terug naar alfabetisch overzicht
Adolphe Sunaert, 1825-1876

Na studies aan de prestigieuze Gentse Ecole du Génie civil, die hij afsloot met een diploma van burgerlijk ingenieur, ontpopte Adolphe Sunaert zich tot een veelzijdig kunstenaar. De technische knowhow van zijn opleiding combineerde hij met een flair voor ontwerp en design. Hij specialiseerde zich in textielontwerp en weeftechnieken en werd docent aan de nijverheidsschool. Daar stond hij tot zijn overlijden in voor de opleiding van meestergasten en hooggekwalificeerde technici voor de textielindustrie. Hij was ook actief aan de Academie voor Teken-, Schilder- en Bouwkunst waar hij vanaf 1857 onder meer algebra, meetkunde en perspectieftekenen doceerde. Daarnaast schreef Sunaert de bijbehorende handboeken en naslagwerken die door zijn vriend Willem Rogghé werden uitgegeven.

Als artiest bleef zijn oeuvre eerder beperkt. Hij begon met het tekenen van karikaturen voor enkele almanakken waarna hij overstapte naar het grotere werk. In geheel Rubensiaanse stijl schilderde hij historische scènes en mythische taferelen uit de klassieke wereld zoals de Val van Phaeton (1868) die in het Museum voor Schone Kunsten wordt bewaard. Heel occasioneel waagde hij zich aan een portret, onder meer van zijn goede vriend Ferdinand Snellaert. Daarnaast was hij een verwoed kunstverzamelaar met vooral oog voor oude gravures, die hij bij testament aan de universiteit schonk. Later maakte universiteitsbibliothecaris Ferdinand Vander Haeghen van deze collectie de kern van het universitaire prentenkabinet.

Sunaert was een pleitbezorger van de herwaardering van de oude Vlaamse schilderschool en zette zich in voor een eigentijds cultuurbeleid met aandacht voor het onroerend en roerend patrimonium. Als een van de wegbereiders voor de groep rond Fernand Scribe en diens Vrienden van het Museum lanceerde hij in die context het debat over de bouw van een aangepast Museum voor Schone Kunsten en over de collectievorming.

Sunaert was eveneens een geëngageerd liberaal. Hij was actief in de Liberale Associatie, waar hij in de jaren 1860 onder meer poogde te bemiddelen tussen het bestuur en de opstandige Ferdinand Snellaert, en voelde zich thuis bij de Vlaamsgezinde liberalen. Zo was hij in 1846 medestichter van het Vlaamsch Gezelschap, waar hij vrienden voor het leven vond in de latere Willemsfondsers Julius Vuylsteke, Jacob Heremans en Frans Rens. Hij sloot zich uiteraard aan bij het Willemsfonds en was er van 1868 tot 1874 lid van het bestuurscomité voor de volksbibliotheken. In 1864 steunde hij Vuylsteke financieel bij diens poging om het Liberaal-Nederlandsch Weekblad van de grond te krijgen en in 1867 was hij betrokken bij de heroprichting van de Vlaamsche Liberale Vereeniging. Vijf jaar later zetelde hij samen met onder anderen Hippolyte Metdepenningen en Auguste de Maere in de Gentse commissie voor de Brielsche feestviering die de inname van het Nederlandse Den Briel door de Hollandse geuzen in 1572 herdacht.

Adolphe Sunaert overleed in 1876 en werd begraven op de Westerbegraafplaats.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat