terug naar alfabetisch overzicht
Henri Pirenne, 1862-1935

Als modelstudent van Godefroid Kurth en de jonge Paul Fredericq promoveerde Henri Pirenne in 1883 aan de Luikse universiteit tot licentiaat in de geschiedenis. Hij volgde bijkomende opleidingen in Leipzig, Berlijn en Parijs en op amper drieŽntwintigjarige leeftijd werd hij benoemd tot hoogleraar. In 1886 ruilde hij de Luikse universiteit voor de Gentse, waar hij ging samenwerken met Fredericq. Hij doceerde tot 1930 geschiedenis waarna hij zijn academische loopbaan afsloot aan de Université libre de Bruxelles.

Henri Pirenne

Pirenne schreef tal van publicaties over de geschiedenis van de middeleeuwen en lanceerde de controversiŽle Pirenne-these over de invloed van de islam op de ontwikkeling van het middeleeuwse Europa. Internationale faam verwierf hij met zijn zevendelige Histoire de Belgique die tussen 1900 en 1932 verscheen. In dit magnum opus beschreef hij een Belgische natie die zich vanaf de Bourgondische eenmaking onder Filips de Goede in de 15e eeuw, in de daaropvolgende vierhonderd jaar ontwikkelde tot een natuurlijke eenheid, tot een unitaire staat Dit standpunt bracht hem meermaals in aanvaring met de radicale flaminganten en de voorstanders van een Groot-Nederland. Zijn overtuiging dat binnen die eenheidsstaat moest worden gestreefd naar taalgelijkheid leverde hem echter het respect op van de gematigde Vlaamsgezinden. Pirenne kwam daardoor regelmatig tussen de twee kampen in te staan en nam dan, met wisselend succes, de rol van verzoener of brugfiguur op zich. Zo zou hij vóór de Eerste Wereldoorlog onder meer de oprichting van een tweetalige Gentse universiteit steunen maar de taalwetten van 1932, die van Vlaanderen en Wallonië een eentalig gebied maakten, radicaal verwerpen. Consequent als hij in die overtuiging was, verzette hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog tegen de opgelegde vernederlandsing van de universiteit en werd daarom samen met Fredericq in 1916 gearresteerd en in Duitsland gevangengezet. In 1918 keerden ze samen terug en toen Fredericq in 1919 teleurgesteld zijn functie van rector afstond, nam Pirenne deze tot 1921 over.

Pirenne maakte vooral naam als stichter van de zogenaamde Gentse Historische School die een totaalbenadering van het geschiedenisonderzoek voorstond. Door het integreren van alle aspecten van de geschiedenis (politiek, economisch, sociaal, cultureel, demografisch, geografisch, Ö) in het wetenschappelijk onderzoek, streefden Pirenne en zijn adepten naar een uitdieping van de studie van de globale maatschappij. Dit had uiteraard ook gevolgen voor de stijl van doceren. Pirenne combineerde levendige kathederlessen met interactief seminarieonderwijs waarin plaats was voor debat en intellectuele zelfstandigheid. Zijn methode en visie domineerden het Gentse geschiedenisonderzoek in de twintigste eeuw, dat internationaal gereputeerde hoogleraren voortbracht als - aan liberale zijde - Hans Van Werveke, FranÁois Louis Ganshof, Adriaan Verhulst en Walter Prevenier, naast uiteraard ook anderen als Jan Dhondt en Raoul Van Caneghem.

Een politiek mandaat streefde Pirenne nooit na, als liberaal was hij veeleer actief achter de schermen. Zo was hij onder meer medestichter en actief lid van de Liberale Kring ter beoefening der maatschappelijke wetenschappen en werken, de belangrijkste Gentse liberale denktank in de overgang naar de 20e eeuw. Hij was lid van culturele verenigingen als het Willemsfonds en de Cercle Artistique et Littéraire en steunde met gulle hand de diverse inspanningen voor de verdediging van het officieel onderwijs zoals de Liberale Schoolpenningen de Société Callier. Zijn vrijzinnigheid uitte hij als stichtend lid van het Julius Vuylstekefonds.

De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in Ukkel, waar hij zijn studie over de islam en het rijk van Karel de Grote (Mahomet et Charlemagne) afrondde. In 1914 overleed zijn oudste zoon Pierre, en het verlies kort na elkaar van zijn zonen Robert (1931) en Henri Edouard (1935) verzwakten hem sterk. Hij overleed enkele maanden later aan een longontsteking en hij werd begraven in de familiekelder in Ukkel. De Belgische Post bracht in 1962 een postzegel met zijn portret uit, de gemeente Gentbrugge eerde hem met een straatnaam.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat