terug naar alfabetisch overzicht
Eugeen Zetternam, 1826-1855

De band tussen Vlaamse en sociale strijd kan in Gent niet beter worden geÔllustreerd dan door de figuur van Eugeen Zetternam en de naar hem genoemde kring. De Antwerpenaar Joos Diricksens, bekend onder zijn schrijverspseudoniem Eugeen Zetternam, groeide op in een verpauperd burgergezin. Hij werd huisschilder maar had via zijn moeder toch het Antwerpse cultuurleven leren kennen. Hij werd lid van de literaire kring De Ongeachten, schreef in 1845 een eerste novelle, Rowna, en kwam in de vriendenkring van Hendrik Conscience en Jan Van Beers terecht.

In 1846 verhuisde hij tijdelijk naar Gent, waar hij als dagloner aan den lijve kennismaakte met echte armoede. Via zijn vriend Jacob Heremans kwam hij in contact met het Gentse liberale culturele verenigingsleven. Hij werd lid van De Tael is Gansch het Volk en sloot vriendschap met Ferdinand Snellaert, Karel Lodewijk Ledeganck en Prudens Van Duyse. Hij engageerde zich ook als redacteur en vertaler bij onder meer de Gazette van Gent en de Broedermin. De confrontatie met de verpauperde arbeiders vond een concrete neerslag in zijn bekendste roman, Mynheer Luchtervelde (1848). Dit verhaal over de ongelukkige familie De Craeyer die haar brood verdiende in de fabrieken van de illustere katoenbaron Luchtervelde (verwijzend naar Felix de Hemptinne, vader van Jules, Charles en Joseph) in de Molenaarsstraat was een striemende aanklacht tegen de heersende socio-economische misbruiken. Het was bovendien geschreven door een arbeider, wat halfweg de negentiende eeuw een unicum was. De rest van zijn korte leven (hij overleed op 29-jarige leeftijd aan tuberculose) sleet hij als schilder in Antwerpen maar hij bleef actief als publicist. In zijn sociaal geëngageerde werken pleitte hij onder meer voor de vernederlandsing van het onderwijs als noodzakelijke voorwaarde voor een algemene emancipatie en voor de absolute gelijkberechtiging van de twee landstalen. Tezelfdertijd deed hij een dringende oproep aan het patronaat om de socio-economische wantoestanden te verbeteren.

Gent vergat Zetternam niet. Er werd een straat naar hem genoemd in de wijk Moskou en Jacob Semey bouwde op de Vlaamse Kaai de dubbelwoonst Snellaert-Zetternam. Zijn borstbeeld, dat boven de deur stond, werd in 1942 ontvreemd. Na de oorlog werd een ander beeld in de plaats gezet. Niemand weet wie dit beeld voorstelt, maar het is zeker niet Zetternam.

Ook de socialistische beweging zag brood in deze schrijver, die zij tot protosocialist uitriep. Anseeles standpunt dat cultuurbeleving op een lege maag onmogelijk was, leunde dicht aan bij het gedachtegoed van Zetternam, en ook diens maatschappelijk discours sloot aan bij de doctrine van de jonge BWP, die haar Vlaamse wortels nog moest bewijzen en met Zetternam hoopte te scoren.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat