terug naar alfabetisch overzicht
Hippolyte Metdepenningen, 1799-1881

beeld van Hippolyte Metdepenningen

Als oudste zoon van Joseph Metdepenningen - een katoengarenfabrikant uit het Prinsenhof - promoveerde Hippolyte in 1818 als eerste aan de Gentse rijksuniversiteit tot doctor in de rechten. Hij schreef zich in aan de Gentse balie en werd een gereputeerd pleiter. Met zijn scherpe pen maakte hij ook naam als journalist. Hij schaarde zich achter het beleid van Willem I en werd in 1830 de spreekbuis van de Gentse orangisten. Samen met Charles Manilius bracht hij de contrarevolutionairen samen in de mondaine club Société La Concorde en in de kiesvereniging Société des Amis de l'Ordre et du Repos public. Onder impuls van Karel Vervier, die aan het hoofd stond van de vrijmetselaarsloge Les Vrais Amis, sloot hij zich aan bij de loge Le Septentrion. Tegen 1831 bracht hij er de meeste orangisten van betekenis samen en werd hij verkozen tot Achtbare Meester of voorzitter, een positie die hij tot zijn overlijden behield. In 1830 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid en onder zijn leiding domineerden de orangisten het stadsbestuur van de burgemeesters Van Crombrugghe en Minne-Barth. Ook daarbuiten liet hij zich niet onbetuigd. In 1832 werd hij zelfs beschuldigd van het aanstichten tot terreur, maar werd door de krijgsraad vrijgesproken. Enkele maanden later verdedigde hij met succes de uitgever van de Messager de Gand, André-Benoit Stéven, die werd beticht van het aanzetten tot revolte.

Op politiek vlak was 1839 een sleuteljaar. Het vredesverdrag tussen Nederland en BelgiŽ werd getekend en het orangisme verloor snel aanhangers. Metdepenningen kon zijn gezag nog enige tijd handhaven, maar vanaf 1842 raakte hij politiek steeds meer in de verdrukking. De gematigde liberalen keerden zich van hem af en onder leiding van Hippolyte Rolin stichtten zij in 1848 de Liberale Associatie. Metdepenningen had in de voorafgaande jaren steeds een haat-liefdeverhouding met de nationale liberale kopstukken gehad. Zo liet hij in 1846 nog verstek gaan op het stichtingscongres van de Liberale Partij in Brussel en stuurde Charles Antheunis ter vervanging. Hij sloot zich pas na lang aarzelen aan bij de Liberale Associatie, waarvan hij tot zijn overlijden ondervoorzitter bleef. Hij wou zich echter niet langer kandidaat stellen voor een politiek mandaat en stapte uit de actieve politiek.

Als éminence grise bleef hij actief achter de schermen en werd een drijvende kracht achter het antiklerikalisme van de partij. Hoogtepunt was de uitgave van Baes Kimpe (1857 tot 1859), een satirisch blad dat hij samen met Willem Rogghé uitgaf. De toespraak voor de algemene vergadering van de Liberale Associatie in 1879, waarin hij een somber beeld schetste van de moeizame strijd voor de secularisering van de staat, werd zijn politiek testament.

Het einde van de orangistische periode luidde voor Metdepenningen ook een nieuw leven buiten de politiek in. In 1842 huwde hij met Mathilde Van Aken, die hem twee zonen (Guillaume en Maurice, twee Nederlandse prinsennamen) schonk. Hij bouwde zijn advocatenpraktijk uit tot een van de meest prestigieuze in Gent. Tussen 1844 en 1877 werd hij zevenmaal stafhouder van de balie en in 1850 stelde het schepencollege hem aan tot stadsadvocaat. Binnen de Société La Concorde en Le Septentrion werd hij in die jaren een toonbeeld van bezadigd conservatisme. De jongere generatie zou zich daar niet bij neerleggen en ontsnapte via de loge La Liberté en de Société Littéraire gantoise aan het 'dode gewicht' van Metdepenningen.

Hippolyte Metdepenningen overleed op 82-jarige leeftijd en werd begraven op de Westerbegraafplaats. In 1886 bouwde logebroeder Paul De Vigne voor hem een van de markantste Gentse grafmonumenten, de 'badkuip van het Geuzenkerkhof'. Aan de voet van het monument kwam een levensgroot beeld van een treurende vrouw te staan. Naar men vermoedt, stond de Nederlandse Neel Doff, schrijfster van het boek Keetje Tippel, model. Het monument heeft ook een tweelingbroer in de Verenigde Staten. In 1891 kocht Ben Cable een kopie van het monument en verscheepte het naar het Chippiannock Cemetry in Rock Island (Illinois) waar het als het Cable Monument nog steeds een toeristische trekpleister is.

In 1886 kreeg Metdepenningen een standbeeld vóór het Gentse gerechtsgebouw. In opdracht van de Gentse liberalen, de balie en vertegenwoordigers van binnen- en buitenlandse loges maakte Juliaan Dillens een van de mooiste beelden uit zijn carrière. Vooral het maÁonnieke opschrift op de zijkant valt op, evenals het gebruik van het Frans. Het Volksbelang had dit laatste reeds vóór de onthulling aangekaart maar pas in 2002 werd een compromis op z'n Belgisch gevonden: een bronzen plaat op de grond legt in het Nederlands uit waarom het beeld zijn Franstalig opschrift mocht behouden.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat