terug naar alfabetisch overzicht
Adolf Herckenrath, 1879-1958

Na zijn lager onderwijs aan de stedelijke Laurentschool in de Onderstraat studeerde Adolf Herckenrath aan het Gentse atheneum. Hij sloot er zich aan bij de Heremans' Zonen, een letterkundige studentenvereniging die genoemd was naar de liberale flamingant en oud-professor van het atheneum Jacob Heremans. Daar maakte hij kennis met Karel Van de Woestijne die een vriend voor het leven werd en zijn Laethemsche brieven over de lente uit 1901 aan hem opdroeg. In 1900 ging Herckenrath germanistiek studeren aan de Gentse universiteit. Hij werd lid van 't Zal Wel Gaan en publiceerde zijn eerste gedichten in hun studentenalmanak en in literaire tijdschriften zoals Van Nu en Straks en De XXe Eeuw. Studeren ging echter minder goed en in 1904 verliet hij zonder enig diploma de universiteit.

brief van Herckenrath aan het Van Crombrugghe's Genootschap

Hij vestigde zich in Ledeberg waar hij een kleine uitgeverij begon en actief werd in het bestuur van de plaatselijke Willemsfondsafdeling. Drie jaar later verhuisde hij terug naar Gent en nam de boekhandel van Julius Vuylsteke in de Koestraat over. Nog eens twee jaar later, in 1909, sloot hij de winkel in de Koestraat en bracht zijn activiteiten over naar de Veldstraat waar hij de winkel van Adolphe Hoste overnam. Hij behield de 'tradities van het huis' en de winkel bleef een trekpleister voor de vrijdenkende Vlaamse schrijvers. Hij gaf in die vooroorlogse jaren het literaire blad Nieuw Leven uit, schreef essays voor het Tijdschrift van het Willemsfonds, werd korte tijd hoofdredacteur van het Kunstblad en publiceerde zijn eerste dichtbundel onder de titel Stille Festijnen. Intussen bracht hij ook literair werk van onder anderen Cyriel Buysse, Virginie Loveling, Gustaaf De Mey en Albrecht Rodenbach op de markt.

Een tweede grote liefde vond hij in het toneel. Hij engageerde zich in de Vlaamsche Vereniging voor Toneel en Voordrachtkunst, in 1908 door Oscar De Gruyter opgericht, en was in 1911 medestichter van de Toneelschool (eveneens een initiatief van De Gruyter), waarin hij tot zijn dood actief zou zijn als docent en bestuurder.

De jaren 1920 waren voor Herckenrath een donkere periode. Hij kon enkel mits grote inspanningen een bankroet vermijden en verloor zowel zijn jonge dochter Helga als zijn boezemvriend Karel Van de Woestijne. Naast zijn inzet voor het toneel en de uitbouw van zijn winkel die steeds meer ging focussen op Franstalige literatuur - een reputatie waarvoor de winkel tot het einde bekend stond - bracht hij weinig nieuws op de markt. Halfweg de jaren 1930 herpakte hij zich en publiceerde een aantal nieuwe dichtbundels, evenals zijn bekendste toneelstuk, De Pestilentie van Katwijk.

In 1938 was hij samen met onder anderen Johan Daisne en Paul Rogghé betrokken bij de oprichting van de Kring van Oostvlaamse Letterkundigen Pan, in 1945 werd hij voorzitter van de Vereniging tot Bevordering van de Boekhandel, en hij zette zich in voor de jaarlijkse Vlaamse PoŽziedagen in Merendree.

Adolf Herckenrath overleed in 1958 na een ongelukkige val in zijn boekhandel en werd begraven op de Westerbegraafplaats.

Na de oorlog had zoon Walter het beheer van de winkel en de uitgeverij overgenomen. In 1947 bezorgde de bekende architect Geo Henderick de winkel een grondige facelift en Parijse architecten ontwierpen in 1960 de mooie mezzanine. Na Walter stapten de kleinkinderen Guy en Helga Herckenrath in het familiebedrijf.

In 2000, 175 jaar nadat Ignace De Vigne er met een boekenwinkel startte, sloot Herckenrath definitief de deuren en verdween een icoon uit het Gentse stadsbeeld.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat