www.liberaalarchief.be
LIBERAAL CONGRES, BRUSSEL, 17 en 18 juni 1972
CONGRES VAN DE PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
RESOLUTIES


ETATISME OF SOCIAAL-LIBERALISME


DOCTRINE-BOODSCHAP

1. De liberale maatschappij is gegrondvest op de principes van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.

2. Zij is een maatschappij van sociale vooruitgang waarin de gemeenschap evenveel verplichtingen heeft tegenover het individu als het individu tegenover de gemeenschap.

3. Als ontledings - en studiemiddelen heeft zij de wetenschappelijke research. Zij is essentieel evolutief en autocorrestief.

4. Zij is een maatschappij van functies en niet van klassen. Zij stoelt op de samenhorigheid en de gelijkschakeling van de menselijke kansen. Zij geeft aan eenieder naargelang zijn behoeften en verdiensten.

5. Zij is evenwichtig en vrij, zij strijdt tegen alle misbruiken van de politieke, economische, sociale, intellectuele of morele machten.

6. Aldus opgevat is zij uiteraard anti-conservatief, verplicht haar evolutie te ontleden en te voorzien; de liberale maatschappij is authentiek revolutionair in de mate zelf dat zij een permanente hervorming is.


RESOLUTIES
De liberale optie ten overstaan van de buitensporigheden van het etatisme

1. Het Congres opteert voor een politiek, economisch en sociaal bestel waarvan de inspanning, de verantwoordelijkheid en de solidariteit de motors zijn.
De sociale vooruitgang moet een herverdeling van de rijkdommen mogelijk maken en is een middel om de mens te bevrijden ten overstaan van de materiële dwang en de risico's van het leven.
De evenwichtige economische expansie is het beste middel om een sociale vooruitgang te waarborgen.
De economische expansie en de sociale vooruitgang hebben slechts zin in de mate dat zij bijdragen tot een humane vooruitgang.

2. Zowel het manchesteriaans liberalisme als het etatisme zijn niet in staat dit doel te verwezenlijken.
Het Congres stelt vast dat het etatisme onvermijdelijk een aangroei van de niet-produktieve overheidsuitgaven tot gevolg heeft, doch die het geenszins mogelijk maken het lot van de burger te verbeteren.
De werkelijke inkomsten waarover hij kan beschikken verminderen bestendig en de collectivistische CVP-BSP-regeringen zijn niet in staat – niettegenstaande zij over 42% van het BNP beschikken – de burgers een bestaanszekerheid en een levenswijze te waarborgen waarop zij rechtmatig aanspraak maken.

3. Het Congres spreekt zich uit ten gunste van een sociaal en progressistisch liberalisme dat de regulariserende tussenkomst van de overheid aanvaardt teneinde de vergissingen en misbruiken van het marktmechanisme uit te schakelen.

Liberale principes inzake openbare financiën

1. Het Congres klaagt de houding van de CVP-BSP-regeringen aan die de openbare financiën verspillen, verspilling die nog benadrukt wordt door een verlammende bureaucratie die tot corruptie leidt en tot een onderwerping van de burger.

2. Het oordeelt dat op het gebied van openbare financiën, drie imperatieven moeten in acht genomen worden:
a) de overheid moet de groei van zijn uitgaven binnen zekere perken houden en slechts nieuwe uitgaven toestaan wanneer ze een werkelijk sociaal nut hebben, en in zoverre deze uitgaven gewild, berekend en geprogrammeerd werden;
b) het groeiritme van de begroting mag het groeiritme van het BNP niet overtreffen. Lichte afwijkingen kunnen evenwel toegestaan worden mits een doeltreffende controle van het parlement;
c) op budgettair gebied moet de controle van het parlement opnieuw ingevoerd en verbeterd worden.

3. Het spreekt zich uit voor een betere bescherming van de kleine spaarder en voor een meer efficiënte strijd tegen de inflatie.

4. Het bevestigt de politiek van de PVV alles in het werk te stellen om te komen tot een afschaffing van de samenvoeging van de inkomsten der echtgenoten en tot een algemene indexering der fiscale barema's.

De onderneming en de Staat

1. Het Congres bevestigt zijn gehechtheid aan de ondernemingsgeest, aan de vrije markteconomie tot een juiste maat teruggebracht en aan het principe van de rechtmatige winst. Het onderstreept dat de kapitaalbezitters als plicht hebben diensten te bewijzen ten overstaan van de gemeenschap.

2. Het oordeelt dat de Staat zich aan een imperatieve programmatie moet onderwerpen, waarbij de eerste regel is de eerbied voor de democratisch door het parlement goedgestemde begroting.

3. Het oordeelt anderzijds dat de programmatie in de privé-sector soepel moet zijn, en dat die programmatie elke vorm van participatie van de overheid in de privé-onderneming in principe dient uit te sluiten, evenals de overname van ondernemingen en a fortiori de oprichting van bedrijven door deze overheid.

4. Het is van oordeel dat, wanneer de overheid aan privé-ondernemingen een steun toekent, de aard, de omvang en de begunstigden van deze hulp moeten gepubliceerd worden in het Staatsblad of één der bijlagen en dit teneinde een democratische controle op deze politiek toe te laten.
Deze hulp moet de scheppingsdrang der ondernemingen die zich moeten omschakelen, aanmoedigen; in voorkomend geval een wachtloon verzekeren en de beroepsherscholing bevorderen veeleer dan op een kunstmatige wijze veroordeelde ondernemingen in het leven te houden.

5. Het oordeelt dat de staatshulp selectief en regionaal moet blijven. Het gaat niet op dat de ondernemingen zouden aangespoord worden beroep te doen op de Staat telkens als zij een initiatief nemen.

6. Het blijft voorstander van de automatische aansporing tot investeringen van diegenen waarvoor niet moet aangeklopt worden bij één of ander ministerie. Zo moeten de fiscale terugbetalingen die herhaaldelijk werden uitgevoerd in ons land en die hun sporen verdiend hebben evenals een versnelde afschrijving gebaseerd op de geïndexeerde waarde van de investeringen, goedgekeurd worden.

7. Het herinnert aan de PVV-eis tot afschaffing van de dwangwet Cools inzake prijsbeleid en eist de terugkeer naar een soepel sectorieel beleid.

8. Het spreekt zich uit voor een betere organisatie der kapitaalmarkt ten voordele van de privé-sector en voor een aanmoediging van het aandeelhouderschap.

9. Het is voorstander van een echte politiek van wetenschappelijke research gebonden aan een permanente opvoeding die aan de werknemers en kaders een regelmatige recyclage moet toelaten om beter het hoofd te bieden aan de technologische evolutie.

Participatie en onderneming

1. Het Congres spreekt zich uit voor de participatie van de arbeiders in de onderneming teneinde een ondernemingsgeweten in het leven te roepen en te beantwoorden aan de nieuwe verzuchtingen van het kaderpersoneel, de arbeiders en de bedienden die behalve een verbetering van hun levensstandaard ook meer willen betrokken worden bij de beslissingen die hun toekomst binden.

2. Het Congres erkent dat een verantwoordelijke participatie in de onderneming een objectieve en volledige voorlichting van de arbeiders inhoudt en een ruime medewerking aan het vastleggen en de verwezenlijking van de doelstellingen.

3. Het Congres spreekt zich uit in het raam van de participatie voor:
- het interesseren van de arbeiders aan de opbrengst van de expansie van de ondernemingen;
- het arbeidersaandeelhoudersschap.

De PVV en de sociale rechtvaardigheid

De PVV is er van overtuigd dat het noodzakelijk is een grotere integratie van de sociale zekerheid in de nationale begroting te verzekeren gepaard met een grondige hervorming van de instellingen, een rationalisering in de uitvoering, een doeltreffende controle en een gedeeltelijke vernieuwing van de nagestreefde doeleinden.
Zij wil een einde stellen aan de thans heersende sociale discriminatie tussen ambtenaren, loontrekkenden, en zelfstandigen, enerzijds, en tussen mannen en vrouwen anderzijds.
Zij legt de klemtoon op het belang van de problemen van de kwaliteit van het leven.

Gemeenschap en zelfstandigen

1. Het nationaal PVV-Congres, enige partij die de zelfstandigen verdedigt, herinnert aan een belangrijke rol in onze markteconomie en aan hun grote bijdrage tot de algemene welvaart.

2. Ten dien einde spreekt het zich uit over een vereenvoudiging der administratieve formaliteiten inzake fiscaliteit en vooral inzake BTW.

3. Het spreekt zich uit ten gunste van een progressieve gelijkschakeling van het sociaal statuut der zelfstandigen en dit der werknemers en van de onmiddellijke invoering van een nationaal pensioen.

4. Het eist dat de kredietverlening aan de zelfstandigen zou vereenvoudigd worden.

5. Het dringt aan op een versnelde beroepsscholing der zelfstandigen, die hun aanpassing aan de nieuwe noodwendigheid van de economie vergemakkelijkt evenals van de techniek of hun eventuele reconversie.

6. In aansluiting hiermede waarschuwt het de zelfstandigen voor het gevaar dat er voor hen in schuilt zich te laten inpalmen door bepaalde gepolitiseerde groeperingen die onder het mom van hun belangen te verdedigen, in feite niets anders zijn dan op verkiezingen afgestemde organen.

Bijgevolg doet het nationaal Congres een oproep tot alle zelfstandigen en vrije beroepen en nodigt hen uit zich op meer doeltreffende wijze te organiseren teneinde hun belangen beter te verdedigen.

Het Grondbeleid en de moderne maatschappij

1. Het nationaal Congres stelt vast dat een politiek van etatisme niet bij machte is een oplossing te geven aan het probleem van de woningbehoeften van de bevolking.

2. Het stelt vast dat de duurte van de woningbouw te wijten is aan diverse oorzaken waarvan de grondspeculatie er slechts één is. De duurte van de bouwgrond wordt sterk in de hand gewerkt door de regering die de bouwzones in diverse streken te streng heeft beperkt.

3. Het stelt vast dat de toekenning der sociale woningen al te vaak geschiedt zonder rekening te houden met de rechtmatige prioriteiten van de kandidaten.

4. Het vraagt dat de bouwgronden in het bezit der centrale en lokale besturen ter beschikking zouden worden gesteld van de sociale en privébouw, om aldus het aanbod te verhogen en de prijzen te drukken.

5. Het klaagt de administratieve formaliteiten en de willekeur aan vastgesteld bij de toekenning van de bouw- en verkavelingsvergunningen, en eist een democratische herziening van de wetten op de stedebouw en de ruimtelijke ordening.

6. Het spreekt zich uit voor een herziening der arbitrair opgestelde gewestplannen, die grotere bouwzones dienen te voorzien teneinde het aanbod te verhogen, aldus de prijzen te drukken en de speculatie te vermijden.

7. Het Congres wenst een versoepeling van het krediet voor de bouw van sociale woningen, zowel inzake de intrestvoet als inzake het globaal krediet evenals een aanpassing der inkomensplafonds voor het verkrijgen van een bouwpremie.



DEMOCRATIE IN GEVAAR


1. Het Congres bevestigt opnieuw zijn gehechtheid aan de pluralistische beginselen die de PVV als eerste partij heeft toegepast vanaf haar stichting in 1961.
De PVV hield nooit op aan te tonen dat "de godsdienst niet alleen een feit is dat zij vaststelt, maar een recht dat zij eerbiedigt" (Roger Motz).
Zij wenst daartoe iedere discriminatie in de schoot van de partijorganen te vermijden.
De bestendige samenspraak op alle niveaus van haar structuren, tussen personen van verschillende levensbeschouwelijke opvattingen, zal meer dan ooit de echtheid van haar politieke verbintenissen waarborgen.

2. Verenigd rond een doctrine en een gemeenschappelijke politieke actie, verkondigt het Congres dat de geregionaliseerde PVV een partij is met nationale roeping.

Beslist dat voor de maand november een congres zal plaatsgrijpen dat:
- de regionalisering van de PVV, reeds een feit, zal verwezenlijken;
- de aan de institutionele context aangepaste bevoegdheden van de nationale PVV zal bepalen betreffende de materies waaromtrent de PVV uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel gemeenschappelijke opties zouden vastleggen, zouden besluiten een meer dan ooit noodzakelijke coherente politieke actie te voeren.
Bijgevolg vraagt het Congres dat op initiatief van de nationale voorzitter en de gewestelijke voorzitter van de Waalse PVV, de Vlaamse PVV en de Brusselse PVV, voor het verlof een commissie zou opgericht worden, belast met de voorbereiding van dit statutair Congres. Dit Congres zou aan de partij een structuur verschaffen die in overeenstemming is met de nieuwe instellingen in België en met de gewestelijke organisatie van de partij.

3. Het Congres stelt vast dat de kloof tussen de overheid en de burger steeds groter wordt. Om hieraan te verhelpen moet een vooruitstrevende, moderne liberale mens- en maatschappijvisie opgesteld worden.
Het verwerpt de verouderde tegenstelling "klerikaal –antiklerikaal" die zovele jaren in ons land het uitgangspunt is geweest van de maatschappelijke structuren. Het is van mening dat de PVV integendeel het verzamelpunt is van al diegenen die de verzuiling op alle gebied willen doorbreken; dus progressistisch.
Het is van mening dat de toekomstige actie van de PVV zal moeten geïnspireerd blijven door een levensvisie die de mens centraal en primordiaal stelt, met daarbij een duidelijk besef voor zijn maatschappelijke plichten. De burger is inderdaad meer dan een nummer, een belastingplichtige of een onderworpene. Maar anderzijds is hij ook geroepen om dagelijks zijn solidariteit, vooral met de achtergebleven groepen, te betuigen alsmede de gemeenschappelijke belangen vast te stellen, met het zgn. "sociaal-mediaan" omvattende de werknemers, de zelfstandigen, de kaders en de ambtenaren, bepalende zijn ontplooiing.
Het Congres stelt dat de eerbied voor de mens te verzoenen is met de noodwendigheden van het gemeenschapsleven. Maar deze verzoening kan niet gebeuren door een steeds verder schrijdende feodalisering van onze economische en sociale structuren.
Meer dan ooit immers heeft het land behoefte aan de liberale mens die gelooft in de verdraagzaamheid, in de waarde van de individuele inspanning en de verantwoordelijkheidszin.
Het Congres komt dan ook op voor een gemeenschap waarin de grootst mogelijke vrijheid voor het grootst mogelijk aantal verzekerd wordt.

Bezield met de vaste wil de democratie en haar instellingen opnieuw te herstellen, verzet het Congres zich tegen het verval van deze instellingen en de degradatie van de publieke geestesgesteldheid die aan de basis liggen van de steeds toenemende en verontrustende afkeer van de publieke opinie ten overstaan van het regime.
Het bevestigt zijn gehechtheid aan de resoluties aangenomen met algemeenheid van stemmen op het Congres van Knokke in 1967, resoluties die al hun actualiteit bewaren en zich tot essentieel doel stelden de hervorming en modernisering van de Staat.
In de onmiddellijke toekomst dient ondermeer de administratie gedepolitiseerd te worden en de controleopdracht van het parlement hersteld.

Teneinde de steeds dieper worden kloof tussen de openbare mening en onze democratische instellingen te overbruggen stelt het Congres volgende wetgevende maatregelen voor:
- een nauwgezette reglementering inzake cumul van openbare en wetgevende mandaten;
- het verstevigen van de onverenigbaarheden die thans in de wet voorkomen;
- de controle en de begrenzing van de verkiezingsuitgaven.
Te dien einde zal de PVV een oproep doen tot de vertegenwoordigers van alle politieke partijen teneinde concrete, gemeenschappelijke, wettelijke beschikkingen desbetreffend gezamenlijk aan het parlement ter bespreking voor te leggen.

De politieke evolutie brengt mede dat de regeringen de voornaamste motor zijn van het nationaal leven. Hun ondergeschiktheid aan drukkingsgroepen, het ontvluchten van hun wetgevende verantwoordelijkheid ten gunste van diverse organismen, hun wens te overleven zonder werkelijke politiek, ontnemen het parlement zijn bevoegdheid, nochtans de voornaamste waarborg van onze democratie.
Deze bevoegdheden omvatten:
- de vorming van de regeringen;
- de uitoefening van de wetgevende macht;
- de controle op de regeringsactiviteit.

Om aan deze wantoestanden een einde te stellen eist de PVV:
- dat de vertegenwoordigende organisaties van werknemers en werkgevers de rechtspersoonlijkheid aannemen en verantwoordelijk zijn voor hun daden en hun materiële bestaansmiddelen;
- dat de regeringen de primauteit van het parlement eerbiedigen, enige uiting van de burgers voor de uitoefening van de wetgevende macht en de fundamentele controle op het gezag.
Het politiek leven van het land dient gekend door de burger dank zij een objectieve informatie waaraan eenieder moet kunnen deelnemen.

4. Het Congres wil dat de partij een solidaire en levende gemeenschap is die aan alle leden een volledige democratische participatie waarborgt.

Beslist te dien einde, op initiatief van de regionale organen:
- een rechtstreekse raadpleging van de leden in te stellen, voorafgaandelijk aan alle belangrijke stellingnamen;
- een operatie "democratie en participatie" te starten die, in eenzelfde dialoog op alle niveaus van de partijstructuren, PVV-ers en vertegenwoordigers van alle sectoren der openbare mening zou samenbrengen.
- Daarom zullen in een zo groot mogelijk aantal gemeenten sociopolitieke animatiecentra georganiseerd worden.
Door deze operatie zal een vaste band gelegd worden tussen de militant en de openbare mening en de partij.
Op het institutioneel vlak eist de PVV het instellen van de ombudsman of commissaris van de Natie waarbij iedere burger verhaal zal kunnen indienen ingeval van geschil met om het even welke administratie (gemeentelijke, provinciale, gewestelijke of nationale).

Het stelt eveneens de inrichting voor van een cursus van burgerlijke en politieke opvoeding, dit op school in het kader van een vernieuwd onderwijs.
Tevens wenst het de instelling van een zendtijd op radio en televisie tijdens dewelke, op een pluralistische basis, debatten zouden worden georganiseerd die aan de burger toelaten zich uit te drukken.

5. Het Congres zal elk initiatief steunen gericht op het verzamelen van alle democraten en vooruitstrevende mensen die, vanuit een liberale mens- en maatschappijvisie het gemeenschappelijk front tussen CVP en BSP verwerpt. Het programma van een dergelijke verzameling zou democratisch door de leden opgesteld worden alsook door de socio-professionele of culturele groepen die daarbij aansluiten.

6. Voor wat betreft de regionalisering van de instellingen van het land bepaalt elke gewestelijke PVV op een autonome wijze zijn standpunt. Niettemin vraagt het Congres aan de Waalse, Vlaamse en Brusselse PVV onderling in de schoot van de commissie belast met de voorbereiding van het Congres van november, overleg te plegen betreffende de gemeenschaps- en institutionele problemen die tot de bevoegdheid behoren van de gewestelijke organen.



EUROPESE ASPECTEN VAN HET LIBERALISME


Het Nationaal Congres van de PVV bijeengekomen te Brussel op 17 en 18 juni 1972, na het verslag te hebben aanhoord van de Commissie belast met de studie van het thema "De Europese aspecten van het Liberalisme",
- constateert dat de liberalen, en inzonderheid de Belgische liberalen steeds, maar vooral sedert het einde van de tweede wereldoorlog, het sterkst hebben geijverd en zich het meest geëngageerd hebben voor de verwezenlijking van de politieke en economische eenmaking van het democratisch Europa.
- verheugt zich over de gelukkige afloop van de onderhandelingen met Groot-Brittannië, Denemarken, Noorwegen en Ierland, en begroet met vreugde de oprichting met ingang van 1 januari 1973, van de Europese Gemeenschap met Tien, in afwachting dat weldra andere democratische landen in Europa zullen geïntegreerd worden.
- bevestigt opnieuw dat Europa bewust moet worden van zijn mogelijkheden, maar stelt vast dat deze niet zullen groeien uit de economische integratie alleen. Een werkelijke politieke eenheid berustend op de parlementaire democratie is een onontbeerlijk element.

Het is even onontbeerlijk om de grote menselijke problemen van onze eeuw op te lossen. Oplossing die het kader der landen voorbijstreeft, speciaal deze die de veiligheid, de bescherming en de verbetering van het leefmilieu en de georganiseerde strijd tegen de onderontwikkeling inhouden.

Te dien einde wordt door het congres van de PVV:
- de Europese federatie beschouwd als zijnde de enige structuur waarbij het onherroepelijk karakter van de unie der Europese volken verklaard wordt. Deze federale structuur is het enige middel om te beletten dat de verschillende landen, ieder van hun kant, zouden blijven handelen tegen de belangen in van de Europese Gemeenschap, en ook om het aanvaarden van beslissingen op lange termijn op politiek, economisch en sociaal gebied mogelijk te maken;

- de noodzaak bevestigd van een versteviging van de huidige instellingen van de Europese Gemeenschap, namelijk:
    - de toekenning van werkelijke wetgevende, budgettaire en controlebevoegdheden aan het Europees Parlement, en dit door de verkiezing van dit parlement bij algemeen stemrecht, tijdens rechtstreekse en geheime verkiezingen. In afwachting van een eenparige beslissing van de Raad van de Gemeenschap, zou iedere lidstaat rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement moeten organiseren overeenkomstig de eigen grondwettelijke en wettelijke regels;
    - de afschaffing van het vetorecht in de Raad der Ministers van de Gemeenschap in alle gevallen niet voorzien in het Verdrag van Rome en de terugkeer naar de strikte toepassing van de regel van de gekwalificeerde meerderheid;
    - de benoeming als voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Europese Gemeenschap van personaliteiten met hoofdzakelijk politiek karakter ondermeer belast met het opstellen en voorstellen aan de Raad der Ministers van de Gemeenschap:
    a) van de algemene lijnen van een gemeenschappelijk buitenlands beleid van de lidstaten van de Europese Gemeenschap;
    b) van suggesties nodig om de Economische en Monetaire Unie te verwezenlijken, waarvan de Commissie het beslissings- en controlecentrum zou moeten uitmaken;
    c) van een ontwerp van Verdrag houdende het instellen van federale structuren van het communautaire Europa, structuren die rekening houden zowel met het bestaan van de huidige Staten als met de politieke, economische, sociale en culturele realiteiten van de Europese regio's.
- stelt met spijt vast dat de inspanningen met het oog op de Europese eenmaking nog geen enkele syndicale organisatie, noch politieke partij ertoe gebracht hebben uit de lidstaten van de Europese Gemeenschap de ware gemeenschappelijke oriëntaties te definiëren, noch beslissingen te treffen die er de openbare opinie, waarvan zij de vertegenwoordigers of de mandatarissen zijn, ertoe kunnen bewegen zich op ideologisch vlak over de grenzen heen uit te spreken.

- stelt voor dat onverwijld een waarachtige Europese Liberale Partij van de landen van de Europese Gemeenschap zou worden opgericht, met een centraal bestuur en federale structuren gegrondvest op de bestaande Staten en de realiteit der Europese regio's. De oprichting van deze nieuwsoortige partij zal trapsgewijze moeten gebeuren, met eerbiediging van de interne democratische werking en met waarborgen voor de vertegenwoordiging van haar diverse componenten. In een eerste stadium zou een Federatie van de Liberale Partijen kunnen gevormd worden door de formaties welke de beginselen van het Manifest van Oxford van 14 april 1947 zouden onderschrijven.

- vraagt met aandrang dat de "Liberale Beweging voor een Verenigd Europa", thans voorgezeten door de heer Jean Rey, en die vertegenwoordigers groepeert van de liberale partijen in de zes landen van de Gemeenschap, zonder uitstel bij de politieke machten uit de tien landen de nodige stappen zou doen om te komen tot een Europese Liberale Partij.

- belast de nationale voorzitter, alsmede de regionale voorzitters van de PVV deel te nemen aan de werkzaamheden van het Uitvoerend Comité van de Liberale Beweging voor een Verenigd Europa, en de voorzitter Jean Rey bij te staan in zijn streven, om door hun stuwkracht het welslagen te verzekeren van deze grootscheepse politieke onderneming.


top