terug naar alfabetisch overzicht
Hilda Daneels, 1912-1979

Het aandeel van de vrouw in de actieve politiek bleef ook na de Tweede Wereldoorlog - meer dan twintig jaar na de invoering van het gemeentelijk vrouwenstemrecht in 1921 - benedenmaats. Alice Buysse had tijdens het interbellum weliswaar bewezen dat het anders kon maar de tendens zette zich na de oorlog niet onmiddellijk door. De gemeenteraadsverkiezingen van 1946 waren een electorale ramp voor de liberalen die terugvielen van zes op vier zetels. De eerste vrouw op de lijst, Cécile Boddaert, haalde als weduwe van de populaire Henri Story een meer dan behoorlijke score maar was niet verkozen. Door het overlijden van Karel Van Wettere in 1948 kwam ze als eerste opvolgster toch nog in de gemeenteraad terecht maar in 1952 moest Boddaert plaatsmaken voor de jonge Willy De Clercq en verdween ze uit de politiek.

Haar plaats als eerste vrouw op de lijst werd overgenomen door Hilda Daneels, een dochter van Jean Daneels, het liberale kopstuk uit Eeklo. Tijdens de oorlog was zij samen met haar man, substituut Dirk Sevens, in het verzet gestapt en had er deelgenomen aan activiteiten van Socrates, de dienst voor hulp aan werkweigeraars, en van het Geheim Leger. Beiden werden opgepakt en haar echtgenoot kwam om in het kamp van Breendonk. Zij overleefde het vrouwenkamp van Ravensbrück en ze stelde zich gedurende de rest van haar leven ten dienste van organisaties die opkwamen voor de rechten van oud-gevangenen en verzetslui. Haar dochter, Linda Sevens, volgde haar daarin op en werd in 1997 voorzitster van de raad van bestuur van het Gedenkteken Fort van Breendonk.

Direct na de oorlog werd Daneels actief binnen de liberale beweging. Ze werd bestuurslid van de Liberale Kring Rabot en de Henri Storykring en werd in de jaren zestig adjunct-secretaris van de PVV Associatie Gent. Bij de parlementsverkiezingen van 1949 stelde ze zich voor de eerste keer kandidaat, kreeg de achtste plaats op de Kamerlijst maar werd niet verkozen. Eenzelfde scenario speelde zich af in 1950 en vervolgens op de Senaatslijsten van 1958 en 1961. De meest opvallende campagne hierbij was die van 1950. In een pamflet dat ze deelde met kandidaat-senator Cécile Boddaert, trok uitgever Alfons Sevens, schoonvader van Daneels en een vooraanstaand flamingant, resoluut de kaart van de heldhaftige oorlogsweduwen. In een vlugschrift van de Witte Kaproen viel Sevens zwaar uit tegen de CVP en haar bondgenoot de Vlaamse Concentratie, die hij omschreef als "zwart gespuis" en "broedermoordenaars". Daartegenover stonden de twee eerbare liberale kandidates die een onbevlekt oorlogsverleden konden voorleggen. De campagne mocht helaas niet baten, geen van beiden werd verkozen.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1952 met Laurent Merchiers als boegbeeld vielen beter uit. Ze kreeg de vijfde plaats op de lijst - een strijdplaats - en werd verkozen met 493 naamstemmen, een opvallend hoge score want beter dan de nummers drie en vier - Jacques Vanderstegen en Willy De Clercq - op de lijst. Ze zetelde tot 1958 maar werd bij de twee daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen niet herkozen. Pas in 1970 deden de liberale vrouwen met Edith Devriendt en Lucienne Herman-Michielsens opnieuw hun intrede in de gemeenteraad.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat