BAES KIMPE (1857-1859)

Het Gents satirisch blad 'Baes Kimpe' was aanvankelijk bedoeld als kiesblad in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 27 oktober 1857, maar bleef nadien wekelijks verschijnen om de spot te drijven met de katholieke machtshebbers. Het laatste nummer verscheen op 10 april 1859.

Baes Kimpe, 1857

Het ontstaan van dit satirische weekblad, genoemd naar een Gentse volksfiguur die symbool stond voor vrankheid en stoutmoedigheid, situeert zich in de aanloop naar de Gentse gemeenteraadsverkiezingen van 1857. De extreme polarisering tussen katholieken en liberalen bij de voorgaande verkiezingen in 1854 had immers voor gevolg gehad dat de liberale associatie haar meerderheid in de raad had verloren. De toen verkozen raadsleden behoorden tot de gematigde liberaal-katholieke Nouvelle Association électoral die een brug poogde te slaan tussen beide kampen. De liberale burgemeester Constant de Kerchove de Denterghem was vervangen door zijn meer gematigde partijgenoot Judocus Delehaye, die in 1846 nog lid was geweest van de Gentse delegatie op het stichtingscongres van de nationale Liberale Partij te Brussel. Kort na zijn benoeming tot burgemeester besloot Delehaye echter - in hoofdzaak om redenen van loopbaanopportuniteit – de overstap te maken naar het katholieke kamp, waardoor Gent voor het eerst sinds de onafhankelijkheid een niet-liberale burgemeester kreeg.

De liberale associatie reageerde furieus en besloot alle middelen in te zetten om Delehaye en zijn aanhangers uit het stadhuis te verjagen. Een belangrijk instrument hiertoe werd Baes Kimpe, oorspronkelijk bedoeld als eenvoudig kiesblad. Met Willem Rogghé als hoofdredacteur en met de steun van Metdepenningen, Brébart en Stecher werd in de lokalen van de vrijmetselaarsloge Le Septentrion een redactie samengesteld die op 4 oktober 1857 een eerste exemplaar van Baes Kimpe van de persen liet rollen. Het nieuwe blad kende onmiddellijk een groot succes (volgens Rogghé bereikte het blad op een bepaald moment een oplage van 10.000 exemplaren, wat voor een dergelijk blad ongehoord veel was in die tijd). Geschreven in de volkstaal, viel Baes Kimpe het klerikale bestuur van de stad frontaal aan en spaarde niemand. Spot en satire kleurden haar polemieken met de lokale katholieke pers en ‘Dok den Draaier’ zoals Delehaye intussen werd genoemd, verloor de verkiezingen van 27 oktober 1857. De liberalen namen het stadhuis opnieuw in en met Charles de Kerchove begon een nieuwe lijn van liberale burgemeesters die tot de Tweede Wereldoorlog niet meer zou onderbroken worden.

Voor Baes Kimpe was de belangrijkste bestaansreden dan ook verdwenen, maar Rogghé, Metdepenningen en Brébart hadden duidelijk andere plannen. De waarde van Baes Kimpe als algemeen liberaal propagandamiddel was hen niet ontgaan en op hun aandringen werd de publicatie verder gezet. De belangstelling van de Liberale Associatie nam in het daaropvolgende jaar echter steeds meer af en onder druk van de partijtop werd het blad na twee jaar afgevoerd. Op 10 april 1859 verscheen het laatste nummer, weliswaar met een duidelijke waarschuwing voor de katholieke partij: “Als het nood doet, zal hij [Baes Kimpe] wederom voor de pinnen komen, om uwe kazak het stof uit te kloppen. Dus, tot weerziens !”

U kunt hier de volledige collectie van Baes Kimpe (4 oktober 1857 - 10 april 1859) lezen.