terug naar alfabetisch overzicht
Gustaaf Den Duyts, 1850-1897

Gustave De Vylder

Gustaaf Den Duyts was de zoon van kunstenaar Charles Den Duyts en studeerde aan de Gentse nijverheidsschool, waar de tekenlessen een uitstekende reputatie genoten en in zekere zin een 'kunstacademie voor de vakman' waren. In 1870 behaalde hij zijn einddiploma en werd om den brode stagiair-boekhouder in een Gentse bank. Tekenen en schilderen zat hem echter in het bloed. Via onder anderen Fernand Scribe, Armand Heins, Emile Claus en Jan Delvin - met wie hij tot zijn dood een atelier in de Drabstraat zou delen - kwam hij toch in het kunstenaarsmilieu terecht.

In 1874 nam hij voor het eerst deel aan het Driejaarlijkse Salon van Gent. Zijn etsen en schetsen oogstten van bij de aanvang veel succes; zijn olieverfschilderijen en aquarellen, waarin hij zich een begenadigd voorloper van het impressionisme in Vlaanderen toonde, vonden na enige tijd zelfs internationale erkenning. Gentse landschappen, waaronder zijn bekende Panoramisch zicht van de stad Gent dat in 1881 werd aangekocht door het Museum voor Schone Kunsten, werden zijn handelsmerk en maken het leeuwendeel van zijn oeuvre uit. Daarnaast schilderde hij een aantal portretten, zoals dat van Edmond De Vigne, urbanist en architect van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg en het Van Eyckzwembad. Door zijn inzet werd Gustaaf Den Duyts tussen 1880 en 1890 een van de centrale figuren van de Cercle Artistique et Littéraire. Zelf autodidact, werd hij een belangrijke mentor van de volgende generatie Gentse grafici met als prominentste volgelingen Albert Baertsoen en diens schoonbroer Georges Buysse.

Zijn bekendheid bij het grote publiek dankte hij vooral aan zijn passie voor historische stoeten. Hij vestigde deze reputatie als lid van de Stedelijke Commissie voor Kunst en Geschiedenis, die onder leiding van Auguste Wagener en Paul Fredericq de Pacificatiefeesten van 1876 voorbereidde. Hij was nauw betrokken bij het ontwerp van de praalwagens en ontwierp samen met Jules Van Biesbroeck de kostuums en wapenrustingen voor de honderden figuranten. Vier jaar later werkte hij op vraag van het Brusselse stadsbestuur mee aan de stoet ter gelegenheid van vijftig jaar BelgiŽ en in 1885 ontwierp hij een deel van de praalstoet voor de vijftigjarige Belgische spoorwegen, wat hem de titel van ridder in de Leopoldsorde opleverde. In de daaropvolgende jaren werd hij een vaste waarde in het organisatiecomité van tal van historische optochten, inclusief de middeleeuwse steekspelen die in 1891 op de Brusselse Grote Markt werden georganiseerd.

Als selfmade man en geŽngageerd liberaal liet hij ook niet na om het volksonderricht te ondersteunen en was hij actief in het Willemsfonds en in de Société l'Avenir. Toen deze laatste in 1880 het startkapitaal van de Laurentkring Geluk in 't Werk voor haar rekening nam, stond Den Duyts met eigen middelen in voor de aankleding van de toneelzaal. De laatste tien jaar van zijn leven pendelde hij tussen Gent en Brussel, waar hij onder meer betrokken raakte bij de artistieke voorbereidingen van de Brusselse wereldtentoonstelling van 1897.

Sinds 1883 leed Gustaaf Den Duyts aan tuberculose, en hij overleed in 1897 aan een longontsteking. Een dreef in het Citadelpark werd naar hem genoemd en hoewel vergeten door het grote publiek, brengen zijn werken op kunstveilingen nog makkelijk duizenden euro's op.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat