terug naar alfabetisch overzicht
André Callier, 1877-1938

Met de natuurkundige André Callier deed de Gentse traditie van optische spitstechnologie - denken we maar aan Désiré Van Monckhoven of Joseph Plateau - haar intrede in de twintigste eeuw. André Callier, een kleinzoon van zowel Gustave Callier als FranÁois Laurent, werkte zich via zelfstudie op tot een autoriteit op het vlak van lichtfilters en lenstechnologie. Hij verdiepte zich vooral in de sensitometrie of het meten van de lichtgevoeligheid van fotografisch materiaal. In 1909 vestigde hij zijn reputatie met de ontdekking van het naar hem genoemde Callier-effect, een contrastverschijnsel dat zich durft voor te doen bij het maken van vergrotingen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verhinderde een directe commercialisering van zijn ideeŽn. Aan het IJzerfront viel het gebrek aan degelijk optisch materiaal van Belgische makelij echter op en na de oorlog ging de staat op zoek naar een leverancier.

Callier kocht in 1919 een stuk grond tussen de Meersstraat en de Albertlaan waarop hij een labo en een eerste atelier liet bouwen. Datzelfde jaar nog stichtte hij de Société belge d'Optique et d'Instruments de Précision of OIP, een bedrijf dat begon met het herstel en onderhoud van optische apparatuur maar al snel overschakelde op de productie van hoogtechnologische apparatuur en lenzen voor speciale toepassingen. Voor de nv Metagra, die als complement van OIP in 1929 opgericht werd en met de productie van fototoestellen het uithangbord naar het grotere publiek werd, liet hij in de Raketstraat een opvallend fabrieksgebouw optrekken. Het werd een sober wit gebouw met betonnen skeletbouw naar ontwerp van André Claessens en wordt nog steeds beschouwd als een schitterend voorbeeld van de Nieuwe Zakelijkheid. Metagra verhuisde in 1966 naar het industrieterrein van Drongen waar het nog steeds actief is als producent van onder meer bedrukte bedieningspanelen en membraantoetsenborden. De gebouwen aan de Raketstraat zijn intussen ingenomen door een bedrijvencentrum.

Calliers meest bekende bedrijf werd echter OIP, dat tijdens het interbellum internationale faam verwierf als producent van lenzen en fijne mechaniek. Na 1945 werd OIP een hoofdrolspeler in de industriŽle en vooral militaire elektro-optiek met op zijn hoogtepunt meer dan vierhonderd werknemers. De firma leverde met optische systemen voor de F-104 Starfighter en de Leopard-1 tank van het Belgische leger wereldprimeurs en kwam mee aan de top van de defensie-industrie te staan. In 1988 overgenomen door de Nederlandse multinational Delft Instruments, kwam het bedrijf in de jaren 1990 onder vuur te liggen voor een aantal betwistbare contracten in conflictgebieden. In 2003 werd OIP afgestoten door Delft en overgenomen door het Israëlische Elbit Systems. In de Oudenaardse vestiging van OIP werken momenteel nog een vijftigtal werknemers.

André Callier was eveneens actief binnen de Gentse Liberale Associatie. Hij behoorde tot de francofone vleugel en was, samen met onder anderen oud-burgemeester Emile Braun en Paul Henen, hoofdredacteur van La Flandre Libérale, betrokken bij de publicatie van het tweetalige liberale blad La Vraie Flandre-Het Ware Vlaanderen. Het blad, dat opriep tot taalgelijkheid en vooral de rechten van de Franstaligen verdedigde, werd na de parlementsverkiezingen van 1921 opgedoekt. Callier zelf was kandidaat-gemeenteraadslid in 1926, maar werd niet verkozen. Zijn aandacht ging vooral naar onderwijsinitiatieven zoals de Société Callier en de Liberale Schoolpenning, wat gezien zijn afkomst geen verwondering wekt.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat