terug naar alfabetisch overzicht
Charles Van Hulthem, 1764-1832

Geboren in de Gentse Lange Steenstraat als jongste zoon uit een adellijk geslacht, groeide Charles Van Hulthem op onder het bewind van de Oostenrijkse Habsburgers. Zowel keizerin Maria-Theresia als haar zoon, keizer Jozef II, waren de Verlichting genegen en deze nieuwe openheid weerspiegelde zich in Van Hulthems opleiding. Na onderwijs tot de poŽsis bij de paters Augustijnen volgde hij, op aandringen van zijn moeder, het retoricajaar in het seculiere Theresiaans College in de Voldersstraat. Daarnaast kreeg hij tekenles in het atelier van de schilder Pieter Jan Van Reysschoot. Hoger onderwijs volgde hij in Rijsel en Leuven, waar hij in 1785 een baccalaureaat in de rechten behaalde en zich uit interesse bekwaamde in de bibliotheekwetenschappen en de plantkunde.

Vier jaar later brak de Brabantse Omwenteling uit en Van Hulthem schaarde zich achter de democraten van Jan-Frans Vonck. De opstand werd in 1790 neergeslagen, en de Oostenrijkers verleenden een algemene amnestie. Van Hulthem werd gezant van de Gentenaars bij de landvoogd. In 1792 nam Frankrijk de Oostenrijkse Nederlanden in en Van Hulthem werd schepen van de Keure en directeur van de Academie voor Teken-, Schilder- en Bouwkunst. Tezelfdertijd was hij afgevaardigde van de stad Gent bij de Nationale Conventie in Parijs. In 1793 kwamen de Oostenrijkers opnieuw aan de macht en Van Hulthem bezocht bibliotheken en kruidtuinen doorheen de Nederlanden. In 1794 heroverden de Fransen de Oostenrijkse Nederlanden en Van Hulthem belandde voor korte tijd in de gevangenis van Amiens, waarna hij zich in Gent vestigde. Daarnaast bezat hij een tweede woonst in Brussel. In de daaropvolgende 35 jaar maakte hij deel uit van achtereenvolgens de Franse en de Nederlandse bestuursorganen.

charles van hulthem wordt gevierd

Van Hulthem speelde een cruciale rol bij het behoud van de Gentse kunstcollecties en historische gebouwen. Zijn eerste missie was een einde te maken aan de Franse rooftocht door de bezette stad. Verbeurd verklaarde boeken en manuscripten uit de kerken en kloosters kon hij samenbrengen in de eveneens bedreigde Baudelokapel, en kunstvoorwerpen kregen onderdak in de Sint-Pieterskerk, die het Franse leger als opslagplaats wou gebruiken. De Academie voor Teken-, Schilder- en Bouwkunst gaf hij in 1804 een vast onderkomen in de gebouwen van het oude Augustijnenklooster in de Academiestraat, die hij in 1827 liet uitbreiden met een nieuwe vleugel naar een ontwerp van Louis Roelandt. In dit gebouw bracht hij in 1809 ook zijn Museum voor Schone Kunsten onder. De Sint-Pieterskerk, die sinds 1798 het zogenaamde Musée du Département de l'Escaut herbergde, werd vrijgemaakt en de meer dan tweehonderd schilderijen en beeldhouwwerken werden overgebracht naar het voormalige Augustijnenklooster. Daar werden ze in de 'Galérie des Antiques' tentoongesteld. Dit museum bleef bijna een eeuw in gebruik, tot Fernand Scribe in 1902-1904 de verhuis naar het huidige museum aan het Citadelpark bewerkstelligde.

Voor de manuscripten en boeken die in de Baudelokapel gestockeerd waren, vond Van Hulthem ook een oplossing. De kapel werd in 1797 de eerste stedelijke bibliotheek van Gent en werd in 1818 omgevormd tot de universiteitsbibliotheek, die de hele collectie van de stad in permanente bruikleen kreeg. Als tegenprestatie zouden alle Gentenaars 'ten eeuwigen dage' de werken die in de universiteitsbibliotheek worden bewaard in de leeszaal mogen raadplegen, een clausule die tot op vandaag wordt gerespecteerd. Van Hulthem - van 1817 tot zijn overlijden curator van de universiteit - was de belangrijkste mecenas van de instelling.

Ook het wetenschappelijk veldonderzoek bleef hem boeien. De in 1797 door hem gestichte Kruidtuin in het huidige Baudelopark verwierf in de daaropvolgende decennia internationale faam. De tuin verhuisde door de gevolgen van de industriŽle vervuiling eind negentiende eeuw naar de huidige universitaire terreinen bij het Citadelpark, waar zowel de talrijke studenten en vorsers als het grote publiek van de plantenrijkdom kunnen genieten. Van Hulthem werd in 1816 voorzitter van de Société Royale d'Agriculture et de Botanique (de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde), die in 1808 mede op zijn initiatief was gesticht. Vandaag is de vereniging vooral bekend als de organisator van de vijfjaarlijkse Floraliën. Zijn vriend Joseph Van Crombrugghe volgde hem er in 1832 op.

Van Hulthems faam bracht hem ook in Brussel, waar hij tussen 1800 en 1830 onder meer rector van de Keizerlijke Academie, conservator van de Librije van BourgondiŽ en stadsbibliothecaris en secretaris van de Academie voor Wetenschappen en Letteren was. De Belgische revolutie liep er voor hem persoonlijk op een drama uit. Zijn woning in de Brusselse Koningsstraat werd zwaar beschadigd door patriotten die tussen zijn kostbare manuscripten en boeken dekking zochten voor de Hollandse beschietingen. Hij verliet Brussel definitief en bracht de resten van zijn bibliotheek, nog steeds goed voor 64.000 banden, over naar Gent. Hij vestigde zich in de grote herenwoning naast de universiteitsaula en schaarde zich voor honderd procent achter de orangisten van Metdepenningen en Van Crombrugghe.

Charles Van Hulthem overleed in december 1832 en werd begraven na een dienst in de Sint-Niklaaskerk. In de Sint-Stephanuskerk, rechtover 'zijn' Kunstacademie, bevindt zich een herdenkingsmonument (een zogenaamde 'cenotaaf' of 'leeg graf') in witte marmer. Het bas-reliŽf, gemaakt in 1839 door een zekere Parmentier, stelt de Maagd van Gent voor die een portretmedaillon van Van Hulthem door de godin Minerva of Athena laat kronen met een lauwerkrans. Het Museum voor Schone Kunsten bewaart een van de vele borstbeelden die van Van Hulthem werden gemaakt. Dit beeld werd vervaardigd door beeldhouwer Paul de Vigne. Op de gevel van de oude universiteitsbibliotheek in de Ottogracht werd zijn naam in 1897 in gulden letters aangebracht maar ook deze vermelding is intussen vervaagd. Ten slotte werd een straat in de studentenbuurt, tussen de Sint-Kwintensberg en het Prudens Van Duyseplein, naar hem genoemd. Zijn boekencollectie, inclusief het wereldberoemde Handschrift Van Hulthem waarin zich meer dan tweehonderd van de oudste Middelnederlandse teksten bevinden, werd gekocht door de Belgische staat en vormde de basis van de collectie van de Koninklijke Bibliotheek van BelgiŽ.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat