terug naar alfabetisch overzicht
Emiel Van Goethem, 1847-1907

De oudste sporen van boekhandel Van Goethem dateren uit 1832. Toen nog gevestigd in de Wolfstraat, verhuisde de winkel in 1834 naar de Schuurkenstraat, een jaar later naar de Stoppelbergstraat (nu de Jan Van Stopenberghestraat) en in 1839 naar de Korenmarkt waar Crispijn Van Goethem een huis kocht dat tegen de Sint-Niklaaskerk aan was gebouwd. De winkel floreerde en de twee zonen van Crispijn, Hippoliet en Emiel, namen het bedrijf in de jaren 1870 over. Ze breidden hun activiteiten uit met een eigen uitgeverij en verhuisden naar het grotere pand aan de rechterkant van het portaal van de Sint-Niklaaskerk. Hippoliet maakte naam als expert voor antiquarische uitgaven, broer Emiel combineerde zijn werk in de uitgeverij met een loopbaan als journalist en publicist.

Emiel Van Goethem behoorde tot de groep van liberale flaminganten rond Julius Vuylsteke en was goed bevriend met Paul Fredericq. Via deze laatste raakte hij betrokken bij de Pacificatiefeesten van 1876. Het stadsbestuur gaf hem de opdracht om samen met Peter Benoit, de belangrijkste Vlaamse toondichter op dat moment, een drama te schrijven dat tijdens de festiviteiten zou worden opgevoerd in de Gentse opera. De Pacificatie van Gent werd een eerste keer opgevoerd op 3 september 1876 en duurde niet minder dan vijf uur. Van Goethem had tot dan enkel ervaring met het schrijven van vooral gelegenheidsverzen en volkse blijspelen, waarvan het eerste, Meester Primus, in 1868 was verschenen. In de loop van zijn carrière schreef hij nog tientallen toneelteksten. Hij schreef ook kindertoneel, zoals het populaire Vader Pluimsteen waarvoor Karel Miry de muziek schreef, en enkele liederen, waaronder het Klaaglied der Gentsche Viswijven, en cantates, onder meer voor de Maatschappij De Melomanen. In 1905 schreef hij ter gelegenheid van de feesten voor 75 jaar België, samen met componist Oscar Roels, Vlaanderen, zijn laatste grote cantate.

De uitgeverij Van Goethem haalde nooit de omvang van groten zoals Hoste maar had naast Van Goethems eigen stukken toch enkele opvallende publicaties in portefeuille zoals het verzamelde werk van Karel Lodewijk Ledeganck. Het merkwaardigst was De werkstaking der Gentsche wevers in 1859, een indrukwekkend pleidooi van Oswald de Kerchove de Denterghem uit 1904 waarin hij de beschuldigingen van de socialistische leiders aan het adres van zijn vader, burgemeester Charles de Kerchove de Denterghem, wou weerleggen.

Als journalist schreef hij occasioneel voor het Morgenblad en voor Vaderland. Samen met zijn leermeester Willem Rogghé was hij een geducht polemist in tijden van verkiezingen en schreef hij een wekelijkse column over de Gentse politiek.

Emiel Van Goethem overleed in 1907, op zestigjarige leeftijd en de toneelwereld was nadrukkelijk aanwezig op de rouwhulde. Er werd hem uitgebreid hulde gebracht door Paul Fredericq namens de vrienden van Van Goethem, door Karl Reychler namens de Jagers-Verkenners van de burgerwacht (waarvan Van Goethem ook lid was), door de vertegenwoordigers van de Provinciale Toneelcommissie en de Koninklijke Nederlandse Schouwburgen van Gent, Antwerpen en Brussel, en door Lodewijk Lievevrouw-Coopman namens de toneelschrijvers in het algemeen. Aan het Willemsfonds, waarvan hij een leven lang trouw lid was geweest, schonk hij bij testament honderd fraai ingebonden boekdelen.

Van de gebouwen waarin de Van Goethems actief zijn geweest, rest niets. In 1900 verhuisde de uitgeverij nogmaals, ditmaal in het kader van de grote urbanisatieplannen voor de binnenstad van Emile Braun, waarbij de huizen die de grote monumenten insloten, werden afgebroken. Van Goethem kocht een nieuw pand op de hoek van de Kalandeberg en de Voldersstraat, dat in 1920 echter plaats moest ruimen voor de bouw van de Bank van de Arbeid.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat