terug naar alfabetisch overzicht
Edouard Pynaert, 1835-1900

In 1854 studeerde Edouard Pynaert met grote onderscheiding en als een der eersten af aan de Tuinbouwschool van Louis Van Houtte. De welstand van zijn familie maakte het hem vervolgens mogelijk om een zes jaar durende studiereis doorheen Europa te ondernemen. Hij volgde er opleiding in de belangrijkste tuinbouwcentra van zijn tijd, waaronder München en Parijs. In 1860 keerde hij terug naar België en werd door prins de Ligne aangesteld tot hoofdtuinier van zijn beroemde kasteelpark in Beloeil. Een jaar later werd hij docent aan de Tuinbouwschool in Gentbrugge en medewerker aan de Flore des Serres et des Jardins d'Europe die door Van Houtte werd uitgegeven. Datzelfde jaar huwde hij met de dochter van een andere grote bloemist, August Van Geert, wiens bedrijf hij later overnam.

edouard pynaert

Hij was vooral bekend als een toonaangevend tuinarchitect (hij werd onder meer gevraagd voor de aanleg van de kasteeltuin van zijn collega Ambrosius Verschaffelt) en expert in de aanleg van de Engelse landschapstuin, waarin hij als persoonlijke toets de zogenaamde 'style pittoresque' introduceerde. Hij publiceerde ook menig handboek, waarbij hij zich vooral specialiseerde in studies over het kweken van bomen. Zijn bloemisterij bevond zich op een 'eiland' tussen de Schelde en de Franse Vaart aan de Keizerspoort en behoorde met zijn grote verwarmde serres in neogotische stijl tot de modernste van Europa. Pynaerts residentie bevond zich op een uiteinde van het eiland en bood plaats aan zijn familie en zijn huispersoneel - volgens de volkstelling van 1881 ging het om niet minder dan vijftien personen.

Edouard Pynaert was uitgever van het Bulletin de l'Arboriculture, de Floriculture et de Culture Potagère en stichtend uitgever van de Revue de l'horticulture belge et étrangère en het Tijdschrift over Boomteelt en Moeshovenierderij. Van 1884 tot 1900 was hij ondervoorzitter van de Syndicale Kamer van Belgische Hofbouwers, van 1886 tot 1898 lid van de Gentse Kamer van Koophandel en rechter in de rechtbank van koophandel gedurende de twee laatste jaren van zijn leven.

In zijn vrije tijd was Pynaert actief in het liberale verenigingsleven. Hij was lid van de maatschappij L'Union, zetelde in het bestuur van de Liberale Associatie, was medestichter van de loge La Liberté en financierde de Société Callier. Hij zette zich ook in voor het Willemsfonds. Zo financierde hij de basiscollectie van de vierde volksbibliotheek - die werd geopend in 1877 in het huis van Hendrik Keurvels in de Kasteellaan, op enkele straten van Pynaerts bedrijf - en stond in 1887 in voor het uitbundige bloemendecor op de viering van Julius Vuylsteke.

Hij engageerde zich ook in de politiek. Van 1885 tot 1895 zetelde hij in de gemeenteraad en profileerde er zich vooral als een overtuigd antiklerikaal. Gesteund door Paul Voituron, Camille Heynderickx, Charles Boddaert en Felix Cambier diende hij in april 1889 een voorstel in om aan de geestelijken elke toegang tot de stadsscholen te verbieden, waar zij volgens de katholieke schoolwet van 1884 het godsdienstonderwijs mochten geven. Hoewel de gemeenteraad de geest van het voorstel goedkeurde, weigerde men de motie te stemmen om te vermijden dat de regering als tegenmaatregel enkele vrije scholen zou erkennen waarvan de stad dan de rekening zou moeten betalen, zoals voorzien in diezelfde wet. Na de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht in 1893 werd Pynaert niet meer herkozen en trok hij zich terug uit de politiek.

Edouard Pynaert overleed in 1900 en werd burgerlijk begraven op de Westerbegraafplaats. Zijn zoon Charles, liberaal provincieraadslid van 1912 tot 1921, volgde hem op aan het hoofd van het bedrijf.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat