terug naar alfabetisch overzicht
Emile Bedinghaus, 1840-1904

Emile Bedinghaus was de zoon van een tuinbouwer uit Nimy bij Mons. Hij volgde een opleiding bij de vermaarde bloemist Louis Van Houtte uit Gentbrugge, werd een van zijn medewerkers en vestigde zich definitief in Gent. Ook toen hij op latere leeftijd voor de vlasfabriek La Linière Gantoise ging werken, bleef de bloementeelt zijn grootste passie. In zijn buitenverblijf te Wondelgem koesterde hij een internationaal befaamde collectie planten uit de Kaapprovincie. Hij was lid van de Koninklijke Vereniging voor Land- en Tuinbouw en werkte mee aan de gerenommeerde Revue de l'Horticulture belge et Etrangère.

De grootste verdienste van Bedinghaus valt echter te situeren in de jonge mutualistische beweging. In 1874 koos het bestuur van de Mutualité du Commerce et de l'Industrie hem tot secretaris. In zijn maidenspeech beloofde hij 'un dévouement sans limites' en hij hield woord. Hij werd ondervoorzitter van de maatschappij in 1883 en met unanimiteit van stemmen voorzitter in 1886. Daarnaast was hij vooral een heel actief propagandist. Hij schreef over sociale vooruitgang, rechtvaardigheid en solidariteit en schuwde daarbij thema noch genre. Zo publiceerde hij in 1880 bij boekhandel Vuylsteke zowel een handboek over het mutualisme in België, een beknopte historiek van de werkbeurzen in Europa als een emotioneel pleidooi tegen de doodstraf. In 1883 verscheen een roman, Une famille d'ouvriers, en in 1885 een toneelstuk, Den jenever: volksdrama in één bedrijf. In 1888 vergastte hij zijn publiek op een heftig traktaat tegen het socialisme en zijn zogenaamde weldaden. Uit deze publicaties bleek, behalve zijn overduidelijk engagement voor het mutualistisch ideeëngoed en zijn vooruitgangsoptimisme, toch ook hoezeer hij als kind van zijn tijd heen en weer werd geslingerd tussen paternalisme en emancipatie. Sociaal vooruitstrevende ideeën kwamen hierbij tegenover een soms eerder conservatieve maatschappijvisie te staan, waarbij zijn progressieve kant toch de bovenhand lijkt te hebben gehaald. Zijn lidmaatschap van de vrijmetselaarsloge La Liberté is daar ongetwijfeld niet helemaal vreemd aan.

Na twee jaar zwaar ziek te zijn geweest, overleed Bedinghaus op 7 maart 1904. Getrouw zijn levensvisie werd hij na een indrukwekkende rouwhulde burgerlijk begraven te Wondelgem.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat