terug naar alfabetisch overzicht
Emile Defay, 1891-1978

Een van de markante figuren uit de geschiedenis van het Instituut van Gent is Emile Defay, zoon van de industrieel Emile Defay en van Coralie Bernard. Defay sr. was eigenaar van een meststoffenfabriek in de Lourdesstraat (nu Sint-Bernadettestraat) te Sint-Amandsberg, ook wel het 'bloedkot' genoemd omdat het bedrijf in hoofdzaak gedroogd bloed verkocht. Defay sr. was een van de drie liberalen die er in 1907 voor het eerst in slaagden om in het door en door katholieke Sint-Amandsberg een gemeenteraadszetel in de wacht te slepen. Als notoir antiklerikaal ging zijn grootste belangstelling uit naar het officieel onderwijs, dat er nooit een echte kans had gekregen. Via een originele constructie slaagde hij erin om de klerikale weerstand te omzeilen. In 1911 verpachtte hij namelijk een stuk grond aan de Gentse onderwijsschepen Felix Cambier, die er een bewaarschool en een lagere school liet bouwen. Officieel bestemd voor Gentenaars uit de stadsrand, richtte de school zich de facto op Sint-Amandsberg. Op die manier hoopte Defay er na de teloorgang van de Vrije Liberale School van Sint-Amandsberg in 1896 opnieuw niet-katholiek onderwijs te kunnen aanbieden. De tegendruk bleef echter groot en toen Defay sr. in 1915 overleed, verdween samen met hem ook de school.

Zoon Emile jr. studeerde aan het Institut de Gand en de Brusselse universiteit. Na zijn ingenieursstudies nam hij de leiding van het familiebedrijf op zich, maar vooral via grondspeculatie in het nieuwe havengebied verwierf hij op korte tijd een aanzienlijk fortuin. Hij genoot van het leven en nam als automobielfanaat geregeld deel aan wedstrijden. Daarnaast engageerde hij zich in verschillende projecten van liberale signatuur. Zo steunde hij onder meer het ziekenhuis Institut Moderne, net als zijn vader die in 1907 tot de oorspronkelijke coŲperanten had behoord.

Zijn prioriteit lag echter bij het onderwijs. Hij nam een leidende rol op zich in het patrimoniumbeheer van het Instituut van Gent en was voorzitter van de cv ImmobiliŽn Instituut van Gent. Zijn fortuin bracht hij onder in het Fonds Defay dat hij liet beheren door zijn vriend Roger Pernot, toenmalig directeur van het Instituut en leidende figuur in de Gentse Liberale Associatie. Bij Defays overlijden in 1978 bleek dit fonds 250 miljoen frank of meer dan 6 miljoen euro, waard te zijn. Zoals bij testament vastgelegd, wordt dit geld nog steeds aangewend voor de bevordering van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek aan de Universitť Libre de Bruxelles en dit onder de vorm van aankoopkredieten voor wetenschappelijke uitrusting.

Zijn echtgenote Marcelle Wibier stamde uit een liberale bloemistenfamilie uit Sint-Amandsberg en deelde de ideeŽn van haar man volledig. Ook zij beschikte over een groot fortuin. Haar vader, Georges Wibier, bezat onder meer een aantal gronden aan de Antwerpsesteenweg rechtover het hospice, rond de huidige Wibierdreef met op de hoek de opvallende Villa Wibier. Kinderloos gebleven, besloot zij na het overlijden van haar man om het grootste deel van haar nalatenschap aan het OCMW toe te vertrouwen. Een totaal verbouwereerde Andrť Vanhove, toenmalig OCMW-voorzitter, kreeg in 1994 het absolute recordbedrag van 218 miljoen frank aangeboden op voorwaarde dat het geld werd gebruikt om naast het hospice een home voor bejaarde koppels te bouwen. In 1997 begonnen de werken aan de twintig servicewoningen en in 2001 opende de Fondation Wibier-Defay, zoals de naam testamentair werd vastgelegd, zijn deuren. De bouw van het gemeenschappelijk ontmoetingscentrum werd gefinancierd met een schenking van een andere liberaal, de Gentse oud-schepen Jean Kickx. Van de stad werd slechts een kleine tegenprestatie gevraagd: het onderhoud 'ad perpetuum' van de graven van de familie Wibier op het Campo Santo.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat