terug naar alfabetisch overzicht
Frederik De Pestel, 1824-1886

Op de kleine Gentse Zuiderbegraafplaats bevindt zich een van de markantste herinneringen aan de negentiende-eeuwse schoolstrijd. Op een grafsteen staat onder de aanhef "Hier rust eindelijk in vrede, onze vriend Frederik De Pestel" volgende aanklacht te lezen: "Hij bleef in 1879 getrouw aan zijnen eed, werd vervolgd door de katholieke dweepzucht en stierf als martelaar voor het burgerlijk onderwijs des volks".

graf van De Pestel met opschrift

De Pestel groeide op in Nevele als zoon van een onderwijzer. Na diens overlijden nam hij de private lagere school van zijn vader over en via zelfstudie verwierf hij een onderwijzersdiploma. Op het einde van de jaren 1840 werd hij benoemd tot onderwijzer te Sint-Martens-Leerne waar hij aan het hoofd van een succesvolle gemeentelijke school kwam te staan. De goedkeuring van de liberale wet op het lager onderwijs in 1879 veroorzaakte er echter een extreme polarisatie. Onder leiding van de clerus werd het gehele dorp gemobiliseerd tegen de gemeenteschool en in september 1879 moest De Pestel vaststellen dat in zijn school niet één leerling kwam opdagen. Hij zag in dat alle verzet tegen dit vastbesloten klerikale front zinloos was, vroeg een overplaatsing aan en werd hoofdonderwijzer te Drongen.

De parlementsverkiezingen van 1884 brachten de katholieken opnieuw aan de macht en in september volgde de wet-Jacobs op het lager onderwijs. Het Drongense gemeentebestuur paste de nieuwe wet onmiddellijk toe en degradeerde De Pestel tot onderwijzer aan de gemeenteschool van Baarle, een gehucht van Drongen. Een week later besliste de gemeenteraad tot sluiting van deze lagere school en hij stond voor de tweede keer in zijn loopbaan voor een lege school. Hij werd ter beschikking van het ministerie gesteld en korte tijd later gedwongen op rust te gaan. Zijn pensioendossier verdween echter in de ambtelijke molen en nooit ontving hij het pensioen waarop hij recht had. Totaal berooid trok hij zich terug in Gent, waar hij op 18 maart 1886 overleed.

Het overlijden van Frederik De Pestel veroorzaakte een schok. Via het Willemsfonds werd een campagne gestart waarin de macht van de clerus en het katholieke onderwijsbeleid werden aangeklaagd. De begrafenis van De Pestel werd een liberaal-vrijzinnige manifestatie met als belangrijkste sprekers Karel Loveling en Paul Fredericq, die van De Pestel het nieuwe symbool van de strijd voor het officieel onderwijs maakten. La Flandre Libérale kopte "Un martyr de l'intolérance cléricale" [22 maart 1886] en een artikel in het Volksbelang kreeg als titel "Een martelaar in BelgiŽ, en zoo zijn er daar meer" [17 april 1886].

Gentse Willemsfondsers en oud-collega's zamelden in de daaropvolgende weken het nodige geld in voor een sober grafmonument en op 1 augustus 1886 trok een stoet met vaandels en muziek van het lokaal van de Cercle Artistique et Littéraire aan de Sint-Jansvest naar de Zuiderbegraafplaats, waar een laatste huldiging plaatsvond.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat