terug naar alfabetisch overzicht
Ferdinand August Snellaert, 1809-1872

Als voormalig medisch officier in het leger van Willem I, vestigde de Kortrijkzaan Ferdinand Snellaert zich in 1836 in Gent. Hij had er zijn doktersdiploma behaald en werd een populaire armendokter in de Sint-Jacobswijk. Hij maakte naam door zijn strijd tegen de regelmatig terugkerende epidemieŽn en in 1847 werd hij samen met Joseph Guislain aangesteld om voor het stadsbestuur een rapport te schrijven over de strijd tegen de tyfus.

Ferdinand August Snellaert

Samen met zijn vrienden Jan Frans Willems en Philippe Blommaert was hij een van de grondleggers van de Vlaamse beweging. Hij was actief betrokken bij de stichting van onder meer De Tael is Gansch het Volk in 1836, het Vlaemsch Gezelschap in 1846, het Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres in Gent dat hij in 1849 voor het eerst organiseerde, en het Willemsfonds in 1851. Hoewel zelf vrijzinnig en liberaal, ging zijn politieke voorkeur duidelijk uit naar een zuiver Vlaamse formatie met zowel liberale en katholieke als strekkingloze flaminganten.

In de eerste helft van de jaren 1850 poogde hij met de steun van de gematigde Sociťtť l'Union en de progressieven van de krant Broedermin een gemeenteraadszetel te veroveren, maar onder druk van de omstandigheden - de kiesoverwinning van de 'overloper' Judocus Delehaye - koos hij voor de Liberale Associatie waar hij gedurende korte tijd een spilfiguur werd van de Vlaamsgezinde fractie. Hij slaagde er echter niet in om door te breken en zijn volgelingen, onder wie Jacob Heremans en vooral Julius Vuylsteke, keerden zich van hem af toen duidelijk werd dat Snellaert, teleurgesteld door de houding van de Associatie, terug begon te denken aan een ideologisch neutrale Vlaamsgezinde partij. In oktober 1860 kwam het, ondanks bemiddeling van Adolf Sunaert, tot een breuk met de Associatie. Via open brieven in de pers liep de polemiek tussen Snellaert, die vruchteloos een Vlaamsgezinde vertegenwoordiger op de kieslijst bleef eisen, en het liberale partijbestuur met Charles de Kerchove en Jourdan Vuylsteke - de vader van Julius - hoog op. Een breuk tussen de Gentse liberalen en de liberale flamingant Snellaert werd dan ook onvermijdelijk. Eenzelfde strijd speelde zich vanaf 1861 ook af binnen het Vlaemsch Verbond waarvan Snellaert medestichter was. De liberale fractie met Vuylsteke en Heremans maakte het Snellaert onmogelijk om deze politiek neutrale Vlaamse belangenvereniging in leven te houden en zou in 1866 de Vlaamsche Liberale Vereeniging oprichten.

Snellaert had intussen al enkele jaren definitief afgehaakt. Hij had de Liberale Associatie verlaten en nam in januari 1862 ook ontslag als voorzitter van het Willemsfonds, waar hij plaatsmaakte voor Frans Rens en Julius Vuylsteke. Hij poogde in de daaropvolgende jaren via efemere kringen met een Vlaams-katholiek profiel zoals het Vrij Kiezersgenootschap, een politieke comeback te realiseren maar faalde.

Bij zijn overlijden in 1872 eerde het Volksbelang Snellaert voor zijn pionierswerk in de Vlaamse beweging en zijn rol als taalkundige en literator, maar zweeg over zijn politieke loopbaan. Het was wachten op latere auteurs zoals Paul Fredericq om aan dit aspect van Snellaerts leven recht te doen.

Hij werd begraven op het Dampoortkerkhof aan de Wasstraat maar werd korte tijd later overgebracht naar het Campo Santo. In 1873 werd een inschrijvingslijst voor een grafmonument gelanceerd, maar de procedure sleepte aan tot 1897 toen een bronzen borstbeeld van de hand van Gustaaf Kasteleyn kon worden onthuld. In 1908 werd het beeld gestolen maar direct vervangen door een marmeren kopie van de hand van Jozef Hullebroeck. Eenzelfde lot was zijn in 1972 onthulde standbeeld op het Ferdinand Snellaertplein in Sint-Amandsberg beschoren, waar onverlaten in 1998 het hoofd van het monument afbraken. Ook hier bracht een tweede exemplaar van het kunstwerk door Firmin De Vos soelaas. Snellaert kreeg een gedenkplaat in de Kruideniersstraat waar hij jarenlang woonde, hij werd vermeld op de gevel van de toenmalige universiteitsbibliotheek in de Baudelokapel aan de Ottogracht als een van de mecenassen van de instelling en Jacob Semey wijdde een van zijn woningen op de Vlaamse Kaai aan zijn nagedachtenis. De Snellaertstraat in de wijk Meerhem, werd na de gemeentefusie van 1976 omgedoopt tot de Frans Rensstraat, genoemd naar Snellaerts opvolger in het Willemsfonds.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat