terug naar alfabetisch overzicht
Gustave Magnel, 1889-1955

De wereldberoemde betonspecialist Gustave Magnel promoveerde in 1912 tot ingenieur burgerlijke bouwkunde aan de Gentse universiteit. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Londen waar hij werk vond als ingenieur bij de aannemer Somerville & Co. Direct na de wapenstilstand keerde hij terug en ontpopte zich tot een gedreven onderzoeker naar de mogelijkheden die gewapend en voorgespannen beton boden. Hij begon in april 1919 als werkleider in het universitair Laboratorium voor Weerstand der Materialen, werd enkele maanden later repetitor en kreeg in 1922 de toelating om een vrije leergang over het gebruik van gewapend beton te organiseren. In 1926 richtte hij met de steun van de oude Edouard Anseele zijn eerste labo op en een jaar later werd hij benoemd tot docent aan de Faculteit van de Wetenschappen. Hij maakte indruk met de wijze waarop hij erin slaagde om zijn kennis te delen met zowel specialisten, jonge studenten als leken in het vak en hen enthousiast te maken voor 'zijn beton'. Vijf jaar later werd hij buitengewoon hoogleraar en in 1934 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar. Zijn labo, dat in 1930 overgenomen werd door de universiteit, groeide uit tot het huidige befaamde Laboratorium Magnel voor Betononderzoek in het Technologiepark van Zwijnaarde.

Hij werd intussen internationaal erkend als de leidende expert bij de ontwikkeling van het gewapend beton en was als uitvinder van het Blaton-Magnelsysteem een pionier in de ontwikkeling van het voorgespannen beton. Hoewel in hoofdzaak onderzoeker, was hij ook betrokken bij enkele grootschalige bouwprojecten van de universiteit zelf, waaronder de boekentoren aan de Rozier, het technicum in de Sint-Pietersnieuwstraat en de gebouwen van het universitair ziekenhuis aan De Pintelaan. Ook voor andere projecten in binnen- en buitenland werd zijn expertise gevraagd, zoals voor de constructie van de grote brug over de Maas in Sclayn bij Dinant en van de Walnut Lane Memorial Bridge in Philadelphia, de allereerste brug in voorgespannen beton die in 1950 in de Verenigde Staten werd gebouwd.

Magnel was ook actief buiten de universiteit, hoewel daar, gezien de talloze lezingen die hij tot kort voor zijn dood wereldwijd gaf, weinig tijd voor restte. Zo was hij voorzitter van de Gentse Rotary Club (1935-1937) en stichtte hij de Vrienden van de Sint-Niklaaskerk, de drijvende kracht achter de naoorlogse (en nog steeds lopende) restauratie van dit monument.

Actief aan politiek doen, kwam pas laat op zijn agenda te staan. Eind jaren 1930 had hij weliswaar een gelegenheidsbijdrage geschreven voor het partijblad Op Nieuwe Wegen maar verder openlijk engagement bleef uit tot na de oorlog. In 1954 stond hij op de lijst voor de parlementsverkiezingen maar werd niet verkozen.

Magnel overleed in 1955 en werd begraven op de Westerbegraafplaats. Een straat naast het Instituut der Wetenschappen draagt zijn naam en in 1959 stichtte de alumnivereniging van de ingenieurs (AIG) de Gouden Medaille Gustave Magnel, een periodiek uitgereikte prijs voor de ontwerper van een uitzonderlijk bouwwerk in gewapend of voorgespannen beton.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat