www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES, BRUSSEL, 17-18 februari 1962
PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
BESLUITEN


1. PROBLEMEN VAN ALGEMENE POLITIEKE- EN INSTITUTIONELE EN JURIDISCHE AARD

A. Institutionele en juridische problemen

- De P.V.V. verklaart zich de verdedigster van de eenheid van alle Belgen, Brusselaars, Vlamingen of Walen, in de schoot van de Belgische Staat, zonder onderscheid te maken tussen Nederlands-, Frans- of Duitssprekenden.

- De P.V.V. suggereert een veel ruimere deconcentratie en decentralisatie ten gunste van de provinciŽn.

In deze gedachtengang stelt zij namelijk voor:

a) De provincieraden te verzoeken reglementen uit te vaardigen, aangepast aan de regionale noodzakelijkheden, in het raam van de bestaande wettelijke beschikkingen.

b) Een uitbreiding van de bevoegdheid toegekend aan de goeverneurs.

c) De verhoogde deconcentratie van de technische administraties (Economische Zaken, Volksgezondheid, Openbare Werken, Verkeerswezen, Arbeid en Sociale Voorzorg, Landbouw).

d) De uitbreiding van de bevoegdheid en van de bronnen van inkomsten van de provinciŽn ten einde hen voortaan het recht tot initiatief te verlenen inzake vitale problemen met betrekking tot de toekomst van hun bevolking. De P.V.V. zal een wetsvoorstel neerleggen dat de oprichting tot doel heeft van een speciale commissie samengesteld uit parlementairen en andere personaliteiten, commissie die, binnen de 12 maanden volgend op haar instelling, aan de Regering de maatregelen moet voorstellen, teneinde een werkelijk ruime decentralisatie en deconcentratie in te voeren. Deze commissie zal eveneens bevoegd zijn om uit institutioneel oogpunt de middelen te bestuderen om op het politiek, economisch en sociaal plan, de belangen en de verzuchtingen van de verschillende gemeenschappen te vrijwaren.

B. Taalproblemen

- De P.V.V. verklaart zich in beginsel voorstandster van een wetenschappelijke en volledige telling, zoals eerst voorzien.

De raadpleging van de burger moet zich zoveel mogelijk uitbreiden tot alle aspecten van zijn gemeenschapsleven.

Evenwel stelt de P.V.V. vast dat er in de huidige omstandigheden geen gunstig klimaat bestaat voor de uitvoering van een dergelijke telling noch een parlementaire meerderheid die ertoe bereid is ze aan het land voor te stellen.

- de P.V.V. is voorstandster van een stabilisatie van het taalregime in al de gemeenten van het land, getemperd door de oprichting van en ontmoetingszone der talen in de omgeving van Brussel en ook van de Franstalige en Vlaamstalige gewesten.

- de PV.V. meent dat de streek van Brussel de band moet zijn die noodzakelijk moet bestaan tussen de Vlaamse en Waalse gemeenschappen. Te dien einde stelt zij de stichting voor van een "district-hoofdstad", die Brussel zou maken tot Europese hoofdstad, en die tezelfdertijd het principe van gemeentelijke autonomie zou vrijwaren.

- Verklarend dat het Nederlands en het Frans de nationale talen zijn, bevestigt de P.V.V. het principe dat de burger die een streek bewoont waar Duits gesproken wordt dezelfde rechten geniet als zijn landgenoten van het binnenland en dat de Duitssprekende bevolking derhalve dezelfde beschermende maatregelen mag eisen die de Staat toekent of zal toekennen aan de andere gemeenschappen.


2. CULTURELE PROBLEMEN

- De P.V.V. erkent dat de Belgische gemeenschap drie taal- en culturele groepen telt waarvan de leden dezelfde rechten moeten genieten, en prijst de verrijking dan van onze culturen door wederzijdse bijdragen.

- Daarom stelt zij voor:

1) de oprichting van 3 cultuurraden die elk met een bepaalde taalgroep overeenstemmen. Ieder van deze raden zou over een uitgebreide bevoegdheid beschikken en over een eigen door het Parlement gestemd budget, dat zij volledig onafhankelijk zou kunnen verdelen.

2) de culturele opvoeding van de burgers die tot ťťn van de drie taalgroepen behoren te bevorderen.

- Zij stelt eveneens de oprichting voor te Brussel van een Europees Cultureel Instituut dat tot doel zou hebben de Europese roeping van BelgiŽ en de verspreiding in ons land van de culturele activiteiten van de Staten-leden van de Europese Gemeenschap, en omgekeerd, te bevorderen.

- De P.V.V. onderlijnt de dwingende noodzakelijkheid van een practisch en doeltreffend onderwijs, dat aan iedere burger moet toelaten een kennis van de landstalen te verwerven, aangepast aan de functies en aan de bezigheden die hij zo wenst te vervullen. Bijgevolg vraagt zij met aandrang dat de studie van het Frans als tweede landstaal daadwerkelijk georganiseerd zou worden in het Noorden van het land, deze van het Nederlands in het Zuiden. Gezien het cultureel aspect van het Arrondissement Verviers wenst dat de studie van de talen (eerste en tweede) in het lager en middelbaar onderwijs het voorwerp zou uitmaken van een bijzondere regeling.

- In diezelfde geest beveelt de P.V.V. de regering aan een praktisch onderwijs van de tweede landstaal voor volwassen in te richten. De Staat moet hiervoor het initiatief nemen en de middelen vinden om het in te richten.

- De P.V.V. kant zich ten stelligste tegen de splitsing van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur; zij meent dat, in het raam van ťťn enkel departement en onder het beheer van ťťn Minister de taalkundige onderverdeling van de administratieve diensten slechts mag beoogd worden tot het niveau van de administratieve directies inbegrepen.

- De P.V.V. onderlijnt dat het onderwijs in de geschiedenis van BelgiŽ en van onze grondwettelijke instellingen niet alleen nuttig is, doch tevens aantoont dat de coŽxistentie van de nationale culturen een objectieve realiteit is. Zij bevestigt dat het noodzakelijk is dit onderwijs van een Europese geest te doordringen.

- De P.V.V. overtuigd van het overheersend belang van het wetenschappelijk onderzoek en vaststellend dat er zich op dit plan, een internationale samenwerking aftekent beveelt de ontwikkeling aan, van het wetenschappelijk onderzoek in BelgiŽ en onderlijnt het belang van een openhartige samenwerking op wetenschappelijk plan in geheel het land.


3. ECONOMISCHE, SOCIALE, FAMILIALE EN DEMOGRAFISCHE PROBLEMEN

A. Economische en sociale problemen

Het bestaan erkennend in BelgiŽ, van economische homogene streken, waarvan de grenzen niet overeenstemmen met beschouwingen inzake taal, godsdienst en cultuur, stelt de P.V.V. vast dat een economisch federalisme in ons land evenmin mag bestaan als een politiek separatisme.

- De P.V.V. oordeelt dat het Belgisch economisch regionalisme, door het meeste van zijn uitzichten, gericht is op een uitbreiding van de grenzen in het raam van een Europese integratie.
Aldus kan aangenomen worden dat buiten de landbouwstreken met bijzondere structuur, er 5 nijverheidsstreken bestaan, die kunnen worden beschouwd als eigen entiteiten in het kader van het economisch Europa:

1į) de beide Vlaanderen en West-Henegouwen, aangesloten bij de streek Rijsel-Roubaix-Tourcoing, met thans overwegend textielkarakter;

2į) de nijverheidsstreek gaande van de Beneden-Samber, langs Charleroi, tot de Borinage, en met verlenging in Frankrijk door de gelijkaardige metaal- en kolengewesten van Maubeuge-Valenciennes en Lens;

3į) de hoofdstad en de havenstad, zwaartepunten van de economie en zuidelijke verlenging van de Hollandse Randstad;

4į) het Noord-Oosten van het land, met de bijkomende streken van Limburg en Luik, verenigd door het Albertkanaal, en die deel uitmaken van de zone der 4 bekkens met Hollands Limburg en Aken.

5į) Zuid-WalloniŽ behalve Tussen-Samber-en-Maas, in de nabijheid van het industriŽle Henegouwen; alsook de Naamse agglomeratie. In deze zone zijn er gewesten met bijzondere bestemming, met name de Mergelstreek verbonden met Frans Lotheringen.

- Deze indeling van de Belgische economische bedrijvigheden, verre van sommige verdeeldheden te verhogen, bevestigt feitelijk de interpenetratie en de solidariteit van de ethnische gemeenschappen.

- De familiale landbouwbedrijven, die de stabiele grondslag uitmaken, van de landelijke gewesten, in een zelfde mate over gans het land verspreid, moeten, in het perspectief van de gemeenschappelijke Markt, en om de volle tewerkstelling van hun leden te verzekeren, zich trapsgewijze kunnen hervormen in sterk geÔndustrialiseerde produktieondernemingen.

De P.V.V. onderlijnt de bevredigende economische toestand van BelgiŽ en ziet er het uitdrukkelijk gevolg in van de superioriteit van het privaat en vrij initiatief. Zij stelt nochtans met spijt vast dat de Staat door de instandhouding van sommige belemmeringen en wegens zijn onbekwaamheid om op behoorlijke wijze de openbare financiŽn te beheren, nog de volledige expansie van onze economie verlamt en aldus onze integratiekansen in de Gemeenschappelijke Markt in gevaar brengt.

De P.V.V. erkent ook het bestaan van een ontegensprekelijke malaise op het regionale vlak en stelt voor, om zulks te verhelpen:

a) het bevorderen van een regionale expansiepolitiek met het oog op de industriŽle ontwikkeling van handel, nijverheid en landbouw, alsook van de verdediging van de Middenstand en van de zelfstandige beroepen;

b) de invoering van gunstige voorwaarden die het privť initiatief zouden aanzetten tot het scheppen van nieuwe betrekkingen, aangepast aan de hulpbronnen, de geschiktheden en de behoeften van ieder gewest, derwijze op doelmatige wijze de structurele werkloosheid te bestrijden en de wedersamenstelling van het economisch potentieel te verzekeren van de streken die getroffen zijn door de achteruitgang van sommige van hun activiteiten;

c) de verder doorgedreven decentralisatie en regionalisatie van het technisch onderwijs teneinde in gans het land de vorming en de wederaanpassing van geschoolde arbeidskrachten te verzekeren;

d) een meer dynamische economische en sociale opvatting van de transport- en huisvestingsproblemen, derwijze een betere verdeling van de tewerkstellingsmogelijkheden te verzekeren;

e) de toepassing, door de openbare machten, van een politiek tot doelmatige aanmoediging van het particulier initiatief, verstaan zijnde dat deze politiek directe aspecten kan vertonen, zoals het verlenen van aanwakkeringsmiddelen, of onrechtstreekse, zoals de afschaffing van bepaalde belemmeringen;

f) het geheel van de studies en diensten, waarvan de werking thans in verspreide orde geschiedt, voort te zetten, samen te ordenen en hiŽrarchisch te bepalen in de schoot van een organisme tot bevordering en coŲrdinatie, dat in nauwe samenwerking met de particuliere sector optreedt.

B. Familiale en demografische problemen

De P.V.V. eist een krachtdadige actie ten voordele van het gezin.

a) Op psychologisch en pedagogisch gebied:

Doelstelling: door een morele en psychologische actie, de betekenis van het gezin in eer herstellen. Te dien einde stelt de P.V.V. voor:

- een staatssecretariaat van het Gezin en de Jeugd te stichten. - de gezinsopvoeding uit te breiden. - het aantal te verhogen van de voorlichtingscentra op school- en beroepsgebied en ze tevens te decentraliseren.

b) Op financieel gebied:

Doelstelling: aan het gezin een hoger levensminimum verzekeren dan totnogtoe werd verleend.

Te dien einde stelt de P.V.V. onder andere voor: - Het aanmoedigen, door grotere toelagen, van een systeem van prenatale raadplegingen, van raadplegingen voor zuigelingen en van diensten van familiale helpsters.

- De herziening van ons stelsel van gezinsvergoeding met het doel voor onze zelfstandige arbeiders dezelfde vergoedingen te bekomen, als deze toegekend aan de andere sociale categorieŽn.

- De oprichting, in een geest van nationale solidariteit, van een systeem van familiale voordelen dat het vestigen van een evenwichtige demografie in gans het land tot doel heeft.

- De invoering van een systeem van huwelijkstoelagen dat de installatie van jonge gezinnen zou begunstigen.

- De uitbreiding van het prenuptiale sparen en het verlenen van huwelijksleningen.

- Het behoud van de afzonderlijke taxatie der inkomsten van de echtgenoten.

- Het behoud in het sociaal milieu van de bejaarde personen, door het uit de weg ruimen van al de belemmeringen van hun vrijheid tot arbeiden, dit indien ze zulks wensen. De bejaarde burger zal zoals ieder verantwoordelijk wezen vrij kunnen beslissen over zijn levenswijze en aldus financieel tot het familiebudget bijdragen.

- De toekenning aan weduwen van familiehoofden (met kinderen) overleden vůůr de leeftijd van op pensioenstelling, de voordelen toegekend aan de echtgenoten der gepensioneerden op 65 jarige leeftijd.

- Het voortzetten van de strijd tegen de krotwoningen.

- De uitbreiding en de spreiding over een langere termijn van de huisvestingspolitiek.

- Het toekennen van premiŽn en leningen met lage interest, die het verwerven van eigendom, voor de gezinnen met kinderen zouden vergemakkelijken.

- De depolitisatie van de huisvestingssector, o.m. door het instellen van een register van kandidaat-huurders, door de oprichting op provinciaal vlak van een verhaalmogelijkheid, voor de huurders die zich ten onrechte uitgeschakeld achten.

- Het uitbreiden van de vermindering van de fiscale lasten ten voordele der gezinnen met kinderen.


top