terug naar alfabetisch overzicht
Auguste Van Lokeren, 1799-1872

Auguste Van Lokeren

In 1821 promoveerde Auguste Van Lokeren, die de eerste Gentse schepen van Onderwijs zou worden, aan de Gentse universiteit tot doctor in de rechten. Tijdens zijn opleiding was hij bevriend geraakt met Hippolyte Metdepenningen en in diens voetsporen schreef hij zich in aan de Gentse balie. In 1826 maakte hij de overstap naar de magistratuur, maar 4 jaar later - hij was toen 31 - werd hij dankzij het familiefortuin rentenier. Zijn artistiek talent kreeg hierdoor alle ruimte. Hij was een begenadigd amateur-kunstschilder maar zal vooral herinnerd worden als de officieuze opvolger van Charles Van Hulthem als beschermer van het Gentse historische patrimonium. Dankzij Van Lokeren werd in 1831 vermeden dat de ruÔnes van de Sint-Baafsabdij totaal vernield werden en in de daaropvolgende jaren was hij, met zowel studies als acties, de pleitbezorger bij uitstek van het onroerend erfgoed in Gent. Hij publiceerde talrijke monografieën over de Gentse geschiedenis en had van 1833 tot 1872 ook de leiding over het gerenommeerde tijdschrift Messager des Sciences Historiques et des Arts.

Op politiek vlak nam Auguste Van Lokeren, in tegenstelling tot zijn vader Jean-Baptist, een geneesheer die als gemeenteraadslid (van 1798 tot 1841) een vooraanstaande rol speelde in de orangistische beweging, in 1830 een afwachtende houding aan. Met de opkomst van de gematigde liberalen van Hippolyte Rolin kwam hij toch in de politiek terecht. In 1842 werd hij gemeenteraadslid en in 1848 werd hij door burgemeester Constant de Kerchove voorgedragen als schepen van Onderwijs en van Schone Kunsten. In de daaropvolgende zes jaar werden scholen gebouwd en in wijken waar dat niet onmiddellijk mogelijk was, werden subsidies verleend aan de 'extra-muros' scholen die net buiten de stadsgrenzen lagen en bereid waren om kosteloos Gentse kinderen op te vangen. Er werd een officieus begin gemaakt met het gemeentelijk normaalschoolonderwijs en de eerste avondschool voor volwassenen opende zijn deuren. Van Lokeren nam ook een aantal sociale initiatieven om zo veel mogelijk kinderen op de schoolbanken te krijgen. Zo werden voor de armsten onder meer kleding- en soepbedelingen georganiseerd. De balans van zijn beleid was ronduit positief en zette een voorzichtige bloeiperiode in voor het stedelijk onderwijs. Zowel het aantal schoolgangers als het aantal leerkrachten steeg met de helft en de onderwijsbegroting verdubbelde.

Met de kiesoverwinning van de klerikalen van Judocus Delehaye in 1854 verdween Van Lokeren uit de gemeenteraad. Als schepen werd hij opgevolgd door baron Jules de Saint-Genois, hoofdbibliothecaris van de universiteitsbibliotheek en eerste voorzitter van het Willemsfonds. De Saint-Genois was reeds in 1851 verkozen als kandidaat van de liberalen en had zich als een gematigd liberaal-katholiek geprofileerd. Tijdens zijn mandaat stagneerde evenwel de uitbouw van het stedelijk onderwijs. Toen de liberalen in 1857 weer aan de macht kwamen, verdween de Saint-Genois uit de politiek. Ook Van Lokeren hield de politiek voor bekeken en gaf er de voorkeur aan om zich te concentreren op zijn historisch onderzoek.

August Van Lokeren overleed in 1872 en werd bijgezet in de familiekelder op het Campo Santo. Op 19 oktober 1905 onthulde de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde in de Sint-Baafsabdij een bronzen gedenkplaat voor Van Lokeren, gemaakt door Aloïs De Beule naar een ontwerp van Armand Heins.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat