www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES, LUIK, 22-23 januari 1966
CONGRES VAN DE PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
CONGRESRESOLUTIES


DOCTRINE


BOODSCHAP

1. Nu de PVV een steeds meer vooraanstaande plaats bekleedt in de schoot van de Natie, wil zij het doctrinaal karakter van haar actie duidelijk bepalen.

2. Door alle verdedigers van de vrijheid te groeperen, door zich te inspireren door de edelste liberale tradities met ze aan te passen aan het tijdperk waarin wij nu leven, zal de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang de vertaling zijn van de evoluties zelf van de huidige wereld: de PVV is de nieuwe partij van een nieuwe samenleving.

3. De doctrine van de PVV is gegrondvest op de eeuwige principes als daar zijn de vrijheid, de verantwoordelijkheid, de eerbied voor de overtuiging van elkeen en het geloof in de mogelijkheid van de mens te verbeteren. De PVV verklaart dat deze principes slechts denkbaar zijn voor zoveel er voorspoed heerst en sociale rechtvaardigheid voor iedereen.

4. Overwegende dat de bestendige verbetering van de levensstandaard van de bevolking voor gevolg heeft een steeds kleinere differentiatie tussen de sociale groepen, verklaart de PVV dat de klassenstrijd op dit ogenblik nog slechts een dwangmiddel is en een rem aan het dynamisme van een Natie. Zij veroordeelt elke doctrine Ė marxistisch of andere Ė die de diepe verzuchtingen van de individuen miskent tot exclusief profijt van een totalitaire staat of aan een collectivistische maatschappij die aanzien wordt als het einddoel.

5. De PVV brengt zijn broederlijkheid en zijn solidariteit tot uiting met alle Belgische burgers; zij offert hen zijn idealen en stelt hen zijn doctrine voor over de regering; een maatschappij van vrije mensen, meester over hun eigen toekomst, met eerbied voor hun broeders, en die bereid zijn hun medewerking te verlenen aan de Staat die zij dient en die zij controleren: een maatschappij in dewelke elkeen gelijke kansen maakt.



DE PVV EN DE NATIE

6. De PVV wil de eenheid van de Belgen, aan dewelke zij bestendig gehecht is, bewaren en stelt voor ten einde tot een klimaat van vertrouwen te komen en van wederzijds begrip een "nieuw nationaal pactĒ dat aan elkeen de volledige eerbied van zijn rechten en vrijheden waarborgt.

7. De PVV bevestigt dat elke poging tot verdeling van het land in tegenstelling is met zijn historische evolutie, oproeit tegen de huidige grote gedachtengang en schaadt aan de economische, sociale en culturele belangen van alle Belgen.



DE NATIE IN DE WERELD

8. De PVV stelt de oprichting van een Europese Partij voor Vrijheid en Vooruitgang. Zij wil tevens meewerken aan het versnellen van de integratie van de Europese instellingen. Zij tracht te komen tot een gemeenschap zo breed mogelijk uit te wijden, tussentijdige etappe naar een verenigd Europa.

9. De PVV is van oordeel dat de voorspoed, de wereldveiligheid eveneens voor een groot gedeelte afhangen van de gedragingen der geÔndustrialiseerde landen ten overstaan van de ontwikkelingslanden. De economische en politieke moeilijkheden van de jonge Naties kunnen slechts hun oplossing vinden door een ruime technische en economische medewerking op wereldplan die de ellende zal verminderen.



ECONOMISCHE PROBLEMEN

10. De PVV is van oordeel dat het fundamenteel element van elke algemene vooruitgang bestaat in het volledig gebruik maken van de nieuwste uitvindingen op wetenschappelijk en technisch gebied. Dientengevolge wil zij de investeringen bevorderen en een nieuwe dynamische politiek in beweging brengen ten voordele van het sparen en van het wetenschappelijk onderzoek.

11. Zij stelt vast dat de pogingen tot dirigisme, tot collectivisme en tot nationalisatie, waar zij ook geschied zijn, er nooit in geslaagd zijn van een hoge levensstandaard te verzekeren, herbevestigt de PVV zijn volledig vertrouwen in de markteconomie en in de vrije onderneming.

12. De PVV is van oordeel dat de openbare machten, waarvan de rol erin bestaat de beste voorwaarden te scheppen tot expansie daarin begrepen de volledige tewerkstelling, verplicht zijn tot een moedige politiek van infrastructuur zowel op economisch als op sociaal plan. Het is aan deze taak dat de Staat in de eerste plaats een belangrijk aandeel van de nieuwe financiŽle middelen moet wijden die hem verzekerd werden door de expansie.

13. Indien de Staat moet attentief zijn aan de produktiviteit der openbare uitgaven, dan moet hij er ook in slagen van vrijwillig het globaal volume ervan te limiteren ten einde aan de private sector voldoende financiŽle middelen te verzekeren nodig voor zijn ontwikkeling: het excessief stijgen van de openbare uitgaven en het verzwaren van de fiscale last die eruit voortvloeit zijn een bedreiging voor de stabiliteit der prijzen en slepen ons mede in de inflatoire spiraal en verminderen aldus de koopkracht van de gehele bevolking.



ONDERWIJS Ė OPVOEDING Ė VORMING

14. De PVV, een partij met nieuwe en progressistische ideeŽn, wil aan de jonge generaties al hun kansen geven in de nieuwe maatschappij. Zij wil het accent leggen op de problemen van opvoeding en van vorming die moeten opgelost worden in het enkel belang van het kind en in een geest van een stijgend adaptatievermogen van de mens. Deze zal zijn voordeel vinden in de acceleratie van de hervorming der methoden en technieken van onderwijs, door het in toepassing brengen van het binnendringen op elk niveau van onderwijs volgens het enig criterium van bevoegdheid tevens door een politiek van expansie en van promotie van de bestendige opvoeding en vooral door de vorming van kaders geroepen tot het organiseren van de culturele en opvoedkundige vrijetijdsbesteding.



DE PVV EN DE ROL VAN DE STAAT

15. De PVV is van oordeel dat het dringend wordt te zorgen voor het herstel van de autoriteit en van het prestige van de Staat, en zulks door de depolitisatie en de revalorisatie van het openbaar ambt. De toetreding en het vertrouwen van de burgers, onmisbaar voor een coherent en afdoend beheer van de verzuchtingen van het publiek kunnen slechts bekomen worden mits volgende essentiŽle voorwaarden:
    1. Begrenzing van het activiteitsveld van de Staat in het oplossen van de belangrijke problemen die tot zijn bevoegdheid behoren.
    2. Hervorming en versterking van de financiŽle controle op de openbare uitgaven en de uitbreiding ervan tot alle organismen die openbare fondsen beheren.
    3. Een georganiseerde raadpleging van alle economische en sociale verenigingen die ervoor zorgen dat elk van hen daarin begrepen de kaders en de zelfstandigen de plaats bekomen die overeenstemt met de rol die zij spelen in de samenleving.
    4. In het stadium van de beslissing en van het beheer moet men komen tot een verandering van de intermediaire echelons en moet men de methodes toepassen van de private sector.
Op het niveau der instellingen moeten deze voorwaarden zich vertalen als volgt:
    1. Einde van de confusie die bestaat tussen de machten. In stede van het essentiŽle van zijn tijd te gebruiken om te legifereren zal de Uitvoerende Macht de Staat besturen in functie van principes afgekondigd door de Kamers.
    2. Ten einde de verantwoordelijkheid van de macht te herstellen moet het aantal ministeriŽle departementen worden verminderd.
    3. Informatie van de opinie door bemiddeling van zijn verkozen vertegenwoordigers die niet meer mogen gesteld worden voor beslissingen genomen buiten hun medeweten.
    4. Herstel van het krediet van het Parlement door een einde te stellen aan de mechanische stemmingen, geteleguideerd door de partijen of onverantwoordelijke groeperingen.
    5. Behoud van het bicamerisme maar specialisatie der activiteiten van elke Kamer.
    6. Een verschillend systeem van recrutering voor de Senaat dat moet toelaten niet politieke vertegenwoordigers door coŲptatie erin te integreren.
    7. Mogelijkheid voor de wetgevende vergaderingen over te gaan tot het raadplegen van technici door deze laatsten toe te laten actief deel te nemen aan de voorbereiding van de wetsontwerpen en van een discussie in commissie.


