terug naar alfabetisch overzicht
Charles Verbessem, 1833-1899

Charles Verbessem

Charles Waelbroeck, door tijdgenoten omschreven als een briljant jurist met een progressieve sociale visie, studeerde in 1846 af aan de Gentse rechtsfaculteit. Hij was een enthousiast lid van de Société Huet en behoorde tot de nieuwe generatie Gentse liberalen. Eerder een man van achter de schermen, koos hij, in tegenstelling tot Gustave Callier en Paul Voituron, niet voor een politieke loopbaan maar werd hij de ideoloog van de groep. Zijn eerste bekommernis was de emancipatie van de arbeidersklasse. Hij verdedigde hun recht op vereniging en organisatie en op vorming en onderwijs. Zijn steun aan verenigingen zoals het Van Crombrugghe's Genootschap en het Willemsfonds, evenals zijn bewondering voor François Laurent waren dan ook evident. Een tweede en even belangrijk punt was zijn antiklerikalisme en zijn bewondering voor de idealen van de Verlichting. Zoals veel volgelingen van Huet was hij niet antireligieus maar zou hij zich een leven lang verzetten tegen de onverdraagzaamheid en de beknotting van de vrijheid door de katholieke Kerk. Hij verspreidde en verdedigde zijn ideeën als advocaat, als hoogleraar aan de Gentse universiteit - waar hij in 1872 door zijn collega's tot decaan van de rechtsfaculteit werd verkozen - en als publicist en journalist. Hij schreef voor het tijdschrift La Flandre Libérale, de kranten Messager de Gand, L'Echo des Flandres en Journal de Gand en vaktijdschriften zoals Belgique Judiciaire, waarin hij gedurende dertig jaar streed voor meer sociale rechtvaardigheid. In 1869 bracht zijn journalistieke inzet hem in de kernredactie van de Revue de Belgique. Dit maandblad groeide op enkele jaren uit tot het toonaangevende tijdschrift van de gematigd-progressieve Belgische liberalen en het wekt dan ook geen verwondering dat Waelbroeck er met verschillende oude vrienden uit de Société Huet, onder wie Emile de Laveleye en Jean Stecher, ging samenwerken. Zijn reputatie leidde in de laatste jaren van zijn leven dan toch nog tot een politiek mandaat. In 1875 werd hij gemeenteraadslid en toen in 1877 Auguste Wagener overleed, volgde Waelbroeck hem op 7 juli op als schepen van Openbaar Onderwijs en Schone Kunsten. Nog geen veertien dagen later, op 20 juli, overleed echter ook hij waardoor zijn schepenmandaat ongetwijfeld een van de kortste uit de Gentse geschiedenis werd. Charles Waelbroeck kreeg conform zijn overtuiging een burgerlijke staatsbegrafenis, een voor die tijd nog zeldzame ceremonie, waarop de Gentse beau monde massaal aanwezig was. Er volgden toespraken door zijn confraters van de universiteit en de balie, door burgemeester Charles de Kerchove en door Victor Bruyneel en Jacques Van Renterghem als vertegenwoordigers van respectievelijk de loge Le Septentrion (waarvan Waelbroeck sinds 1854 lid was) en het Van Crombrugghe's Genootschap. Door de sterke wetenschappelijke en juridische onderbouwing van zijn sociale filosofie doorstonden veel van zijn ideeën moeiteloos de tijd. Zij werden opgepikt en verder uitgewerkt door verenigingen als de Liberale Kring ter beoefening der maatschappelijke wetenschappen en werken of door figuren als Louis Varlez.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat