terug naar alfabetisch overzicht
Ambrosius Verschaffelt, 1825-1886

Met Ambrosius Verschaffelt had Louis Van Houtte een stevige concurrent in het hart van de stad. Het tuinbouwbedrijf Verschaffelt ging twee generaties terug, met grootvader Pierre die een tuinbouwbedrijf had in de Holstraat. Hij was eveneens betrokken bij de oprichting van zowel de Gentse Kruidtuin in 1797 als de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde in 1808. Pierre Verschaffelt gaf de liefde voor de bloementeelt - en een succesvolle firma - door aan zijn zoon Alexander, die rond 1830 een nieuwe bloemisterij in gebruik nam in de Stoppelstraat bij de Coupure, op een boogscheut van de plaats waar in 1836 het Casino zijn deuren opende. Diens oudste zoon, Ambrosius, werkte van kindsbeen af mee in de bloemisterij en nam bij het overlijden van zijn vader in 1850 het bedrijf over.

Ambrosius organiseerde, net als zijn vader en als Van Houtte, plantenexpedities in Zuid-Amerika waardoor hij in zijn serres zelfgekweekte palmbomen, orchideeën en cactussen kon aanbieden. Zijn liefde ging echter in eerste instantie uit naar de camelia, een in de negentiende eeuw uitzonderlijk populaire plant met grote bloem die afkomstig was uit Japan en via Engeland BelgiŽ had bereikt. De camelia werd een van de belangrijkste producten van de Gentse floristen en Verschaffelt bleek volgens zijn catalogi op een bepaald moment een duizendtal variŽteiten in kweek te hebben. Tussen 1848 en 1860 publiceerde hij zijn Nouvelle Iconographie des Caméllias, een dertiendelig, met meer dan zeshonderd kleurenlithografieŽn geÔllustreerd naslagwerk, dat tot ver in de twintigste eeuw wereldwijd erkenning kreeg. Daarnaast was hij ook stichtend uitgever van het gerenommeerde L'Illustration Horticole, een algemeen botanisch tijdschrift dat eveneens op internationale belangstelling kon rekenen.

Het bedrijf kende onder zijn leiding een snelle expansie. In de Stoppelstraat verrezen tegen 1865 een veertigtal grote serres en op terreinen aan de Nieuwe Wandeling kweekte Verschaffelt sierstruiken en bomen.

Door zijn wankele gezondheid ging hij vervroegd op rust en hij trok zich terug op zijn buitengoed in Moortsele, waar hij zijn jonge collega Edouard Pynaert in dienst nam om de tuin aan te leggen. In 1869 verkocht Verschaffelt, die kinderloos was gebleven, zijn bedrijf aan de Brusselse tuinbouwer Jean Linden. De vrije tijd die hij kreeg, vulde hij onder meer met activiteiten in de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde en in de Federatie van Belgische Hofbouwverenigingen (in beide verenigingen was hij ondervoorzitter), tot het koningshuis interesse betoonde. Leopold II, die net als Leopold I het bedrijf van Verschaffelt meermaals bezocht, engageerde de gepensioneerde tuinbouwer voor zijn projecten in Brussel en Laken. Ambrosius werd een vertrouwd gezicht aan het Hof en adviseerde de koning onder meer bij de bouw van de koninklijke serres.

Ambrosius Verschaffelt was, net als zijn vader, bestuurslid van de Gentse Liberale Associatie, maar in tegenstelling tot Alexander, die in 1848 kandidaat-gemeenteraadslid was, had hij geen enkele ambitie om naast zijn beroepsloopbaan nog een politiek mandaat op te nemen. In 1886 overleed Ambrosius Verschaffelt en werd begraven op Campo Santo in een opvallend grafmonument aan de zijingang. Een witmarmeren vrouwenbeeld wordt tegen de regen beschut door een baldakijn met eeuwige vlam, rustend op vier Toscaanse zuilen in rood graniet, een opvallend kleurig element in de grauwe rij van arduinen zerken. In het Citadelpark draagt een dreef zijn naam.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat