terug naar alfabetisch overzicht
Ferdinand Dierman, 1818-1881 en Jean-Jacques Dierman, 1850-1910

Tussen de Ham, de Keizer Leopoldstraat en de Zonder-Naamstraat bevindt zich de langst overlevende Gentse spinnerij. In de oude fabrieksgebouwen produceert de huidige firma synthetische vezels voor industrieel gebruik.

Liévin Dierman sr. bouwde op het einde van de achttiende eeuw een eerste katoenspinnerij in Meerhem, waar hij in 1786 veertig man tewerkstelde. In 1828 verhuisde zijn zoon, Liévin Dierman jr., de spinnerij naar de Ham en gaf er in 1853 de leiding van een goed draaiende textielfabriek door aan zijn zoon Ferdinand. Die ontving drie jaar later koning Leopold I in zijn ateliers. Ferdinand bouwde de spinnerij in verschillende fasen verder uit en investeerde intussen ook in andere textielfabrieken. Zo was hij onder meer een belangrijke partner in de fabriek van Desmet-Guequier aan de Minnemeers, het huidige MIAT.

Na Ferdinands overlijden in 1881 nam zijn zoon Jean-Jacques de firma over en vormde deze om tot een nv. Boven de ingangsdeur in de Ham is nog een gezandstraald bovenlicht te bewonderen, met daarin een bandelier met de naam J.J. Dierman en de Gentse draak. Van 1910 tot 1962 ten slotte, stond Pierre Dierman, kleinzoon van Ferdinand, aan het hoofd van de fabriek en voltooide in 1928 het huidige pand aan de Keizer Leopoldstraat.

grafzerk van Ferdinand Dierman

Ferdinand Dierman was actief binnen de Gentse liberale beweging. Hij was in 1848 stichtend lid van de Liberale Associatie maar raakte in 1854 verwikkeld in de discussies tussen de partijtop en de gematigden van Judocus Delehaye. Uit onvrede met de autoritaire houding van de partijtop bij de samenstelling van de kandidatenlijsten, een dwang die Dierman later in het Volksbelang plastisch zou omschrijven als "De candidaten werden door 't comiteit aangewezen, en dan en moest ge maar zien van mee te marcheren of ge waart geen liberaal meer" [23 oktober 1869, p. 1], sloot hij zich aan bij de opposanten van Delehaye. Toen echter bleek dat die zich achter de klerikalen en hun kloosterwet schaarde, en daarmee een belofte aan Dierman om liberaal te blijven schond, sloot hij zich opnieuw aan bij de liberalen rond Charles de Kerchove. Hij moest echter opboksen tegen het wantrouwen van vele partijgenoten en werd pas na de verkiezingen van 1869 gemeenteraadslid, wat hij bleef tot zijn overlijden. In de gemeenteraad had Dierman vooral aandacht voor de industriŽle ontwikkeling en het havenbeleid, maar hij profileerde zich ook als een voorzichtig flamingant in de lijn van Julius De Vigne. Zowel op meetings van de Liberale Associatie als binnen de gemeenteraad sprak hij regelmatig Nederlands, wat hem de gelukwensen van het Volksbelang opleverde.

Zijn voornaamste inzet lag echter op het terrein van de liefdadigheid. Van 1861 tot 1881 was Ferdinand Dierman voorzitter van de Zonder Naam niet zonder Hart, de belangrijkste liberale filantropische kring van de stad. Als industrieel zag hij in de Kring een belangrijk instrument voor het bevorderen van de sociale rust en voor het versterken van het idee van zelfredzaamheid. Hij promootte het sparen en de mutualiteitsgedachte en steunde - hoewel eerder schoorvoetend - de deeltijdse leerplicht. Hij overleed na een slepende ziekte en werd burgerlijk begraven.

Zijn zoon Jean-Jacques volgde hem op aan het hoofd van de spinnerij en was daarnaast bestuurder van de Puntfabriek van Leon Tertzweil, de verzekeringsmaatschappij Les Industriels Réunies, de Gentsche Volkskeuken en de Société Anonyme de la Presse libérale Gantoise, de uitgever van de krant La Flandre Libérale. Hij was liberaal senator van 1908 tot 1910 en was een van de stichters van het Institut Moderne. Net zoals zijn vader, was hij ook actief in de liefdadigheid. Getuige hiervan zijn gift aan het Bureel van Weldadigheid waarmee de bouw van vijf huisjes in de Prosper Claeysstraat werd gefinancierd.

De drie generaties Dierman kregen een laatste rustplaats in een opvallende familiekelder op de Westerbegraafplaats. Op de brede arduinen stŤle is een bronzen portretmedaillon van Ferdinand afgebeeld, met links en rechts twee kleinere lauwerkransen rond, heel toepasselijk, de woorden "Travail" en "Charité".


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat