terug naar alfabetisch overzicht
Camille De Bast jr., 1845-1927

De politicus en industrieel Camille De Bast vervulde tussen 1875 en 1927 een centrale rol in de liberale filantropie en caritas. Vader Camille De Bast-De Hert baatte een katoenspinnerij en -weverij aan de Coupure uit en combineerde dit vanaf 1837 met het voorzitterschap van de raad van bestuur van de nv Phoenix. Dit bedrijf was opgericht in 1821 door Huyttens-Kerremans en had zich gespecialiseerd in de bouw van weef- en spinmachines. Onder De Bast sr. begon de Phoenix ook met de bouw van stoommachines, waardoor de band met de textielindustrie nog nauwer werd. Hij was lid van de Kamer van Koophandel, bestuurder van het Bijlokeziekenhuis en zetelde in de Senaat en de provincieraad.

katoenfabriek op porseleinkaart

De Bast jr. nam na studies aan het Gentse atheneum en de Nijverheidsschool de leiding van het bedrijf aan de Coupure over en huwde met Amalia Armellini, de dochter van de burgemeester van Rome. In de jaren 1880 nam hij afstand van het dagelijks bestuur van zijn bedrijf en profileerde zich als een allround bestuurder van vooral textielbedrijven en financiële instellingen. Van 1886 tot 1893 zat hij de Kamer van Koophandel voor en in 1913 was hij ere-ondervoorzitter van de nv Gentse Wereldtentoonstelling. Net als zijn vader was hij ook actief in de Liberale Associatie. Hij was jarenlang lid van het middencomiteit, nam samen met Paul Lippens het initiatief om het Liberaal Huis op de Sint-Michielshelling te bouwen en stond samen met Hippolyte Callier en Hippolyte Lippens aan de wieg van La Flandre Libérale. Hij zetelde in de gemeenteraad van 1875 tot 1896, was provincieraadslid en vertegenwoordigde de Gentse liberalen van 1907 tot 1925 in de Senaat.

Deze commerciële en politieke activiteiten stonden echter helemaal in de schaduw van zijn sociaal engagement. De Bast vervulde bestuursfuncties in onder meer de Berg van Barmhartigheid, de Commissie der Burgerlijke Godshuizen, de Commissie van de Gentse Kinderkribben, het Nachtasiel, de kring De Romeinen en de Gentsche Volkskeuken. Als ondervoorzitter van de Gentse Maatschappij der Werkerswoningen en bestuurder van Eigendom door Spaarzaamheid was hij ook heel nauw betrokken bij de eerste projecten rond sociale woningbouw in Gent. Het volksonderwijs beschouwde hij als een noodzakelijke component van een degelijk sociaal beleid en consequent met deze overtuiging was hij voorzitter van het Verdedigingscomiteit der Officiële Scholen en bestuurslid van de Laurentkring Vrijheidsliefde. Hij was een belangrijk financier van de Société Callier, de Liberale Schoolpenning en de volksbibliotheken van het Willemsfonds. Het was dus evident dat hij binnen de sociaal progressieve Liberale Kring ter beoefening der maatschappelijke wetenschappen en werken ook een hoofdrol vervulde.

Het was echter vooral via zijn voorzitterschap van de Zonder Naam niet zonder Hart dat hij zijn stempel drukte op de liefdadigheid en caritas in liberaal Gent. Van 1899 tot zijn overlijden in 1927 stond hij aan het hoofd van deze invloedrijke filantropische kring. De Bast gebruikte zijn persoonlijke invloed en het prestige van de kring om voor de secularisering van de sociale sector in zijn breedste zin te pleiten en een daadwerkelijk pluralisme in te voeren. Zijn mooiste verwezenlijking op dit terrein was zonder twijfel de stichting van het Institut Moderne pour les Malades in 1907. Camille De Bast jr. overleed op 3 juli 1927 en werd bijgezet in de familiekelder op de Westerbegraafplaats.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat