terug naar alfabetisch overzicht
Hippolyte Leroy (1857-1943)

Hippolyte Leroy, geboren in Luik, koos na een aarzelende carrièrestart als werktuigmaker en militair, begin jaren 1880 resoluut voor de kunst. Hij ging studeren in Sint-Joost-ten-Node en in Gent, waar hij aan de Koninklijke Academie voor Teken-, Beeldhouwen Bouwkunst een pupil werd van de liberaal Louis Van Biesbroeck, beeldhouwer van onder meer het standbeeld Excelsior en het halfverheven beeldhouwwerk dat de gevel van het Museum voor Schone Kunsten siert. Leroy zette zijn opleiding van 1881 tot 1883 voort aan de Ecole des Beaux-Arts te Parijs waar zijn leermeester Alexandre Falguière hem aan het werk zette bij de decoratie van de Arc de Triomphe. Tijdelijk terug in België nam hij deel aan de ontwerpwedstrijd voor de Antwerpse wereldtentoonstelling van 1885 en mocht hij de acht meter hoge ruiterstandbeelden maken die aan de ingang werden opgesteld. Een studiebeurs van de Luikse Fondation Darchis stelde hem ten slotte in staat om van 1886 tot 1892 les te volgen aan de Academia Internationale in Rome, en Italië te doorkruisen.

monument Société Française de Bienfaisance

In 1887 stelde hij voor het eerst tentoon op de salons van Gent en Brussel. Hij bracht er in hoofdzaak beeldhouwwerken en medailles maar ook een aantal impressionistische tot luministische schilderijen van Italiaanse landschappen en steden.

Leroy vestigde zich definitief in Gent, opende er een atelier en sloot zich aan bij tal van cultuurverenigingen zoals de Cercle Artistique et Littéraire, Wij Willen en de Union des Artistes Gantois. Hoewel verliefd op Gent vergat hij zijn Luikse roots niet en hij werd stichtend lid en erevoorzitter van de Royale Union Wallone de Gand. Hij genoot een goede reputatie als medaillegraveur en beeldhouwer binnen de romantisch-realistische stroming en rijfde tal van grote opdrachten binnen, waaronder zowel de Gentse standbeelden van Charles de Kerchove, Karel Miry en Albert Mechelynck als standbeelden in Brussel, Luik en Roubaix.

Op de Westerbegraafplaats maakte hij in opdracht van de Société Française de Bienfaisance in 1900 het mooie grafmonument voor de in 1870-1871 gesneuvelde Franse soldaten en vervaardigde hij de portretmedaillons op de graven van onder anderen Victor Deneffe en Edmond De Schamphelaere evenals het borstbeeld van Paul Van Heuverswyn, de sterke man van de Liberale Kring van Ekkergem. Ook van Hippolyte Metdepenningen, Richard Boddaert, Hippolyte Lippens en Joseph Platteau maakte hij het borstbeeld.

Leroy graveerde de medailles ter herinnering aan het bezoek van Leopold II aan de Provinciale tentoonstelling van 1899, aan het bezoek van prins Albert en prinses Elisabeth aan Gent in 1902, en aan de Gentse winnaars van de Henleycup van 1907. Zijn schilderstalent kwam tot uiting bij enkele fel gesmaakte grote panoramische werken of diorama's, onder meer voor de wereldtentoonstelling van Luik in 1905. Ook het zuiver commerciële experiment schrikte hem niet af, getuige daarvan de vier bas-reliëfs van twee meter hoog boven de winkelpui van Dutry-Colson in de Veldstraat (huidige nr.10), in al hun kunstzinnigheid eigenlijk gewoon bedoeld als publiciteitspanelen. Zijn werken kregen een plaats op de grote salons van zijn tijd en ook op de wereldtentoonstellingen van Amsterdam, Parijs en uiteraard Gent.

Na de Eerste Wereldoorlog nam zijn productiviteit af. In 1921 stelde hij zich op vraag van de Liberale Associatie kandidaat bij de eerste gemeenteraadsverkiezingen met algemeen enkelvoudig stemrecht maar werd niet verkozen.

Hippolyte Leroy overleed in 1943, zesentachtig jaar oud, en werd begraven op de Westerbegraafplaats, waar hij reeds in 1923 een familiekelder had gekocht. Vandaag is het graf vervallen en volledig overwoekerd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat