebied van landsverdediging gedane inspanning; dat in dit opzicht een keuze moet worden gedaan;
2. dat de onverwijld met onze N.A.V.O.-partners aan te vatten onderhandelingen een voor BelgiŽ normale en in het kader van zijn internationale verplichtingen aanvaardbare deelneming moeten bepalen;
3. dat een politieke keuze dient gedaan, waarbij de lijst van 's lands prioriteitsproblemen wordt vastgesteld met inachtneming van de huidige financiŽle mogelijkheden;

- verzoekt haar Ministers, Volksvertegenwoordigers en Senators hardnekkig die opvattingen te verdedigen, derwijze het onvermijdelijke verval te voorkomen, niet alleen van 's lands


top