HUMANITAIRE EN SOCIALE PROBLEMEN

16. Het zoeken naar een beter bestaan is ťťn van de essentiŽle bezorgdheden van de PVV en zijn sociale politiek, dynamisch, audacieus en realistisch, zal het de beste getuigenis zijn van zijn principes van vooruitgang. De industriŽle evolutie die wij beleven werpt volledig omver de bestaande sociale structuren en wijzigt op grondige manier onze wijze van leven.

17. In hetzelfde perspectief is de PVV erom bekommerd de gelijkheid van de echtgenoten te verzekeren, het prestige te herstellen van het gezin dat de basis is van het maatschappelijk leven en de schakel waardoor het patrimonium van een beschaving wordt overgeleverd, de hulp aan de gezinnen te ontwikkelen en de volledige waarde geven aan de arbeid van de moeder aan de haard. Het gezin moet vrij kunnen beslissen over zijn levenswijze en aldus zijn verplichtingen nakomen ten overstaan van de jongere generaties en ze in staat stellen de wereld van morgen te trotseren.
Daar het lot van de vrouw volledig gewijzigd is wordt zij een van de constituanten uit de economische cyclus, positie die haar haar effectieve promotie verzekerd. De PVV meent dat men de vrouw moet in de mogelijkheid stellen om haar sociale, economische, politieke en culturele verantwoordelijkheden op te nemen. Zij is vast besloten de valorisatie te waarborgen van de gehuwde vrouw of van de alleenstaande vrouw.

18. De bevordering van de woongelegenheid en het verwerven van eigendom, de aanpassing van de stadscentra en de vrijwaring van de groene zones, de bewaring en de uitbreiding van het cultureel en artistiek patrimonium en intensere aandacht voor de ouden van dagen en de gehandicapten, ten einde deze personen te onttrekken aan hun afzondering en hen een materiŽle toestand te verzekeren die evenwijdig evolueert met deze van de gehele bevolking; dit zijn de onafscheidbare objectieven van een ware sociale politiek.

19. De essentiŽle behoeften van de maatschappelijke zekerheid moet eenvormig verzekerd zijn voor alle arbeiders, de zelfstandige, de landbouwers en de studenten inbegrepen.

20. De arbeiders moeten vrij kunnen beschikken over hun inkomsten: de verhogingen van de wedden mogen slechts betrekking hebben op de rechtstreekse lonen.



TROUW AAN DE DOCTRINE

21. De PVV is er zeker van dat een steeds belangrijker deel van de bevolking haar steun zal toezeggen; zij is ervan overtuigd dat zij de wil van de overgrote meerderheid van de Belgen vertolkt; de PVV is vastbesloten trouw te blijven aan haar ideaal, haar doctrine en haar programma, teneinde van BelgiŽ een stevige en dynamische Natie te maken die alle kansen kan grijpen, welke de nieuwe tijden, die wij beleven, haar bieden.



OPROEP VAN DE PVV TOT HET LAND


De PVV bekommert zich om de snelle ontaarding van de materiŽle en morele toestand van het land.
Sedert 1961 wordt het land niet meer geregeerd, wordt het slecht bestuurd en wordt het gezag van de Staat ondermijnd: thans bereikt de crisis haar hoogtepunt.
Ten overstaan van de ernstige toestand richt de PVV zich rechtstreeks tot het land om te zeggen wat er gebeurt en aan het land te redmiddelen aan te wijzen die de PVV voorstelt.

Wat gebeurde er precies de laatste vijf jaren?
A. Betrekkingen tussen de Belgen: een gevaarlijke atmosfeer van onenigheid, slecht opgestelde wetten, onaanvaardbare dwangprocedures.
B. Gezag van de Staat: een ernstige crisis die het Parlement verlamt en waardoor de regering in de macht gehouden wordt van drukkingsgroepen.
C. Financieel en economisch leven: een diepgaande ontaarding die bewezen wordt door enkele indrukwekkende cijfers:
1. de verbruiksuitgaven van de Staat stijgen van 124 miljard in 1961 tot 200 miljard (minimaal cijfer) in 1966, hetzij een verhoging met 65% in 5 jaar waarvan 25% alleen voor 1966.
2. de rechtstreekse belastingen stijgen van 24 miljard in 1961 tot 72 miljard in 1966, hetzij een verhoging met 64%; van 1965 tot 1966 zullen zij met 11,2 miljard, hetzij 18 % stijgen.
3. de onrechtstreekse belastingen stijgen van 45 miljard in 1961 tot 79 miljard in 1966, hetzij een verzwaring van 75%; van 1965 tot 1966 zullen zij met 14,7 miljard, hetzij met 23% verhogen.
4. de fiscale last per actieve persoon stijgt aldus van een gemiddelde van 32.000 F tot een gemiddelde van 52.000 F per jaar.
5. de openbare schuld bedraagt thans 490 miljard: zij beloopt 50.000 F per inwoner in BelgiŽ, 5.000 F in Duitsland en 9.800 F in Frankrijk.
6. de kleinhandelsprijzen die praktisch onveranderd bleven tot in 1961 zijn sedertdien plotseling gestegen; de index van die prijzen stijgt van 112,62 in 1962 tot 127,18 in december jl.
7. de opeenstapeling van de belastingen opgelegd door de Staat, de Provincies en de gemeenten, de verhoging van de sociale bijdragen en van de tarieven van de openbare diensten veroorzaken een sociale achteruitgang.

Iemand die zijn zaken zou beheerd hebben op dezelfde wijze als onze laatste twee regeringen zou reeds lang failliet zijn en zou rekenschap hebben dienen te geven van zijn wanbeheer.

Wat stelt de PVV voor?

Zij is bereid regeringsverantwoordelijkheden op te nemen om:
A. het gezag van de Staat te herstellen opdat een programma tot heropleving zou bepaald worden, uitgevoerd en punt voor punt verwezenlijkt worden;
B. de verantwoordelijkheden te bepalen op alle trappen van de politieke en administratieve hiŽrarchie;
C. de openbare financiŽn te herstellen: de vrijwaring van de koopkracht van de munt en de vrijwaring van de sociale vooruitgang zijn er de inzet van;
D. eens en voor altijd de taaltwisten op te lossen in een atmosfeer van nationale eenheid.

De PVV heeft het voorbeeld gegeven. Het land zal haar volgen. Het geeft er zich rekenschap van dat het welzijn slechts wordt bekomen door alles te verbannen wat ons verdeelt en slechts te behouden wat ons verenigt.



CONGRESMOTIE


Het VIIe Congres van de PVV, vergaderd onder het voorzitterschap van de Heer Charles POSWICK, feliciteert al diegenen die het akkoord in verband met de taalproblemen hebben mogelijk gemaakt. Het wederzijds begrip en de zin voor het gemeenschappelijk welzijn, dat zij aan de dag hebben gelegd geven de wil weer tot nationale eenheid waarmede de leden en sympathisanten van de PVV bezield zijn. Door aldus te handelen hebben zij er zich rekenschap van gegeven dat de huidige regeringscoalitie, gesteld door twee partijen die innerlijk ernstig zijn verdeeld, de eenheid van de Belgen ernstig bedreigt.



MAATREGELEN TER BEVORDERING DER BETREKKINGEN TUSSEN DE BELGISCHE TAALGEMEENSCHAPPEN

Bewust van de ernst van de bedreigingen die de eenheid van de Belgen en het bestaan van de Staat zelf in gevaar brengen, en bezield door de vaste wil om in gemeenschappelijke verstandhouding een werkelijk nationaal werk te verwezenlijken, heeft de commissie voor de taalvraagstukken en de grondwetsherziening van de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang bij eenparigheid beslist aan het politiek bureau het verslag en de hiernavolgende voorstellen over te maken. De verwezenlijking ervan zal aan de verschillende gemeenschappen toelaten eensgezind en in volkomen harmonie de verdere ontplooiing van een steeds voorspoediger maatschappij verder te zetten.

A. Voor de Vlaamse en Waalse gewesten

1. Eerbied voor de homogeniteit van de twee gewesten zoals zij thans bepaald zijn. Evenwel voor wat de Voerstreek aangaat wordt voorgesteld de administratieve terugkeer van deze streek naar de provincie Luik in te richten met het behoud van het huidig administratief taal- en schoolregime.
In het raam van het geheel der hervormingen die dienen te gebeuren en die een werkelijk pact uitmaken tussen de taalgemeenschappen, zou deze beslissing in ruime mate bijdragen om een klimaat van vrede en vertrouwen in het leven te roepen.
De commissie onderzocht eveneens het vraagstuk van het kanton Komen.

2. Bevordering van de praktische (en niet de schoolse) kennis van de tweede nationale taal door een aangepast onderwijs en een modernisering van de methodes en de opvoedkundige technieken. In dit verband wordt aanvaard dat de taalrol van de leraar niet noodzakelijkerwijze deze van de streek moet zijn waar hij onderwijst. Voor het gewest Brussel wordt voorgesteld het onderwijzen van een zeker aantal cursussen in de andere nationale taal toe te laten. Dezelfde mogelijkheid moet worden bestudeerd voor wat de andere landstreken betreft.

3. Bescherming van de minderheden. Iedere reglementering die ertoe strekt de bescherming van de minderheden in te richten zal als basisprincipe de volledige wederkerigheid inhouden in de twee gewesten.
    a. De centrale administraties en de diensten waarvan de activiteit zich uitstrekt over gans het land antwoorden in deze van de twee landstalen waarvan het individu gebruik maakt of het gebruik vraagt. Genoemde nationale organismen zullen bepaald en aangeduid worden door de wet. Het spreekt vanzelf dat hun administratieve kaders aan de vereisten, aangenomen door de centrale diensten, moeten beantwoorden (40, 40, 20 % met mogelijkheid tot afwijking).
    b. De plaatselijke overheden mogen aan de inwoners antwoorden in de andere taal.
    c. De burgers kunnen de vertaling bekomen van de juridische akten die op hen betrekking hebben, zonder aan de huidige rechtvaardigingen onderworpen te zijn.
    d. De openbare diensten voor communicatie (spoorweg, telegraaf en telefoon, posterijen, douane) moeten derwijze ingericht worden dat zij verzendingen en mededelingen kunnen doen in de andere taal.
    e. In alle steden en gemeenten die een toeristisch belang rechtvaardigen, zullen de toeristische mededelingen gedaan worden in de twee nationale talen, onafgezien van elke andere taal die wenselijk wordt geacht.
    f. De organisatie van de transmutatieklassen kan onder oog genomen worden voor zover:
    - dat de kinderen die opgevoed worden in een andere taal dan deze van de streek, verplichtend ingeschreven worden, na het 6de jaar van het lager onderwijs, in een school waarvan het taalstatuut dat is van de streek;
    - dat deze maatregel toegepast wordt in de twee taalgewesten van het land op aanvraag van een voldoende aantal ouders, volgens criteria door de wet vast te stellen;
    - dat de wetgeving geldig zou zijn voor de drie onderwijssectoren.
4. In de centrale administraties:
    a. Bepaling van de taal volgens de huidige wettelijke beschikkingen.
    b. Behoud van de huidige verdeling van de functies (40, 40 en 20 %, met de voorziene afwijking).


B. Gebruik van de talen in de ondernemingen

1. Het principe vervat in art. 41, ß 1, van de wet van 2 augustus 1963 wordt behouden voor alle ondernemingen.
2. Evenwel is deze regel in zijn huidige vorm te strikt. Afwijkingen moeten voorzien worden ten einde rekening te houden met volgende feiten en elementen:
    a. Het personeel van een onderneming, gevestigd in een gewest, is niet noodzakelijk uitsluitend samengesteld uit personen van dit gewest.
    b. De onderneming richt zich en moet zich richten voor zekere verrichtingen tot het geheel van het land en niet uitsluitend tot de personen van de streek: bv. als zij mededelingen doet aan de aandeelhouders, zo overgegaan wordt tot de oprichting van een maatschappij of tot een verhoging van het kapitaal. In dit geval zou het de ondernemingen moeten toegelaten zijn bij de officiŽle tekst van de taal van de streek een vertaling van de officiŽle akte te voegen.
    c. In hun betrekkingen met de openbare diensten moeten de ondernemingen de taal van de streek gebruiken. Er rijzen evenwel moeilijkheden op als de onderneming zich richt tot een openbare dienst in een ander taalgewest (bv. voor een aanbesteding), of indien een openbare dienst van een taalgewest zich richt tot een onderneming die in het ander gewest gelegen is:
In het eerste geval moet de onderneming de taal van het ander gewest mogen bezigen indien zij zulks wenst, en in het ander geval moeten de openbare diensten in staat zijn te antwoorden op de vragen uitgaande van een onderneming van het andere taalgewest.
Er wordt derhalve voorgesteld:
- het artikel 41, ß 1, van de wet van 2 augustus 1963 integraal toe te passen voor wat betreft de betrekkingen van de ondernemingen met de openbare diensten van hun taalgewest en met hun personeel, met de mogelijkheid de vertaling te voorzien van de mededelingen die voor dit laatste bestemd zijn;
- het beginsel van de vrijheid opnieuw in te stellen voor wat aangaat het gebruik van de talen in al de andere akten.

C. Het gewest Brussel

De PVV verklaart plechtig dat de Vlamingen te Brussel en in haar agglomeratie niet als een minderheid mogen beschouwd worden maar wel als evenwaardige medeburgers van de Franssprekende landgenoten.
Dienvolgens moeten alle maatregelen getroffen worden opdat de Vlamingen, waar zij zich ook in de Brusselse agglomeratie zouden bevinden hun persoonlijkheid zouden kunnen bewaren.
De oprichting of uitbreiding van Vlaamse scholen en van een culturele infrastructuur zijn de essentiŽle voorwaarden om dit doel te bereiken.
De Brusselse mandatarissen verbinden zich mede te ijveren om voormelde doelstellingen te verwezenlijken, wel wetende dat de hoofdstedelijke agglomeratie van een tweetalig land de voorwaarden moet scheppen opdat alle Belgen in hun hoofdstad volgens eigen geaardheid zouden kunnen leven in een klimaat van wederzijdse eerbied.

1. Beginselen
    a. De taalwetten mogen geen aanleiding geven tot dwang. Alleen het beginsel van de individuele vrijheid moet aan de basis liggen van de taalreglementering voor Brussel, maar deze vrijheid moet door iedereen kunnen uitgeoefend worden zonder moeilijkheden, wat de taak is van de openbare overheden.
    b. Openbare diensten van Brussel moeten tweetalig zijn, maar niet noodzakelijk op paritaire wijze, wťl in functie van de noodwendigheden.
    c. De inrichting van deze openbare diensten en van een aangepast openbaar onderwijs in de Brusselse agglomeratie zijn de prijs die moet betaald worden voor het feit dat Brussel de hoofdstad is.
2. Voorstellen
    a. Brusselse agglomeratie (19 gemeenten)
    1) Taalgebruik voor de plaatselijke diensten: tweetaligheid naar buiten uit en in de diensten:
      - voor de plaatselijke aangelegenheden of kwesties die kunnen gelocaliseerd worden in de streek: de taal van de streek;
      - als het een individu betreft (morele en fysische personen): zijn taal;
      - als het een ambtenaar betreft: zijn taal;
      - voor de interne zaken: de taal van de ambtenaar aan wie de zaak wordt toevertrouwd.
    2) Te dien einde: oprichting van twee kaders:
      - voor het personeel onder de graad van afdelingshoofd: ten minste 25 % van elke taalrol;
      - voor het hoger kader: het wordt verdeeld over de twee taalgroepen in functie van de zaken die moeten behandeld worden en zodanig dat de dossiers in alle diensten kunnen onderzocht worden mits eerbiediging van de twee nationale talen.
    3) Oprichting, hetzij op initiatief van de gemeenten, hetzij op initiatief van de vrije keuze van de familievader door het afschaffen van elke verklaring inzake taal voor wat betreft de kinderen, met dien verstande evenwel dat,
      - voor de kinderen die ingeschreven worden in een school van het arrondissement van Brussel-Hoofdstad en waarvan de ouders buiten dit arrondissement verblijven, de taal van het onderwijs deze zal zijn van de streek waar de kinderen verblijven;
      - voor de leerlingen die hun studies begonnen in een school van ťťn of andere taalstreek en waarvan de ouders zich komen vestigen nadat de studies zijn aangevangen, in het arrondissement van Brussel-Hoofdstad, de onderwijstaal deze zal blijven van het vorig genoten onderwijs.

    b. Gemeenten met faciliteiten
      - Voorlopig behoud van het huidig statuut van de zes gemeenten.
      - Afschaffing van de taalverklaring voor het onderwijs.
      - Mogelijkheid om op intercommunaal plan klassen in te richten van het ander taalregime op vraag van een voldoende aantal ouders die ťťn of meerdere van deze gemeenten bewonen, dit volgens criteria vast te stellen door de wet.

    c. Uitbreiding van de agglomeratie
    1) Geen wijziging voor 5 jaar.
    2) Eens deze periode verstreken kunnen de huidige gemeenten met faciliteiten, op aanvraag van hun gemeenteraden, gevoegd worden bij de Brusselse agglomeratie, bij koninklijk besluit waarover beraadslaagd werd in de ministerraad.

    d. Instelling van een onthaalregime
    Eens de periode van 5 jaar verstreken kunnen de gemeenteraden van:
    - Strombeek, Vilvoorde, Machelen, Diegem, Sint-Stevens-Woluwe, Overijse, Groot-Bijgaarden, Zellik, Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, Alsemberg, Meise,
    - La Hulpe, Waterloo en Braine-líAlleud
    de instelling vragen van een onthaalregime, d.w.z. een regime dat het gebruik van de twee nationale talen toelaat in de betrekkingen met de bevolking. Dit zal bekrachtigd worden bij koninklijk besluit waarover beraadslaagd werd in de ministerraad.
    De officiŽle taal van deze gemeenten blijft het Nederlands in de eerste groep gemeenten, het Frans in de tweede groep. Evenwel, kan in ieder van deze gemeenten elke inwoner elke officiŽle mededeling ontvangen in de taal van zijn keuze, d.w.z. dat genoemde gemeenten de verplichting zullen hebben om zoniet een tweetalige ambtenaar aan te werven, dan toch tenminste een functionaris in dienst te nemen die zich kan uitdrukken in de taal die niet deze is van deze gemeente.
    De bekendmakingen en mededelingen voor het publiek zullen vertaald worden. In deze gemeenten moet iedere inwoner gevonnist en getaxeerd worden in de taal van zijn keuze. De fiscale zaken zullen behandeld worden door tweetalige ontvangers en door tweetalige gewestelijke controleurs. Voor wat het onderwijs aangaat kunnen transmutatieklassen worden opgericht, eventueel op het intercommunaal plan. Evenwel kunnen de afgestudeerde leerlingen hun studies verder zetten in de taal van hun keuze.

    e. Het statuut van Brussel-Hoofdstad
    Voor wat het statuut van Brussel-Hoofdstad aangaat verdedigt de PVV volgende principes:
    1) De PVV verzet zich tegen de gedachte van de oprichting van een Staat-Brussel, d.w.z. een afzonderlijk administratieve entiteit.
    2) Het feit dat Brussel de hoofdstad van het land is houdt voor haar en voor de gemeenten van de agglomeratie zekere verplichtingen in die het voorwerp kunnen uitmaken van een statuut van Brussel-Hoofdstad, maar zulks brengt niet mee dat er een discriminatie kan tot stand komen ten nadele van de gemeenten van de Brusselse agglomeratie, in verhouding met de andere steden van het land.
    3) Het statuut van Brussel-Hoofdstad moet niet alleen toegepast worden op de stad Brussel alleen.
    4) Er kan een herverkavelingsplan worden opgesteld voor de agglomeratie, ten einde territoriale hergroeperingen tot stand te brengen (bv. de overgang van de wijken van Beauval en Koningslo van Vilvoorde naar Brussel).
    5) De wettelijke bevoegdheden van ieder van deze gemeenten van de agglomeratie mogen niet in het gedrang gebracht worden.


top