www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES, OOSTENDE, 3-5 mei 1963
CONGRES VAN DE PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
CONGRESRESOLUTIES


1. ECONOMISCHE PROBLEMEN


Door haar op persoonlijk initiatief en solidariteit gebaseerde leer is de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang de tolk - en de enige geldige politieke verdediger - van de behoeften van de zelfstandige arbeiders.

Onder die behoeften van de zelfstandigen arbeiders komt nadrukkelijk en dwingend de verhoging voor van een markteconomie en van een ware economische vrijheid, met een echte vrijheid van prijzen. Welnu, dit impliceert fundamenteel de versterking van een eerlijke, gezonde mededinging met vanzelfsprekend gelijke kansen voor iedereen, bij de aanvang en later.

De P.V.V. zal dus waken over de uitbreiding van een werkelijke markteconomie door de versterking van een eerlijke en gezonde mededinging.

I. ALGEMENE MAATREGELEN

A. in niet-uitzonderlijke perioden mag de prijsvorming slechts door de normale economische wetten geregeld worden en in het bijzonder door deze van vraag en aanbod.

B. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang zal zich verzetten tegen elke aanslag op de vrij aangegane handelsovereenkomsten die een geoorloofd doel hebben.
De opgelegde verkoopprijs moet als volgt worden begrepen: de kleinhandelsverkoopprijs die de producent vooraf voor een bepaald produkt heeft vastgesteld, welke ook de distributiekanalen zijn die door dit produkt worden gevolgd.

C. De P.V.V. is van mening dat de openbare machten de werking van de beroepsorganismen dienen te steunen.

D. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang zal eerst en vooral het krediet uitbreiden ten behoeve van de kleine en middelgrote ambachts-, handels- en nijverheidsondernemingen, evenals het kenbaar maken van de reeds bestaande faciliteiten (en organiseren door de wetgever van maatschappijen voor onderlinge borgstelling).
Het ware zelfbedrog enkel te werken om een verlaging van de rentevoet van het krediet aan de middenstand te bekomen zonder zich bezig te houden met het versoepelen van de waarborgen.

E. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang zal de fiscale gelijkheid uitbreiden (inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen) voor de kleine en middelgrote ambachts-, handels- en nijverheidsondernemingen: afschaffen van de opeenvolgende taxaties, veralgemening van de enige forfaitaire belasting, afschaffingsmodaliteiten van de exportbelastingen.

F. Het economisch dynamisme moet nog worden verscherpt door een doelmatige toepassing van de wet tot beteugeling van de misbruiken van economische machtspositie.
Om deze wetgeving een grotere draagwijdte te geven komt het er op aan in een liberale geest het Europees statuut betreffende de beperkende mededingingspraktijken te verbeteren. Op nationaal plan moet de van kracht zijnde wetgeving in toepassing worden gebracht voor de Staat en de openbare instellingen, met het oog op een hogere bescherming van de verbruiker en de zelfstandige arbeider.

G. De P.V.V. spreekt zich uit ten gunste van een economisch beleid dat ertoe strekt de integratie van de kleine en middelgrote ondernemingen in de Gemeenschappelijke Markt te vergemakkelijken.

II. BIJZONDERE MAATREGELEN

A. Kleine en middelgrote handelsondernemingen.

De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang zal waken over de aangroei van de mededingingsmogelijkheden van de kleine en middelgrote handelsondernemingen; gelijke kansen voor iedereen, zowel bij de aanvang als later.

1. De P.V.V. zal waken over een samenhangende reglementering inzake zekere "speciale" handelspraktijken.

a. De verkoop met verlies (aan een prijs lager dan de aankoop- of provianderingsprijs), onder welke benaming hij ook moge plaatsvinden, is alleen wettelijk voor zover hij zijn oorsprong vindt in de werkelijke noodzakelijkheid voor de handelaar een koopwaar af te zetten waarvan de verkoop door een normale marktevolutie of door een toevallige omstandigheid wordt belemmerd.
b. De voorwerpspremie (de premie strikt genomen) is een niet-geldelijk voordeel dat een handelswaarde bezit en van een andere aard is dan het hoofdvoorwerp dat aan de basis van het contract ligt en dat op het ogenblik van het afsluiten van het contract zonder onderscheid wordt toegekend aan elke niet-professionele medecontractant hetzij tegen een vergoeding die lager ligt dan de kostprijs van diegene die het toestaat, hetzij tegen een vergoeding die versmolten is met die van het hoofdvoorwerp.
Wij zijn beslist voorstander van een volledig verbod van de voorwerpspremie (de premie strikt genomen) zowel rechtstreekse als onrechtstreekse.

2. De P.V.V. zal de samenwerking bevorderen tussen de kleine en middelgrote handelsondernemingen (zowel groot- als kleinhandelaars): gemeenschappelijke aankopen die door het feit zelf goedkoper uitvallen (meer competitieve kostprijs).

3. De P.V.V. zal de beroepsvorming van de kleine en middelgrote handelsondernemingen aanmoedigen: boekhoudkundige vorming, verbetering van hun verkoopsmethoden (verspreiding van de ideeŽn, de produktiviteitstechnieken, de rationalisatie), handel die georiŽnteerd is op het begrip kwaliteit en service.

B. Kleine en middelgrote ambachts- en nijverheidsondernemingen.

1. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang zal waken op de bevordering van de investeringen der kleine en middelgrote ambachts- en nijverheidsondernemingen door fiscale regelen tot versoepelde amortissaties.

2. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang is de mening toegedaan dat de samenwerking tussen de grote ondernemingen enerzijds en de kleine en middelgrote ondernemingen anderzijds, een belangrijke basis is van een gezonde economische vooruitgang; de P.V.V. zal de stichting bevorderen van centra voor technische samenwerking en voorlichting tussen de grote ondernemingen enerzijds en de kleine en middelgrote ondernemingen anderzijds.

3. De P.V.V. meent dat de onderaanneming een van de voornaamste rollen is van de kleine en middelgrote ambachts- en nijverheidsondernemingen.
Met het doel de onderaanneming te vergemakkelijken en aan te moedigen, zal de P.V.V. de stichting bevorderen van informatiecentra in elke economische streek.

4. De P.V.V. zal de samenwerking aanmoedigen tussen de kleine en middelgrote ambachts- en nijverheidsondernemingen, met het oog op een betere rendabiliteit.

5. De P.V.V. zal de beroepsvorming aanmoedigen van de leiders van kleine en middelgrote ambachts- en nijverheidsondernemingen: boekhoudkundige vorming, verbetering van hun verkoopsmethoden (verspreiding van de ideeŽn, productiviteitstechnieken, rationalisatie), handel die georiŽnteerd is op het begrip kwaliteit en service.

6. De P.V.V. spreekt zich uit ten gunste van maatregelen die de overname, door de kinderen, bevorderen van een ambachts- of nijverheidsonderneming met familiaal karakter.

C. Vrije Beroepen.

1. De P.V.V. meent dat de vrije uitoefening van de vrije beroepen een onontbeerlijke factor is voor de economische en sociale vooruitgang van het land en dat er geen enkele aanslag mag op gepleegd worden.

2. De P.V.V. zal zich verzetten tegen iedere maatregel tot etatisering, rechtstreekse of bedekte, van de geneeskunde; deze etatisering zou inderdaad behalve de aanslag op de vrijheid die zij zou teweegbrengen:
- de kosten voor verzorging verhogen;
- hun kwaliteit verminderen;
- het percentage der indirecte lonen verhogen;
en zou bijgevolg de economische mogelijkheden van het land ernstig in het gedrang brengen.

3. De P.V.V. zal elke vraag tot oprichting steunen van Professionele Orden, die naar de bescherming en de organisatie van de vrije beroepen streven.

D. Landbouwberoepen.

Ter bestemming van de landbouwers herinneren wij aan en bevestigen wij de resoluties van het Sociaal Congres te Charleroi (20 & 21 october 1962), onder voorbehoud van hetgeen sedertdien op wettelijke wijze verworven werd en onder voorbehoud van de bijkomende conclusies van de P.V.V.

1. De gelijkmaking van de levensstandaard van alle arbeiders, landelijke en industriŽle, door de goedkeuring van een pariteitswet, die geleidelijk de nodige financiŽle middelen ter beschikking van de landbouw zou stellen, om de noodzakelijke structuurhervormingen te verwezenlijken en op die manier de gewenste opgang mogelijk maken.

2. Wijziging van het indexcijfer en voortdurende aanpassing ervan aan de werkelijke consumptiestructuur, om de prijs van de landbouwprodukten te onttrekken aan de mogelijke manipulatie van het indexcijfer.

3. Werkelijke invoering van het recht van verkoop ten bate van de huurder-exploitant, door een wettelijke hervorming ter bevordering van de rechtstreekse exploitatie.

4. Dringende maatregelen om de rendabiliteit te verzekeren van de kleine en middelmatige exploitaties door valorisatie van het produkt (industrialisatie en rechtstreekse commercialisatie) en van de grond (specialisatie, reconversie, ruilverkaveling).

5. Verhoging van de consumptie van natuurlijke produkten nl. door stelselmatige prospectie van de markten, richten van de produktie in functie van de behoeften van de verbruiker, inrichting van de collectieve publiciteit en aanbieding van kwaliteitsprodukten.

6. Integratie in de landbouwsector van alle landbouwindustrieŽn, van de bosbouw en van de visserij. Uitbreiding van de exclusieve bevoegdheid van de Minister van Landbouw tot deze sectoren.

7. Goedkeuring van een coŲperatief statuut, met tussenkomst in bijkomende zin, waardoor een werkelijke en vruchtbare coŲperatie wordt verzekerd en een volledige bloei aan een ware coŲperatie wordt gewaarborgd mits te verhinderen dat bepaalde vennootschappen de benaming "coŲperatief" zouden aannemen zonder de principes ervan toe te passen.

8. Wederinvoering van de forfaitaire schalen, die tot basis dienden voor de berekening van de bedrijfsbelasting voor de fiscale agressie die door de huidige Regering is opgedrongen, wat tot gevolg had dat de belastingen met 40 ŗ 80% zijn gestegen ondanks het feit dat het landbouwinkomen onveranderd is gebleven.

9. Aanmoediging van instituten voor landbouwresearch ten einde de produktie aan te wakkeren en te valoriseren, o.m. door de onverwijlde oprichting van een programmatiebeurs, die tot taak zal hebben een studie te wijden aan de problemen die zich op halflange en op lange termijn kunnen voordoen, om, zowel op produktiegebied als dat van de commercialisatie en van de investeringen, de nodige oriŽntatiemaatregelen te bepalen die de Belgische landbouw in staat moet stellen om zich op economisch gebied te beschermen in het Europa van morgen.

9bis. De P.V.V. zal alles in het werk stellen om de vrijwillige ruilverkaveling aan te moedigen door haar ten minste dezelfde voordelen te verlenen als aan de wettelijke ruilverkaveling.

In een onmiddellijk actieprogram stelt de P.V.V. bovendien voor en dit als oplossing voor meer typisch regionale problemen:
- Rekening houdend met de melkproduktie in de landbouweconomie, eist het Congres van de Regering dat de Schatkist de recente en trouwens onvoldoende verhoging van de richtprijs van de melk ten laste zou nemen;
- het Congres eist dat maatregelen zouden getroffen worden opdat de prijs van de boter ter consumptie gesteld in BelgiŽ de sluikinvoer zou verhinderen;
- het Congres vraagt de toepassing van een voldoende accijnsrecht op de margarine en dat de opbrengst hiervan rechtstreeks ten goede zou komen aan de landbouwers;
- het Congres vraagt dat men in ieder geval het kleuren van de margarine zou verbieden;
- het Congres vraagt dat men in de kazernes de margarine door boter zou vervangen;
- het Congres vraagt dat men een systematische propaganda zou voeren ten einde het gebruik te bevorderen van tafeldruiven van Belgische oorsprong, zowel op de binnenlandse als de buitenlandse markten.

E. Kaders.

Bewust van de groeiende belangrijkheid van de kaders in onze economie, zal de P.V.V. om hunnentwil zorgen voor een verspreiding op grote schaal van haar economische doctrine.

III. ALLERLEI

A. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang is gekant tegen economaten, andere dan deze die door een onderneming (producent, groothandelaar) opgericht worden ten behoeve van haar personeel en waaraan zij slechts haar eigen produkten verkoopt.
B. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang bestreed en zal krachtdadig de beschikkingen bestrijden van het voorontwerp van wet SPINOY op de mededinging, dat de vaststelling voorziet van de prijzen door de openbare machten in niet-uitzonderlijke perioden. Zij stelt nochtans met genoegen vast dat Ėde dag zelf van het Congres te Oostende- de Pers mededeelt dat het gehekelde voorontwerp zou gewijzigd worden in dit opzicht. Zij verheugt zich over dit eerste resultaat van haar actie en besluit deze voort te zetten.



2. FISCALE PROBLEMEN


I. ALGEMEENHEDEN

- Een te zware fiscaliteit belemmert de economische ontwikkeling van het land, benadeelt zijn landgenoten op de buitenlandse markten, bestraft de inspanning, ontmoedigt de spaarzin, het nemen van risico's, de verantwoordelijkheidszin. Zij brengt ook een vermindering van het algemeen welzijn met zich. Deze waarheid heeft de regeerders van talrijke landen getroffen, uitgezonderd de onzen. Inderdaad, op het ogenblik dat bij ons het nieuw fiscaal stelsel de belastingbetalers treft en zich tot een instrument van klassenstrijd omvormt, door gans bijzonder de zelfstandigen te penaliseren, hebben de regering Kennedy, de regeringen van het Verenigd Koninkrijk en Nederland en, vůůr die laatsten, die van Frankrijk en die van West-Duitsland, substantiŽle belastingverminderingen toegestaan. Een fiscale vermindering zal evenwel slechts mogelijk zijn bij ons als de Staat ertoe besluit zijn openbare financiŽn gezond te maken.
- De toestand van deze laatste is thans bedenkelijker dan ooit. Aldus zal, in geval van economische recessie, ons land het meest kwetsbaar zijn en zullen wij opnieuw werkeloosheid kennen, want onze regering zal niet in staat zijn, bij gebrek aan financiŽle middelen, de gepaste maatregelen te treffen.
- De P.V.V. verbindt er zich plechtig toe aan geen enkele regering deel te nemen die niet op de eerste plaats van haar programma de nodige maatregelen tot het gezondmaken van de openbare financiŽn zal vermelden.
- Alleen een dergelijke politiek zal ons toelaten de nodige middelen te bekomen om een ware sociale politiek uit te werken ten gunste van alle Belgen zonder onderscheid en dit zonder de fiscale last te verzwaren.

II. ONMIDDELLIJKE MAATREGELEN

Door de toepassing van een politiek die erop is gericht het spaarwezen, de kleine onderneming en de vrije beroepen te ondermijnen worden bepaalde sociale groepen ingevolge de nieuwe fiscale regeling begunstigd, ten nadele van andere bepaalde groepen, waaronder de zelfstandigen. Het is nodig een op rechtvaardigheid en billijkheid in belastingopzicht gesteunde fundamentele hervorming ter studie te leggen, waardoor de concurrentiŽle gelijkheid wordt bereikt.
Teneinde de voornaamste onrechtvaardigheden uit de weg te ruimen die ingevolge de wet van 20 november 1962 zijn ontstaan, stelt de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang de volgende onmiddellijke maatregelen voor:

1. De echtgenoot, gewoon helper, komt in aanmerking voor een abattement; de echtgenoot wiens bedrijvigheid verschilt van dit van de andere echtgenoot en die niet meer ten laste is van deze laatste, komt niet in aanmerking van enigerlei abattement. De PV.V. eist de afschaffing van de samenvoeging van de inkomsten der echtgenoten, zowel voor de loon- en weddetrekkenden als voor de zelfstandigen die een afzonderlijke bedrijvigheid uitoefenen. Het Burgerlijk Wetboek dient gewijzigd en de scheiding van goederen als gemeenrechtelijke regeling ingesteld, wat aanleiding zou moeten geven tot een afzonderlijke aanslag in hoofde van ieder echtgenoot. Wat de helpers betreft moet het deel van het inkomen ter bestemming van de helper worden vastgesteld op 40% indien de exploitant voor de uitoefening van zijn beroep gedurende tenminste 8 uren per dag wordt geholpen. Indien het slechts een gedeeltelijke hulp geldt zou het percentage met de helft worden verminderd. In ieder geval mag de helper een keuze doen tussen de samenvoeging en niet-samenvoeging van zijn inkomsten.

2. De wederinvoering van het aftrekbaarheidsbeginsel, daar dit de enige automatische rem is tegen de opvoering van de belastingen. Het moet met name de zelfstandige belastingplichtige mogelijk zijn, wanneer zijn inkomsten die van de vorige belastbare perioden met meer dan 40% overschrijden, het verschil ten belope van de helft te verdelen over ieder van de twee belastingdienstjaren die met bedoelde belastingperioden overeenstemmen. In dat geval moet de daaruit voor het eerste van die dienstjaren voortvloeiende belastingbijslag worden betaald binnen de termijnen die gelden voor de aanslag van het tweede dienstjaar.

3. De gezonde rechtvaardigheid eist dat de niet aanrekenbare voorheffingen worden terugbetaald. Het stelsel van het belastingkrediet en van de aanrekenbaarheid der reeds belaste roerende inkomsten kan slechts ten goede komen aan de vennootschappen en aan de genieters van belangrijke inkomsten. Het benadeelt de kleine spaarders. De niet aanrekenbare voorheffingen zijn voor hen verloren.

4. De invoering van de vrijstelling der wettelijke ouderdomspensioenen voor zelfstandigen.

5. Het verlenen aan de zelfstandigen van dezelfde voordelen als toegekend aan de loon- en weddetrekkenden:
a) door de invoering van een forfaitair bedrag dat, bij gebrek aan bewijsstukken, de bedrijfslasten dekt;
b) door de beperking, in dezelfde zin, van de belasting der vergoedingen die tegelijk materiŽle en morele schade dekken, ten belope van 80% van het bedrag der belastbare vergoedingen.

6. De versoepeling van het stelsel der vervroegde stortingen; opdat de zelfstandige belastingplichtige in even gunstige omstandigheden zou verkeren als de loon- en weddetrekkenden, ware het gewenst dat ieder zelfstandige zijn rekening-courant zou hebben.
De zelfstandigen moeten ertoe komen zelf een inhouding aan de bron te doen, door middel van maandelijkse of driemaandelijkse stortingen.

7. Het invoeren van bepalingen die de procedures tot vaststellen van de belasting vereenvoudigen en o.m.:
- geen enkele belastingverhoging mag worden toegepast behalve in geval van onvoldoende aangifte die de 25.000 F overtreft;
- het omvormen van de belasting volgens uiterlijke tekens en aanwijzingen en van de taxatie naar vergelijking in een tegensprakelijke uitzonderingsprocedure;
- een strengere reglementering inzake de thans van kracht zijnde maatregelen betreffende de onderzoeken, het verhoren van getuigen, en het beroepsgeheim;
- een versoepeling van de thans te strenge bepalingen inzake de taxatie van ambtswege.

Deze laatste mag zeker niet worden beschouwd als een sanctie en mag dus enkel worden toegepast ingeval van weigering tot aangifte of tot het geven van de nodige elementen tot het opmaken van deze laatste en niet om redenen van zuivere vorm en termijn.

8. De vermindering van de aanslagvoet voor de vennootschappen waarvan de belastbare winst de 150.000 F niet overschrijdt. Het bestaan van de personenvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid moet worden verdedigd.

9. Het bereik van het onroerend bezit moet worden aangemoedigd door: a) de verhoging van de bouwpremie; b) de keuze tussen deze premie of een ontlasting per bebouwde vierkante meter; c) de verhoging van de minimale kadastrale inkomens die toelaat te genieten van een vermindering van 11 tot 6% van de registratierechten op de aankoop van een eerste huis met sociaal of nederig karakter;

10. De wijziging van de fiscale procedure teneinde de rechtbanken van eerste aanleg bevoegd te maken inzake rechtstreekse belastingen en aan de belastingbetalers de keuze te laten tussen de administratieve procedure en de burgerlijke procedure. De fiscale commissies moeten eveneens worden uitgeschakeld.

11. De wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen, teneinde de herhaalde belasting voor hetzelfde product uit te schakelen en haar te vervangen door ťťn enkele forfaitaire taks, die ertoe strekt een ware mededingingsvrijheid te verwezenlijken en aldus de kleine en middelgrote bedrijven te beschermen. Het afschaffen van de weeldetaks die slecht aangepast is en het verhogen van het minimum voor de facturen die aanleiding geven tot het aanbrengen van zegels.

12. Het begrip personen ten laste herzien en daardoor verstaan: elke persoon die deel uitmaakt van het gezin en een werkelijke last betekent.

13. Het bijkomend amortissement van de investeringen zoals het is voorzien voor de nijverheidsbedrijven.

14. Het gedeelte van het belastbaar inkomen op hetwelk belastingverminderingen worden toegepast vaststellen op 250.000 F vermeerderd met 25.000 F per persoon ten laste.

15. Teneinde de beroepsvorming van de jonge zelfstandigen te begunstigen en aan te moedigen, zal de fiscale administratie om haar aanslagvoet vast te stellen in geen geval in de productieve lonen de lonen van de leerjongens onder leercontract mogen insluiten.

