www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES, BRUSSEL, 20-21 maart 1970
BUITENGEWOON NATIONAAL CONGRES VAN DE PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
RESOLUTIES


COMMUNAUTAIRE PROBLEMEN


RESOLUTIE IN VERBAND MET DE CULTURELE AUTONOMIE

Het CONGRES, na het verslag te hebben gehoord en besproken van de Heer DE BAECK, Senator:
- erkent het bestaan van vier taalgebieden, te weten,
    - het nederlandstalig gebied,
    - het franstalig gebied
    - het tweetalig gebied van Brussel en
    - het duitstalig gebied.
- erkent het bestaan van drie cultuurgemeenschappen, te weten:
    - de Nederlandse cultuurgemeenschap,
    - de Franse cultuurgemeenschap,
    - de Duitse cultuurgemeenschap,
    en stelt voor de vaststelling van dit feit in de Grondwet in te schrijven.
- eist dat:

1) de bevoegdheden toevertrouwd aan de Nederlandse en Franse cultuurgemeenschap moeten uitgeoefend worden door cultuurraden samengesteld uit Senatoren en Volksvertegenwoordigers en blijft zich verzetten tegen de oprichting van raden van senatoren;

2) de beslissingen van deze cultuurraden moeten genomen worden onder vorm van decreet met regionale bindende kracht in de aangelegenheden waarvoor hun bevoegdheid zal worden voorbehouden. Om misbruiken van bevoegdheid te vermijden zal een derde der leden van iedere raad het advies kunnen inroepen van de Raad van State;

3) het instellen van een doeltreffende beschermingsprocedure voor de filosofische en religieuze minderheden in ieder van deze raden.

4) de Duitstalige cultuurraad, in beginsel, dezelfde rechten en dezelfde bevoegdheden heeft als de andere cultuurraden, rekening houdend met de specifieke en particuliere gegevens van deze gemeenschap .

        Op het stuk van de bijzondere meerderheden kan het CONGRES niet toestaan dat wetten voortvloeiend uit de Grondwet in het Nationaal Parlement met een andere dan een 2/3 meerderheid zouden gestemd worden. Het eist, daarenboven, dat voor deze aangelegenheden de helft van de in iedere taalgroep uitgebrachte stemmen zou behaald worden.

        Aanvaardt dat de zes gemeenten van de Voerstreek zouden gegroepeerd worden in een autonoom kanton, rechtstreeks afhangend van de minister van Binnenlandse Zaken, na advies van de betrokken gemeenteraden.

        Is van oordeel dat de bescherming der taalminderheden beter zou worden verzekerd door een nieuwe grondwettelijke bescherming, conform aan de tekst die oorspronkelijk voorzien was voor artikel 38 bis dan door de procedure thans voorgesteld door de regering.

        Daarenboven vraagt de PVV dat de begrotingen zouden opgenomen worden in de bevoegdheid van art. 38 bis.

        En dat de pariteit in de regering eveneens zou verzekerd zijn op het niveau van de Staatssecretarissen.


RESOLUTIE: INRICHTING DER MACHTEN

        Het CONGRES is van oordeel dat, naast de bevestiging van zijn gehechtheid aan de Eendracht onder de Belgen en het behoud van de economische integratie van het land, het past:
    - aan de tekortkomingen van de centralisering der machten te verhelpen;
    - het bestaan der drie gewesten, WalloniŽ, Vlaanderen en het gewest Brussel, te erkennen.
        Een herverdeling der machten moet geschieden door een belangrijk deel der beslissingen en de uitvoering ervan, toe te vertrouwen aan het regionaal, provinciaal en gemeentelijk vlak.

        Het centraal gezag moet in elk geval verantwoordelijkheid behouden voor de essentiŽle functies van de Staat.

        Op grondslag van algemene in de Grondwet ingeschreven criteria, zal de wet de materies vaststellen die tot de bevoegdheid, enerzijds van de Staat, en anderzijds van de gewesten, zullen behoren.

        In geval van conflict van bevoegdheid in niet toegekende materies zal de nationale wetgever beslissen of het gewest of de Staat bevoegd is.

        De materies toegekend aan de gewesten zullen vastgesteld worden in functie van:
    - het regionaal karakter en de draagwijdte van het probleem in kwestie;
    - de mogelijkheid tot harmoniŽring met andere regionale beleidskwesties.
        De PVV verzet zich met klem tegen de invoering van een bijkomende fiscaliteit tengevolge van het tussenvoegen van een regionaal niveau. De financiŽle middelen der gewesten moeten toegekend worden door kredieten uitgetrokken op de Rijksbegrotingen, door de herverdeling van de opbrengst van sommige belastingen of door lening.

        De PVV stelt voor als regionale structuur:
    - een raad, bestaande uit stemgerechtigde parlementsleden en gecoŲpteerde leden met raadgevende stem. Deze laatsten zullen worden gekozen onder de vertegenwoordigers der werkgevers, werknemers, zelfstandigen en kaderpersoneel;
    - de raad verkiest onder zijn leden een uitvoerend orgaan;
    - het gewest zal met de uitvoering van zijn reglementen en de uitvoering van zijn politiek belasten: zijn uitvoerend orgaan, de onder zijn bevoegdheid geplaatste gedecentraliseerde administraties van de Staat, de provincies of de interprovinciale organismen.
        Complementair schijnt het ogenblik aangebroken in zeer ruime mate de bevoegdheid der provincies uit te breiden. Hierdoor wordt het instellen van de politieke verantwoordelijkheid van de bestendige deputaties ten aanzien van de provincieraden onontbeerlijk.

        De politiek van oprichting van grote agglomeraties en van federaties van gemeenten zal bevorderd worden waar het technisch nuttig is en waar een voldoende groot geheel wordt gevormd, die dan van de nodige financiŽle middelen moeten voorzien worden.

        De voogdij over de gemeenten en federaties van gemeenten zal in beginsel tot de provincie beperkt zijn.


HET PROBLEEM BRUSSEL

RESOLUTIE VAN LUIK-BRUSSEL

        Het CONGRES van de PVV, na de verschillende standpunten te hebben gehoord in verband met de aan de problemen van Brussel te geven oplossing;

- stelt vast dat de regeringsoplossing niet bijgetreden wordt, noch door de Brusselse meerderheid, noch door een aanzienlijk aantal congresleden, en dat, indien zij zonder amendering zou worden aanvaard zij geen definitieve oplossing zou uitmaken; - oordeelt dat een geldige oplossing slechts een nationale oplossing kan zijn, hetgeen impliceert dat zij in de drie gewesten van het land voldoende moet gesteund worden.

        Deze vaststellingen houden de erkenning in, dat in de huidige stand van zaken, het volstrekt noodzakelijk is in alle klaarheid de dialoog te hervatten, zowel onder de partijen als in het Parlement.

        Als andere basis van discussie zou een meerderheid van de leden van het congres zich kunnen uitspreken Ė zonder dat dit mag aangezien worden als een afwijzing van om het even wie in de schoot van de partij Ė voor onderstaande oplossing:

        Er bestaan een zeker aantal grondbeginselen waarover alle liberalen het eens moeten zijn:

1) bevestiging van de vrijheden en rechten van de mens en de verplichtingen die er uit voortvloeien;

2) waarborg van de reŽle uitoefening der individuele- en groepsvrijheden;

3) recht van de gemeenschappen om vrij over zichzelf te beschikken;

4) eerbiediging door de meerderheden van de wettelijke rechten der minderheden;

5) solidariteit der enkelingen en der gemeenschappen;

6) noodzaak ieder der gemeenschappen gelijke kansen te bieden om hun cultureel patrimonium uit te breiden.


VOORGESTELDE OPLOSSINGEN

Grenzen van de agglomeratie:

        Voor de aangelegenheden zonder weerslag op taalgebied is de Brusselse agglomeratie niet verschillend van de andere agglomeraties. Zij zal zich mogen uitbreiden buiten de grenzen van de 25 gemeenten, indien dit de wens is van de betrokken bevolking.

        In aangelegenheden, waar de taal wel een rol speelt, mogen de grenzen van de Brusselse agglomeratie buiten de 25 gemeenten, niet overschreden worden.

Instellingen

        Agglomeratieraad: hij zal verkozen worden bij rechtstreeks algemeen stemrecht. Hij zal bevoegdheid bezitten voor alle aangelegenheden van gemeenschappelijk belang op het grondgebied van de 25 gemeenten.

        Zijn bevoegdheid, met uitsluiting van de aangelegenheden, die op taalgebied een weerslag hebben, zal zich kunnen uitstrekken tot andere gemeenten, die zulks zouden wensen.

        Agglomeratiecollege: het agglomeratiecollege omvat negen leden, met inbegrip van de Voorzitter. De taalminderheid zal verhoudingsgewijs tot het aantal van zijn verkozenen in de agglomeratieraad vertegenwoordigd zijn, met een minimum van drie leden.

        De Voorzitter zal verkozen worden door en onder de leden van de agglomeratieraad.

        Bijzondere raad van verhaal: Hij zal bij rechtstreeks algemeen stemrecht door de inwoners van de 25 gemeenten der Brusselse agglomeratie verkozen worden. De taalpariteit zal hersteld worden door Nederlandstalige en Franstalige verkozenen van de provincieraad van Brabant.

        Deze raad, van het juridische type, zal de beroepen tot vernietiging wegens niet-toepassing der wetgeving tot bescherming der minderheden te Brussel, kunnen behandelen. Hij zal een onderzoek kunnen instellen ingevolge een verhaal ingediend tengevolge van ingebreke blijven van een gemeentelijke overheid. Dit onderzoek kan uitmonden, indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn, in een verplichting opgelegd aan de gemeentelijke overheid om de kwestie in te schrijven in haar agenda en hierover uitspraak te doen, onder voorbehoud van een eventueel verhaal zoals hierboven voorzien.


top