terug naar alfabetisch overzicht
Charles Boddaert, 1842-1923

Op de Westerbegraafplaats, niet ver van Fernand Scribe, rust Charles Boddaert, zijn vriend en medestrijder voor het Museum voor Schone Kunsten. Vader Joseph Boddaert was geneesheer en stuurde zijn zoon naar de Gentse universiteit waar hij in 1868 afstudeerde als jurist. Hij schreef zich in aan de Gentse balie, sloot zich aan bij de Liberale Associatie en stapte in het kielzog van Hippolyte Lippens in de lokale politiek. In 1885 werd hij lid van de gemeenteraad en in 1895 schoof Emile Braun hem naar voren als nieuwe schepen van 'Fraaie kunsten, schouwburgen en feestelijkheden'. Hij vervulde deze functie tot 1909 toen het liberale college naar aanleiding van een onderwijsdispuut collectief ontslag nam.

Boddaert steunde de oprichting van de Vlaamse schouwburg en de verbouwingswerken aan de opera en verleende het Stapelhuis en het gildenhuis van de vrije schippers op de Graslei het statuut van beschermd monument. Als stichtend lid en ere-ondervoorzitter van de Vrienden van het Museum behartigde hij binnen het schepencollege de belangen van het museum en stond hij mee in voor de vlotte afhandeling van het bouwdossier. Critici en tegenstanders, die hem wel eens verweten een te conservatieve of te preutse smaak te hebben, konden gebruik maken van de meest dankbare naam die een schepen van Schone Kunsten kon dragen: voor hen was hij uiteraard niet Charles Boddaert maar 'Beau d'Art'.

In 1916 kwam hij nog korte tijd terug in het schepencollege als vervanger van partijgenoot Camille De Bruyne die in aanvaring was gekomen met de Duitse bezetter. Hij beheerde het departement onderwijs tot het einde van de oorlog en trok zich daarna terug uit de politiek. Boddaert was in de loop van zijn carrière ook een tijd armenmeester voor de vijfde wijk, was een financier van de Société Callier en was bestuurslid van La Flandre Libérale. Charles Boddaert overleed in 1923.

De liefde voor de kunst gaf Charles door aan zijn zoon Maurice. Deze jurist was niet alleen bestuurslid van de Liberale Associatie, maar gedurende meer dan dertig jaar ook secretaris en ondervoorzitter van de Koninklijke Maatschappij tot Aanmoediging der Schone Kunsten, hij zetelde in het dagelijks bestuur van de Academie en van het Museum voor Schone Kunsten en was een van de organisatoren van de driejaarlijkse Gentse kunstsalons. Net als zijn vader was hij tot zijn overlijden in 1951 een prominent bestuurslid van de Vrienden van het Museum. Naast auteur van tal van kunsthistorische artikels voor La Flandre Libérale was hij ook actief als romanschrijver. Onder het pseudoniem Jean des Esnault publiceerde hij in 1926 La Danseuse au Chrysanthème en in 1936 Chimère. Maurice Boddaert werd na een burgerlijke plechtigheid begraven op de Westerbegraafplaats.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat