terug naar alfabetisch overzicht
Constant Heynderyckx, 1855 - 1930

Constant Heynderyckx was de zoon van een gefortuneerde liberale nijveraar en studeerde rechten aan de Gentse universiteit. Hij schreef zich in aan de balie en bleef zijn hele leven actief als advocaat. Daarnaast was hij bestuurder van de katoenblekerij van zijn schoonvader, de progressistische voorman Antoine Tiberghien. Samen met Tiberghien sloot hij zich in 1874 aan bij de Progressistenkring van Paul Voituron. Hij stapte in 1875 met de meerderheid van de progressisten over naar de Liberale Associatie en in 1885 werd hij gemeenteraadslid. Kort na zijn verkiezing maakte hij echter opnieuw de overstap naar de progressisten en werd een van hun belangrijkste boegbeelden. In 1883 was hij reeds lid geworden van het middencomiteit van de Ligue national de réforme électorale, en in 1887 en 1889 vertegenwoordigde hij Gent op de congressen van de progressistische partij van Paul Janson, waarvan hij in 1892 bestuurslid werd. Samen met Felix Cambier en Edward Anseele voerde hij actie voor de invoering van het algemeen stemrecht en in Gent werd hij ondervoorzitter van de Vooruitstrevende Liberale Kring. Dit alles kostte hem in 1890 zijn zetel in de gemeenteraad, maar in 1895 werd hij met de steun van de socialisten herkozen. Hij bleef in de gemeenteraad tot 1921. Van 1914 tot 1921 was hij ook schepen, bevoegd voor onder meer beroepsonderwijs, haven en openbare onderstand. In 1921 bood Anseele hem aan om de overleden socialistische senator Coppieters op te volgen maar Heynderickx weigerde om de overstap naar de BWP te maken en verliet de politiek.

Heyndrickx profileerde zich ook als een gedreven antiklerikaal. Hij was in 1886 betrokken bij de oprichting van de vrijdenkersvereniging La Libre Pensée, waarvan hij in 1890 voorzitter werd, en was achtbare meester van de loge La Liberté, een toenmalige speerpunt van het Gentse antiklerikalisme.

Werk der gezonde lucht

De grootste verdienste van Constant Heynderyckx lag ongetwijfeld op sociaal vlak. Van 1879 tot 1928 vervulde hij als protégé van Adolphe Dubois de functie van armenmeester, waardoor hij de Gentse verpauperde onderbuik als weinig anderen leerde kennen. Hij werd bestuurder bij het Bureel van Weldadigheid in 1900, en stapte in 1911 over naar de Commissie der Burgerlijke Godshuizen, die hij van 1920 tot de omvorming tot Commissie voor Openbare Onderstand in 1926 voorzat. Opmerkelijk was onder meer zijn vraag om ook vrouwen toegang te verlenen tot het ambt van armenmeester, en zijn pleidooi voor de maximalisering van de 'thuiszorg' om zo de stigmatisering van de werklozen (die hij in navolging van Louis Varlez als slachtoffers van de conjunctuur beschouwde) tot een minimum te beperken.

Zijn belangrijkste verwezenlijking op sociaal vlak was ongetwijfeld het Werk der Gezonde Lucht, een project dat hij in 1902 samen met apotheker Theo Van De Velde opstartte. Sinds de jaren 1890 waren in Gent reeds verschillende initiatieven genomen om schoolkolonies te organiseren. Onder meer de Liberale Werkersverdediging en de Cercle Universitaire des Colonies Scolaires hadden hierbij baanbrekend werk verricht, en ook het stadsbestuur had, via de Onderwijzerskring, ervaring opgedaan in deze materie. Het Werk der Gezonde Lucht richtte zich van in het begin echter nadrukkelijk op door tbc en ondervoeding verzwakte kinderen waardoor veeleer sprake was van een zeepreventorium dan van een gewone schoolkolonie. De stichters kochten een terrein in Bredene en nog datzelfde jaar trok een eerste groep kinderen naar zee. Hadden zij een gestage groei voor ogen, de politieke realiteit zorgde voor een stroomversnelling. In 1904 weigerden de katholieke en socialistische gemeenteraadsleden om het traditionele budget voor de schoolkolonies goed te keuren, waarop het liberale stadsbestuur zich prompt tot het Werk richtte. Heynderyckx en Van De Velde gaven hun goedkeuring en vanaf dan werkten ze samen voor het beheer van het zeepreventorium. Er werden klaslokalen en een turnzaal bijgebouwd en het centrum werd het jaar door opengehouden. Home Astrid (zo genoemd nadat de prinses het meterschap had aanvaard) bleef functioneren tot 1940. Het gebouw moest tijdens de oorlog plaats maken voor de Duitse Atlantikwal en in 1945 keken de erfgenamen van Heynderyckx tegen een grote berg puin aan. Tot 1965 werden pogingen gedaan om de kolonie te heropenen maar de financiŽle draagkracht van de vzw bleek uiteindelijk te klein. De gronden werden verkocht en de opbrengst ervan ging naar de Gentse schoolkolonies, waaronder de eerste sneeuwklassen.

Heynderyckx overleed in 1930 na een langdurige ziekte en werd bijgezet in het familiegraf op de Westerbegraafplaats.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat