terug naar alfabetisch overzicht
Charles Van Rysselberghe, 1850-1920

Charles Van Rysselberghe groeide op in een welstellend burgergezin. Zijn vader was een aannemer en liet zijn vijf zonen studeren. Franšois en Julien werden ingenieur, Théo maakte naam als boegbeeld van de neo-impressionistische kunstschilders in BelgiŰ en Octave werd net als Charles architect. Charles schreef zich in 1863 in aan de Gentse Koninklijke Academie voor Teken-, Beeldhouw- en Bouwkunst, richting bouwkunde. Daar trok hij de aandacht van toenmalig stadsarchitect en professor Middeleeuwse Bouwkunst Adolphe Pauli die hem onder zijn vleugels nam. In 1874 won hij met een ontwerp voor een stadhuis de bijzondere wedstrijd architectuur en promoveerde tot architect. Met het prijzengeld van de ontwerpwedstrijd trok hij drie jaar door Europa waarna hij aan zijn stage begon. Een van de architecten die hem begeleidde, was de gereputeerde Oostendse stadsarchitect Joseph Naert met wie hij het oude kursaal ontwierp.

In 1879 nam zijn leermeester Adolphe Pauli ontslag als Gents stadsarchitect en op zijn advies werd Van Rysselberghe teruggeroepen en benoemd tot zijn opvolger. In 1882 werd hij eveneens docent aan de Academie, waar hij in 1892 Pauli opvolgde als professor Bouwkunde.

medaillon van charles van rysselberghe

Onder Van Rysselberghe gingen de neostijlen, met nadruk op het neoclassicisme en de Vlaamse neorenaissance, het stadsbeeld nog meer domineren. Naast een aantal losse verwezenlijkingen zoals het vredegerecht op het Koophandelsplein en de muziekkiosk in het Citadelpark, maakte Van Rysselberghe vooral naam als scholenbouwer en ontwerper van sociale woningen. Hij ontwierp en bouwde niet minder dan tweeŰntwintig nieuwe stadsscholen, waaronder de Charles Andriesschool en het prestigieuze Institut Charles de Kerchove. Ook de gebouwen van de latere sociale hogeschool in de Bevelandstraat, de dubbele school (met afzonderlijke ingang voor jongens en voor meisjes) in de Acaciastraat en het torenschooltje in de Eendrachtstraat zijn van zijn hand. Conform de tijdgeest werden de gevels van deze gebouwen opgesmukt met moraliserende opschriften, nog zichtbaar in de Wispelbergstraat op het huidige stedelijk Atheneum, en in de Onderstraat waar zich het Institut Franšois Laurent bevindt. Ook in zijn liberaal engagement stond het onderwijs centraal en steunde hij trouw de Société Callier.

De projecten voor sociale woningbouw voerde hij uit in opdracht van de Gentse Maatschappij der Werkerswoningen van Marc Baertsoen. Hij bouwde woningen in onder meer de Wilgestraat, de Rooigemlaan en de Roggestraat, maar kreeg internationale erkenning dankzij zijn project in de Zebrastraat, bekend als de Cirk en momenteel locatie van een ge´ntegreerd samenlevingsproject van de Stichting Liedts-Meesen.

Van Rysselberghe was daarnaast ook nauw betrokken bij de grote stadsrenovaties van Charles de Kerchove, Hippolyte Lippens en Emile Braun, en de Wereldtentoonstelling van 1913. De Hoofdwacht en de lokalen van de Société l'Union op de Kouter werden samengevoegd tot de Handelsbeurs, een straat verder werden werken uitgevoerd aan de opera van Louis Roelandt en de Lakenhalle aan het Belfort kreeg onder zijn leiding de vier extra traveeën die in vijftiende eeuw waren voorzien maar nooit waren gebouwd.

Het Museum voor Schone Kunsten aan de huidige Van Rysselberghedreef en Fernand Scribedreef in het Citadelpark werd zijn magnum opus. Opgetrokken in neoclassicistische stijl, met een symmetrische 'spinnenwebstructuur' rond een centrale koepelzaal, sloot de constructie mooi aan bij de toen gangbare bouwtrend voor musea. Van Rysselberghe maakte daarbij gebruik van de modernste lichttechnieken waarbij het natuurlijk buitenlicht maximaal benut werd. Deze technieken, alsook zijn algemeen concept rond indeling en gebruik van de museumruimte, wekten internationale bewondering en navolging en dit tot op de dag van vandaag. Zijn ontwerp werd in 1900 goedgekeurd door de gemeenteraad en reeds in 1904 kon koning Leopold II het eerste deel van het museum officieel inhuldigen. In de aanloop naar de Wereldtentoonstelling van 1913 verdubbelde hij de omvang van het museum en huisvestte er de tentoonstelling Oude kunst in Vlaanderen.

In 1916 verleende de gemeenteraad hem de titel van erestadsarchitect. Charles Van Rysselberghe bleef nog actief in de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten en overleed in 1920 in het Franse Nice. Het Museum voor Schone Kunsten bewaart zijn portret, geschilderd door Henri Van Melle, en in de inkomhal van de oude Academie in de Academiestraat werd op 28 april 1912 een bronzen gedenkplaat naar ontwerp van Geo Verbanck onthuld. Deze gedenkplaat bevindt zich momenteel in het KASK op de Bijlokesite.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat