terug naar alfabetisch overzicht
Alle foto's uit de fotocollectie van het Liberaal Archief

Fernand SCRIBE


Fernand ScribeMarkante liberale figuren hoeven niet steeds te worden gezocht in de politieke arena. De Gentse liberalen speelden op verschillende terreinen een prominente rol, denken we maar aan de industriële ontwikkeling van de stad, de liefdadigheidsinstellingen, de stadsontwikkeling of het wetenschappelijk onderzoek. Ook in de brede culturele sector vinden we de nodige liberale voortrekkers terug, een schitterend voorbeeld hiervan is Fernand Scribe.

De familie Scribe was reeds sinds het begin van de 19e eeuw actief in de Gentse textielindustrie. Grootvader François baatte tussen 1836 en 1852 een katoenspinnerij uit in de gebouwen van het Gravensteen, zijn vader Gustave bezat een kopergieterij in de Fiévéstraat waar spinmolens werden geproduceerd en zijn oudere broer François-Gustave richtte een vlasspinnerij op aan de Sint-Antoniuskaai. Als in 1851 Fernand werd geboren, leek zijn toekomst dan ook al vast te liggen. Niets was echter minder waar. Hij voltooide weliswaar de ingenieurstudies maar hij had hoegenaamd geen interesse om een bijdrage te leveren aan de industriële activiteiten van zijn familie. Met de hulp van zijn moeder en geruggensteund door het familiefortuin sloeg hij de kunstenaarsrichting in en ging van 1875 tot 1878 in Brussel schilderlessen volgen. Hij kwam terecht in de ateliers van Jean-François Portaels en Alfred Cluysenaer en ontmoette er een aantal vrienden-kunstenaars voor het leven, onder wie Jan Delvin, Jacques de Lalaing en Albert Baertsoen. Bijkomende studies in Parijs en verschillende studiereizen naar Afrika rondden zijn opleiding af en Scribe werd een verdienstelijk landschapschilder. Op een veiling te Keulen in december 2000 bijvoorbeeld werd nog een klein schilderijtje met als thema de oevers van de Nijl en gedateerd op 1891, aangeboden voor de instelprijs van 2.800 DM.

Hij keerde terug naar Gent en begon een eigen schildersatelier op het Van Duysseplein. Zijn sociale status verleende hem intussen een makkelijke toegang tot het verenigingsleven van de hoge burgerij. In 1879, tussen zijn studies te Brussel en Parijs door, was hij lid geworden van de raad van bestuur van de eerbiedwaardige Cercle Artistique et Littéraire. Deze kunstvereniging was datzelfde jaar ontstaan door de fusie van de Société littéraire de Gand en het Kunstgenootschap. Aan het hoofd stond Auguste Wagener, voormalig liberaal schepen van openbaar onderwijs en schone kunsten, en Scribe maakte er kennis met onder meer Gustave Den Duyts, Ferdinand Vander Haeghen, Gustave Vanaise, Armand Heins, Louis Tytgadt en Florimond Van Loo. Samen met een aantal andere jonge en enthousiaste kunstenaars vormde hij binnen de Kring de Royal Schelvischclub, een vereniging waarover verder helaas niets geweten is maar gezien zijn naam eerder in de studentikoze hoek moet worden gesitueerd. De Cercle was in sommige opzichten een ietwat vreemde fusie. Het Kunstgenootschap had een relatief neutrale stempel en had vooral schilders en beeldhouwers in zijn rangen. De Société littéraire daarentegen had een overduidelijk liberaal cachet. Nochtans ontstaan als eerder neutrale vereniging die literatuurstudie en onderwijs wilde bevorderen, was de Société in het midden van de jaren 1850 een trefpunt geworden van de vrijzinnige en progressieve liberalen rond Gustave Callier. De Gentse bisschop Delebecque meende in een herderlijk schrijven deze situatie te moeten aanpakken en waarschuwde in 1856 de Gentse gelovigen voor de amorele activiteiten in de Société, wat de verdere liberalisering én de populariteit van de vereniging enkel ten goede kwam. Op het moment van de fusie in 1879 was de toon al wat gemilderd en stelde de samenwerking met het Kunstgenootschap geen problemen meer. De invloed van erevoorzitter en beschermheer Charles de Kerchove zal daar ongetwijfeld niet helemaal vreemd aan zijn geweest. De Cercle stelde zich gematigd op en werd een ontmoetingsplaats voor de in hoofdzaak liberale Gentse burgerij. Scribe bleef levenslang een actief lid en werd in 1900 verkozen tot ondervoorzitter.

De vrienden van ScribeEen objectieve blik op zijn persoonlijk oeuvre als schilder maakte echter duidelijk dat hij naast zijn vrienden en tijdgenoten eerder als begenadigd amateur kon worden omschreven. Scribe, die zich daar ongetwijfeld van bewust was, verlegde zijn aandacht heel vlug naar de organisatorische aspecten van de kunstwereld. In 1883 vervoegde hij de Koninklijke Maatschappij ter aanmoediging der Schone Kunsten die onder meer verantwoordelijk was voor de organisatie van het prestigieuze driejaarlijkse Gentse Salon. Als opvolger van Ferdinand Vander Haeghen reisde hij Europa af op zoek naar kunstenaars die bereid waren hun werken op de Salons te exposeren. Scribe kreeg op die wijze een indrukwek¬kende internationale kennissenkring, die hem heel goed van pas zou komen bij zijn aanstelling als algemeen secretaris van Groep-II Schone Kunsten (Moderne Werken) bij de voorbereiding van de Wereldtentoonstelling van 1913.

Ook op politiek vlak bleef hij klaarblijkelijk een amateur. Zijn vader was politiek actief geweest als bestuurslid van de Liberale Associatie. Hij zetelde van 1865 tot 1871 in de gemeenteraad en was beheerder van La Flandre Libérale. De sporen van Fernand’s politieke activiteiten zijn echter beperkt tot één verkiezingsdeelname. Bij de tussentijdse parlementsverkiezingen van juni 1892 kwam hij op de liberale Kamerlijst terecht, maar niet één liberaal werd die dag verkozen, alle parlementszetels gingen naar de katholieken. Van eventuele verdere politieke activiteiten ontbreekt elke vermelding, de kans is dan ook groot dat hij niet echt geïnteresseerd was in een politiek mandaat. Onrechtstreekse steun aan het liberale beleid lag duidelijk meer in zijn aard. Een mooi voorbeeld hiervan is de schenking in 1885 van 15.000 frank aan de Société l’Avenir, die optrad als financier van onder meer het stedelijk onderwijs en de Laurentkringen.

Museum voor Schone Kunsten GentZijn veruit belangrijkste verwezenlijking was ongetwijfeld de uitbouw van het Gentse Museum van Schone Kunsten, gelegen aan wat nu heel toepasselijk de Fernand Scribedreef noemt. Het museumbeleid in Gent stelde op het einde van de negentiende eeuw weinig voor. De zeldzame bezoekers dienden zich naar de Academie voor Schone Kunsten te begeven, waar op de derde verdieping een aantal lokalen ter beschikking van het museum waren gesteld. De collectie was navenant: beperkt in omvang, vergeten door de buitenwereld en gebonden aan strenge uitbreidingsrestricties. In 1897 richtte Scribe de Société des Amis du Musée de Gand op, die zich in een eerste fase vooral zou richten op de uitbreiding van de collectie. Het museumreglement stipuleerde immers dat de conservator enkel op tentoonstellingen en salons werken van nog levende kunstenaars mocht aankopen. Voor oudere kunstwerken was men volledig afhankelijk van occasionele schenkingen en mecenaat, wat gezien de staat van het museum zelden voorkwam. Scribe en zijn Vrienden van het Museum richtten zich dan ook op de aankoop van oude meesters en stimuleerden de stad om ook een actief aankoopbeleid te gaan voeren. Hun activiteiten kenden duidelijk succes. In het aanvangsjaar telde men al honderdvijftig betalende leden, met wiens bijdragen en schenkingen men drie werken kon aankopen. De toon was gezet en onder het voorzitterschap van Scribe breidde de museumcollectie in de daarop volgende jaren gestadig uit. De bestuursleden bezochten beurzen en veilingen doorheen Europa en brachten op tien jaar tijd net geen vijftig oude meesters naar het Gentse museum. Enkele jaren geleden konden de Vrienden van het Museum de aankoop van hun vijfhonderdste werk aankondigen.

Vervolgens werd het probleem van de behuizing van het museum aangepakt. Zijn vriendschap met burgemeester Emile Braun bewees de juiste en ongetwijfeld kortste weg naar een oplossing te zijn. Hij kon Braun, die het idee waarschijnlijk zelf ook wel genegen was, overtuigen en in een recordtempo werd het huidige museum ontworpen en gebouwd. Stadsarchitect Charles Van Rysselberghe ontwierp het neoclassicistisch gebouw met zijn sublieme bovenverlichting en reeds in 1902 werden de deuren van het eerste gedeelte geopend, waarin ter gelegenheid van het Gentse Salon de schenkingen van de Vrienden prominent werden voorgesteld. In 1904 werden de bouwwerken beëindigd. Om de werking van dit nieuwe museum in goede banen te kunnen leiden, werd een museumcommissie opgericht onder het voorzitterschap van Emile Braun. Om het museum in te richten en de permanente collectie samen te stellen, werd binnen de museumcommissie een werkgroep gevormd die integraal bestond uit leden van de Vrienden van het Museum. Naast de schilders Delvin en Tytgadt, de beeldhouwer Van Biesbroeck en de kunsthistoricus Hulin de Loo, werd zoals Jan Delvin het uitdrukte ook beroep gedaan op ‘un homme de goût’, zijnde Fernand Scribe.

Graf Scribe op WesterbegraafplaatsTijdens zijn laatste tien levensjaren was Scribe permanent in de weer voor de verdere uitbouw van de museumcollectie en van zijn rijke persoonlijke collectie. Met de oprichting van de Vereniging van Nijverheids- en Decoratieve Kunst legde hij intussen de basis voor het latere Museum voor Sierkunst. Een kunstschenking buiten deze categorie is terug te vinden op de Westerbegraafplaats. In 1899 besliste Scribe immers om het monument op het familiegraf van de Scribe’s te vernieuwen en hij besteedde de opdracht uit aan de beeldhouwer Jacques de Lalaing, een van zijn beste vrienden. Het resultaat was een heel opvallend kunstwerk dat nog steeds te bewonderen is op de begraafplaats. Nadat dit werk enige tijd was tentoongesteld in het oude Gentse casino (aan het huidige Casinoplein) kreeg het in 1902 zijn definitieve plaats en schonk Scribe het monument aan de stad.

Op 17 augustus 1913 overleed hij heel onverwacht op het familiale buitenverblijf te Bottelare bij Merelbeke. Zijn volledige kunstcollectie schonk hij via een testament aan ‘zijn’ museum, dat er in 1918 drie volledige zalen mee inrichtte ter herinnering aan de overleden mecenas. De Flandre Libérale roemde in een necrologie zijn inzet voor het Gentse cultuurwezen en beschreef hem als een “libéral de vieille roche, il ne marchanda jamais non plus son dévouement à son parti”.

Bart D'hondt

 


Illustraties: Portret van Fernand Scribe door Gustave Vanaise.
Kaft van het boek van Monique Tahon-Vanroose. De vrienden van Scribe. De Europese smaak van een Gents mecenas verschenen n.a.v. de gelijknamige tentoonstelling in het Gents Museum voor Schone Kunsten, 1998.
Gevel van het Gents Museum voor Schone Kunsten.
Grafmonument van Scribe op de Westerbegraafplaats.