16. Niet belasten van de bereikte prijs voor het handelsfonds (kliŽnteel en immobiliŽn) in geval van definitieve stopzetting van het bedrijf.

17. Vrijstelling van de levensverzekering in het raam van de samengeordende wetten betreffende de belastingen op de inkomsten dit volgens de op het ogenblik van het tekenen der contracten in voege zijnde wetgeving.

18. De controle van de openbare uitgaven moet door het Rekenhof worden uitgevoerd. Men moet aan het Rekenhof meer macht tot toezicht geven met al de daartoe aangepaste middelen en bovendien het middel zijn beslissingen verplichtend te maken en die met sancties aan te vullen.

19. Landbouwproblemen: het instellen van een doelmatige landbouwpolitiek nl. door het weerhouden en het verbeteren van de forfaitaire belasting. De detaxatie van de produktieve elementen, het rekening houden met de geldelijke lasten (intresten, huurprijs).

20. De P.V.V. heeft een studiegroep ingericht waarvan het doel is de bestaande wetteksten te verbeteren.



3. SOCIALE PROBLEMEN


De P.V.V. wenst aan de zelfstandige arbeiders een gelijke zekerheid te waarborgen zoals deze waarvan de andere sociale klassen genieten. Zij verwerpt elke discriminatie in de hulp van de openbare machten. Zij oordeelt dat de hulp van de Staat proportioneel moet verdeeld worden tussen de zelfstandigen en de loontrekkenden.
In dit verband zal de toekenning van gelijke voordelen de sociale spanningen moeten vermijden tussen de groep van de loontrekkenden en deze van de zelfstandigen en mag niet gepaard gaan met bijkomende lasten Ėtenminste inzake gezinsvergoedingen en voor het basispensioen- voor de zelfstandigen die onrechtstreeks, in hun hoedanigheid van verbruiker, de sociale zekerheid van de loontrekkenden financieren.
De verwezenlijking van de zekerheid voor de zelfstandigen moet een maximum aan vrijheden bevatten en een minimum van dwang.
Op institutioneel gebied weigert de P.V.V. kordaat elke poging tot etatisatie door de oprichting van een nieuwe en kostelijke parastatale instelling. De P.V.V. herinnert er aan dat zij reeds dergelijke voorstellen opperde voor de landbouwers tijdens haar Congres van de maand october 1962.

I. GEZINSVERGOEDINGEN

De zelfstandigen moeten van volgende voordelen genieten, gelijk aan deze door de P.V.V. voorgesteld voor de loontrekkenden:
- prenatale vergoedingen van 2.400 F, betaalbaar in 6 stortingen van 400 F; deze moet nochtans verdubbeld worden voor het eerste kind, geboren in de loop van de eerste twee jaar van het huwelijk, d.w.z. 4.800 F, betaalbaar in 6 stortingen van 800 F;
- geboortepremie van 5.250 F voor iedere geboorte;
- gezinsvergoedingen voor het enig kind betaalbaar tot de leeftijd van 6 jaar en behouden op voorwaarde dat er een tweede geboorte plaats heeft;
- gezinsvergoedingen, met inbegrip van de gezinsvakantievergoedingen, gelijk aan deze betaald voor loontrekkenden, betaalbaar iedere trimester, ten bedrage van 1.000 F vanaf het derde kind en variatie in functie van de ouderdom.

II. ZIEKTEVERZEKERING

De P.V.V. beveelt de instelling aan van een veralgemeend stelsel van medische bijstand, dat aan de ganse bevolking de meest doeltreffende bescherming verzekert in geval van ziekte. Het beheer van de verzekering moet toevertrouwd worden aan mutualistische of private organismen. De verplichting van de verzekering mag in niets schaden aan de vrije keuze van de geneesheer.
Als overgangsmaatregel stelt de P.V.V. de uitbreiding voor van de Z.V. tot de zelfstandige arbeiders, uitgezonderd de algemene gezondheidszorgen, d.w.z. medisch onderzoek, gewone tandverzorging en geneesmiddelen op het stadium van algemene gezondheidszorgen.
Het bedrag van de bijdrage voor deze verzekering zou, rekening houdend met de uitgaven in 1960 in de sector van de loontrekkenden, de 1.500 F per jaar voor een gezinshoofd niet mogen overschrijden.

III. PENSIOENEN

Het ideaal is de instelling van een eenheidspensioenregime, dat aan alle Belgen gelijke voordelen toekent.
De P.V.V. vraagt dat iedere zelfstandige zou aangemoedigd worden tot het verwerven van een hoger pensioen in een systeem van individuele kapitalisatie met vrijstelling van belastingen op de stortingen en de renten.
De P.V.V. eist voor de zelfstandigen:
1. het basispensioen vastgesteld op 48.000 F;
2. de afschaffing van het onderzoek naar de bestaansmiddelen;
3. het recht te blijven verder werken na de toekenning van het pensioen.

IV. SOCIALE BIJSTAND

Men moet verder gaan dan de essentiŽle zekerheid. Het is daarom dat de zelfstandige arbeiders moeten kunnen genieten van een sociale bijstand, die o.m. diensten van hulp ten huize bevat, o.a. ten behoeve van de moeders met zeer jonge kinderen, en voor de gepensioneerden de voldoening der huisvestingsbehoeften.



4. HET ALGEMEEN BELEID


De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang brengt in herinnering dat de gezamenlijke sociale groepen die gerangschikt worden onder de algemene benaming "middenklasse" de zelfstandigen omvat alsook de kaders en diegenen die geheel of gedeeltelijk leven van de opbrengst van het persoonlijk sparen. De numerieke waarde, het dynamisme en de uitbreiding van de middenklasse verlenen haar een essentiŽle plaats in het land.
Het is om aan een zo belangrijke groep burgers het middel te verschaffen om hun stem op doelmatige wijze te laten horen, dat de P.V.V., vooraan op haar program, heeft vermeld dat een maatschappij slechts sterk en welvarend kan zijn als de mensen waaruit zij bestaat, leven en zich kunnen ontwikkelen in een sfeer van vrijheid en vooruitgang: dit zijn twee onmisbare elementen, zowel voor hun huidige verdediging als voor hun toekomstige welvaart.
Ook in die zin heeft de P.V.V. haar geloof betuigt in een bedrijfsleven dat gevestigd is op een geest van vrije onderneming, de zin voor risico, het verantwoordelijkheidsgevoel.
Gelijklopend met een aanhoudende economische vooruitgang wil de P.V.V. ook een gelijkaardige sociale vooruitgang, gevestigd op de solidariteit onder de mensen, zien tot stand komen, die zich gelijktijdig ontwikkelt voor de loontrekkende en de zelfstandige.

De P.V.V. is derhalve van oordeel dat de Staat tot plicht heeft op de aanvullende wijze tussenbeide te komen indien het privť-initiatief in gebreke blijft, dat hij te dien einde:
1. een betere beroepsopleiding van de zelfstandigen moet begunstigen, ongeacht de groep waartoe zij behoren;
2. de aanpassing van de zelfstandigen vergemakkelijken door het bevorderen van de nodige omschakelingen van onderneming of van individuen, en dit door aanwakkering van een kredietpolitiek ten bate van de jongeren en van de activiteiten die een nieuwe richting inslaan;
3. bijdragen, mits eerbiediging van de eigen kenmerken van de zelfstandigen en van de particuliere onderneming tot de uitwerking van een sociaal statuut dat, zonder de zelfstandige met de loontrekkende gelijk te stellen, zijn zin voor vooruitzicht en de zekerheid van zijn oude dag begunstigt;
4. de financiŽle opoffering van de zelfstandige voor het gemeenschappelijk welzijn te valoriseren in het kader der belasting, zorg dragend voor een betere aanwending van het geld dat wordt geÔnd, voor invoering van sociale ontlastingen, voor een belastingpolitiek die gesteund is op een meer gezonde wettelijkheid, waardoor een meer rechtvaardige opbrengst van de belastingstof wordt begunstigd.

Als vastberaden voorstandster van die beginselen, en vůůr ieder voorstel of ieder praktisch besluit, bevestigt de P.V.V. dat zij de natuurlijke beschermster is van de zelfstandige, de vertolkster van zijn behoeften en de enige valabele politieke verdedigster van zijn rechten.



BESLUITEN BIJ HET VERSLAG OVER HET N.C.Z.K.


Het Congres van Oostende beslist over te gaan tot de oprichting van het N.C.Z.K. en tot de aanstelling van een formateur die tot opdracht heeft de arrondissementsafgevaardigden voor de constituante op te roepen. Deze beslissing tot oprichting van het N.C.Z.K. is genomen met inachtneming van:
1. de belangrijkheid van de zelfstandigen, van de kaders in het drievoudig economisch, sociaal en politiek opzicht;
2. het feit dat de P.V.V. thans de enig mogelijke verzamelplaats is voor de zelfstandigen en de kaders wegens de houding van de C.V.P. en van de B.S.P. te hunnen opzichte, daar bedoelde partijen, gebruik makend van hun meerderheid, niet hebben geaarzeld een stel van maatregelen te treffen die noodlottig zijn voor de zelfstandigen en de kaders;
3. de dringendheid, op het politieke vlak de vertegenwoordiging en de bestendige verdediging van de grote belangen van de zelfstandigen en van de kaders te organiseren;
4. de noodzakelijkheid, bij de aanstaande verkiezingen de versnippering te voorkomen van de stemmen der zelfstandigen en der kaders, alsook het avontuur waartoe de oprichting van kleine politieke partijen, zonder enige toekomst, kan leiden en waardoor de zelfstandigen en de kaders worden verzwakt.



MANIFEST VAN OOSTENDE


Bewust van het feit dat een marxistisch dogma van de klassenstrijd onder al de politieke beginselen datgene is dat de snelste veroudering heeft ondergaan, beschouwt de P.V.V. de onderlinge afhankelijkheid van alle sociale groepen als ťťn van de grootste hedendaagse realiteiten. Zij verklaart tegenstandster te zijn van iedere politiek die uitsluitend ten bate van ťťn enkele categorie arbeiders wordt gevoerd. Zij betuigt haar vast voornemen strijd te leveren tot het bereiken van de gelijkheid en van de solidariteit onder alle sociale groepen van het land. Haar congressen van Charleroi en Oostende zijn niet te scheiden; hun resoluties dragen bij tot het bouwen van een maatschappij waarin de menselijke waardigheid wordt geŽerbiedigd en de sociale roeping van eenieder wordt aangemoedigd. Door zich met dit manifest te richten tot de 800.000 zelfstandigen van dit land: handelaars, ambachtslieden, landbouwers, beoefenaars van vrije beroepen, alsook tot de kaders, gaat de P.V.V. een plechtige verbintenis aan. Op een ogenblik dat de beide aan het bewind zijnde partijen, in het collectivisme een gemene deler vinden en, misbruik makend van het gezag, de zelfstandigen trachten uit te roeien, betuigt de P.V.V. haar onwrikbare wil deze travaillistische ambities te dwarsbomen. Daarom is het nodig dat de zelfstandigen in massa de rangen der P.V.V. vervoegen, indien zij eindelijk willen beschikken over een politieke hefboom, die onontbeerlijk is voor hun verder bestaan. De P.V.V. wil het vertrouwen van de zelfstandigen in de Staat herstellen door op radicale wijze, het onrecht ongedaan te maken waarvan zij het slachtoffer zijn. Zij is van oordeel dat de Staat zijn uitgaven strikt moet beperken in overeenstemming met het bijdragevermogen van de medeburgers.

De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang, getrouw aan haar fundamenteel program, en geleid door de grote tradities van het economisch liberalisme, maakt de billijke eisen van de zelfstandigen tot de hare. Zij eist de verwezenlijking van een ware sociale gelijkheid. Het pensioen, de ziekte- en invaliditeitsverzekering, de kinderbijslagen, waarvan men voorrechten heeft gemaakt ten gunste van bepaalde categorieŽn burgers, moeten in gelijke mate op de zelfstandigen worden toegepast. De P.V.V. brandmerkt de onverbiddelijke, verlammende en ongelijke fiscaliteit, die voortvloeit uit de zogenaamde wet op de fiscale hervorming, onwaardig van een moderne staat. Zij zal deze wet amenderen door het uitwerken van een fiscaliteit, die rekening houdt met de rechtvaardigheid en de gelijkheid tegenover de belasting en zal zich beslist verzetten tegen iedere verhoging van haar bedrag.

Als verdedigster van de economische vrijheid, ontzegt de P.V.V. aan de Staat het recht om tegen dit beginsel in te handelen, daar dit de grondslag zelf is van onze welvaart. Zij verzet zich krachtdadig tegen de dirigistische pogingen van de huidige Regering, die de markteconomie ontreddert. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang gaat de formele verbintenis aan deze hoofdzakelijke eisen, die in de resoluties van het Congres zijn omschreven, te verwezenlijken; neemt deze als grondslag aan van haar verdedigingsprogram ten gunste van de zelfstandigen.


top