terug naar alfabetisch overzicht
Albert Mechelynck, 1854-1924

Albert Mechelynck

Albert Mechelynck was de kleinzoon van de Gentse burgemeester Judocus Delehaye. Na zijn atheneumjaren studeerde hij rechten aan de Gentse universiteit, waar hij in 1876 promoveerde. In 1879 schreef hij zich in aan de balie, waar zijn gedegen dossierkennis snel opviel. Datzelfde jaar werd hij lid van het bestuur van de Liberale Associatie en in 1884 werd hij verkozen tot provincieraadslid. In 1904 maakte hij de overstap naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers waarvan hij lid bleef tot zijn overlijden in 1924. Van 1919 tot 1924 was hij er ondervoorzitter.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte hij bekend bij het bredere publiek via zijn activiteiten in het Nationale Hulp- en Voedingscomité afdeling Gent. Daarnaast speelde hij een niet onbelangrijke rol in het verzet tegen de Duitsers als actief lid van het Comité voor Vaderlandslievende Acties. Hij verleende ook juridische bijstand aan diegenen die voor de Duitse tribunalen moesten verschijnen en in zijn boek Convention de La Haye uit 1915 verwees hij impliciet naar de door de Duitsers geschonden rechtsregels. Op 29 juni 1916 werd hij gearresteerd, naar de gevangenis aan de Nieuwe Wandeling overgebracht en gedurende een maand op secreet geplaatst. Protest van zijn collega's van de balie, die hem bij zijn afwezigheid tot stafhouder hadden gekozen, zorgde voor zijn vrijlating.

Na de oorlog wijdde hij zich vooral aan de reorganisatie en de democratisering van de Liberale Partij. Hij had de vooroorlogse debatten over het kiesrecht op de voet gevolgd en had zich als weinig anderen binnen de partij gerealiseerd dat de invoering van het algemeen stemrecht een radicale heroriŽntering noodzakelijk maakte. De kiesstrijd zou zich voortaan in elke wijk en in elke straat afspelen. Mechelynck had reeds van bij zijn intrede in de politiek de vorming van liberale wijkkringen gestimuleerd en toegejuicht, en ook via de vrijmetselaarsloge Le Septentrion, waarvan hij tussen 1891 en 1895 Achtbare Meester was, verspreidde hij zijn ideeŽn over een socialere en meer democratische samenleving. Een volgende stap was de vorming van een nationaal partijbestuur dat vooral een coŲrdinerende rol kreeg toegewezen. Met de steun van de invloedrijkste lokale afdelingen en de belangrijke hulp van de nationale Liberale Jonge Wacht werd dit in 1920 gerealiseerd en Mechelynck werd de eerste nationale partijvoorzitter.

Begin 1924 werd hij zwaar ziek. Op 9 maart benoemde koning Albert I hem nog tot minister van Staat, hoewel hij nooit minister was geweest, en enkele uren later overleed hij. Zijn begrafenis bracht een massa volk op de been. Mechelynck vond een laatste rustplaats op de Westerbegraafplaats waar hij werd bijgezet in de familiekelder. Een maand na zijn overlijden nam een comité onder leiding van Camille De Bast het initiatief om een monument voor Mechelynck op te richten en in 1925 verrees op het Sint-Annaplein het standbeeld, gemaakt door Hippolyte Leroy. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verwijderden enkele Duitsgezinden het bronzen borstbeeld en gooiden het aan de Visserij in de Schelde. Na de oorlog werd het beeld bovengehaald en de herinhuldiging vormde het sluitstuk van de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van november 1946. De CVP won deze verkiezingen en Emile Claeys werd de eerste niet-liberale burgemeester van Gent sinds Ö Josse Delehaye, de grootvader van Albert Mechelynck.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat