www.liberaalarchief.be
CONGRES VAN DE PARTIJ VOOR VRIJHEID EN VOORUITGANG
BRUSSEL, 23-25 september 1977
RECHTVAARDIGHEID EN SOLIDARITEIT
RESOLUTIES


I. GELIJKE RECHTEN VANAF DE WIEG


De behoeften van onze bevolking in een welvaartstaat, vooral deze van de minstbedeelden, worden steeds groter. De middelen om hieraan te voldoen, worden steeds schaarser. De oplossing kan dus slechts gevonden worden door een meer oordeelkundige en billijke verdeling van deze middelen.

1. Als niet-arbeidsgebonden sociale voorzieningen, die zich in de toekomst buiten de RSZ moeten situeren, ziet de PVV: de jaarlijkse vakantie, de gezondheidszorgen, het socio-vitaal minimum, alsmede specifieke voorzieningen ten voordele van de sociaal meest-benadeelden.

2. De PVV wil de gezondheidszorgen uit de klassieke RSZ halen en financieren door een vorm van fiscaliteit door middel van een bestemmingsbijdrage, die per definitie de gehele bevolking omvat. De risico's, die gelijkaardig zijn voor alle burgers, moeten opnieuw op basis van objectieve gezondheidscriteria omschreven worden. Deze maatregelen moeten deel uitmaken van een globale structurele hervorming van het gezondheidsbeleid, waar het belang van de patiënt primordiaal staat. Vanzelfsprekend mag er niet getornd worden aan de huidige tussenkomsten voor de minst-bedeelden (WIGW's)

3. De PVV waarborgt een gevoelige verhoging van het sociaal-vitaal minimum, waarvoor de uitgaven volledig gedragen worden door het Rijk. De uitkering ervan gebeurt plaatselijk en onmiddellijk.

4. Steeds buiten de eigenlijke RSZ om, ijvert de PVV voor bijzondere en hogere sociale voorzieningen ten voordele van de specifieke noden der meest getroffen medeburgers, die omwille van hun sterk bedreigde sociale toestand niet genoeg hebben aan gewone RSZ-uitkeringen: chronische zieken, bejaarden in benarde omstandigheden, gehandicapten, invaliden, enz. De PVV opteert voor het oprichten van een dienst die alle voorzieningen in verband met de minder-validen groepeert, maar die deze voorzieningen plaatselijk verstrekt.

5. Als derde verzekeringstrap legt de PVV de nadruk op de doelmatigheden van aanvullende conventionele verzekeringsstelsels, die alle gebieden van de sociale zekerheid kunnen omsluiten, en kunnen voortspruiten uit initiatieven op individueel vlak, bedrijfsvlak, ondernemingsvlak of per socio-professionele groep. De verschillende voorzieningen kunnen door de Staat gewaarborgd worden.

6. De PVV aanziet het vakantiegeld niet als een vervangingsinkomen. Het behoort daarom niet tot de eigenlijke RSZ. De eenmaking van de vakantieregimes van arbeiders en bedienden dient prioritair nagestreefd te worden.

7. Voor alle niet-arbeidsgebonden uitkeringen en die door de fiscaliteit gefinancierd worden wil de PVV een gelijke behandeling van bezoldigden en zelfstandigen.

8. Het Congres vraagt dat het Uitvoerend Comité van de PVV een commissie zou samenstellen die belast zou worden met de verdere studie van de diverse aspecten van de herziening der sociale zekerheid, inzonderheid: a) het al dan niet opnemen van het personeel van de openbare diensten in het hervormde stelstel; b) het pluralisme in de sociale sector; c) het uurkredietenstelstel; d) de controle op de prestaties; e) het harmoniseren van de verschillende stelsels; f) het vaststellen van de pensioenleeftijd; g) de integratie in andere sociale administraties van de personeelsleden die ingevolge de voorgestelde hervormingen boventallig zouden worden.



II. ALS WERKEN ONMOGELIJK WORDT


1. Overtuigd dat de besparingen inzake uitgaven, waartoe de gehele overheidssector tijdens de komende jaren genoodzaakt wordt, ook in de sector van de sociale zekerheid moeten gebeuren, onderstreept de PVV dat deze besparingen uitsluitend moeten voortvloeien uit een structurele en organisatorische rationalisatie en vereenvoudiging, doch in geen geval uit "sociale afbraak".

2. Teneinde in de toekomst sectoriële wildgroei van de sociale zekerheid uit te sluiten, spreekt de PVV zich uit voor een programmatie van de inkomstenverwerving, voordelenverstrekking en uitgavenselectie van het S.Z.-stelsel, gesteund op een grotere doelmatigheid van het geheel.

3. Daar economische expansie de voorafgaandelijke basisvoorwaarde is voor het voeren van een wezenlijke en duurzame sociale politiek staat de PVV maatregelen voor ter beveiliging van de concurrentiële positie op een wereldmarkt van het bedrijfsleven, met een ingebouwde en geprogrammeerde uitbouw van sociale voorzieningen, te bepalen door de voor deze uitgaven financieel verantwoordelijke overheid, op voorstel van de sociale partners.

4. Het huidige sociale zekerheidsstelsel moet daartoe volgens de PVV fundamenteel hervormd worden, opdat zijn toekomstige werking nauwer zou aansluiten bij de wezenlijke doelstellingen van de sociale zekerheid.

5. In het licht van deze betrachting stelt de PVV voor een duidelijk onderscheid te maken tussen de dekking van niet-arbeidsgebonden risico's, te financieren door het Rijk daar ze de gehele bevolking treffen en als zodanig buiten de S.Z. vallen, en de dekking van arbeidsgebonden risico's, te financieren door S.Z. daar behorend tot de eigenlijke sociale zekerheid.

6. tot de eigenlijke S.Z. moeten volgens de PVV benevens de niet-arbeidsgebonden kinderbijslagen, drie arbeidsgebonden risico's behoren: de werkloosheid, de pensioenen en het werkverlet wegens arbeidsongeschiktheid te wijten aan ziekte, invaliditeit, maar voortaan ook aan beroepsziekten. De uitgaven voor deze uitkeringen worden gefinancierd, voor de werknemers eensdeels, door een eenvormige S.Z.-bijdrage op de lonen ten laste van de werkgevers, en, voor de zelfstandigen anderdeels, door een geleidelijk in te voeren eenvormige S.Z.-bijdrage op hun bedrijfsinkomsten (met minimumbijdrage) met inachtneming van slechts één relatief hoog gestelde loongrens. De maandelijkse kinderbijslagen, waarvan de bedragen onaangetast en welvaartvast gewaarborgd worden, blijven aan alle gerechtigden rechtstreeks uitgekeerd.

7. De opbrengst van die eenmalige bijdrage wordt, volgens tweejaarlijks vast te stellen sleutels verdeeld, volgens behoefte, over verschillende uitgavensectoren. Het beheer der sociale zekerheid blijft hier in handen der sociale partners.

8. De voor werkloosheid beschikbare geldmiddelen moeten eerlijk en rechtvaardig verdeeld worden over alle betrokken groepen. De misbruiken in deze sector moeten bestreden worden. Het vervangingsinkomen voor werkloosheid voor de enige kostwinner dient hoger te liggen dan dat van de niet-enige kostwinner. De werklozen en vooral de jongeren dienen aan het werk geholpen: - door een polyvalente opleiding en een passende bij- of herscholing; - door het stimuleren van het persoonlijk initiatief; - desnoods door het inschakelen in de welzijnssector.

De PVV aanvaardt geen enkele discriminatie tussen de werknemers inzake de tegemoetkomingen die worden verleend bij de sluiting van bedrijven. De voordelen toegekend aan werknemers en dit naar aanleiding van de moeilijkheden en de sluiting van bepaalde ondernemingen uit de Waalse staal- en glasnijverheid moeten onder gelijke voorwaarden worden toegestaan aan de Vlaamse werknemers uit alle bedrijfstakken.

9. Er wordt een geïndividualiseerd pensioen, berekend op 75% (gezin) of 60% (alleenstaande) der te vervangen geplafonneerde inkomens verzekerd op basis van de in functie der tijdens de loopbaan gestorte bijdragen. In het kader van dit pensioenstelsel wordt evenwel zonder onderzoek naar de bestaansmiddelen een nationaal basispensioen gewaarborgd aan al wie bepaalde voorwaarden inzake loopbaan vervult.

10. De vergoedingen wegens arbeidsongeschiktheid worden op de nieuwe loongrens berekend. Beroepsziekten- en arbeidsongevallenvergoedingen blijven echter in hun huidige, voldoeninggevende vorm behouden. De aldus toegestane verhogingen met schrapping van het onderscheid tussen primaire- en invaliditeitsuitkeringen, worden gecompenseerd door een strenger toezicht.



III. DE PVV EN DE EUROPESE VERKIEZINGEN


De PVV, in congres bijeengekomen te Brussel op 23, 24 en 25 september 1977:
    - heeft kennis genomen van het ontwerpprogramma van de Federatie van Liberale en Democratische Partijen met het oog op de Europese verkiezingen van 1978 tot stand gekomen met de actieve medewerking van de PVV:
    - stelt vast dat wat dat programma betreft;
    - het eenwordingsproces op basis van de liberale democratie moet worden voltooid; dat vrede, vrijheid, individuele verantwoordelijkheid en sociale gerechtigheid overal ter wereld moeten worden nagestreefd; en dat om deze doelstellingen te bereiken de instellingen van de Europese Unie bevoegdheden moeten worden gegeven;
    - opdat het Europees Parlement de naam "Parlement" waardig zou zijn, de bevoegdheden zo snel mogelijk zouden worden uitgebreid;
    - de nadruk wordt gelegd op de scheppende rol van de vrije en verantwoordelijke mens in de moderne maatschappij; en dat een liberaal-democratische aanpak een unieke mogelijkheid biedt voor de verwezenlijking van de Europese Unie;
    De PVV meent nochtans dat deze rechten en vrijheden verdragrechterlijk moeten worden vastgelegd.
    - het regionaal beleid wordt beschouwd als een essentieel onderdeel van de Europese Unie welke aan de talrijke regio's gelijke kansen moet geven;
    - in verband met de toetreding van nieuwe leden tot de Gemeenschap wordt gesteld dat de uitbreiding geen afbreuk mag doen aan de samenhang en de doeltreffende werking van de Europese Unie;
    - een gemeenschappelijke buitenlands- en veiligheidsbeleid onontbeerlijk wordt geacht om de vrede in de wereld te dienen; dat solidariteit en eerbiediging van het recht de basisvormen van dit beleid moeten zijn, dat de samenwerking binnen het Atlantisch bongenootschap, de ontspanning tussen Oost en West en de Noord-Zuiddialoog hierbij voorop dienen te staan, en dat de armste landen de middelen moet worden verschaft om zich te bevrijden van onderdrukking, honger en armoede;
    - het vertrouwen van de liberalen in het dynamisme van de sociaal gecorrigeerde markteconomie bevestigd wordt;
    - het verwezenlijken van de Economische en Monetaire Unie wordt beschouwd als één der voornaamste liberale oogmerken en als een middel om de huidige economische en sociale crisis te overwinnen en dat gestreefd moet worden naar een herverdeling van de welvaart in Europa en in de wereld;
    - het zeer specifieke maatregelen vermeldt ten gunste van de ontwikkeling van de K.M.O.'s, één der pijlers van het economische systeem in de democratische industrielanden, o.m. door harmonisatie van het fiscaal beleid, en in het bijzonder de B.T.W.;
    - het landbouwbeleid als essentieel element van de toekomstige Europese Unie voordelig moet zijn, zowel voor de consumenten als landbouwers, zonder onnodige lasten voor de Europese belastingsbetaler, o.m. door sterke schommelingen op de landbouwmarkt te vermijden;
    - in verband met de kernenergie door de liberalen de klemtoon wordt gelegd op de grondige studie van de problemen betreffende de verwerking van de radio-actieve afvalstoffen en de ontwikkeling van absoluut veilige en milieuvriendelijke vormen ervan;
    - de liberalen zich verzetten tegen een te grote machtsconcentratie zowel van de overheid als van particulieren in alle sectoren van de energiebevoorrading;
    - dat beklemtoond wordt dat het sociaal beleid moet berusten op individuele verantwoordelijkheid en maatschappelijke solidariteit;
    - gepleit wordt voor medeverantwoordelijkheid in het beheer en de mogelijkheid tot het verwerven van een financieel belang van de werknemers in de onderneming, waarin ze werkzaam zijn, dit om de stabiliteit en de ontwikkeling van deze ondernemingen mede te verstevigen;
    - onderwijs, cultuur en jeugdbeleid op Europees vlak dienen gecoördineerd opdat het de jonge Europeanen mogelijk zou zijn zich volledig te ontplooien;
    - een optimale kwaliteit van het bestaan alleen kan worden verzekerd mits een gemeenschappelijk milieubeleid dat rekening houdt met sociale en ecologische aspecten en waaraan alle burgers moeten meewerken; dat op wereldvlak internationale gedragscodes moeten worden opgesteld.
Het Congres van de PVV beklemtoont dat dit programma het bewijs levert dat de liberalen ervoor ijveren om de politieke, economische en sociale instrumenten van de Gemeenschap te verbeteren en er zullen voor zorgen dat de openbare opinie in Europa steeds bewust blijft dat onze vrije Westerse democratie de beste waarborg biedt voor individuele vrijheid, gelijke kansen en sociale zekerheid binnen de Gemeenschap en voor de vrede in Europa en in de wereld;
    - keurt dit programma goed;
    - verheugt er zich over dat de liberalen als eerste politieke familie in Europa - vertegenwoordigd in acht van de negen lidstaten - een duidelijk omlijnd programma aan de burgers van de Gemeenschap kunnen voorleggen.
De PVV meent dat in verband met de organisatie van deze Europese verkiezingen:
    a) in alle lidstaten van de Europese Gemeenschap het democratisch principe van de proportionaliteit de basis van het kiesstelsel moet zijn;
    b) de indeling van België in twee kiesdistricten moet geschieden met de mogelijkheid voor de inwoners van de 19 gemeenten van de Brusselse agglomeratie te stemmen voor één van de lijsten van het Nederlandstalig landsgedeelte of voor één van de lijsten van het Franstalig landsgedeelte;
    c) 14 zetels moeten toegekend worden aan het Nederlandstalige landsgedeelte en 10 aan het Franstalig landsgedeelte;
    de beslissing van de regeringspartijen in het kader van het Egmontakkoord slechts 13 zetels aan het Nederlandstalige landsgedeelte en 11 zetels aan het Franstalige landsgedeelte toe te kennen, een scheeftrekking is van de democratische proportionaliteit, dit wéér eens ten nadele van de Nederlandstalige Gemeenschap;
    d) apparentering tussen lijsten van het Nederlandstalige landsgedeelte en het Franstalige landsgedeelte moet mogelijk zijn; voor de apparentering zal de PVV enkel overeenkomsten afsluiten met de PRLW-PL;
    e) de kiesgerechtigde leeftijd op 18 jaar en de verkiesbaarheidsleeftijd op 25 jaar moeten vastgesteld worden;
    f) dat de onverenigbaarheid tussen een nationaal parlementair mandaat en een lidmaatschap van het Europees Parlement moet bestaan, met voor deze eerste verkiezing de mogelijkheid om van deze regel af te wijken; ziet evenwel geen onverenigbaarheid tussen de mandaten van voorzitter of ondervoorzitter van de PVV enerzijds en het lidmaatschap van het Europees Parlement anderzijds;
    g) de regering eens te meer achterop geraakt is, en dat diensvolgens de regering de Conventie met betrekking tot de Europese verkiezingen onmiddellijk aan het Parlement ter goedkeuring moet voorleggen en dat het Parlement prioritair de kieswet, nodig voor de organisatie van de Europese verkiezingen, moet stemmen.
De PVV staat erop dat de Europese verkiezingen zouden plaatsgrijpen in 1978.

top