terug naar alfabetisch overzicht
César Snoeck, 1834-1898

Het muzikaal luik kan onmogelijk afgesloten worden zonder César Snoeck te vermelden. Snoeck was afkomstig uit Ronse waar hij in 1862, na studies aan het Gentse atheneum en de universiteit, zijn vader had opgevolgd als notaris. Hij zetelde er in de gemeenteraad van 1866 tot 1872 en was liberaal provincieraadslid van 1887 tot 1894.

In 1889 keerde hij terug naar zijn studentenstad en kocht een groot herenhuis in de Sint-Jacobsnieuwstraat, waar hij zich voltijds aan zijn hobby kon wijden. Snoeck was immers sinds zijn studententijd een hartstochtelijk verzamelaar van oude muziekinstrumenten en toebehoren. Hij schuimde decennialang veilingen en verkoopzalen in binnen- en buitenland af en bracht uiteindelijk twee- tot drieduizend instrumenten samen, waaronder een unieke collectie van meer dan vijfhonderd eeuwenoude instrumenten uit de Nederlanden. Deze vonden een thuis in zijn nieuwe woning, die hij gedeeltelijk inrichtte als museum en waar hij regelmatig deelcollecties tentoonstelde. Gent beschikte hierdoor over een van de oudste en zeker een van de meest prestigieuze verzamelingen van muziekinstrumenten uit geheel Europa. Snoeck schreef ook meerdere werken over de bouw van de middeleeuwse muziekinstrumenten, onder meer over de geschiedenis van de Gentse luitbouwersfamilie Willems.

Na het overlijden van César Snoeck in 1898 boden zijn erfgenamen de huisbibliotheek en instrumentencollectie te koop aan. De staat nam tijdelijk het museum in de Sint-Jacobsnieuwstraat over maar toonde geen interesse om de instrumentencollectie zelf over te nemen. De vrienden van Snoeck en enkele muziekliefhebbers slaagden erin om de Brusselse mecenas Louis Cavens warm te maken voor de collectie, zodat uiteindelijk nog een derde ervan kon worden aangekocht en een plaats kreeg in het Brusselse instrumentenmuseum. De overige tweeduizend stukken vonden hun weg naar het buitenland. De Duitse keizer Wilhelm II kocht met elfhonderd stukken het grootste deel ervan en legde hiermee de basis van het vermaarde Berlijnse Musikinstrumentenmuseum, waarvan de collectie tot op vandaag voor een derde uit Snoecks instrumenten bestaat. Een ander deel ging naar Rusland waar baron de Stackelberg de instrumenten kocht voor tsaar Nicolaas II die ze onderbracht in de Keizerlijke Kapel van Sint-Petersburg. Dit leverde Snoeck zelfs een verwijzing in de Russische versie van Wikipedia op. Nog andere stukken kwamen bij de Portugese orgelspecialist Lambertini terecht.

Het Hotel Snoeck, dat recent werd gerestaureerd, is nog steeds een opvallend rococopand in Lodewijk XV-stijl in de verder vrij anonieme Sint-Jacobsnieuwstraat. Ontworpen en gebouwd in 1749 door de bekende architect David 't Kindt, deed het begin negentiende eeuw korte tijd dienst als bisschoppelijk paleis maar het zou toch Snoeck worden wiens naam aan het gebouw gekoppeld bleef. In 1990 werd het pand erkend als bescherm monument.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat