terug naar alfabetisch overzicht
François d'Elhoungne, 1815-1892

François d'Elhoungne

François d'Elhoungne werd in Nederland geboren en kwam in 1827 in Gent terecht, waar zijn vader een boekhandel opende. In 1835 behaalde hij een doctoraat in de rechten aan de Gentse universiteit en schreef zich in aan de balie. Hij werd een van de meest gereputeerde advocaten van zijn tijd en was meermaals stafhouder. Bij zijn overlijden schortte procureur-generaal Heynderick alle zittingen op, een uniek eerbetoon aan een niet-magistraat.

Via Karel Vervier en de loge Les Vrais Amis, waarvan d'Elhoungne een van de spilfiguren was, kwam hij in 1843 in de politiek terecht. Hij werd volksvertegenwoordiger en zetelde in de Kamer tot 1852. Hij werd herkozen in 1866 (tot 1870) en in 1878 (tot 1886). In Gent richtte hij in 1848 samen met Hippolyte Rolin de Liberale Associatie op, werd de eerste ondervoorzitter ervan en bracht het later tot voorzitter maar ambieerde nooit een lokale functie. Zijn inzet voor Gent lag in het parlement. Hij verdedigde er de textielbelangen van de stad, zorgde er in 1847 voor dat de spoorwegverbinding tussen Gent en Brussel werd goedgekeurd en zette zich in voor het officieel onderwijs. Samen met zijn vriend Charles Rogier was hij de motor achter het einde van het unionisme en de vorming van de liberale regering Rogier in de zomer van 1847.

Het opvallendste was echter zijn bekommernis voor de verpauperde arbeidersklasse. Hij bestreed de uitwassen van het 19e-eeuwse kapitalisme en bepleitte een beperkte staatsinterventie in het bedrijfsleven, zoals een bescherming van de lonen, de afschaffing van het door de arbeiders gehate werkboekje en een strenge reglementering van de vrouwen- en kinderarbeid. Daarnaast was hij voorstander van een sociaal huisvestingsbeleid en van de invoering van maximumprijzen voor bepaalde producten. In 1879 werd hij wegens uitzonderlijke verdiensten minister van Staat zonder ooit lid van een regering te zijn geweest. In 1886 trok d'Elhoungne zich terug uit het openbare leven en ging rentenieren in zijn statige herenhuis op het Sint-Baafsplein. Vanuit het fronton van dit gebouw uit de vroege rococo blikt heel toepasselijk een borstbeeld van Juno, de godin van het licht, neer op het politieke hart van Gent.

Na zijn overlijden werd hij bijgezet in het familiegraf op Campo Santo. De grote neogotische grafkapel, van de hand van logebroeder Paul De Vigne, is een van de meest opvallende monumenten op deze begraafplaats.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat