terug naar alfabetisch overzicht
Edward Blaes, 1846-1909

Deze toondichter was afkomstig uit de wijk Heilig Kerst waar hij opgroeide in een eenvoudig werkliedengezin. Hij mocht desondanks studeren aan het Gentse conservatorium, waar hij in 1867 bij Karel Miry een eerste prijs in harmonie behaalde. Bijkomende studies volgde hij bij François-Joseph Fétis in Brussel en bij Peter Benoit in Antwerpen. Zowel in 1873 als in 1875 kwam hij in directe competitie met Isidoor De Vos: beiden dienden immers een compositie in voor de Prijs van Rome. Voor zijn cantate Christoffer Colombus kreeg hij in 1873 nog een eervolle vermelding, maar twee jaar later - toen De Vos en Sabbe de eerste prijs kregen met De Meermin - werd zijn inzending naar de derde plaats verwezen. Dat betekende meteen het einde van zijn aspiraties in die richting.

edward blaes

Blaes ging zich toeleggen op Vlaamse muziek voor een breed publiek en werd actief in tal van verenigingen die net als hij muziek en volksverheffing in één adem uitspraken. Hij was dirigent bij het Van Crombrugghe's Genootschap, de Zetternamskring en het Willemsgenootschap, volgde De Vos op aan het hoofd van La Fraternité en steunde het Willemsfonds als voordrachtgever en als bestuurslid van het Comiteit ter Bevordering van de Nederlandse Zang. Hij speelde fagot in het orkest van de opera en bugel bij de harmonie van de Jagers-Verkenners van de burgerwacht, dirigeerde in de Minard en was van 1873 tot 1877 zelfs kapelmeester in de Sint-Baafskathedraal.

Zijn broodwinning lag evenwel in het onderwijs. Hij was leraar muziek in de Gentse stadsscholen, werd directeur van de muziekschool van Ledeberg en doceerde fagot en orkestspel aan het conservatorium. Hij componeerde intussen tientallen liederen en koorzangen, waaronder Klokke Roeland - niet te verwarren met het Gentse volkslied met een zelfde titel dat geschreven werd door Albrecht Rodenbach - op tekst van Theofiel Coopman.

Edward Blaes overleed op 14 maart 1909 en werd begraven op de Westerbegraafplaats, waar Florimond Van Duyse in naam van het Willemsfonds de grafrede hield. Een jaar later kon, dankzij milde steun op een publieke inschrijvingslijst, een bescheiden grafmonument worden ingehuldigd: een arduinen stèle met een bronzen portretmedaillon van de hand van Geo Vercauteren. Het medaillon werd geschonken door de Oud-leerlingenbond van Ledeberg met steun van onder meer de Maatschappij De Melomanen, 't Zal wel Gaan, de Liberale Jonge Wacht van Gent, de Maatschappij der Vereenigde Werklieden, de Heremanszonen en de pas opgerichte Edward Blaeskring.

De Edward Blaeskring, een naar Blaes genoemde liberale volksvereniging, was nauw verbonden met de in 1907 gestichte Liberale Schoolpenning en zette zich in voor volksontvoogding en volkscultuur. De kring ontwikkelde vanaf het begin een grote waaier aan activiteiten. Er werden muziekopvoeringen, voordrachten en uitstappen georganiseerd, er werd toneel gespeeld en aan sport gedaan, er was een volksbibliotheek en een studieafdeling, de kring kende studiebeurzen toe en richtte een pensioenkas in. Daarnaast engageerde de Blaeskring zich voor veel benefietactiviteiten waarbij de opbrengst vooral de onderwijsinspanningen ten goede kwam. Onder meer het Kleedingwerk der Openbare Scholen, het Liberaal Comiteit voor Om- en Naschoolse Werken, de Laurentkringen, het Kloefkenswerk der Gemeentescholen, het Willemsfonds en het Van Crombrugghe's Genootschap behoorden tot de begunstigden.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg de kring het moeilijker en werd hij uiteindelijk opgeslorpt door de Liberale Volksvereniging Help U Zelve, die de naam Blaeskring nog lange tijd zou behouden als naam voor haar afdeling in de Kammerstraat.

De gemeente Ledeberg noemde een straat naar haar bekende inwoner, evenwel enkele straten verder dan waar Blaes zelf had gewoond, aangezien die straat al was toegewezen aan een andere verdienstelijke liberaal, Auguste Van Lokeren.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat