www.liberaalarchief.be
CONGRES VAN DE PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
ANTWERPEN, 17 - 19 oktober 1975
EEN VERMAGERINGSKUUR VOOR DE STAAT
RESOLUTIES


I. OOK DE STAAT EEN GOED MANAGER


I. Opdat de overheidssector efficiënt de haar toegewezen opdrachten zou vervullen, vraagt de PVV:

1. dat de doelmatigheid, de produktiviteitsstijging en de verantwoordelijkheidszin de basisprincipes zouden zijn voor de werking van de overheidssector. Te dien einde moet daar waar mogelijk een boekhouding worden gevoerd, die zoals in de privé-sector moet toelaten de kostprijs en het rendement van de betrokken dienst te beoordelen.

2. dat alle ministeriële departementen en parastatales zouden worden doorgelicht, zoals in Frankrijk is geschied (commission NORA – 1967). Deze functieanalyse moet toelaten de taken van iedere dienst en de middelen die ter beschikking worden gesteld, optimaal vast te leggen.

3. dat deze opdracht zou worden toevertrouwd aan een gemengde gespecialiseerde commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de privé-sector en de overheid. Deze commissie zal eveneens moeten aantonen welke opdrachten door de privé-sector goedkoper kunnen worden verricht, en welke door de privé-sector in samenwerking met de overheid kunnen worden uitgevoerd.

II. Om tot een betere werking van de staatsadministratie te komen, stelt de PVV voor:

1. de reorganisatie van het ambtenarenkorps door:
a) een grondige functie-analyse van elke taak;
b) een grote mobiliteit van de ambtenaren in de verschillende administraties onderling;
c) de mogelijkheid om de tijdelijke overheidsopdrachten toe te vertrouwen aan de privé-sector;
d) een direct financieel systeem in te voeren ten voordele van ambtenaren die nuttige besparings- en rationalisatievoorstellen uitwerken.

2. de depolitisering inzake aanwerving en bevordering van de rijksambtenaren door:
a) een krachtige toepassing van de maatregelen die sedert 28 december 1973 wettelijk werden vastgelegd, ondermeer door de uitbreiding van de bevoegdheden van het Vast Wervingssecretariaat;
b) door de bevorderingen uitsluitend te laten geschieden volgens normen die elke politieke willekeur uitschakelen.

3. Soortgelijke maatregelen, zoals deze vervat in punten 1 en 2, moeten worden nagestreefd ten overstaan van al het personeel werkzaam in om het even welke administratie.



II. SOCIALE ZEKERHEID


Er moet over gewaakt worden dat de overheid in geen geval een sociale politiek voert die de zin voor arbeid van onze bevolking ondermijnt.

Daarom stelt de PVV voor:

1. de vereenvoudiging van het stelsel van de sociale zekerheid door:
a) de samensmelting van een aantal instellingen in de pensioensector;
b) het gebruik van één enkele sociale steekkaart per inwoner, die het aantal bewerkingen vermindert en een beter inzicht verschaft in het verbruikersprofiel;
c) het opheffen van de scheiding tussen vijf R.M.Z.-sectoren door invoering van een eenvormige bijdrage;
d) het coördineren en samensmelten van sommige structuren van al de departementen die met het gezondheidsbeleid te maken hebben.

2.
a) afremming van de uitgaven; belasting van het vervanginkomen en een veel strengere controle op alle niveaus;
b) het afschaffen van elke zitpenning voor al de raden, commissies en andere consult- of adviesorganen, door het instellen van het "kosteloos mandaat".

3.
a) geleidelijke gelijkschakeling naar een nationaal basispensioen gefinancierd door een fiscalisatie der bijdragen;
b) de promotie van vrijwillige aanvullende pensioenstelsels;
c) afschaffing op termijn van de Rijkskas voor Rust- en Overlevingspensioenen;

4. geleidelijke overschakeling van de vakantievergoeding van arbeiders en bedienden, wat leidt tot afschaffing van de Rijkskas voor Jaarlijks Verlof.

5. ombouw van het gezinsbijlagenstelsel door:
a) driemaandelijkse betalingen;
b) concentratie van de compensatiekassen;
c) afschaffing van de huidige structuren en vervanging door een gereglementeerd vrij stelsel.

6. Strengere controle op de praktijken inzake kwijtscheldingen, verminderingen en toestaan van betalingstermijnen vanwege het beheerscomité van de R.M.Z., met het oog op een soepelere en gelijklopende toepassing op alle bedrijven. De kleine en middelgrote werkgevers mogen dienaangaande zeker niet benadeeld worden.



III. GEHANDICAPTENBELEID


De versnippering van het gehandicaptenbeleid over acht ministeriële departementen, provinciale besturen, gemeentebesturen kan niet langer aangehouden worden.
Sectoriële gezondmakingen moeten in de gehele gehandicaptenzorg leiden tot een meer doeltreffend en rationeel beleid ten voordele van de gehandicapten.

Daarom stelt de PVV voor:

I. EEN GEDURFDE BESTRIJDING VAN MENTALE EN LICHAMELIJKE HANDICAPS door:

1. systematische preventieve opsporingen naar chronische, infectie- en metabolische ziekten
2. vruchtwateronderzoek in risicogevallen opnemen in prenatale diagnostiek.
3. primair preventief optreden tegenover risicogevallen door voorlichting en behandeling van toekomstige ouders.
4. teams van erfelijkheidsdeskundigen voor prenataal onderzoek.

II. MODERNE OPVOEDINGSMAATREGELEN:

1. Voorschoolse depistage en begeleiding van elke gehandicapte.
2. Aangepast onderwijs voor alle vormen en niveaus van het bijzonder onderwijs.
3. Nazorg na elke vorm van buitengewoon onderwijs uitbouwen.
4. Uitwerken van functionele behandelings- en begeleidingssystemen binnen de inrichtingen voor Buitengewoon Onderwijs.
5. Waardering van het beroep op elk niveau van de begeleiding der gehandicapten en het beroep aldus aantrekkelijker maken.

III. TEWERKSTELLING EN ARBEID:

1. Onmiddellijke optimale tewerkstelling van minder-validen in ministeries, parastatalen, provincies, gemeenten en privé-sector verzekeren.
2. Aanpassing van de Beschutte Werkplaatsen aan de mogelijkheden van de gehandicapten.

IV. EEN GLOBAAL GEHANDICAPTENBELEID met

1. plaatselijke coördinatie der initiatieven met daaruit voortspruitende besparingen;
2. oprichting van een "Ministerieel Comité voor Gehandicaptenbeleid";
3. een "Begrotingsprogramma voor gehandicaptenzorg".



IV. SOCIALE HUISVESTING


Het gebrek aan dynamisme en rendement hebben ervoor gezorgd dat de overheid, die een monopolie bezit inzake sociale huisvesting, erin geslaagd is om het woonbeleid in dit land een enorme achterstand te laten oplopen. Een crisis in de bouwsector kan volgens de PVV alleen vermeden worden wanneer de privé-sector in het sociaal woningbeleid wordt betrokken.

Daarom stelt de PVV voor:
1. de bescherming van het privé-initiatief tegen het machtsmisbruik van de overheid op het stuk van de bouw- en verkavelingsverordeningen, evenals tegen speculatie van overheids- en privé-organisaties;
2. de tempering van de fiscale druk door het herzien van het registratierecht en het optrekken van de plafonds voor belastingvrijstelling van hypothecaire leningen;
3. de groepsbouw te stimuleren door samenwerking tussen overheids- en privé-sector om grondverspilling te vermijden;
4. koppeling van de bouwpremie aan de index;
5. het woonsparen een wettelijke basis te geven;
6. de saneringspremie uit te breiden tot het moderniseren van ongezonde woningen;
7. het herstel van de rechtszekerheid voor de eigenaars van gronden;
8. de prefab-constructies algemeen toe te laten, met kwaliteitscontrole;
9. de wet op de mede-eigendom te herzien;
10. een esthetisch verantwoorde, degelijke sociale huisvesting dient tot stand te komen en vooral voorbehouden te worden aan de minst-begoeden.



V. REGIE DER POSTERIJEN EN R.T.T


Menigvuldige aanpassingen en uitbreidingen hebben de regies een logheid bezorgd die elke efficiënte werking in de weg staat. Het afwentelen van de aangroeiende deficieten op de consument door middel van prijsverhogingen kan niet langer.

Volgens de PVV:
1. moeten de Regies zich uitsluitend beperken tot de taken hen opgelegd in de oprichtingswet met waarborging van volledige dienstverlening;
2. moeten ze komen tot een juiste kostprijsberekening;
3. moet met behulp van privé-organismen een grondige functionele analyse op alle vlakken doorgevoerd worden, welke moet leiden tot een doeltreffende structurele en organisatorische hervorming;
4. moet een versoepeling in het personeelsbeleid naar het voorbeeld van de privé-sector doorgevoerd worden, opdat de personeelssterkte aan de reële behoefte zou worden aangepast;
5. moeten de prestatienormen, waar die te ruim opgevat zijn, herzien worden;
6. moet de uitwerking van de budgettering met behulp van voorhanden zijnde moderne technieken op de voet gevolgd worden, dit zal leiden tot een allernoodzakelijkst nieuw klimaat van verantwoordelijkheidszin en beroepsgeweten.



VI. N.M.B.S.


Ofschoon in de ons omringde landen het spoorvervoer een gunstige evolutie doormaakt, kan de N.M.B.S. zich financieel moeilijk bedruipen.

Daarom stelt de PVV voor:
1. de afschaffing van de politieke en andere niet-rendabele lijnen;
2. investeringen in lijnen, alleen indien ze bedrijfseconomisch verantwoord zijn;
3. het selectief afbouwen der gunsttarieven geldig tijdens de spitsuren, met uitzondering van de sociale abonnementen;
4. het verbieden van oneerlijke concurrentie aan scheepvaart en wegverkeer, mits gelijkberechtiging op het gebied van infrastructuur;
5. het voeren van een rationeel personeelsbeleid;
6. bestrijden van de overlapping van het stedelijk, interstedelijk en streekvervoer.



VII. SABENA

Een toestand waarbij de tekorten bijna automatisch door de gemeenschap worden gedekt omdat de economische wetmatigheden hier niet spelen kan onmogelijk blijven duren.

Daarom stelt de PVV voor:
1. verbod tot uitkering van dividenden zo lang er verlies geleden wordt;
2. drastische personeelsinkrimping en rationalisatie gepaard gaande met strenge aanwervingsstop en doeltreffende herklassering van de boventalligen;
3. een verhoging van de inbreng van het privé-initiatief, o.a. door kapitaalsverhoging en privé-running;
4. de afschaffing van niet-rendabele lijnen, indien sanering onmogelijk is;
5. nieuwe aankopen van vliegtuigen mogen slechts gebeuren indien deze aankopen economisch verantwoord zijn;
6. de oprichting in eerste faze, in het raam van de Benelux, van een internatonale onderneming, naar het voorbeeld van wat gebeurd is in de Skandinavische landen (SAS), met eveneens een differentiatie, specialisatie en privé-running. In een volgende faze dient te worden gestreefd naar een Europese luchtvaartmaatschappij;
7. de PVV dringt aan bij haar vertegenwoordigers in het Europees Parlement opdat zij de nodige initiatieven zouden nemen om het vraagstuk van de Europese samenwerking inzake luchtvaart te stellen.

top