terug naar alfabetisch overzicht
Charles Antheunis, 1802-1882

charles antheunis

Na studies aan de Gentse rechtsfaculteit schreef Charles Antheunis zich in aan de Gentse balie en werd advocaat. Als overtuigd orangist sloot hij zich in 1830 aan bij de groep rond Hippolyte Metdepenningen en werd politiek actief in de Société des Amis de l'Ordre et du Repos public. In februari 1831 raakte hij betrokken bij de amateuristische poging tot staatsgreep door kolonel Grégoire, die de dynastie van Oranje-Nassau opnieuw op de troon wou brengen. De steun die de kolonel hierbij had gekregen van enkele orangistische kopstukken, onder wie burgemeester Joseph Van Crombrugghe en graaf Charles d'Hane Steenhuyse, gaf de nationale overheid een uitstekend excuus om de orangisten aan te pakken. Het stadsbestuur werd geschorst en vervangen door een Commission de Sûreté Publique. Een goed georkestreerde campagne lokte vervolgens een 'spontane' volksopstand uit tegen de orangisten. Deze sloegen op de vlucht en ook Antheunis nam de wijk naar het buitenland. De volkswoede richtte zich dan maar op zijn buitenhuis te Laarne dat volledig werd verwoest. Zijn gebrekkige vader, die niet had kunnen vluchten, kon net op tijd worden gered van een lynchpartij.

Pas toen de postrevolutionaire woelingen wegebden en zijn vonnis - op 5 maart 1832 was hij bij verstek ter dood veroordeeld - was ingetrokken, keerde Antheunis terug naar Gent. Hij ging opnieuw samenwerken met Metdepenningen en was vooral actief achter de schermen. In juni 1846 werd te Brussel een eerste nationaal liberaal congres samengeroepen en Metdepenningen was aangeduid als een van de Gentse afgevaardigden. Zijn leidende rol in het Gentse orangisme had hem echter al meerdere malen in aanvaring gebracht met de liberale kopstukken Charles Rogier en Walthère Frère-Orban en hij besloot zich te laten vervangen. Antheunis reisde in zijn plaats naar Brussel en was er getuige van het historische eerste nationale partijcongres dat in België werd georganiseerd.

Bij de verkiezingen van 1846 werd hij gemeenteraadslid en met de steun van de Société l'Union, de Broedermin en de Société bourgeoise werd hij in 1851 herkozen. Hij kreeg een mandaat tot 1857 en maakte de korte liberale oppositiekuur (1854 tot 1857) onder Judocus Delehaye mee. Zijn inzet voor de Liberale Associatie in die moeilijke periode werd gewaardeerd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1857, waarbij de liberalen hun meerderheid in de gemeenteraad herstelden, haalde hij met 2.047 stemmen amper 50 stemmen minder dan de populaire Auguste De Cock. In 1863 stapte hij uit de politiek maar bleef actief in het liberale verenigingsleven, onder meer als voorzitter van de belangrijke koormaatschappij de Melomanen.

De Karel Antheunisstraat vindt haar oorsprong in het grondbezit van de familie. In 1843 diende Charles een aanvraag in bij het schepencollege om twee straten te mogen aanleggen door een beluikengroep die zich aan de Lange Violettestraat bevond. De stad stemde met het voorstel in en de broers Antheunis schonken de nodige gronden aan de stad. Als straatnamen werd gekozen voor de Vijfwindgatenstraat en de Karel Antheunisstraat.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat