terug naar alfabetisch overzicht
Albert Baertsoen, 1866-1922

Als enige zoon van de textielfabrikant Alfred Baertsoen en Wilhelmine Morel de Boucle Saint-Denis was hij voorbestemd om in de industriŽle voetstappen van zijn vader te treden. Reeds op jonge leeftijd bleek zijn interesse voor de kunst echter veel groter te zijn en zijn vader liet hem een kunstenaarsopleiding volgen. Zijn plaats aan het hoofd van het bedrijf zou worden ingenomen door zijn schoonbroer Georges Buysse, die trouwens eveneens een meer dan verdienstelijk kunstschilder was.

Albert kreeg les van de Gentenaars Jan Delvin en Gustaaf Den Duyts, studeerde in Dendermonde en vertrok in 1888 voor twee jaar naar Parijs waar hij zijn techniek bijwerkte in het atelier van Alfred Roll en lid werd van de Société des Artistes Vivants. Na een kort verblijf in Londen in 1890, vestigde hij zich definitief in Gent waar hij samen met zijn goede vriend Fernand Scribe de bezieler werd van de Section des Arts van de Cercle Artistique et Littéraire.

Hij werd een typische vertegenwoordiger van het noordelijk impressionisme en als landschapsschilder focuste hij op de koele en dikwijls mistige taferelen die hij in en rond het geÔndustrialiseerde Gent aantrof. Daarnaast genoten vooral waterwegen zijn belangstelling, gaande van de machtige Thames tot de vele kleinere waterlopen in BelgiŽ en Nederland. Ook in de kuststreek vond hij inspiratie en schilderde hij menig zeezicht. Een varend atelier mocht dan ook niet ontbreken en in 1898 vertrok hij voor het eerst met een eigen schip richting Nederlandse rivieren en kanalen, op zoek naar inspirerende locaties.

Zijn eerste exposities dateren nog van voor zijn vertrek naar Parijs. In 1885 en 1886 stelde hij werken tentoon via het jonge Brusselse kunstenaarscollectief l'Essor waarbij hij zich na zijn studies had aangesloten. Een jaar later volgde een eerste tentoonstelling in Gent waar zijn landschappen naast werk van onder anderen Gustaaf Vanaise, Armand Heins en César De Cock kwamen te hangen. Nog een jaar later won hij een gouden medaille op het Salon van Antwerpen met een avondlijk zicht op de Schelde in Doel en van 1888 tot 1890 was hij aanwezig op de Salons van Parijs. In de daaropvolgende twee decennia was hij een graag geziene gast op salons in binnen- en buitenland. De Eerste Wereldoorlog bracht hij door in Londen waar hij een atelier deelde met John Singer Sargent, waarna hij zijn laatste jaren in Gent sleet. Hij werd in 1919 lid van de Koninklijke Academie van BelgiŽ en in 1921, een jaar voor zijn dood, organiseerde de galerij Giroux uit Brussel een eerste grote retrospectieve van zijn gehele oeuvre.

Zijn schilderijen, tekeningen en etsen vonden aftrek in musea over de hele wereld. Naast Gent, Brugge, Brussel, Antwerpen en Luik kwamen ook de musea van onder meer Parijs, VenetiŽ en Tokio in het bezit van een of meerdere Baertsoens. In 1972 organiseerde het Gentse Museum voor Schone Kunsten - waar ook het portret dat André Cluysenaar in 1918 van hem schilderde, wordt bewaard - een grote overzichtstentoonstelling. Voor die gelegenheid bracht het Museum meer dan tweehonderd schilderijen, tekeningen, etsen en litho's samen. Veel werk is in privéhanden en zijn naam duikt nog regelmatig op in veilingcatalogen.

Afkomstig uit een liberale familie, was ook Albert actief in het Gentse liberale leven, zij het eerder beperkt gezien zijn fixatie op zijn werk als kunstenaar. Net zoals Scribe, die een boontje had voor de Société l'Avenir, steunde Baertsoen het officieel volksonderwijs en was hij onder meer lid en financier van de Liberale Schoolpenning.

Albert Baertsoen overleed in 1922 en werd begraven in de familiekelder op Campo Santo.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat