terug naar alfabetisch overzicht
Ferdinand Vander Haeghen, 1830-1913

ferdinand vanderhaeghen

Een van de trouwste medestanders van Auguste de Maere in zijn strijd voor het Gentse patrimonium was de tien jaar jongere Ferdinand Vander Haeghen, de jongste zoon van Désiré Vander Haeghen, de drukker en uitgever van de Gazette van Gent. Terwijl zijn broer Eugène de familiezaak overnam, koos Ferdinand voor de academische wereld. Als verdienstelijk amateurhistoricus werd hij in 1868 benoemd tot hoofdbibliothecaris van de Gentse universiteit, een functie die hij tot 1911 zou uitoefenen.

Onder zijn lang bestuur stelde hij tot op heden beroemde collecties samen, zoals de Gandavensia - een uitzonderlijke verzameling van publicaties en handschriften over Gent - en de Vliegende Bladen - meer dan een miljoen losse documenten en geschriften, overal verzameld in het dagelijkse leven. Daarnaast verrijkte hij de bibliotheek met iconografische collecties die de basis gingen vormen van het prentenkabinet en de kaartenverzameling. Hij was eveneens de samensteller van een aantal belangrijke catalogi en bibliografische zoals de Bibliographie Gantoise, de Bibliotheca Erasmiana en de 189 delen tellende Bibliotheca Belgica. Hij was secretaris van de commissie die de Biographie Nationale samenstelde en bestuurslid van verschillende nationale culturele organisaties.

Vander Haeghen was daarnaast actief in de liberale beweging. Hij zetelde van 1863 tot 1872 in de gemeenteraad, was een trouw lid van zowel het Willemsfonds als de Cercle Artistique et Littéraire en ondersteunde het stedelijk onderwijs via jaarlijkse milde giften aan de Société Callier.

Zijn belangstelling ging echter vooral uit naar de preservatie en restauratie van het Gentse patrimonium en ook hier kende zijn engagement weinig grenzen. Hij was betrokken bij de oprichting van het Museum voor Oudheidkunde in de gebouwen van het Caermersklooster en van het Museum voor Stenen voorwerpen in de Sint-Baafsabdij. In 1857 werd hij secretaris van de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten, waarvan hij voorzitter was van 1896 tot 1912, en hij was lid van de Société pour l'Encouragement des Beaux-Arts de la ville de Gand. In 1887 stond hij samen met Auguste de Maere aan de wieg van het Comité du Château des Comtes, dat ijverde voor de redding van het Gravensteen. Vander Haeghen was in 1893 eveneens stichtend lid van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, die voor een permanente verankering van al deze negentiende-eeuwse initiatieven zorgde.

Na meer dan een halve eeuw inspraak en invloed te hebben gehad op de wijze waarop het stadsbestuur met het stadsverleden omsprong, ging - sinds 1898 baron - Ferdinand Vander Haeghen in 1911 op rust. Hij stierf twee jaar later en werd begraven op het kerkhof van Sint-Denijs-Westrem.

Kort na zijn overlijden liet het stadsbestuur een herdenkingsplaket plaatsen op de hoek van de Ottogracht en de Bibliotheekstraat, aan de gevel van het Baudelocomplex waarin onder Vander Haeghen de universiteitsbibliotheek was gevestigd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat